Nationaal Archief
© CC0 (Publiek Domein)

    De EU is ondemocratisch, bureaucratisch en kost Nederland veel geld, zo luiden de meest gehoorde klachten over het grote Europese samenwerkingsverband. Edin Mujagic begrijpt de kritiek, en deelt deze op sommige punten, maar de fouten van de EU vallen volgens hem in het niet bij de vrede die ‘Europa’ ons gebracht heeft. De EU moet gered worden!

    Dezer dagen krijgt Rome ongebruikelijk veel bezoekers, inclusief hoog bezoek, uit het buitenland. De Europese Unie staat namelijk stil bij de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome. Dat verdrag, ondertekend op 25 maart 1957, leidde tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), een samenwerkingsverband tussen West-Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux-landen dat in loop der tijd zou evolueren in wat we tegenwoordig de Europese Unie (EU) noemen.

    Gehate vlag

    De zestigste verjaardag van de EEG/EG/EU valt in een nogal tumultueuze periode. Er zijn heel wat Europeanen die maar wat graag de ondertekening van een verdrag over de ontbinding van de EU zouden verwelkomen. De blauwe vlag met de gele sterren is vandaag de dag een van de meest gehate vlaggen in het gebied tussen Lahti en Lissabon.

    Ook in Nederland is de onvrede over de EU niet gering. De EU kost ons geld, de Unie is zo ondemocratisch als het maar kan, om nog maar te zwijgen over de duizenden regels en regeltjes die uit ‘Brussel’ komen en die we maar raar en/of naar vinden. Dit is zo ongeveer het beeld van de EU dat velen hebben, ook in Nederland. Ik ben de eerste om te erkennen dat daar wat in zit. Toch vind ik het concept EU, dat uitgaat van nauwe samenwerking tussen Europese landen, de moeite waard om voor te vechten. Ik voel veel meer voor het voortbestaan van de EU dan voor het opgeven ervan.

    Ik voel veel meer voor het voortbestaan van de EU dan voor het opgeven ervan

    Kost de EU ons geld? Ja. Volgens een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek draagt ons land al ruim 20 jaar meer aan de EU af dan het van diezelfde EU ontvangt. Sterker nog, volgens het CBS draagt Nederland sinds 2000 relatief gezien het meeste bij van alle EU-lidstaten. Maar hoeveel is dat dan? Minder dan een half procent van ons bruto binnenlands product, ofwel ruwweg 150 euro per persoon per jaar, gerekend met de cijfers voor het bbp en het aantal inwoners in 2016.  Het gaat dan overigens om directe geldstromen; hoeveel de EU ons indirect oplevert c.q. kost is een onderwerp van felle discussie.

    Vergeet echter niet dat de geschiedenis van de EU niet teruggaat tot 2000, maar tot 1957. In het begin ging het geld van de voorlopers van de EU vooral naar de landbouwsector. Omdat Nederland een nogal grote landbouwsector had, profiteerde ons land van die focus. Mede daardoor was Nederland tot begin of zelfs midden jaren ’90 (afhankelijk van de gehanteerde rekenmethode) een netto-ontvanger in de EU. Hoeveel geld kregen we uit ‘Brussel’ elk jaar, ruim 30 jaar lang? Nou, ongeveer 0,4 procent van ons bbp, oftewel evenveel als wat we nu 20 jaar lang per saldo betalen aan de EU. Samen genomen betekent dit dat we financieel gezien als land, bekeken over de hele periode sinds 1957, waarschijnlijk aan de ontvangende kant te vinden zijn.

    Maar er is meer dan dat. Zeker in de jaren ’70 en het begin van de jaren ’80 beleefde ons land een dramatische periode. De inflatie en de werkloosheid waren zeer hoog, en onze economie zat zeker begin jaren ’80 echt in de put. Wij hebben dus financiële hulp gekregen van de EU toen we die hulp economisch gezien het hardst nodig hadden. Een saillant detail is dat een land als Italië in diezelfde periode regelmatig een nettobetaler is geweest, wat betekent dat wij toen geld kregen van de Italianen.

    Is de EU ondemocratisch? Ja, dat kan je wel zeggen. De leden van dé politieke instelling binnen de Unie, de Europese Commissie, worden niet gekozen maar benoemd. De voorzitter wordt tegenwoordig overigens wel gekozen, in het Europees Parlement. Dat parlement wordt dan weer wél door ons gekozen, hoewel 'kiezen' in de praktijk wat overdreven is: de opkomst bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement was in Nederland 37,3 procent, niet eens de helft van de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen van vorige week. Het opkomstpercentage was het hoogste de eerste keer dat de Nederlanders het Europees Parlement konden kiezen, in 1979, en zelfs toen maakte minder dan 60 procent de gang naar het stemhokje.

    Zorgt de EU voor duizenden nare en rare regels? Veel regels die, populair gezegd, uit het Brusselse komen, komen in feite niet uit de EU-hoofdstad. De EU vaardigt vaak richtlijnen uit, dat is waar, maar de nadere uitwerking mét de bijbehorende regels vindt plaats in de nationale hoofdsteden. En veel besluiten in Brussel worden genomen door de leiders van de EU-landen zelf.

    "Is de EU ondemocratisch? Ja, dat kan je wel zeggen"

    Langdurige vrede

    Ik ben hier met opzet ingegaan op deze veelgehoorde argumenten tegen de EU omdat ze vaak in het debat worden genoemd. Maar als ik eerlijk ben: ik vind ze van ondergeschikt belang. Er staat namelijk iets groters op het spel. Daarom moeten we volgens mij nadrukkelijk niet concluderen dat we de EU als een samenwerkingsverband maar moeten opdoeken of dat we als land uit die Unie zouden moeten stappen. Nee, we moeten de EU juist kritisch benaderen om haar te veranderen.

    Ik weet dat dit argument in de afgelopen jaren door veel EU-politici misbruikt is, maar dat neemt niet weg dat het een waarheid is als een koe: Europese samenwerking heeft Europa iets opgeleverd wat historisch gezien schaars is op het continent, namelijk vrede. Kijken we naar de historie van Europa, dan valt op dat de periode na 1945 om minstens één reden opmerkelijk en uitzonderlijk is: zelfden of nooit hebben de wapens zo lang gezwegen in het gebied dat nu de EU beslaat.

    Heeft dat echt met de EU te maken, hoor ik velen zich afvragen. Het antwoord is ja. Wat je verder van die hele samenwerking op het continent vindt, feit is wel dat de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1952 oorlog voeren in Europa nagenoeg onmogelijk maakte. De EGKS zorgde namelijk dat de productie van kolen en staal onder gemeenschappelijk bestuur kwam. Geen kolen en staal betekende geen fabricage van wapens en munitie. Ik ben geen militair expert, maar een oorlog voeren zonder wapens en munitie lijkt mij lastig. Zéker als je met de landen waarmee je in potentie zou moeten vechten, juist steeds meer samen gaat werken.

    Vrede, zo weet ik nu, moet je afdwingen

    Het was het project EU dat ervoor heeft gezorgd dat velen — zeg maar gerust iedereen — in Nederland en omstreken vrede voor iets vanzelfsprekends houdt. Neem maar aan van iemand die een oorlog heeft meegemaakt: vrede is níet vanzelfsprekend. Maar in 1991, toen ik zelf nog een zorgeloos leven leidde op de Balkan, dacht ik net zo als de Nederlanders nu. Vrede, zo weet ik nu, moet je afdwingen. En heb je dat eenmaal gedaan, dan moet je er alles aan doen om hem in stand te houden. Vrede bewaren vereist continue inspanningen. Doe je het niet, dan open je de deur naar wapengekletter.

    Op zaterdag 23 mei 1992 speelde ik met mijn vriendjes basketbal op het schoolplein in mijn geboortestad in Bosnië. De maandag erop zou ik mijn diploma in ontvangst nemen, en na de zomervakantie zou ik beginnen aan mijn gymnasiumperiode. Op zondag begon het echter te regenen: mortieren en raketten, wel te verstaan. Mijn huis, mijn school, mijn buurt en mijn diploma, samen met alle andere dingen mijn leven zoals ik het kende, waren plotseling verdwenen. Een week later, op 31 mei, liep ik met een witte band om mijn arm; het was de moderne versie van de gele Jodenster. Duizenden mannen en jongens zaten opgesloten in Auschwitz-achtige concentratiekampen. En ja, ook wij hebben in de lessen geschiedenis het mantra van de Tweede Wereldoorlog geleerd: ‘dat nooit meer!’ Als een periode van vrede lang duurt, raak je eraan gewend, totdat je niet meer beter weet. Maar ik herhaal: vrede is nooit vanzelfsprekend.

    Geen wapens, geen oorlog

    Het grootste voordeel van de EU is níet dat we er economisch op vooruit zijn gegaan of dat er geen controles zijn aan de grens. Het grootste voordeel van de EU is dat inmiddels vele generaties vrede vanzelfsprekend vinden. En dat hebben we te danken aan de EU en haar voorlopers. Helaas zijn ook politici de vrede als iets vanzelfsprekends gaan beschouwen omdat hij al zo lang duurt. Decennialang hebben mensen die de verschikkingen van de Tweede Wereldoorlog meegemaakt hadden, gewerkt aan het Europese project om een herhaling te voorkomen. Mooi vond ik het verhaal dat Otmar Issing, een voormalig bestuurslid van de Europese Centrale Bank, aan me vertelde toen we het over vrede in de EU hadden. Hij en zijn Franse collega in het bestuur van de centrale bank, Christian Noyer, kwamen er in een van hun gesprekken achter dat hun vaders in de Tweede Wereldoorlog aan hetzelfde front zaten, tegenover elkaar. Hun zonen werkten nu samen om te voorkomen dat hún kinderen hetzelfde moeten meemaken.

    Oorlog en vechten cool vinden: het zou grappig zijn, als het niet om te huilen was

    Die drijvende kracht achter het project van de Europese samenwerking is grotendeels weggevallen. De huidige politici zijn geboren na de oorlog en ook hun volkeren tellen nog maar weinig mensen die de Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt. Waar dat toe kan leiden, ervoer ik niet zo lang geleden toen ik in de trein zat. Er kwamen twee jongens van een jaar of 18 tegenover me zitten. Beiden waren weg van oorlogsspelletjes: de hele reis ging het gesprek nergens anders over. Ergens in het gesprek zei een van de jongens dat het ‘best cool moet zijn als je ook in het echt op mensen kunt schieten’. Oorlog en vechten cool vinden: het zou grappig zijn, als het niet om te huilen was. Alexander Von Humboldt had groot gelijk toen hij zei: ‘Het gevaarlijkste wereldbeeld is dat van hen die zich nooit een beeld van de wereld gevormd hebben.’

    Is het vreemd dat iemand die alleen maar vrede heeft meegemaakt, vrede voor vanzelfsprekend aanziet? Nee, het is volkomen logisch. Maar het betekent wel dat de les dat vrede niet vanzelfsprekend is, dat oorlogen niet ‘cool’ zijn, en dat vrede in ons werelddeel toch echt aan de EU en haar voorlopers te danken is, geïnstitutionaliseerd dient te worden, in ons onderwijs maar zeker ook in het handelen van onze politici. Dat wil dus ook zeggen dat zij het beeld van oorlog dus niet mogen misbruiken om mensen bang te maken. Anders zetten we het voortbestaan van de EU op het spel.

    "Als dit project mislukt, dan zal geen politicus deze eeuw nog durven voor te stellen zoiets groots op te zetten"

    Binair spel

    Als dit project mislukt, dan zal geen politicus in de rest van deze eeuw nog durven voor te stellen zoiets groots op te zetten op ons continent. Juist omdat vrede zo belangrijk is en omdat de samenwerking in Europa daarvoor gezorgd heeft, moeten we vooral geen stomme dingen doen — dingen die deze samenwerking op het spel zetten.

    En die stomme dingen, die zie ik veel meer bij de traditionele politieke partijen dan bij wat men populisten noemt. Het is namelijk die eerste groep die de toekomst van de EU als een soort binair spel neerzet: óf veel verder centraliseren, ja zelfs een federatie vormen, óf de totale vernietiging met chaos en wapengekletter.

    Het grote gevaar is dat als de inwoners van de EU-landen gedwongen worden te kiezen tussen een federaal EU en geen EU, ze voor het laatste zullen kiezen. Dat is precies wat destijds in Joegoslavië is gebeurd. De inwoners van de deelrepublieken in de Joegoslavische federatie konden kiezen: of autonomie inleveren of zich afscheiden. Velen die maar wat graag voor een tussenweg hadden gekozen — meer autonomie maar het land wel bij elkaar houden — hadden die optie niet, en kozen dan maar voor het laatste. Met alle gevolgen van dien.

