Aanpak fraude schiet tekort

    Witteboordencriminelen hebben nog vrij spel in Nederland. Voormalig financieel rechercheur Willy Debets hekelt de aanpak, de (selectieve) aandacht en het kennisniveau. Wat nu?

    Willy Debets werkte vanaf 1975 als frauderechercheur bij de politie Amsterdam, als fraudeonderzoeker bij Deloitte en de laatste zes jaar bij de Nationale Recherche als financieel rechercheur. Sinds zijn pensionering in 2011 werkt hij als fraude-adviseur, trainer en particulier onderzoeker.

    Hoe is bij de politie gesteld met de kennis op het gebied van fraude?
    “Bij baliemedewerkers van de politie ontbreekt het regelmatig aan kennis. Als iemand aangifte komt doen van een vorm van fraude dan wordt er al snel gezegd dat het een civielrechtelijke zaak is, terwijl er vaak sprake is van valsheid in geschrifte en oplichting of beleggingsfraude. Dat is puur strafrecht. Daarnaast blijven fraudezaken vaak als eerste liggen, want er vloeit geen bloed uit, het is complex, en het idee bestaat ‘dat het allemaal niet zo erg is’. Ik vind dat niet terecht, want vaak gaat het niet om tientjes, maar om miljoenen. Bij de FIOD/ECD is overigens wel veel kennis en ervaring maar zij zijn de opsporingsdienst van de Belastingdienst. Als zij de regio’s of de Nationale Politie helpen, wordt er eerst gekeken of er ook een fiscaal belang is.”

    Begin dit jaar werd de Dienst Landelijke Recherche ingevoerd, verwacht u dat dat tot een verbetering zal leiden?
    “Er zijn nu drie FinEc-teams (Financieel-Economische fraude, red) en een team dat is belast met milieucriminaliteit. Sinds 1 januari 2013 is ook de fraudebestrijding een onderdeel van deze FINEC-teams geworden. Bij de oude regionale rechercheteams liggen nog diverse fraudezaken, maar zij lopen tegen een grote stapel dossiers aan van georganiseerde criminaliteit waaruit ze een keuze moeten maken.”

    Wat is de oplossing om meer dossiers op te pakken?
    “Staatssecretaris Teeven is vorig jaar mei met een pilot gestart waar kleine zaken worden overgedragen aan particuliere recherchebureaus. De eerste successen zijn nu geboekt bij ladingdiefstallen in Brabant. De particuliere recherchebureaus voeren het onderzoek uit in samenwerking met iemand van een regionale recherchedienst die kan ingrijpen zodra er voldoende bewijsmateriaal gevonden is en als er strafvorderlijke bevoegdheden nodig zijn. Deze bureaus zijn vaak opgericht door oud-rechercheurs. Ja, ik ben daar ook in actief.”

    Hoe kan een particulier rechercheur onderzoek doen zónder enige opsporingsbevoegdheid?
    ‘Dat kan gemakkelijk, het toetsingskader is alleen anders. Vaak praten we over bedrijfsfraude veroorzaakt door werknemers die de fout in zijn gegaan en dan heb je te maken met bedrijfsreglementen, cao’s en de arbeidsrechtelijke bepalingen van het burgerlijk wetboek. We kunnen geen verhoren afdwingen, maar kunnen wel op basis van de administratie van het bedrijf en openbare bronnen een dossier opbouwen en de subjecten uitnodigen voor een interview dat overigens op basis van vrijwilligheid geschiedt. Ook al wil men niet verklaren, vaak is er genoeg bewijs dat stand houdt bij zowel de civiele als de strafrechter.”

    Vorige week schreef het FD dat de Vereniging van Effectenbezitters slachtoffers van een beleggingsfraude indirect doorverwees naar het particuliere recherchebureau Griffin & Miller, die echter onbekwaam bleken om beleggingsfraude effectief te onderzoeken. Waar ligt de scheidslijn?

    “In principe kunnen particuliere recherchebureaus alle fraudezaken onderzoeken, maar ze hebben wel enige moeite met beleggingsfraude. Dat komt grotendeels doordat ze het geld dat beleggers hebben gestort niet kunnen volgen via de bankrekeningen van de betreffende bedrijven. Ze hebben niet de bevoegdheid om bij banken kopieën van de bankrekeningen op te vragen, noch de administratie van die bedrijven in te zien. Daarnaast speelt het probleem dat fraudezaken niet populair zijn bij de politie en het heel veel moeite kost om aangifte te doen.”

