In de geitenmelkerij
© ANP/Rob Voss

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de situatie omtrent het coronavirus (SARS-CoV-2). In dit dossier verschijnen alle relevante artikelen en updates over de pandemie. Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

96 Artikelen

De epidemie ná Q-koorts en corona zal ons weer overrompelen

De overheid gaat voortvarend te werk in de coronapandemie, nu mensen elkaar besmetten. Veel voortvarender dan in de Q-koortsepidemie, toen duizenden mensen ziek werden door een bacterie uit geitenstallen. In dit artikel geven we antwoord op de vraag die dankzij corona actueler is dan ooit: wat hebben we geleerd van de Q-koortsepidemie? En hoe helpt die les ons bij de bestrijding van de corona-uitbraak?

Dit stuk in 1 minuut
  • Het duurde drie jaar voordat de overheid serieus in actie kwam om de Q-koortsepidemie in te dammen. De Nederlandse cultuur van zoeken naar consensus en bewaken van economische verworvenheden stond een sneller optreden in de weg.

  • Het a priori beschermen van de belangen van de agrarische sector zit ingebakken in het systeem. Zodra er dierziekten in het spel zijn, trekt het ministerie van Landbouw formeel aan het langste eind. Zelfs als zo’n dierziekte vooral mensen treft (zoals Q-koorts) staat Volksgezondheid op het tweede plan.

  • Ziektes als rundertuberculose en gekkekoeienziekte werden daardoor bestreden vanuit het perspectief van het beschermen van de export. Ook toen de salmonellabacterie slachtoffers maakte, en eieren besmet bleken met het schoonmaakmiddel fipronil, won de agrarische sector het van Volksgezondheid.

  • De echte test of de Nederlandse overheid wijzer is geworden van de Q-koortsepidemie moet nog komen. De grote uitdaging is niet de coronapandemie (met een virus dat mensen aan elkaar overbrengen) maar een volgende voor mensen besmettelijke ziekte uit de eigen veestapel. 

  • Volgens Miro Lucassen, de journalist die de Q-koortsaanpak onderzocht, schuilt hier het grootste gevaar: de intensieve veeteelt in verstedelijkt gebied. Zo krijgen bijvoorbeeld omwonenden van grote geitenstallen vaker longontsteking dan anderen. Lucassen hoopt dat de coronacrisis een zetje geeft om de balans tussen mens, dier en milieu te herstellen.

Dit artikel is het slotdeel van de reeks #PitchBrabant waarin het optreden van de overheid in de Q-koortsepidemie van 2007-2011 is onderzocht. Het publiek vroeg ons in de gezamenlijke pitch van FTM en Omroep Brabant het overheidshandelen rond de Q-koorts epidemie te onderzoeken. 

Lees verder

Het waait vast over – dat was lang de overheersende gedachte bij de Q-koortsuitbraak in Noord-Brabant, in 2007. Maar wat er verwaaide was juist de ziekteverwekkende bacterie Coxiella burnetii. Die ging met de wind alle kanten op; vanuit de geitenstal naar omwonenden en langsfietsende dagjesmensen. Pas nadat er duizenden mensen ziek waren geworden, riep de overheid, na lang treuzelen, in 2010 de epidemie een halt toe. Met drastische maatregelen: 50.000 geiten werden gedood en er kwam een programma voor het vaccineren van de dieren. Dat wordt tot op de dag van vandaag uitgevoerd.

Q-koortsbacterie (geel) in geïnfecteerde cel

Dat het zo lang moest duren voordat de overheid in actie kwam, is achteraf eenvoudig te verklaren. Aan de Nederlandse poldertafel werd de uitbraak eerst uitgebreid van alle zijden bekeken en becommentarieerd. De epidemie moest worden ingedamd, maar dan wel met een strategie die vooral breed kon worden gedragen en zonder schade voor de hoofdverdachte – de intensieve geitenhouderij. De bacterie polderde niet mee en trok haar eigen plan: voortplanten en verspreiden.

Met de aanpak van de corona-uitbraak gaat Nederland voortvarender te werk. Nu draait het debat eigenlijk vooral om het niveau van ingrijpen. Niet om de vraag of er wel moet worden ingegrepen. Betekent dit dat er is geleerd van de Q-koortsepidemie? Zijn we beter voorbereid op besmettelijke dierziekten? En wat gebeurt er als na deze pandemie een nieuwe zoönose uitbreekt?

