Pierre Karsten (Fuck Up) en Reinier van der Heijden bij de rechtbank Den Haag
De Facultatieve

Over de schimmige deal die voormalig VVD-voorzitter Henry Keizer (1960-2019) miljonair maakte. Lees meer

Voormalig VVD-partijvoorzitter Henry Keizer werd in 2012 voor een schijntje mede-eigenaar van een florerend miljoenenbedrijf. Met drie partners nam hij de aandelen over van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie, waaraan hij zelf als ‘gecommitteerd adviseur’ verbonden was. Ook andere VVD-prominenten, onder wie Loek Hermans, speelden een bedenkelijke rol bij deze transactie, waarmee de vereniging en haar leden voor tientallen miljoenen euro werden benadeeld.

Het spitwerk van FTM leidde tot Keizers vertrek als partijvoorzitter. In mei 2018 deed de FIOD onder leiding van het OM invallen bij de Facultatieve en vier betrokkenen. Bij Keizer persoonlijk werd voor 20 miljoen beslag gelegd. 

Keizer overleed op 5 oktober 2019. Hij werd 58 jaar. Met ingang van 7 oktober draagt dit dossier daarom niet langer zijn naam meer, maar heet het ‘De Facultatieve’.

44 Artikelen

Pierre Karsten (Fuck Up) en Reinier van der Heijden bij de rechtbank Den Haag © Freek van den Bergh

Rechtszaak om verkoop Facultatieve aan Henry Keizer komt op stoom

De verkoop van crematieconcern De Facultatieve aan wijlen Henry Keizer en zijn zakenpartners is in strijd met ‘de goede zeden of openbare orde’. Dat betoogde de stichting Fuck Up vorige week in de rechtbank Den Haag. De stichting wil omwille van de ‘maatschappelijke hygiëne’ via een voorlopig getuigenverhoor een rechtszaak aanspannen om de verkoop terug te draaien. Veel draait om de vraag welk belang Fuck Up heeft.

'Stichting Fuck Up, de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie en de Facultatieve Groep’, schalt het donderdag 4 februari door de gangen van de rechtbank in Den Haag. De bode, die bij het omroepen van de naam van de stichting de volumeknop net iets hoger zette, opent de deuren en nodigt de partijen uit om de rechtszaal te betreden.

De voorzitter en belangrijkste financier van de stichting, de succesvolle Amsterdamse ondernemer Pierre Karsten, loopt in zwartlederen puntschoenen en draagt een lange harige jas. Ooit was hij ‘beroepsactivist’: tot zijn 32e was hij onder andere actief in de kraakbeweging, de studentenbeweging, de anti-racismebeweging en de beweging tegen kruisraketten. Karsten hecht aan de naam van de stichting. Voor hem biedt ‘Fuck Up’ het strijdbare elan waarmee hij vroeger, voordat hij in het zakenleven actief werd, maatschappelijke kwesties aanhangig maakte.

Decennia later gooit Karsten opnieuw de beuk erin. Hij investeerde met Fuck Up al meerdere tonnen in een procedure die uiteindelijk tot een rechtszaak moet leiden. Inzet: het crematieconcern de Facultatieve, dat eind 2012 voor een schijntje werd gekocht door de toenmalige VVD-partijvoorzitter Henry Keizer en zijn drie zakenpartners Jaap de Bruijn, Patrick de Meijer en Jeffrey Pickard.

De vier kwamen met een netto investering van 30 duizend euro in het bezit van ‘de Facultatieve’, een crematieconcern met een omzet van 106 miljoen

‘Een grote groep mensen is op zeer geraffineerde manier monddood gemaakt en uiteindelijk door de voormalige VVD-voorzitter Henry Keizer met zijn zakenvrienden bestolen,’ zei Karsten vorig jaar, toen de stichting samen met Reinier van der Heijden, een van die 65 duizend gedupeerde leden, het verzoekschrift tot een voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank Den Haag indiende. De directie van het concern, de bestuursleden van de Koninklijke Vereniging, EY-accountant Marcel de Kimpe en oud-senatoren Anne-Wil Duthler en Loek Hermans (beiden VVD) zullen – als het aan Karsten ligt – straks allemaal onder ede worden gehoord. De grote vraag is echter: welk belang hebben de stichting en Van der Heijden hierbij?

Raadsman van de Koning

‘Zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe,’ stelt artikel 303 van het Burgerlijk Wetboek. Als iemand van de reikwijdte van dit wetsartikel is doordrongen, is dat advocaat Arnold Croiset van Uchelen. Hij geldt als een van de meest gehaaide procesadvocaten van de Zuidas en wordt vaak voor gewichtige bestuurlijke conflicten ingehuurd.

Croiset van Uchelen – partner bij advocatenkantoor Allen & Overy – staat als ‘rechtsgeleerd raadsman van de Koning’ ook het Koninklijk Huis bij indien de Oranjes daar behoefte aan hebben. ‘Van het Koninklijk Huis gaat beschaving en mildheid uit die het land maar al te goed kan gebruiken. Dus daar wilde ik me aan verbinden,’ zei hij vorig jaar in het advocatenmagazine Mr. over zijn motief om deze bijzondere cliënt terzijde te staan.

Nu is Croiset van Uchelen de raadsman van de Facultatieve Groep, het bedrijf dat eind 2012 het crematieconcern voor een uitzonderlijk laag bedrag van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie (KV) kocht. Jaap de Bruijn, mede-eigenaar en cfo van de Facultatieve Groep, heeft hem ingehuurd om zich tegen het verzoek van de stichting Fuck Up (FU) te verweren. De Bruijn zit zwijgend naast zijn advocaat, gescheiden door een plexiglas scherm.

Croiset van Uchelen stelt namens het bedrijf dat voor een voorlopig getuigenverhoor ‘alle seinen op rood staan’. Het belangrijkste bezwaar van de Facultatieve Groep: de verzoekers waren geen partij bij de verkoop van het crematieconcern en hebben geen belang. Croiset van Uchelen en een kantoorgenoot hebben in hun schriftelijk verweer meerdere pagina’s uitgetrokken om te betogen dat FU ook als ‘claimstichting’ niet aan de vereisten voldoet en daarom niet ontvankelijk is. Wanneer een rechter bepaalt dat een partij ‘niet ontvankelijk’ is, kan die de rechtszaak niet voeren. Een zwaarwegend punt.

Arjen Gabel, advocaat van zowel FU als KV-lid Reinier van der Heijden, gaat er daarom in zijn pleidooi uitgebreid op in: FU ‘is geen claimstichting’. Er wordt geen schade geclaimd, niemand kan zich bij de stichting aanmelden, en van een collectieve actie is geen sprake. Volgens de advocaat streeft FU een ‘algemeen belang’ na. Voorzover bij FTM bekend, is de wijze van opereren van FU uniek. De inzet van het verzoek: het ‘verkrijgen van maximale helderheid over de feiten’.

Croiset van Uchelen: 'Transparantie is een beetje een modewoord. Een onderneming hoeft niet zo maar even zijn hele hebben en houden op straat te gooien, zo werkt dat niet.’

Op slag miljonair

In zijn 49 pagina’s tellende verzoekschrift had advocaat Gabel in augustus de feiten geïnventariseerd die de ernst van de zaak moesten onderstrepen. Het geschenk dat de kopers met instemming van het bestuur van de KV in 2012 in ontvangst namen, stond keurig in de jaarrekening van de Facultatieve Groep: een bedrag van 19 miljoen euro. Het cadeau was onder de post ‘negatieve goodwill’ op de balans opgenomen.

 Het crematieconcern dat Keizer, De Bruijn, De Meijer en Pickard voor 12,5 miljoen overnamen, was volgens henzelf ruim 31,5 miljoen waard. 12 miljoen van de overnamesom werd gefinancierd met een dividenduitkering waarop de Koninklijke Vereniging recht had. Om de resterende 500 duizend euro te financieren, leenden de heren 470 duizend euro en pasten ze zelf 30 duizend euro bij. Dat bedrag was minder dan het bruto maandsalaris van Keizer destijds.

Dossier

De Facultatieve

Voormalig VVD-partijvoorzitter Henry Keizer werd in 2012 voor een schijntje mede-eigenaar van een florerend miljoenenbedrijf. Met drie partners nam hij de aandelen over van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie, waaraan hij zelf als ‘gecommitteerd adviseur’ verbonden was. Ook andere VVD-prominenten, onder wie Loek Hermans, speelden een bedenkelijke rol bij deze transactie, waarmee de vereniging en haar leden voor tientallen miljoenen euro werden benadeeld.

Volg dit dossier

De bezittingen van de ‘in de kern liberale beweging’ werden vanaf de oprichting in 1874 opgebouwd. Het jubileumboek Vuurproef voor een grondrecht, dat de Koninklijke Vereniging in 1999 bij haar 125-jarige verjaardag uitgaf, bevat een uitgebreid historisch overzicht van de ontstaansgeschiedenis, waarin begraafplaats en crematorium Westerveld in Driehuis een cruciale rol speelt. Het duingebied van circa 31 hectare met zijn monumentale gebouwen is niet langer in bezit van de Koninklijke Vereniging. Door de transactie viel dit – samen met andere begraafplaatsen, kantoorvilla’s en tientallen vennootschappen – in handen van slechts vier mannen. Het kwartet was daarmee op slag miljonair. En daar bleef het niet bij. De miljoenen die in de kas van de Koninklijke Vereniging belanden, werden in 2015 ondergebracht in een goededoelenstichting. Daarmee raakte de Koninklijke Vereniging in een tijdsbestek van amper drie jaar al zijn bezittingen kwijt.

De winst van 11 miljoen staken de nieuwe eigenaren in hun zak en Keizer loog later over de toedracht

Gabel zette de cijfers gedetailleerd uiteen in zijn verzoekschrift; daarin was ruim aandacht voor de onderzoeken van FTM. Bijzondere aandacht was er voor de verkoop van het verzekeringsbedrijf Facultatieve Verzekeringen NV. Dat zou in 2012, net als een vastgoedvennootschap, buiten de verkoop aan Keizer c.s worden gehouden. Zo luidde ook de instructie aan de drie advieskantoren – BDO, Deloitte en Borrie – die destijds, onafhankelijk van elkaar, opdracht kregen een waardering van het crematieconcern te maken. Uit onderzoek van FTM bleek vorig jaar echter dat twee vennootschappen toch met de verkoop meegingen. De winst van 11 miljoen staken de nieuwe eigenaren in hun zak en ze logen later over de toedracht.

‘Het verzwijgen van die waarde kan een oplichtingsmiddel zijn. Ondeugdelijke voorlichting van de vereniging [..] zonder deugdelijke waardebepaling en op basis van een “gunfactor”, riekt naar nepotisme, corruptie en oplichting,’ zei voormalig officier van justitie Robert Hein Broekhuijsen daarover tegen FTM.

Belangenverstrengeling 

De ingrediënten voor zo’n giftige mix waren destijds volop aanwezig. Henry Keizer had bij de transactie meerdere petten op en onderhield vriendschappelijke contacten met bestuursleden van de vereniging en toezichthouders. Keizer was zowel bestuursvoorzitter van de Beheermaatschappij als een van de kopers, en adviseerde bovendien het bestuur van de verkopende partij, de Koninklijke Vereniging. EY-accountant Marcel de Kimpe was zowel controlerend accountant van de vereniging als van de koper, de Facultatieve Groep. Commissaris Loek Hermans was behalve voorzitter van de raad van commissarissen van de Beheermaatschappij tevens commissaris bij het verzekeringsbedrijf en lid van de ledenraad van de vereniging, het gremium dat de verkoop moest goedkeuren.

Vorig jaar reconstrueerde FTM de ontmanteling van de Koninklijke Vereniging. Daarin werd duidelijk dat er binnen de KV langzaam een cultuur van coöptatie ontstond. ‘Het clubje dat binnen de vereniging aan de touwtjes trekt, wordt steeds kleiner,’ constateerde hoogleraar Marjan Olfers, specialist op het gebied van verenigingsrecht. ‘Dit betekent dat een zeer kleine groep mensen elkaar benoemt, de vereniging bestuurt, controleert en de regels maakt. Feitelijk krijgt deze vereniging het karakter van een stichting waarbij de bevoegdheden door een kleine groep personen worden uitgeoefend. Alle checks en balances ter borging van democratisch gehalte – daar wordt afbreuk aan gedaan.’

Verenigingsvoorzitter Wiel Hillebrandt, in de rechtbank Den Haag namens de vereniging aanwezig, speelde daarbij een opvallende rol. Oud-bestuurslid Johan van Maarschalkerweerd zag dat van nabij gebeuren, zei hij eerder tegen FTM: ‘Hillebrandt en Keizer waren twee handen op één buik. Het werd allemaal in een klein clubje geregeld. In de jaarvergaderingen, waar bijna niemand meer kwam, werd gestemd, maar alles werd in de ledenraad al voorgekauwd, dat was een onderonsje.’

In zijn schriftelijk verweer liep Croiset van Uchelen met een grote boog om de belangrijkste onderdelen van het verzoekschrift heen. De feiten over de transactie zijn volgens hem ‘aantoonbaar onjuiste stellingen’ en hij verwees daarbij naar de verklaring die Henry Keizer op 28 april 2017 aflegde op zijn persconferentie in het hoofdkantoor van de Facultatieve in Den Haag. De grote hiaten in dat relaas werden jaren geleden al uitvoerig belicht. De advocaat noemde voorts de ‘uitstekende reputatie’ van de waarderingsbureaus – Borrie, BDO en Deloitte – zonder de vele feiten uit het verzoekschrift te adresseren. De nieuwe feiten met betrekking tot de verkoop van de Facultatieve Verzekeringen negeerde hij geheel. Ook de problematische governance binnen de vereniging en de dubbele petten van Keizer en De Kimpe kwamen niet aan de orde.

‘Het is altijd modieus om op “meerdere petten-problematiek” te wijzen’

In zijn pleidooi kwam Croiset van Uchelen kort op het laatste punt terug. ‘Het is altijd modieus om op “meerdere petten-problematiek” te wijzen,’ zei hij, met name doelend op de rol van voormalig senator Loek Hermans (VVD). Volgens de advocaat waren die petten  juist verdedigbaar, want Hermans had ‘uit die hoedanigheid diepgaande kennis van die ondernemingen’ en kon ‘als geen ander beoordelen of de verkooptransacties zakelijk waren of niet’.

Artikel 12-procedure

Vanzelfsprekend haalde de advocaat ook het besluit van het Openbaar Ministerie aan om de bestuurders van de Facultatieve Groep niet strafrechtelijk te vervolgen. Het OM stelde vorig jaar mei dat alleen sprake is van oplichting wanneer Keizer c.s. het bedrijf zouden hebben buitgemaakt na een onjuiste weergave van zaken aan de verkoper, de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie. ‘Die conclusie kunnen wij op basis van het onderzoek niet trekken. De kopende partij heeft de verkoper geen rad voor ogen gedraaid.’

Ook meldde het OM dat er dat tussen partijen ‘op vele momenten informatie is uitgewisseld’, maar dat partijen ‘mogelijk niet te allen tijde de reikwijdte van die informatie voor de (alternatieven voor de) management buy-out en de verkoopprijs hebben overzien’. Met goedvinden van betrokken partijen heeft er slechts een ‘beperkte waardering’ plaatsgevonden op basis waarvan de lage verkoopprijs in een ‘vroeg stadium’ is vastgesteld. Daarbij speelde de ‘gunfactor’ een rol.

De advocaat van de Facultatieve Groep stelde dat het OM gewoonlijk juist doorzet wanneer transacties van ‘hooggeplaatste personen’ in het geding zijn. Hij verwees naar interieurinrichter Jan des Bouvrie, die in 2010 een zaak met het het OM schikte. Door het sepot van het OM en de eerder door de Accountantskamer afgewezen tuchtklachten aan het adres van EY-accountant Marcel de Kimpe is de naam van zijn cliënt ‘gezuiverd’, stelde Croiset van Uchelen.

Een sepot in een strafrechtelijk onderzoek betekent niet dat er in de context van het burgerlijk recht geen misstanden hebben plaatsgevonden

Advocaat Gabel van FU keek daar anders naar. Een sepot in een strafrechtelijk onderzoek betekent niet dat er in de context van het burgerlijk recht geen misstanden hebben plaatsgevonden, betoogde hij. Juist om die reden wil de stichting via een voorlopig getuigenverhoor een civiele procedure starten, om de onrechtmatigheid van de verkoop aan te tonen en die terug te draaien. Gabel wees er tevens op dat sommige mensen, waaronder Reinier van der Heijden, een artikel 12-procedure hebben ingesteld. Dat betekent dat een rechter alsnog tot het oordeel kan komen dat de strafzaak voor de rechter moet komen. Croiset van Uchelen: ‘Wij weten dat er een art. 12-procedure is ingesteld, maar daar hoor je dus niets van als voormalig verdachte. We weten niet waar het staat.’

‘Rode oortjes’

Hoewel sinds de onthullingen over de verkoop van het crematieconcern ‘de Facultatieve’ een stuwmeer aan feiten en omstandigheden is verzameld die wijzen op niet-integer handelen, is het bepaald geen uitgemaakte zaak of een voorlopig getuigenverhoor wordt toegekend. De rechter liet dat tijdens de zitting merken. ‘Ik heb het hele relaas met rode oortjes gelezen, ook eerder in de pers,’ zei hij over het verzoekschrift en de journalistieke producties die eraan vooraf waren gegaan. Maar hij had ook bedenkingen bij het belang dat de verzoekers naar voren brachten.

Gabel hangt zijn verzoek op aan een artikel uit het Burgerlijk Wetboek dat hiervoor niet eerder in stelling is gebracht: artikel 3:40 BW. ‘Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is nietig,’ stelt het wetsartikel. De rechter: ‘Artikel 3:40, daar worstel ik mee. Kan iedereen die nietigheid inroepen?’

Gabel gaf in zijn pleidooi toe dat het artikel ‘de enige uitweg’ was die zicht bood op een eventuele rechtsgang. Hij onderbouwde zijn keuze door op de positie van KV-lid Reinier van der Heijden te wijzen: ‘Als lid moet hij zich kunnen verzetten tegen de volledige ontmanteling van de Vereniging, waarbij alle bezittingen die geheel in dienst stonden van de Vereniging in handen zijn gekomen van slechts een heel klein groepje personen, zonder dat de volle waarde van die bezittingen ten goede is gekomen van de Vereniging.’ Het is geen private kwestie, benadrukt Gabel, maar een maatschappelijke – of zelfs zelfs politieke – kwestie.

Croiset van Uchelen stond daarin diametraal tegenover hem: ‘Belangrijk cultureel erfgoed’ moest via de verkoop van het crematieconcern ‘in goede handen komen’, te weten de private handen van wijlen Henry Keizer en zijn zakenpartners. 

Hij bestempelde het verzoek van FU als een ‘fishing expedition’. Zijn cliënt was al bijna vier jaar lang door perspublicaties bestookt, en ‘er is geen reden om dat allemaal weer op de rails te zetten’.

De vertegenwoordiger van de Koninklijke Vereniging stelde zich precies hetzelfde op als zij sinds april 2017 doet: geheel in lijn met de Facultatieve Groep. ‘Bemoeizucht creëert nog geen rechtsbeginsel,’ zei de voor het overige zwijgzame raadsman van de vereniging, die geen pleidooi had voorbereid. Op de vraag van de rechter of de vereniging nog achter de verkoop stond, antwoordde voorzitter Wiel Hillebrand bevestigend: ‘De vereniging staat nog steeds achter de management buy-out.’

Pierre Karsten liet na de zitting weten dat hij volledig achter een mogelijke rechtsgang staat: ‘De transactie die Henry Keizer zaliger er jaren geleden met zijn kompanen erdoor heeft weten te drukken, benadert de perfecte diefstal. Die moet ongedaan gemaakt, in het belang van de maatschappelijke hygiëne.’

De grote vraag is of de rechter op basis van het verzoek de belangen van verenigingsleden erkent en het juridische ‘haakje’ van Fuck Up stevig genoeg acht om de zaak aan op te hangen.

De rechter doet op 18 maart uitspraak.