    Hoeveel aandacht was er in de jaren ’70 voor de bestrijding van financieel-economische criminaliteit?
    “Toen ik in 1975 ging werken bij de politie hadden we alleen in Amsterdam dertig frauderechercheurs. Grote korpsen zoals Den Haag en Rotterdam hadden ook een eigen team. In de jaren daarna kregen we er langzaamaan steeds meer taken bij zoals computercriminaliteit en milieudelicten. Begin jaren '90 werden dat aparte recherche-afdelingen. De rechercheurs die voorheen fraude bestreden hielden zich vanaf dat moment bezig met milieu- en computercriminaliteit. Het gevolg was dat er sinds 2000 eigenlijk geen frauderechercheurs meer overgebleven zijn.”

    Begin dit jaar zijn de straffen voor witwassen verhoogd, zal dat helpen?
    “Het is vooral vanuit opsporingsperspectief ingevoerd, want bij hogere maximumstraffen, krijgen opsporingsdiensten ook meer bevoegdheden. Het opnemen van vertrouwelijke communicatie zoals het plaatsen van zendertjes in een auto, mag bijvoorbeeld alleen bij delicten waar meer dan zes jaar gevangenisstraf op staat. Door de hogere straffen wordt de opsporing makkelijker gemaakt.”

    Wat zou er nog meer moeten gebeuren?
    “Ik pleit ervoor om een civielrechtelijk bestuursverbod zo snel mogelijk op te nemen in het Burgerlijk Wetboek zodat bestuurders die civielrechtelijk zijn veroordeeld voor wanbeleid, ook niet meer in een bepaalde branche mogen werken. Dit zou ook kunnen gelden voor bijvoorbeeld bankiers en fiscalisten die keer op keer de fout in gaan. Het nadeel is dat een bestuursverbod nu enkel via het strafrecht kan lopen. En officieren van justitie vorderen ook dat nog te weinig.
    Verder moeten er meer financieel rechercheurs bij komen en moeten alle financiële rechercheurs bijgeschoold worden op fraudegebied. Sinds 2002 worden er geen fraudecursussen meer gegeven. Dat is fnuikend voor de opsporing.”

    Wat waren tijdens uw carrière de grootste belemmeringen bij de opsporing van financieel-economische delicten?
    “Criminelen maken graag gebruik van buitenlandse rechtspersonen, want dat bemoeilijkt de opsporing. Nederland heeft met heel veel landen een verdrag gesloten dus dan kan er een verzoek neergelegd worden bij instanties om gegevens op te vragen. Maar op het moment dat er geen verdragen met een land zijn gesloten dan kun je het schudden. Een crimineel heeft niet één buitenlandse vennootschap maar een hele trits die bestuurder van elkaar zijn. Dat betekent dat je te maken kan krijgen met vennootschappen uit wel vijf verschillende landen dus ook met vijf verschillende wetgevingen en procedures. ”

    U bent ook lid van de Expertgroep Buitenlandse Rechtspersonen (EUR), welke buitenlandse vennoten zijn het meest populair bij Nederlandse criminelen?
    “De Engelse limited staat bovenaan. De Amerikaanse staat Delaware is ook gewild, want je kunt daar een ‘business name’ aanvragen. Deze ‘zakennaam’ kost 1 dollar 50 en vervolgens kan er onder de nieuwe naam vennootschappen opgericht worden of een rijbewijs gehaald worden. Zodra een crimineel eenmaal in het bezit is van een aantal buitenlandse rechtspersonen storten zij op de bankrekeningen daarvan hun criminele geld. Vervolgens vragen zij aan deze vennootschappen een lening. Bij deze zogeheten loan-back constructie lenen ze dan in feite hun eigen zwarte geld via een op het oog legale constructie. Verder kunnen ze dure boten op naam van hun buitenlandse vennootschap zetten.”

    Zijn er in het Nederlandse bankwezen nog manieren om ergens anoniem geld te stallen?
    “Ik ben onlangs in een Nederlands onderzoek de debetcards van de First Curaçao International Bank (de opgeheven bank van de Nederlandse oliemagnaat John Deuss, red) tegenkomen. Dat waren mensen met een heel klein inkomen, maar zij hadden aanzienlijke bedragen gestort op hun debetcard. Criminelen kunnen ook als geldschieter fungeren in commanditaire vennootschappen. Verder durf ik ook niet uit te sluiten dat er in Nederland nog coderekeningen zijn. Ik ben ze enige tijd geleden nog eens tegengekomen.”  

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 876 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren