Voormalige bankiers en verzekeraars domineren toezichthouder

    De helft van de toezichthouders bij De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten blijkt uit de financiële sector zelf te komen. Uit onderzoek van DNB blijkt dat een deel van de toezichthouders die in de sector werkzaam zijn geweest, slechter presteren dan hun collega's.

    De verwevenheid tussen toezichthouders en de financiële sector wordt al langer met argwaan bekeken. Hoe kritisch ben je als toezichthouder als je zelf jarenlang in die sector hebt gewerkt? Dat wil je als burger wel graag weten. Twijfel dus, over het onderscheidend vermogen van dergelijke toezichthouders. En dan moeten de kosten van de controleurs van het financieel fatsoen vanaf volgend jaar ook nog eens geheel betaald worden door de financiële sector. Dan worden DNB en AFM voor hun financiering van ruim 200 miljoen euro dus helemaal afhankelijk van diezelfde financiële sector waar zij toezicht op moeten houden.

    Veelbetekenende bijzin

    Prominente voorbeelden van mensen die de 'draaideur' tussen de financiële bedrijven en de toezichthouder hebben genomen, zijn AFM-voorzitter Merel van Vroonhoven, jarenlang bestuurder bij verzekeraar Nationale-Nederlanden, en DNB-directeur Jan Sijbrand die, eveneens jarenlang heeft rondgelopen bij ABN AMRO en zakenbank NIBC Zijn deze in het oog lopende voorbeelden nu tekenend voor het stuivertje wisselen tussen de financiële sector en de toezichthouders? Die vraag staat niet centraal in een rapport dat DNB al in januari publiceerde. Toch is voor wie echt zoekt het antwoord er wel in te vinden, alleen verstopt in een bijzinnetje dat tot nog toe lijkt te zijn ontsnapt aan de aandacht van de media: 'For instance, about half of the supervisors working at supervisory authorities in the Netherlands come from the financial industry.' Dat is een cijfer voor beide toezichthoudende instanties tezamen. Een woordvoerder van DNB laat desgevraagd weten dat het percentage bij hen nog iets hoger ligt: 60 procent.
    Toezichthouder werkte gemiddeld bijna vijf jaar in financiële sector
    De draaideur tussen de financiële sector en de toezichthouder staat dus bepaald niet stil. Gemiddeld hebben de toezichthouders bijna vijf jaar gewerkt bij banken, verzekeraars en andere bedrijven uit de 'financiële industrie.' De onderzoekers van het rapport, getiteld I just cannot get you out of my head, hebben gekeken naar wat de gevolgen zijn van een eerdere carrière in de financiële sector op het functioneren als toezichthouder (dit aspect van het onderzoek haalde overigens wel eerder de media). Zoals bij zoveel ‘working papers’ dekt DNB zich in voor de uitkomsten en zijn de conclusies voor rekening van de auteurs en ‘do not necessarily reflect official positions of De Nederlandsche Bank.’

    Niet alle bankiers vergeten oude baan

    De onderzoekers vroegen ruim tweehonderd medewerkers van DNB en AFM onder meer of zij over de financiële sector denken in termen van 'zij', of 'wij'. Daarnaast keken de onderzoekers naar de beoordelingen die medewerkers (volgens eigen zeggen) hebben gekregen van hun baas over hun functioneren. Niet alle oud-bankiers en verzekeraars bleken nog in termen van 'wij' te denken over de sector waarop zij toezicht houden, maar de onderzoekers constateerden wel degelijk een verband tussen een dergelijk ‘wij-gevoel’ en een eerdere carrière in de financiële sector. Mensen die zich identificeren met de financiële sector, blijken daarnaast minder goed te functioneren als toezichthouder. Pas op, waarschuwt het onderzoek: 'Agencies that suffer from such capture come to identify industry interests (or even the interests of individual firms) with the public interest. Captured regulators and supervisors will thus be lenient towards the sector they are supposed to independently monitor. Regulators may, for instance, pursue strategies to minimize industry costs rather than strike an appropriate balance between those costs and overall public benefits, while supervisors may apply rules inconsistently and exempt individual firms from regulatory requirements.'

    Wiens brood men eet...

    Met andere woorden: mensen die toezicht houden op bedrijven of sectoren waarvan zij eerder deel uitmaakten en waarvan zij zich de waarden hebben eigengemaakt lopen het gevaar partijdig te oordelen over hun vroegere werkgevers. Zij zullen eerder geneigd zijn om zaken door de vingers te zien die het bedrijfs- of sectorbelang dienen in plaats van het algemeen belang, dan collega's die zich niet zijn gaan identificeren met hun onderwerp van toezicht. Volgens de onderzoekers is het van groot belang dat toezichthouders zich ook daadwerkelijk toezichthouder gaan voelen, in plaats van bankier of verzekeraar. Trainingen, cursussen en praatgroepen kunnen volgens hen helpen om het vroegere bankiersleven achter zich te laten en een nieuw leven te beginnen als handhaver van de regelgeving die hun voormalige collega’s in toom moeten houden.  

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Joris Heijn

    Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...

    Volg Joris Heijn
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren