Volg BEPS deel #5: Luxemburg, het nieuwe centrum van de haute finance?

    Project BEPS, een poging van de OECD en 80 geconsulteerde landen om iets te doen aan de ‘agressieve belastingplanning’ door internationale bedrijven, heeft zelfs in de aanloopfase al gevolgen. Ex-belastingparadijs Luxemburg profileert zich bijvoorbeeld als hét nieuwe financial centre van de EU. Compleet met transparante, maar flink verlaagde, belastingtarieven. Wie volgt? Nederland, de VS? En wat betekent dat voor de opkomende economieën? Christiaan Vos houdt zijn hart vast voor deze nieuwe wereldorde.

    Met hernieuwd elan presenteerde Luxemburg vorige week zijn ambitieuze doelstelling om Londen als financieel centrum van de troon te stoten. En al over vijf jaar: LuxFin 2020! Met dit plan wil Luxemburg ‘the leading financial centre of the world’ worden. Even voor het beeld: in Luxemburg wonen iets meer dan een half miljoen mensen, even veel als in de provincie Groningen. In Londen werken 350.000 mensen in de financiële sector, drie keer zoveel als het aantal inwoners van de stad Luxemburg. De muis en de leeuw?

    Vlucht naar voren

    We kunnen er lacherig om doen, want er lijkt nog heel wat water door de Alzette en Pétrusse te moeten stromen willen tienduizenden, laat staan honderdduizenden, bankiers, economen, advocaten, fiscalisten hun boeltje pakken en de wijk nemen naar Luxemburg. Maar misschien moeten ze wel. Volgend jaar stemmen de Britten over een eventuele Brexit, een mogelijk vertrek derhalve uit de Europese Unie. Internationale banken en investeringsfondsen zouden het Verenigd Koninkrijk dan wel eens de rug kunnen toekeren.
    De vlucht voorwaarts van Luxemburg lijkt deels ingegeven door de beperkingen die ze ondervinden om als belastingparadijs te scoren
    De vlucht voorwaarts die Luxemburg inzet lijkt voor een belangrijk deel ingegeven door de beperkingen die ze inmiddels ondervinden om als belastingparadijs te scoren. Ze zullen wel moeten. Immers, de welvaart van Luxemburg hangt voor het grootste deel af van het succes van hun financiële sector en dan met name van het tableau aan internationale financiële services die ze de wereld te bieden hebben. Aanvallen op het belastingparadijs begonnen in 2000 doen de OESO een offensief begon tegen ‘Harmful Tax Practices’ van de eigen lidstaten. Dit offensief heeft één slachtoffer geëist, te weten Luxemburg. In 2010 moest dat land de lucratieve ‘1929’ belastingvrijstelling voor Luxemburgse houdstervennootschappen definitief afschaffen. Via de band, van de EU, wist de OESO Luxemburg zover te krijgen: deze vrijstelling werd door de EU bestempeld als ongeoorloofde staatssteun. De eerste keer dat de EU dit wapen op belastinggebied inzette. Niet de laatste keer zoals we inmiddels weten. Luxemburg zit wederom voor het zelfde vergrijp in het beklaagdenbankje van de EU, nu vanwege een deal met Fiat. Net als Nederland, waarvan een deal met Starbucks ook tot verboden staatssteun is betiteld. Nederland en Luxemburg zijn hiertegen vorige week in beroep gegaan.

    Rechtszekerheid is goud waard

    Luxemburgs minister van Financiën, Pierre Gramegna, beschuldigt de EU ervan het zakelijk klimaat van Europa in gevaar te brengen door onzekerheid over belastingdeals te creëren. Volgens Gramegna is de rechtszekerheid in het geding.  Met het nodige dedain en nogal cynisch betitelt hij de juridische argumenten die de Europese commissie gebruikt als ‘innovatief’. Waarschijnlijk in de betekenis van absurd en onbegrijpelijk, omdat ze volgens Gramegna alle tot nu toe gebruikelijke transfer pricing-methodes ondermijnen. In zijn woorden lijkt door te klinken: waar bemoeien jullie je mee? Jullie hebben er helemaal geen verstand van! Dat laatste valt nog te bezien, de rechter zal daarover oordelen. Maar Gramegna heeft wel een punt als hij zegt dat rechtsonzekerheid fnuikend kan zijn voor de mondiale concurrentiepositie van Europa. Het eerste is echter een vraag van geheel andere orde.
    Zijn de regels voor verboden staatssteun wel het juiste middel om belastingdeals aan te pakken?
    Zijn de regels voor verboden staatssteun wel het juiste middel om belastingdeals aan te pakken? Of neemt de Europese Commissie hiermee niet teveel ruimte om in te grijpen in de soevereiniteit van een lidstaat? Meer dan dat we met de EU willen? Menig  EU-scepticus zal deze ingrepen als een frontale aanval op de soevereiniteit van een land zien, en als het zoveelste voorbeeld van EU bemoeizucht wegzetten. Luxemburg kiest nu in ieder geval voor rechtszekerheid als belangrijk internationaal concurrentiemiddel. Transparantie is het sleutelwoord. Luxemburg heeft haar bankgeheim afgeschaft, en het groot hertogdom is een voorloper gebleken op het gebied van spontane informatie uitwisseling bij belasting rulings. Geheime preferentiële afspraken, met op maat gemaakte belastingtarieven, zoals met Luxleaks boven water zijn gekomen, moeten tot het verleden gaan behoren. Selectieve voordeeltjes zal Luxemburg dus niet meer willen uitdelen. Dat hoeft ook niet meer, want Gramegna kondigde vorige week ook aan het algemene belastingtarief voor bedrijfswinsten drastisch te gaan verlagen. Over de gehele linie dus, voor iedereen die zijn activiteiten naar Luxemburg verplaatst. Ze lijken het voorbeeld van Ierland te volgen en koersen af op een nominaal tarief van iets boven het Ierse tarief van 12,5 procent.