Sluipenderwijs

Alfons Olde Loohuis, huisarts in het Brabantse dorp Herpen in de tijd dat Q-koorts begon, heeft er een hard hoofd in. Besmettelijke dierziekten komen meestal sluipenderwijs ons leefmilieu binnen. De vraag is hoe lang het duurt voordat de signalen worden herkend. ‘Toen we in 2008 gingen zoeken, ontdekte het Jeroen Bosch Ziekenhuis dat er al vanaf 2005 significant meer longontstekingen waren. Dat was Q-koorts. De ziekte was er al, maar niemand die het had gezien. Want in de praktijk van een longspecialist vallen een paar extra patiënten niet op.’


Mariet Paes, oud-bestuurder gezondheidszorg

"Het is nodig dat iemand het initiatief neemt, de kar trekt"

Mariet Paes, toen directeur van de Provinciale Raad Gezondheid in Brabant: ‘Er zal vooral weer iemand nodig zijn die het initiatief neemt, die de kar trekt. Covid-19 kreeg eind januari al de A-status, zodat melding van besmetting verplicht werd, en meteen quarantaine kon worden afgedwongen. Destijds duurde het bijna 3 jaar voordat boeren de verplichting kregen om de autoriteiten in te schakelen als bij hun geiten Q-koorts was geconstateerd.’ 

Geen TomTom

In die tussenliggende jaren lag het initiatief om in te grijpen bij zo veel verschillende mensen en organisaties dat er niets gebeurde. Ja, er werd overlegd en uiteraard is ook dat weer besproken en geëvalueerd. De regeringscommissie-Van Dijk kwam met aanbevelingen; de Nationale ombudsman bekritiseerde de afstandelijke omgang met burgers; de GGD Hart van Brabant registreerde de eigen machteloosheid; en het adviesbureau Boer & Croon deed verbetersuggesties voor de overlegstructuur.

Maar dat was allemaal wijsheid achteraf. Een nieuwe ziekte brengt nu eenmaal onzekerheid met zich mee. Artsen moeten hun kennis bijwerken en ook de autoriteiten begeven zich op onbekend terrein. Van een besmettelijke aandoening is de bron vaak lang onduidelijk. Waar komt ze vandaan? En over het treffen van maatregelen valt altijd te twisten. Want wat is dan de juiste strategie? Minister-president Rutte zegt hierover nu, in de coronacrisis: ‘Er is geen TomTom die aangeeft welke straat je moet inslaan.’ En: ‘Met 50 procent kennis moet je 100 procent besluiten nemen.’

Aan kennis over SARS-CoV-2 – de officiële naam van het virus – wordt sinds de uitbraak in China wereldwijd met man en macht gewerkt. Dat was heel anders bij de Q-koortsbacterie, die maakte een veel bescheidener entree. Maar uit de toen beperkt beschikbare kennis is wel duidelijk dat deze bacterie moet worden aangepakt bij de bron: op het erf van de boer. En dat is lastig in een politiek landschap met een kloof tussen de gezondheidszorg voor mensen en het belang van de veehouder.

Economische afwegingen

Medisch historicus Floor Haalboom beschrijft hoe volksgezondheidsexperts en de landbouwsector al sinds de negentiende eeuw strijden over de vraag wie het voor het zeggen heeft als mensen ziek worden van dieren. De uitkomst: het ministerie van Volksgezondheid gaat over de kwaliteit van dierlijke producten: het vlees, de eieren en de zuivel die voor mensen zijn bestemd. De agrarische sector en het ministerie van Landbouw gaan samen over de kwaliteit van het leven van dieren, en die van geïmporteerd veevoer. Economische afwegingen voeren hier de boventoon. 

Zo werden rundertuberculose (negentiende eeuw) en gekkekoeienziekte (twintigste eeuw) vanuit de agrarische sector vooral bestreden vanwege het gevaar voor de export van vlees en zuivel. Haalboom, docent-onderzoeker aan het Erasmus MC in Rotterdam: ‘Het is een politieke keuze: wat is een zaak van de overheid, en wat van het bedrijfsleven? Samenwerken onder het motto One Health – één geïntegreerde zorg voor mens, dier en milieu – lost niet alle problemen op. Botsende belangen zijn geen kwestie van uitwisseling tussen medische disciplines, maar van de vraag hoeveel ruimte het economische belang krijgt.’

Haalboom onderzocht voedselvergiftigingen door de salmonellabacterie tussen de jaren vijftig en jaren zeventig. Ook toen verloor de volksgezondheid. Ondanks de inzet van een batterij experts, met zowel dier- als volksgezondheidsdeskundigen. Haalboom: ‘Salmonella kwam bijvoorbeeld binnen via vismeel uit Peru dat als diervoer werd gebruikt, en het zat ook in ander diermeel. Artsen én dierenartsen maakten zich er druk over, onder andere in de Gezondheidsraad. De deskundigen wilden alle dierlijke meelproducten bij binnenkomst steriliseren. Daartegenover stonden het productschap Veevoeder, het Landbouwschap en het ministerie van Landbouw. Zij vonden sterilisatie onwerkbaar en te duur.’


Floor Haalboom, medisch historicus

"Nederland treft pas strikte maatregelen als de EU die afdwingt"

De agrarische lobby won het gevecht want die had de beste politieke contacten en liet de eigen experts consequent vraagtekens zetten bij de argumenten voor sterilisatie van diervoer: zou zo’n ingrijpende maatregel het probleem eigenlijk wel oplossen? Haalboom: ‘De mensen die zich inzetten voor de volksgezondheid moesten het hebben van wetenschappelijke argumenten, zij hadden geen goed georganiseerde belangengroep zoals het Landbouwschap. Toen duidelijk was dat bestrijding van salmonella bij de bron mislukte, zetten de autoriteiten hun kaarten op voorlichting over verstandige omgang met rauwe producten. Daarmee leg je de verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid bij de consument.’

Onder druk van voorschriften van de Europese Unie test de voedingsindustrie inmiddels haar grondstoffen op de salmonella. Nederland slaagt erin de bacterie terug te dringen, al blijft ze een relevante veroorzaker van voedselinfecties. De laatst bekende fatale besmettingen waren in 2012: acht doden door gerookte zalm

Schone kipproducten

Dat het ook anders kan, bewijzen Zweden, Finland, Noorwegen en Denemarken. Door intensieve bestrijdingsmiddelen is hun eierproductie vrijwel salmonellavrij – zo vrij dat de EU deze landen toestaat om hun productieketen te vrijwaren van import van salmonella uit andere lidstaten. Kipproducten van elders moeten bewijsbaar schoon zijn voordat ze er naartoe mogen. Haalboom: ‘Dat is dus zo’n politieke keuze. In Scandinavië treffen ze striktere maatregelen dan het Europese minimum. Nederland doet zoiets pas als de EU het afdwingt.’ 

Mede omdat de Nederlandse veehouderij alleen aan de minimumvereisten hoeft te voldoen, blijven de kosten laag en ontwikkelde ze zich tot wereldwijde exportkampioen. De agrarische sector staat, volgens de eigen cijfers, tweede op de wereldexportranglijst, achter de Verenigde Staten. Nederlandse boeren produceren dan ook grotendeels voor het buitenland. Overigens toonde Follow the Money onlangs nog aan dat op die economische koppositie wel wat valt af te dingen. Veehouders zijn – net als hun dieren – vooral productiemachines. De winst gaat grotendeels naar de leveranciers van veevoer, en naar de industriële verwerkers van vlees, zuivel en eieren.

In Nederland houdt de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht op de kwaliteit van agrarische producten. Dat was oorspronkelijk, sinds 1918, de taak van het ministerie van Volksgezondheid. Maar in 2003 werd de voedselkeuring, door het kabinet-Balkenende II, ondergebracht bij Landbouw. Daarna, in 2010, kwam ze terecht bij Economische Zaken. Sinds 2017 gaat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit er weer over. Toen was de kwaliteit van de NVWA al dramatisch verslechterd door jaren van bezuinigingen, privatisering en fusies. 

Fipronil in eieren

Het ministerie van Volksgezondheid kan de NVVA wel inspectie-opdrachten geven maar dat loopt niet altijd goed, zo bleek in 2017 toen in Nederlandse eieren het bestrijdingsmiddel Fipronil werd aangetroffen. De regering ziet er echter geen reden in om de onderlinge taakverdeling tussen Volksgezondheid en Landbouw te veranderen. De ministers Bruno Bruins (toen nog van Medische Zorg) en Carola Schouten (Landbouw) schrijven begin 2019 aan de Tweede Kamer dat ‘voedselveiligheid centraal’ staat bij hun beider departementen. Bij Volksgezondheid vanuit de bescherming van burger, en bij Landbouw ‘als onderdeel van de licence to produce van de gehele keten.’ Ze voegen eraan toe dat de ‘geconstateerde onduidelijkheden in de onderlinge verantwoordelijkheden’ worden opgelost, en dat hierover wordt gecommuniceerd ‘aan het bedrijfsleven en andere betrokken partijen.’ 

Het systeem zit zo nu eenmaal in elkaar: bij een besmettelijke dierziekte trekt Landbouw aan de touwtjes

Onduidelijkheid over onderlinge verantwoordelijkheden tussen Volksgezondheid en Landbouw speelt al een hoofdrol in de Q-koortsaanpak. Onderzoeker Floor Haalboom: ‘Beide kampen komen met eigen wetenschappelijke inzichten, feiten en argumenten.’ Maar het systeem zit nu eenmaal zo in elkaar dat de landbouwsector uiteindelijk toch aan de touwtjes trekt als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt. Het gevolg is dat er zeker 4026 mensen ziek worden en dat de bacterie volgens bloedonderzoek 50.000 tot 100.000 mensen heeft besmet bij wie de symptomen niet zijn herkend. 

Hoe kan het belang van gezondheid zo op het tweede plan raken? Haalboom: ‘Mijn verklaring is dat het belang van gezondheid meerdere kanten heeft. In politiek en beleid is vooral aandacht voor individuele gezondheid, zoals onderzoek naar kanker en alzheimer, of voor medisch-ethische kwesties. Onze collectieve gezondheid is in de neoliberale context meer een verantwoordelijkheid van bedrijven dan van de overheid en de politiek. Zo verliest de collectieve gezondheid aan belang, en is het ook moeilijk om preventief op te treden. De epidemiologie leert dat niet te voorspellen is welke ziekte groot gaat worden. Daarmee is het voor belanghebbenden ook niet mogelijk om zichzelf alvast te organiseren. Patiënten kunnen zich pas verenigen als ze ziek zijn geworden.’

Stikstofcrisis

De invloed van het economisch belang gaat nog wel een stapje verder, vindt Mariet Paes, destijds directeur van de Provinciale Raad Gezondheid Brabant. De kwaliteit van leven is evenzeer in gevaar doordat de landbouw het milieu verontreinigt en de natuur beschadigt. ‘Bij de stikstofcrisis hoor ik weer niets van het ministerie van Volksgezondheid. We lijken in Nederland wel handelingsverlegen bij onbekende, sectoroverstijgende problemen. Wat binnen de eigen sector blijft, of binnen een bestaand protocol, is goed geregeld. De aanpak van Q-koorts paste niet binnen de gangbare afspraken en daardoor is er veel fout gegaan.’ Voor de toekomst adviseert Paes: ‘De politiek moet niet alleen als het crisis is varen op gezondheidsexperts. Er moet een permanent preventief gezondheidsbeleid worden gevoerd, op basis van alle aanwezige kennis en ervaringen.’

Het belang van informatievoorziening lijkt tegenwoordig wel doorgedrongen tot de overheid, die elke ontwikkeling rond het coronavirus actief naar buiten brengt en een telefoonlijn heeft geopend voor vragen van het publiek. Dat was tijdens de Q-koorts wel anders, zegt Paes. ‘Het heeft mij destijds zeer gestoord dat er zo weinig aandacht was om patiënten te informeren, terwijl patiënten en inwoners van Brabant met vele vragen, angsten en onzekerheden zaten. Wat summiere informatie op een website van de GGD en het RIVM, dat was alles. Want patiënten kregen bij de meeste huisartsen ook nauwelijks informatie. Wij hebben toen tien provinciale voorlichtingsbijeenkomsten gehouden en daar kwamen ruim duizend mensen naartoe. Communicatie met de mensen die het aangaat, is van groot belang bij dit soort crises. Overheidsinstanties kunnen niet volstaan met verwijzen naar een website.’ 


Roel Coutinho, oud-directeur RIVM

"Steeds weer vroeg het ministerie van Landbouw of Q-koorts écht wel van geiten kwam"

Roel Coutinho, voormalig directeur Infectieziektebestrijding bij het RIVM, vindt het winst dat het publiek tegenwoordige beter wordt geïnformeerd. ‘Een advies van het Outbreak Management Team over een zoönose als het coronavirus gaat naar twee ministeries: Volksgezondheid en Landbouw. De Tweede Kamer krijgt de stukken, ze zijn toegankelijk voor de media en beide bewindslieden kunnen erop worden aangesproken. Als die er samen niet uitkomen, kunnen ze naar de minister-president. Het blijft natuurlijk zo dat Landbouw de economische gevolgen van maatregelen meeweegt. Jammer genoeg mocht je dat bij de Q-koortsuitbraak niet zeggen, maar dat was in mijn ervaring een motief achter het passief verzet. Steeds weer kwam bij Q-koorts de vraag van Landbouw of het wel écht de geiten waren. Op zich vind ik het logisch om ook aan de economie te denken: weegt de schade van een maatregel op tegen het gezondheidseffect? Maar wees daar dan duidelijk over. Helaas zijn politici geneigd om zich te verschuilen. Dat maakt mij niet optimistisch.’

Schuilende politici

Hoe kijken de bewindslieden van toen terug op de Q-koortsepidemie, die ze ook volgens de evaluatiecommissie-Van Dijk te terughoudend hebben aangepakt? 

Gerda Verburg was minister van Landbouw, en Ab Klink minister van Volksgezondheid. Verwachten zij dat Nederland anders zal handelen wanneer zich een opvolger aandient van een ziekte als Q-koorts, die beide beleidsterreinen bestrijkt? 

Follow the Money heeft het de twee CDA-politici uiteraard gevraagd. Klink, sinds 2014 lid van de directie van zorgverzekeraar VGZ, verkiest te zwijgen. Verburg, nu coördinator van het VN-voedselprogramma Scaling Up Nutrition, laat weten dat zij zich houdt aan de gewoonte om niet terug te komen op kwesties die onder de verantwoordelijkheid van haar opvolger vallen. 

Gelukkig hebben we de beelden nog, zoals de gefilmde verhoren bij de Nationale ombudsman. Daarin verdedigen Klink en Verburg met verve alles wat er onder hun supervisie is gedaan en nagelaten. Onenigheid tussen Landbouw en Volksgezondheid? Klink: ‘Er is nooit sprake geweest van het feit dat ik ooit het gevoel gehad heb dat mevrouw Verburg andere belangen diende dan ik of dat bij haar het economisch belang zou prevaleren boven een gezondheidsbelang.’

Informatieachterstand bij artsen en patiënten omdat de GGD’s geen adresgegevens kregen van besmette geitenboerderijen? Verburg: ‘Boeren betaalden voor de Gezondheidsdienst voor Dieren en dan geldt natuurlijk ook een zekere privacy.’

Slechts op één punt had de staat volgens haar sneller moeten handelen. Verburg erkent dat de plicht om aangifte te doen van een Q-koortsbesmetting bij dieren er sneller had moeten zijn. Maar dan neemt ze meteen gas terug: ‘Dat had sneller gemoeten, en dat had ook sneller gekund. Maar achteraf, had het verschil kunnen maken? Dan is het antwoord: zeer waarschijnlijk niet.’

En Klink: ‘Het feit dat [de bacterie] zo verraderlijk breed aanwezig was, was juist een enorme opgave [...]. Maar ik heb niet de neiging om te stellen dat dat een soort minimaliseringsoptie was, integendeel. Dat creëerde van meet af aan – vanaf 2007 tot en met 2009 – één grote cascade van nadenken. Wat zou het kunnen zijn? Waar? Hoe kunnen we het gaan specificeren en verbijzonderen? En wat zijn de aangrijpingspunten voor beleid?’

Minister-president Rutte wrong er in 2017, in een regionaal verkiezingsdebat, de belofte uit dat hij zich hard zou maken voor individuele compensatie van Q-koortspatiënten. Maar het in 2012 door de Ombudsman gevraagde ‘ruimhartige excuus’ kwam er niet. Rutte, tijdens dezelfde campagne: ‘Ik moet oppassen. Als ik in mijn functie één verkeerde zin gebruik, beken ik schuld en dat heeft dan weer financiële consequenties.’

 

Lees verder Inklappen

Thuiszorg en maaltijdvoorziening

Ook Jos van de Sande, oud-hoofd infectieziektebestrijding van de GGD Hart voor Brabant, betwijfelt of Nederland bij een volgende zoönose wel adequaat zal reageren. Het coronavirus is tot nog toe goed aangepakt, vindt hij. Maar bij corona spelen dan ook geen landbouwbelangen, en bij Q-koorts was dat wel zo. ‘Je ziet daarom dat de bestrijding van corona veel beter gaat, nu het geen zaak van twee ministeries is. Volksgezondheid weegt het economisch belang mee zonder tegendruk vanuit Landbouw. Ik ben het eens met de terughoudende aanpak. Je kunt veel striktere maatregelen nemen zoals in China, maar die kunnen op hun beurt weer onvoorziene risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Als je van alles stillegt, wat gebeurt er dan met thuiszorg en maaltijdvoorziening voor ouderen? Accepteert de bevolking dat of is er politie-inzet nodig? Elke maatregel heeft gevolgen en risico’s.’

Op lokaal niveau praten huisartsen en dierenartsen nauwelijks met elkaar

De echte test of er van Q-koorts is geleerd, is niet de coronapandemie maar een volgende uitbraak, van een ziekte die vanuit landbouwdieren overspringt naar mensen. Van de Sande: ‘De contacten tussen geneeskundige organisaties voor mensen en die voor dieren zijn tegenwoordig beter. Maar niet op lokaal niveau, daar praten huisartsen en dierenartsen nog altijd nauwelijks met elkaar.’ 

De Commissie-Van Dijk concludeerde in 2010 dat het ministerie van Volksgezondheid het voortouw zou moeten nemen bij een dierziekte die vooral mensen treft, zoals Q-koorts. Volksgezondheidsinstaties moeten verantwoordelijkheid nemen voor ‘het management van een eventuele crisis.’


Jos van de Sande, oud-directeur GGD

"Ministeries willen altijd een compromis, maar in een crisis is polderen niet de juiste aanpak"

Toch zal iedereen wel weer aan tafel gaan zitten, verwacht Van de Sande: ‘Ministeries willen altijd een compromis. Maar dat werkt niet in een crisissituatie. Je zou het moeten doen als in Engeland: een militaire structuur met doorzettingsmacht. Bij een crisis is polderen niet de juiste aanpak.’

Nog meer dreigingen

Nieuwe gezondheidscrises liggen alweer op de loer, zegt Alfons Olde Loohuis, de inmiddels gepensioneerde Herpense huisarts. ‘In een VPRO-filmpje zeg ik het zo: de pest deed er 4 jaar over om van China naar Europa te reizen. Een modern virus kan in 48 uur 18 miljoen mensen besmetten. Vanuit diep in Congo met een klein vliegtuig naar Kinshasa, daar internationaal naar andere delen van Afrika én naar Brussel en Parijs. Dan heb je een gigantische uitbraak, zeker als het een virus is met een incubatietijd van enkele dagen zoals het coronavirus.’

Klimaatverandering neemt toe, dus ook het risico op besmettelijke dierziektes 

Andere nieuwe ziekmakers hebben geen vliegtuig of cruiseschip nodig. Olde Loohuis: ‘In Europa klopt teken-encefalitis aan de deur, een virusziekte die via knaagdieren en tekenbeten op mensen wordt overgedragen.’ De derde Nederlandse patiënt die in de medische literatuur is beschreven, was in de zomer van 2017 tweemaal door een teek gebeten tijdens het wandelen op de Sallandse Heuvelrug, waar de besmetting ook bij wilde dieren is gevonden. Het aantal gevallen van hersenvliesontsteking door een tekenbeet is volgens de gezondheidsautoriteiten te laag om er specifiek voor te waarschuwen, of om er bevolkingsonderzoek naar te doen. In Duitsland gebeurt dat wel: vanaf 5 besmettingen per Landkreis. Het is een kwestie van tijd voordat dit ook in Nederland gebeurt, verwacht Olde Loohuis: ‘Het aantal teken neemt door de klimaatverandering fors toe, het risico dus ook.’

De tijgermug is ook een nieuwe ziekmaker. Hoewel RIVM het gevaar gering acht, heeft het insect dat knokkelkoorts, zikakoorts en chikungunya overbrengt van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit al een eigen meldpunt gekregen. Kan geen kwaad, denkt Olde Loohuis. Maar er komt méér aan. ‘Tien jaar geleden voorspelde ik in een simulatiespel voor artsen in opleiding dat in 2020 het westnijlvirus in Nederland zou arriveren. We zien dat nu al in Duitsland en Italië. Het is vanuit het stroomgebied van de Nijl met vogels hierheen gekomen, de gewone steekmug pikt het virus uit de uitwerpselen en brengt het naar de mens. Niets bijzonders, wel schadelijk. Gelukkig is westnijlziekte minder heftig dan Q-koorts, maar gaan we de signalen van een uitbraak tijdig zien? In hun opleiding leren zorgprofessionals onvoldoende om al vroeg rekening te houden met de mogelijkheid van een nieuwe epidemische ziekte. Daarom ga ik als gepensioneerde nog steeds rond.’

Zeker is: na Q-koorts en na corona komt er weer een van dieren afkomstige ziekte die de samenleving overhoop gooit. De vraag is alleen: wanneer?


Richard van den Akker, ervaringsdeskundige Q-koorts

"We mogen eerlijk gezegd wel stellen dat er niet genoeg van Q-koorts is geleerd"

Richard van den Akker uit het Brabantse Schijndel bracht in september 2019 het onderwerp Q-koorts in voor de #PitchBrabant. Hij vroeg Follow the Money onderzoek te doen naar de ‘totaal verkeerde’ aanpak van de epidemie. Daarmee is volgens hem van alles fout gegaan. Hij ziet in de corona-uitbraak opnieuw een overheid die wachtte met optreden totdat de uitbraak ernstiger was geworden dan nodig. ‘De houding van de RIVM en de overheid was tot in de eerste week van maart dat de situatie ‘werd bewaakt’ en ‘onder controle’ was. Inmiddels weten we dat dit niet klopte, en worden er gelukkig keiharde en pijnlijke maatregelen getroffen. De vraag is of dat niet beter een paar weken eerder had moeten gebeuren. En vooral of de overheid wel voldoende alert was op het herkennen van de eerste besmettingen.’ 

Keiharde maatregelen

Van den Akker, destijds zelf door Q-koorts getroffen, stuurde Follow the Money een uitgebreide reactie op onze artikelenreeks over de aanpak van de uitbraak. ‘Eén van mijn belangrijkste onderzoeksvragen betrof of er voldoende geleerd is over het gevaar voor een epidemie. We mogen eerlijk gezegd wel stellen (zoals dr Coutinho al in 2016 waarschuwde) dat dit niet het geval is.’ 

Twee andere lessen volgens Van den Akker: de noodzaak om slachtoffers te compenseren en de aanpak van intensieve veehouderij in de leefomgeving. ‘Niet voor niets noemt dr. Alfons Olde Loohuis, nu een vooraanstaand deskundige van patiëntenorganisatie Q-Support, de regio Brabant Klein China, daarmee doelend op de hoge concentraties van landbouwdieren en mensen, en op het risico van onderlinge besmettingen.’

Ook Bert Brunninkhuis, voorzitter van patiëntenorganisatie Q-uestion, ziet in zijn provincie Noord-Brabant het boerenbelang nog altijd winnen van het gezondheidsbelang. ‘Niemand lijkt te leren van Q-koorts, de grootste menselijke tragedie in Nederland sinds de watersnoodramp van 1953. Brabant is op elke kaart inktzwart gekleurd. De lucht is er smerig en ongezond. Je moet als overheid het zekere voor het onzekere nemen bij onduidelijke ziektes, maar die voorzorg ontbreekt nog steeds. En als er dan wat gebeurt, is vijf jaar wachten op echte maatregelen onrechtvaardig, onrechtmatig en schadelijk voor iedereen.’


Bert Brunninkhuis, Q-uestion

"Q-koorts is de grootste tragedie sinds de Watersnoodramp, maar niemand lijkt ervan te leren"

Journalistieke lessen 

Een pitch als aanleiding voor journalistiek onderzoek kan een onderwerp opleveren dat al meerdere keren is beschreven. Toen ik in oktober 2019 met Omroep Brabant begon aan de research van de Q-koortsepidemie van 2007 tot 2011, anticipeerden we op een paar artikelen met nuances en details. Belangrijk, maar niet schokkend. 

Er bleek toch meer aan de hand. Q-koorts is teruggedrongen, maar veel slachtoffers kampen nog steeds met de gevolgen en zij voelen zich onvoldoende gecompenseerd. Degenen met chronische Q-koorts weten dat zij grote kans lopen op vroegtijdig overlijden, de patiënten met Q-koortsvermoeidheidssyndroom hebben geen uitzicht op herstel. Hun lot staat in schril contrast tot de geitenhouders, die eerst met een effectieve lobby overheidsmaatregelen wisten uit te stellen, en vervolgens – heel snel – hun economische schade vergoed kregen.

Q-koorts is maar één van de symptomen van de gezondheidsrisico’s van intensieve veeteelt, constateerden we. De stallen – waarin veel dieren dicht op elkaar leven – kunnen een broeinest van andere ziekten zijn, zoals de gevreesde vogelgriep. 

De geitenhouderij kon na de ‘ruimingen’ in 2010 en de ingevoerde vaccinatieplicht onbelemmerd doorgroeien. Ook nadat er herhaaldelijk wetenschappelijke informatie beschikbaar kwam over een ernstig verhoogd risico op longontsteking rond deze boerderijen. Opnieuw wist de lobby van geitenboeren vraagtekens te zetten bij de onderzoeksresultaten. Pas in juli 2017 kwamen Noord-Brabant en Gelderland met een vestigings- en uitbreidingsverbod voor grote geitenhouderijen. Andere provincies volgden dat voorbeeld, maar de sector groeide niettemin door. Omdat landelijk beleid ontbreekt, kunnen de provinciale autoriteiten – als ze dat al willen – er weinig tegen doen.

Zwaarbeladen vrachtwagens

En toen kwam Covid-19. Een andere ziekte, met een andere infectiebron, maar ook een die zich manifesteert in de longen. Beide infecties zijn het gevolg van de manier waarop mensen omgaan met dieren. We verhandelen ze dichtbij elkaar op markten, we slepen ze honderden of duizenden kilometers in zwaarbeladen vrachtwagens, we beschouwen ze als een productiemiddel zonder veel aandacht te hebben voor hun welzijn. Zo creëren we zelf de ideale omstandigheden voor virussen en bacteriën die ons eigen bestaan bedreigen. 

In ons onderzoek groeiden Q-koorts en corona naar elkaar toe

Corona treft vooral dichtbevolkte gebieden met veel veeteelt en een hoog gehalte aan fijnstof in de atmosfeer, dat is zichtbaar in de provincie Noord-Brabant maar ook in Noord-Italië. Mogelijk zijn de inwoners van deze gebieden extra kwetsbaar doordat hun longkwaliteit toch al onder druk staat. Verder zijn er voorzichtige aanwijzingen dat het coronavirus niet alleen via hoesten en niezen wordt overgebracht, maar ook meelift op fijnstof. Zo groeiden in ons onderzoek Q-koorts en corona naar elkaar toe.

De overheid en de vleesindustrie lijken nog altijd niet te willen weten welke risico’s ze nemen door het toestaan van intensieve veeteelt in de woonomgeving van mensen. Op 24 april verscheen het jongste onderzoeksrapport over de relatie tussen geitenfarms en longontsteking in Gelderland, Overijssel en Utrecht. Dit bevestigt eerdere studies in Limburg en Brabant: wonen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij met 51 dieren of meer verhoogt het gevaar van longontsteking. Volgens het RIVM treft dit gevaar maar liefst 1,7 miljoen mensen in Nederland.

Het kabinet wil weten waarom er rond geitenboerderijen meer longontstekingen optreden. Dit moet medio 2022 blijken uit verder onderzoek. De ministers Martin van Rijn (Volksgezondheid) en Carola Schouten (Landbouw) scharen zich wel achter de vestigings- en uitbreidingsverboden: ‘Mede in het licht van de onderzoeksresultaten ondersteunen wij dit door de provincies ingezette beleid.’

Besmette nertsen

Misschien is het een eerste stap naar het trekken van de belangrijkste les uit de Q-koortsepidemie: intensieve veeteelt hoort niet thuis in bewoond gebied, gewoon omdat ziektes te makkelijk overspringen tussen dieren en mensen, in beide richtingen. De nertsen op de boerderijen in de Brabantse Peel, die vermoedelijk via het personeel het coronavirus opliepen, zijn het zoveelste voorbeeld van een onvoorziene besmetting. Al hadden we ook dat risico kunnen zien aankomen, gezien eerdere ervaringen met het verwante SARS-virus.

Wie een gevaarlijke ziekte wil beperken, moet om te beginnen alle relevante gegevens proberen te bemachtigen en informatie onder ogen willen zien. Zelfs nu er opnieuw – met de Q-koortsepidemie nog vers in het geheugen – rond geitenboerderijen een bescheiden maar onaangename golf aan longontstekingen valt waar te nemen, hebben de verantwoordelijke autoriteiten onvoldoende aandacht voor de kwetsbare relatie tussen gezondheid, intensieve geitenhouderij en milieu. 

Het coronavirus beweegt zich in dezelfde driehoeksrelatie: mens, dier en milieu. Dit zou hét signaal moeten zijn: een overtuigende aansporing om het evenwicht te herstellen – tenzij we ons liever nogmaals laten overrompelen door een bacterie of virus.

Miro Lucassen
Miro Lucassen
Fileert voor FTM kwesties rond lokaal bestuur en houdt ervan om ingewikkelde zaken terug te brengen tot de kern.
Gevolgd door 327 leden