Volksgezondheid in gevaar door landbouwsubsidies

Amerikaans onderzoek wijst op een verband tussen landbouwsubsidies en het eten van ongezond voedsel. Tegelijkertijd is de Europese boeren opnieuw een steunpakket van 500 miljoen beloofd. Zijn die miljoenen voor melk en vlees wel verstandig? En welke rol spelen de supermarkten eigenlijk?

‘Landbouwsubsidies maken ons dik,’ zo luidt de strekking van een Amerikaans onderzoek gepubliceerd in JAMA Internal Medicine. Volgens de auteurs gaat het om de overheidssubsidies op agrarische producten, zoals soja, mais, melk, sorghum, graan en vlees. Die grondstoffen zijn essentieel voor een heel winkelmandje aan bewerkte levensmiddelen: soja zit onder andere in frituurolie, van mais wordt corn syrup gemaakt en zonder melk zijn er geen zuivelproducten. Sorghum, graan en soja zijn daarnaast onmisbaar in diervoeding en daarmee voor de productie van vlees.

Het consumeren van deze bewerkte levensmiddelen geeft een grotere kans op hart- en vaatziekten en diabetes, aldus de wetenschappers achter het onderzoek. Ze bekeken daarvoor het eetpatroon van 10.000 Amerikanen en zagen een verband tussen de aandoeningen, het eten van het bewerkte voedsel en het verstrekken van landbouwsubsidies aan boeren. Ze concluderen: ‘Een betere afstemming van het landbouw- en voedingsbeleid kan mogelijk een verbetering opleveren van de volksgezondheid.’

Bewerkt etenswaar

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) rapporteerde in 2014 al iets vergelijkbaars over het gevaar van dergelijke etenswaren: ‘De overvloedige consumptie van verwerkte producten die veel suiker, zout en ongezonde vetten bevatten, vormt een niet minder grote bedreiging voor de volksgezondheid dan veel andere stoffen waarvoor vanuit voedselveiligheidsoverwegingen grenswaarden zijn vastgesteld.’

‘Een betere afstemming van het landbouw- en voedingsbeleid kan mogelijk een verbetering opleveren van de volksgezondheid'

Het leidt volgens de WRR tot: ‘Overgewicht en in extremere gevallen tot obesitas, met als gevolg verhoogde risico’s op hart- en vaatziekten, diabetes-2 en bepaalde vormen van kanker. De genoemde ingrediënten [suiker, zout en ongezonde vetten, red.] worden voor een belangrijk deel ingenomen via verwerkte producten en samengestelde voedingsmiddelen en dranken.’

Prikkel voor overproductie

Foute boel dus, die landbouwsubsidies. En het is niet alleen een Amerikaanse kwestie. Ook in Europa worden, als onderdeel van het Europese landbouwbeleid, op grote schaal landbouwsubsidies verstrekt. Onlangs nog, op 18 juli, besloot de Europese Commissaris voor Landbouw, Phil Hogan, om 500 miljoen euro uit te trekken voor het steunen van Europese boeren. Het geld gaat vooral naar de melkvee- en varkenshouders. Het bedrag komt bovenop de 500 miljoen euro die Hogan in september al ter beschikking stelde. Nationale overheden mogen bovendien op eigen houtje de steun aan boeren nog wat verder verhogen.


Tracie McMillan

"Wat het onderzoek niet laat zien, is in hoeverre de landbouwsubsidies mensen daadwerkelijk aanzetten tot het eten van de bewerkte levensmiddelen"

Landbouwsubsidies zijn bedacht om boeren tegemoet te komen in lastige tijden, bijvoorbeeld door misoogsten of als de marktprijzen heel laag liggen. Dat voorkomt dat boeren en masse failliet gaan en garandeert zo voedselzekerheid voor de bevolking. Vaak worden de subsidies ingezet om een minimumprijs voor de boeren per product te garanderen. ‘Dit werkt overproductie in de hand,’ schrijft de Amerikaanse journaliste Tracie McMillan in een recent artikel voor National Geographic. ‘Voor boeren is het een prikkel om zoveel mogelijk te produceren; ze krijgen betaald, of ze de producten nu kwijt kunnen of niet.’

McMillan, die eerder het boek The American Way of Eating publiceerde, probeert in haar artikel gaten te slaan in het Amerikaanse onderzoek naar de effecten van landbouwsubsidies op de volksgezondheid: ‘Wat het onderzoek niet laat zien, is in hoeverre de landbouwsubsidies mensen daadwerkelijk aanzetten tot het eten van de bewerkte levensmiddelen,’ schrijft ze. De grote hoeveelheden ongezonde calorieën die dit beleid oplevert, kunnen gemakkelijk en goedkoop worden gekocht in supermarkten. ‘Maar,’ zo citeert McMillan in haar artikel een voedingsdeskundige, ‘subsidies voor boeren hebben waarschijnlijk niet veel impact op de prijzen in de supermarkt. Dit komt doordat het aandeel van de prijs die boeren ontvangen voor de supermarktproducten, heel laag is.’

Supermarktmacht

Heeft McMillan daarmee een punt? Op het eerste gezicht wel — boeren verdienen in verhouding inderdaad minder dan de producenten en leveranciers van het eindproduct — maar uiteindelijk overtuigt haar argumentatie niet. Landbouwsubsidies beïnvloeden wellicht niet direct de prijzen in de supermarkten, maar een goedkoop en doorlopend aanbod van bepaalde agrarische gewassen kan wel degelijk het aanbod in die supermarkten beïnvloeden. Daar zullen die supermarkten niet snel iets aan veranderen. De WRR schrijft hierover: ‘Door de prijsconcurrentie op de consumentenmarkt wordt [door supermarkten, red.] onvoldoende rekening gehouden met sociale en milieueffecten. Supermarkten voelen de prijsdruk of de zorg van consumenten over voedselveiligheid sterker dan de druk die de natuur of de omgeving op boeren legt.’

Volgens de WRR speelt de machtige positie van supermarkten bij de inkoop een belangrijke rol in de samenstelling van het aanbod 

Dit is ook terug te zien in allerlei ontmoedigingsinitiatieven, zoals de vernieuwde Schijf van Vijf met daarop het advies om minder zuivel- en vleesproducten te consumeren. Het mag allemaal niet echt baten, zo blijft bijvoorbeeld vlees historisch gezien spotgoedkoop. Sla de huidige bonus-, week-, seizoens- en jaaraanbiedingen er maar op na.

Volgens de WRR speelt de machtige positie van supermarkten daarbij een belangrijke rol: ‘De inkoopmacht van de supermarkten kan leiden tot uitval van leveranciers, tot minder innovatie en tot een afname van kwaliteit en variatie.’ De problematische kant hiervan kwam al eerder aan bod bij Follow the Money. In een interview omschreef EU-rapporteur Igor Šarmír de supermarkten in steeds meer regio’s in Europa als ‘too big to fail’.

"De belastingbetaler krijgt de rekening twee keer gepresenteerd: eerst via subsidies, daarna door hogere zorgkosten als gevolg van overconsumptie"

Wie is verantwoordelijk?

De Europese landbouwsubsidies à 500 miljoen euro kunnen misschien veel melkvee- en veehouders redden van de ondergang. Die melkboeren zaten al in zwaar weer door het recentelijk afschaffen van het Europese melkquotum. Overal schoot de productie omhoog, met lagere melkprijzen als gevolg. Nu worden die boeren dus te hulp geschoten met honderden miljoenen euro’s.

Is die redding met belastinggeld verstandig met het oog op de impact van overmatige zuivel- en vleesconsumptie op onze volksgezondheid? Of moeten we de schuld voor het lekker goedkope en ongezonde aanbod leggen bij de supermarkten? Of de naar koopjesjagende consument?

Uiteindelijk zijn we natuurlijk zelf verantwoordelijk voor wat we in ons mandje mikken, maar dat er iets moet veranderen staat buiten kijf. Bewerkte levensmiddelen vol suiker, conserveermiddelen, vet en residuën van landbouwgif leiden tot overgewicht en gezondsheidsklachten, met almaar stijgende zorgkosten als gevolg. De werkelijke kosten van goedkoop bewerkt voedsel zijn aanzienlijk hoger dan de winkelprijs. De belastingbetaler krijgt de rekening twee keer gepresenteerd: eerst via subsidies, daarna door hogere zorgkosten als gevolg van overconsumptie.

True cost pricing is een van de thema's waar de redactie de komende tijd aandacht aan zal besteden.