    Early bird Luxemburg

    Cruciaal in deze belastingpropositie is het Luxfin 2020-plan. Luxemburg heeft meer te bieden dan alleen belastingvoordelen, zo stelt Gramegna. Als financieel centrum telt het zeker mee en het wil inzetten op innovatie op digitaal gebied en op consolidatie van de bestaande internationale financiële diensten. Luxemburg benadrukt geworteld te zijn in de EU, hiermee mogelijk hintend op de gevolgen van een Brexit, en uit te willen groeien tot de ‘EU Onshore Financial Hub of Reference’. Onshore klinkt beter dan het inmiddels besmette offshore, zo lijken ze te denken. Wat moeten wij hiervan denken? Zet Luxemburg een tweede race to the bottom in gang met nog verder dalende belastingtarieven? Gramegna geeft expliciet aan dat de voorgenomen tariefverlaging het directe gevolg is van het BEPS-project. De daarin opgenomen maatregelen tegen het verschuiven van winsten leiden tot hogere belastingopbrengsten en dat biedt staten de ruimte de tarieven weer te verlagen. Voor Luxemburg is dat extra voordelig. Kleine landen varen daar wel bij. Het is niet voor niets dat bijna alle belastingparadijzen ministaatjes zijn, vaak – zonnige - eilanden met een kleine bevolking, zoals de Kaaimaneilanden, Bermuda, Cyprus, maar ook – minder zonnige – eilanden als Ierland en de Kanaaleilanden Jersey en Guernsey. Voor dit soort kleinere staten, met een relatief kleine lokale economie, kost een algehele belastingverlaging de schatkist veel minder dan de extra belastingopbrengsten die internationale bedrijven meebrengen. En de potentie om internationale winsten met dat lage tarief aan te trekken is enorm.
    Per saldo profiteert Luxemburg waarschijnlijk zeer fors, zeker nu het land een first mover blijkt te zijn
    Per saldo profiteert Luxemburg waarschijnlijk zeer fors, zeker nu het land een first mover blijkt te zijn. Voor grote landen is dat veel moeilijker. Het verlies aan belastinginkomsten uit de lokale economie is dan zo groot dat de toevloed van internationale winsten en de belastingheffing daarover het saldo niet gauw positief zullen doen uitvallen. Toch mag verwacht worden dat Luxemburg niet het enige Europese land is dat met tariefverlaging bedrijvigheid zal trachten aan te trekken. Het BEPS-project lijkt dan zichzelf in de staart te gaan bijten.

    Nieuwe welvarende wereld-orde

    In plaats van minder belastingconcurrentie komt er dan toch meer belastingconcurrentie. Waar kleine welvarende landen daar doorgaans van kunnen profiteren en grote welvarende landen zich daartegen doorgaans wel zelf kunnen weren, geeft deze toegenomen belastingconcurrentie vooral druk op de niet welvarende landen. Hiermee krijgt het verwijt van de zich ontwikkelende landen en van de opkomende economieën dat het BEPS-project toch vooral geschreven is voor de belangen van de rijke OESO/G20 landen feitelijke onderbouwing. De inkt van de 15 actieplannen van het BEPS-project is nog niet droog of landen sorteren al voor op de wereld na invoering van BEPS. Luxemburg is er snel bij met een uitgewerkte strategie en een concreet plan om die strategie uit te voeren. Het uitbouwen van een financieel centrum is op zich een goede zaak en binnen de Europese verhoudingen past het. Wie is de volgende? Nederland? Komt er ook een AmFin 2020? Waarschijnlijk wel, althans iets vergelijkbaars. Binnen de Europese en trans-Atlantische setting zullen staten zich wel voegen naar de nieuwe concurrentieverhoudingen binnen het stelsel van internationale belastingheffing en daarin hun belangen veilig stellen. Het is daarbij wel de vraag of ontwikkelingslanden en opkomende economieën in Azië, Afrika en Zuid-Amerika ook beter uit zullen zijn in deze nieuwe wereldorde. Ik heb zo mijn twijfels.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Christiaan Vos

    Fiscaal-econoom, filosoof, gastdocent bij de UvA. Ervaren fiscalist, mede-oprichter van nachtclub Panama en DJ.

    Volg Christiaan Vos
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren