© Roorda Schrijf mee 7

Een duurzame economie

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws is dat dat mogelijk is, als de economie een echte wetenschap wordt. Maar daar is nogal wat voor nodig. Een omslag in denken, om te beginnen. En een boek. Lees meer

Onze wereld wordt geteisterd door grote structurele problemen. Klimaatverandering, armoede, instortende economieën, om er een paar te noemen. We beschikken over tal van middelen om deze op te lossen. Dat de problemen desondanks blijven bestaan, is volgens wetenschapper Niko Roorda een kwestie van economie. Vrijwel alle grote tragedies in de wereld, meent hij, zijn er doordat we economisch gezien niet begrijpen wat we doen. We moeten toe naar een economisch systeem dat intrinsiek duurzaam is, en hebben een economische wetenschap nodig die dat ontwerpt en invoert. Hierover schrijft Niko Roorda zijn nieuwste boek, en dat wil hij samen met de lezers van FTM doen.

55 Artikelen

Voor geld betalen we een hoge prijs

Schreef hij eindelijk over geld, en prompt werd Niko Roorda door FTM-lezers op zijn vingers getikt. Dat deed even pijn, maar hij schrijft gewoon door aan zijn boekproject. Ook in dit deel gaat het over het slijk der aarde. Wat kun je daar eigenlijk mee? En waarom is geld zo'n emotioneel beladen onderwerp? Schrijf mee.

 

Wat vooraf ging...

Tjonge, dat was een stevige discussie. Mijn vorige aflevering riep heel wat bezwaren op. Een aantal daarvan gegrond, andere naar ik vermoed toch wat minder. Het multiplier effect bestaat niet en heeft nooit bestaan, volgens sommigen. Anderen stellen dat het wel bestond maar nu niet meer, of dat het effect wel bestaat maar dat de achterliggende theorie niet klopt. De discussie lijkt onder meer te gaan over de vraag of de banken nu wel of niet reserves moeten aanhouden, en of via die reserves de multiplier wordt gestimuleerd door de centrale banken (“nee”, is de conclusie, hetgeen komt overeen met wat ik schreef).

Ik heb het nog eens even opgezocht. In een aantal landen zijn beperkingen in de vorm van minimum reserves afgeschaft. Maar in de EU, toch geen kleine economie, bestaan ze nog luid en duidelijk. Zoals blijkt op de site van de Europese Centrale Bank, waren de banken in de eurozone in februari en half maart 2018 verplicht om samen een bedrag van 123,863 miljard euro in reserve te houden, en dat is meer dan in de maand ervoor.

Wat dat betekent voor begrippen zoals multiplyer effect, fractional-reserve banking, kapitaal- en liquiditeitsratio: ik ga daarop terugkomen, maar niet heel snel. Het is me uit de commentaren duidelijk geworden dat mijn aflevering van de vorige keer op bepaalde punten niet klopt. Voordat ik de tekst (en de figuren, waar nodig) ga aanpassen, wil ik eerst alles nog eens goed uitzoeken, niet alleen aan de hand van literatuur, maar ook via gesprekken. Via Skype en email heb ik inmiddels ook al waardevolle adviezen ontvangen: hartelijk bedankt, Frans Doorman, Thomas Bollen, Martijn Jeroen van der Linden en Edgar Wortmann.

Nuttig is zeker ook het overzicht dat Anton in het forum plaatste op 20 maart. Dank daarvoor.

Ik heb in het forum een uitnodiging gezet voor forumleden om over het onderwerp eens een bijeenkomst op te zetten, in mijn kantoor of ergens in het midden van het land. Een paar mensen hebben daarop positief gereageerd, een paar anderen overwegen het. De uitnodiging staat nog steeds open, dus als je wilt meedoen, dan ben je welkom: stuur me dan een emailtje. Mijn gegevens vind je hier

Nu het zo te zien gaat om een bijstelling met grotere effecten, heb je er na alle hevige discussies recht op om de bijgestelde tekst te zien als die klaar is

Ook met anderen ga ik in overleg. De gesprekken zullen ertoe leiden dat ik binnenkort een bijgestelde versie van paragraaf 2.5 ga maken. Nu is het niet mijn gewoonte om de eerdere paragrafen, nadat ik met behulp van aanwijzingen van forumleden (en anderen) bescheiden bijstellingen heb aangebracht, de ge-updatete tekst opnieuw aan je te doen toekomen. Sowieso kan ik natuurlijk de oorspronkelijk geposte aflevering niet wijzigen, want dat zou geschiedvervalsing zijn; dus de wijzigingen worden pas openbaar zichtbaar als het complete boek, na voltooiing, gepubliceerd wordt.

Maar nu het zo te zien gaat om een bijstelling met grotere effecten, vind ik wel dat je er na alle hevige discussies recht op hebt om de bijgestelde tekst te zien te krijgen, nadat die klaar is. Hoe ik dat ga doen weet ik nog niet: ik zal t.z.t. met de redactie van FtM overleggen. Maar in welke vorm ook, ik zeg je de bijgestelde versie toe. Nog niet heel snel, want ik heb er tijd voor nodig tussen mijn andere werkzaamheden door.

Eén wijziging kan ik alvast toezeggen. Ik begin paragraaf 2.5 met een verhaaltje in de vorm van een case over de fictieve mevrouw Beekman die gouden munten naar de Breedbank brengt. Zoals ik het schreef, lijkt het alsof dat een gebeurtenis is die recent plaatsvond. Nu is dat natuurlijk niet onmogelijk: er worden nog steeds gouden munten geslagen, en die zijn zelfs nog altijd wettig betaalmiddel. Maar een dergelijke storting is toch wel hoogst ongebruikelijk geworden. Bovendien zijn de hedendaagse banken niet echt meer afhankelijk van zulke deposito’s om voldoende vermogen op te bouwen om een banklicentie te verkrijgen of behouden, en dus geld te mogen uitlenen. Ik bedoelde dat deze storting in het verleden plaatsvond, wat bleek uit de verwijzing naar een afbeelding van een bankbiljet uit 1875, geplaatst in de aflevering van 16 februari. Dat was de lezers niet echt opgevallen, en dat is achteraf logisch. Ik zal dat verduidelijken. Of ik daarmee alle forumleden tevreden ga stellen betwijfel ik, maar je kunt het zien als een kleine stap in een intensiever proces van bezinnen op de tekst.

Maar nu het volgende gedeelte. Ik kondigde het al aan: er volgt nog een definitie van ‘geld’. De laatste, in ieder geval voorlopig.

2.6. Alle functies van geld

Je hebt hier al heel wat definities van geld gezien in de afleveringen van 16 februari, 2 maart en 16 maart. Maar nog niet de zeer pragmatische definitie van Stiglitz & Walsh:

‘Geld’ is wat geld doet.

Dat roept natuurlijk de vraag op, wat geld dan wel precies doet. Met andere woorden, wat de functies van geld zijn.

Het formele antwoord wordt gegeven in ieder compleet leerboek over macro-economie of financiën. Voorbeelden zijn de boeken van Heylen en van Stiglitz & Walsh . De drie officieel erkende functies zijn:

‘Geld’ is:

   1. Een rekeneenheid voor de relatieve waarde van goederen en diensten.

   2. Een betaal- en ruilmiddel.

   3. Een spaarmiddel, ook wel genoemd oppotmiddel, ten behoeve van uitgesteld bestedingsgedrag.

Aldus de leerboeken. Maar: die boeken zijn verre van volledig. Er zijn aardig wat andere functies die geld ook bekleedt. Buiten de boeken, in het echte leven. Eventueel, als je de betiteling ‘functie’ daarvoor te formeel vindt, kun je altijd nog terugvallen op de pragmatische benadering over wat geld ‘doet’ en dus ‘is’. Bijvoorbeeld de volgende drie à vier:

‘Geld’ is ook:

   4. Een middel om rijk te worden (liefst rijker dan de anderen) en rijk te blijven.

   5. Een middel om macht en invloed te verwerven en te behouden.

   6. Een middel om status te bezitten. Om te pronken, om personen van het andere (of hetzelfde) geslacht te imponeren,           om je belangrijk te voelen, om méér te zijn dan de buren.

En als gevolg daarvan is geld bovendien:

   7. Een doel op zich.

Deze drie of vier functies van geld hangen rechtstreeks met elkaar samen. Wie rijk is (geboren of geworden), heeft een meer dan gemiddelde kans om later nog steeds rijk te zijn of zelfs nog rijker – en die eigenschap aan de kinderen door te geven. Rijkdom geeft macht, en die macht versterkt de kans om rijkdom te vergaren. Macht erotiseert. Geld erotiseert eveneens. Rijkdom en macht hebben onderling een positieve terugkoppeling, een zelf- en wederzijds versterkend effect dus. Een paar van deze mechanismen worden hieronder (in figuur 2.22) getoond.

Daar tegenover veroorzaakt ook armoede een positieve feedback: wie arm is, heeft een meer dan gemiddelde kans om arm te blijven of zelfs nog armer te worden – en die eigenschap aan de kinderen door te geven. Ook van deze terugkoppeling worden een paar causale relaties getoond in figuur 2.22, waarin de plustekens een positieve causaliteit aangeven en de mintekens een negatieve. Als voorbeeld: armoede veroorzaakt in bijna alle landen een slechtere of zelfs géén scholing. Aangezien een goede scholing gemiddeld tot meer inkomen leidt (vandaar de ‘+’ die de beide vakjes verbindt), maakt een gebrek aan scholing de kans op een behoorlijk inkomen kleiner. Een behoorlijk inkomen doet de armoede afnemen (een ‘-‘ in de figuur), maar een slecht inkomen veroorzaakt méér armoede. Lus nummer 2 bestaat uit ‘min x plus x min’, wat samen een plusteken oplevert: de lus zorgt voor positieve feedback, dus armoede versterkt zichzelf.

Rijk maakt rijker, arm maakt armer. Dat dit principe geen fictie is, blijkt uit gedegen onderzoek, zowel op de kortere als op de lange termijn. Dat laatste werd bevestigd door een internationaal onderzoek onder leiding van Tim Kohler, waarvan de uitkomsten laten zien dat de ongelijkheid tussen rijk en arm al tienduizend jaar lang een stijgende trend vertoont. Die ongelijkheid wordt uitgedrukt in de GINI-coëfficiënt, die theoretisch kan variëren tussen 0 (volstrekte gelijkheid: iedereen even rijk) en 1 (maximale ongelijkheid: alles is eigendom van één persoon). Op basis van archeologische vondsten concludeerden Kohler en zijn collega’s dat de coëfficiënt in het neolithicum een waarde had van circa 0,17. Als gevolg van de eerste kleinschalige landbouw, die leidde tot vaste nederzettingen en dus tot meer bezit, steeg dat tot 0,25 en vervolgens, toen de veestapels groeiden, tot 0,35. In de Middeleeuwen nam de macht van adel en geestelijkheid toe en groeide de klasse van de landloze boeren, waarbij de ongelijkheid groeide tot 0,56. (Deze getallen betreffen de vermogensongelijkheid, niet de inkomensongelijkheid.) In de moderne tijd heeft de GINI-coëfficiënt volgens de financiële instelling Allianz SE waarden als 0,53 (China); 0,64 (Nederland); 0,73 (Brazilië); en de hoogste waarde: 0,81 (Verenigde Staten).

"Rijk maakt rijker, arm maakt armer"

Op de kortere termijn stijgt de ongelijkheid natuurlijk niet voortdurend: er zijn fluctuaties te zien in de loop der jaren, zowel voor wat betreft de ongelijkheid binnen als tussen landen. Maar sinds circa 1980 is er een snelle groei van de ongelijkheid. Daarop wordt onder meer gewezen in het boek Le Capital au XXIe siècle van de Fransman Thomas Piketty dat veel aandacht trok. Op basis van grote hoeveelheden waarnemingsgegevens bewees de auteur dat het rendement op vermogen hoger is dan het rendement op arbeid, wat een nette formulering is van het principe ‘rijk maakt rijker’.

De gevolgen zijn dramatisch en pervers. In 2008, rond het begin van de Great Recession, werd gemeld:

Perversiteit

In 2006 steeg het gemiddelde inkomen van CEO’s naar $10.544.470, volgens een onderzoek van Associated Press onder de Standard & Poor’s S&P500-bedrijven. Dat is 344 maal het salaris van een doorsnee Amerikaanse werknemer.

In 2007 was het inkomen van CEO’s gemiddeld 866 maal het minimumloon van hun personeel.

 

In 2016, ruim na de Great Recession, was de ongelijkheid niet bepaald afgenomen. De klasse der megarijken werd megarijker:

Perversiteit

De 62 rijkste mensen bezitten evenveel als de armste 3,5 miljard mensen op aarde.

 

In de Verenigde Staten bezit de rijkste 1% van de mensen 41,8% van alle eigendommen, terwijl de armste 90% slechts 22,8% bezit.

 

In 2017:

Perversiteit

De 500 rijkste mensen werden in 2017 23% rijker.

 

En het gaat maar door: het World Inequality Report 2018 laat zien dat de ongelijkheid wereldwijd op een absoluut record is aangeland.

De gevolgen voor de allerarmsten zijn gruwelijk. De ultieme vorm van armoede is slavernij, want slaven bezitten helemaal niets, zelfs niet hun eigen lichaam of hun zelfbeschikkingsrecht. Gelukkig bestaat slavernij in geen enkel land meer. Weet u wanneer de slavernij wereldwijd werd afgeschaft? In Nederland gebeurde dat geleidelijk, als laatste op het eiland Samosir in Nederlands Oost-Indië in 1914. De VS schaften de slavernij al eerder af: in 1863, althans in de noordelijke staten. Het laatste land dat de slavernij in de ban deed was Mauritanië, in 1981. Of…

Perversiteit

In 2017 zijn er 40 miljoen slaven in de wereld.

 

Slavernij in 2017: het is te gek voor woorden. Al deze feiten bewijzen keihard: rijk maakt rijker, schatrijk maakt nog veel rijker, maar arm maakt armer. De ongelijkheid is idioot hoog geworden en wordt nog altijd hoger. Rechtvaardigheid en eerlijkheid zijn in de menselijke samenleving ver te zoeken.

 

Case 2.6. Eerlijk duurt het langst

Maar ja, wat is eerlijk? Vermoedelijk niet dat rijke mensen gemiddeld ook nog eens langer leven dan arme.

Misschien zou het rechtvaardiger zijn als rijke mensen in ruil voor hun kapitaal juist levensjaren moesten inleveren.

 

Rekenvoorbeeld

Als inkomsten en levenslengte omgekeerd evenredig zouden zijn, en als iemand met een inkomen van 1 dollar per dag gemiddeld 80 jaar leefde, dan zou een jaarinkomen van 1 miljard dollar recht geven op een leven van een kwartier.

Lees verder Inklappen

De meest gebruikte leerboeken economie, in navolging van veel toonaangevende macro-economische experts, erkennen de geldfuncties 4 tot en met 7 niet. Daaruit blijkt dat deze economische experts en schrijvers niet begrijpen wat ‘geld’ is. Hoewel: het zou ook kunnen zijn dat ze het heel goed begrijpen, maar dat niet in de officiële theorieën wensen vast te leggen. In beide gevallen is de term ‘geld’, zoals gehanteerd in de dominante economische modellen, niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Met andere woorden: ‘geld’ is een impetuswoord.

Sommige mensen en instituties bezitten voldoende rijkdom en macht om het gokspel op topniveau te spelen - met derivaten

Die constatering wordt versterkt door nog een andere functie van geld. Je kunt het inzetten in de toto of de lotto. In de staats- of de postcodeloterij. In een potje poker of een pooltje paardenrennen. Wie wat meer geld kan missen – of dat althans denkt – kan ook aandelen of bitcoins kopen. Allemaal manieren om deel te nemen aan een spel waarin geld zorgt voor spanning en sensatie. Voor winnen zonder werken of voor vallen zonder vangnet. Voor walhalla of wanhoop. Voor emotie.

‘Geld’ is:

    8. Fiches in een gokspel

Sommige mensen en instituties bezitten voldoende rijkdom en macht om het gokspel op topniveau te spelen. Niet gewoon met baar geld of eenvoudige aandelen of obligaties maar met complexe, samengestelde financiële producten: derivaten. Zij gokken op grote schaal, op de bovenste etages van een hoge Toren van Vertrouwen. Ze kiezen voor enorme risico’s, waarbij ze gebruik maken van het vertrouwen van anderen. Als ze misgokken, zijn niet alleen zijzelf de dupe maar ook (of vooral) die anderen, wier vertrouwen beschaamd wordt. Zoals tijdens het instorten van de huizenbubbel in 2007, toen menige welwillende maar onwetende hypotheeknemer gedwongen werd om huis en haard te verlaten; gevolgd door de Great Recession in 2008, toen de Toren van Vertrouwen weer eens omviel en als een mokerslag de wijdere samenleving financieel verpletterde.

Tenslotte

Die Mokerslag. Dat is waar de volgende aflevering over gaat. En de fiches. Daarmee vormt het slot van de bovenstaande tekst een aanloop naar een uitvoeriger beschouwing, die je over twee weken tegemoet mag zien. Het zal gaan over zwendel, over poker en over jenga. Over poolen, structureren, trancheren en swappen. De CDS’en waarmee hoofdstuk 1 begon komen terug, deze keer samen met allerlei andere ingenieuze derivaten.

 

Vanzelfsprekend is de literatuurlijst weer een stukje uitgebreid. Je kunt hem, net als de concept inhoudsopgave, vinden via https://niko.roorda.nu/books/fundamenteel-nieuw-economisch.

Ik wens je een prettig weekend.

Niko Roorda
Niko Roorda
Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.
Gevolgd door 782 leden