    Net als destijds in Joegoslavië, is de oplossing voor de problemen waarmee de EU te maken heeft, nadrukkelijk níet verder centraliseren, een vlucht naar voren. Een steeds verdere en diepere samenwerking in de EU op steeds meer gebieden terwijl de bevolking daar niet op zit te wachten, zal niet helpen de samenwerking en vrede te handhaven. Sterker nog, de broodnodige samenwerking en vrede lopen gevaar bij een geforceerde samenwerking die in de ogen van velen tot federalisering en centralisatie van de Unie leidt.

    De oplossing voor de problemen van de EU is nadrukkelijk níet verder te centraliseren

    Maar er helemaal mee stoppen is ook de oplossing niet. Nee, de oplossing is om dat wat niet werkt te hervormen. De oplossing is luisteren naar wat de inwoners van de EU zeggen, wat ze wel en niet willen, en daarnaar handelen. Een lastige opgave, maar van cruciaal belang om de EU te kunnen redden.

    Terugschakelen

    Daarom moeten Europese politici meteen stoppen met het verspreiden en aanwakkeren van dat valse dilemma dat we slechts kunnen kiezen tussen federalisering of oorlog. Wat de EU nodig heeft, is de EU van meer snelheden. Maar dan ook met de mogelijkheid terug te schakelen of achteruit te gaan waar het moet. Een auto die alleen maar harder kan gaan, maar niet kan afremmen of stoppen, is een accident waiting to happen. Een meerderheid in Nederland is vóór Europese samenwerking. Maar diezelfde meerderheid wil ook verandering, zoals een minder nauwe samenwerking op veel gebieden. Die trend moeten onze leiders niet onderschatten of negeren, maar dat is precies wat ze doen met hun binaire voorstelling van de toekomst van de EU.

    Net als hun collega’s in voormalig Joegoslavië ontnemen onze leiders de mensen de tussenweg waar velen juist op zitten te wachten. Het zijn dan ook veel eerder de Europese leiders dan de Europese populisten die een ramp over ons afroepen. Als de onvrede over de EU blijft groeien en mensen nog meer het idee krijgen dan hun zorgen en wensen niet serieus worden genomen, zullen ze bij de keuze tussen de een EU als federatie of helemaal geen EU, voor het laatste kiezen, met alle gevolgen van dien.

    Een auto die alleen maar harder kan gaan is een accident waiting to happen

    Als de leiders van Joegoslavië destijds hadden geluisterd naar de oprechte zorgen onder de inwoners van de deelstaten, dan woonde ik nu nog in Joegoslavië, had ik gejuichd voor het Joegoslavisch voetbalelftal bij de WK-kwalificaties (wat een geweldig elftal zou dat zijn geweest, overigens!), waren mijn twee ooms nog in leven geweest, net als de helft van mijn buren, en hadden ontelbare kinderen een vader gehad in hun jeugd met wie ze voetbal of basketbal konden spelen, in plaats van dat ze een vergeelde foto van de man die ze niet eens kennen als hun meest waardevolste bezit beschouwen.

    In mijn werkkamer is onder meer de Europese vlag te vinden. Niet omdat ik een voorstander ben van een Europese federatie, juist niet, maar om waar die vlag voor staat: samenwerking in Europa. Dat is een groot goed. Die vlag hangt er ook om een andere reden: die blauwe vlag met gele sterren was in 1992 een baken van hoop voor mij en vele anderen. Vanuit de Balkan, waar de oorlogsmachine voortraasde, keken we allemaal naar de EU in de hoop dat die de oorlog zou voorkomen. We dachten: was Joegoslavië maar een EU-land. Dat dachten we niet zodat we zo snel mogelijk de grens over zouden kunnen gaan — velen hadden het prima in Joegoslavië en zouden er niet over piekeren te emigreren — maar omdat we dachten dat er geen oorlog zou uitbreken als Joegoslavië een EU-lidstaat zou zijn geweest.

    De Joegoslavische vlag bestaat niet meer, maar ik hoop dat de Europese vlag blijft bestaan als de vlag van een samenwerkingsverband van soevereine landen. Landen die samenwerken omdat het nuttig is voor allen, en niet omdat het moet, of uit angst — die, zoals we weten, een slechte raadgever is.

    Symbool

    Ik wil dat die Europese vlag voor de inwoners van de EU weer een symbool wordt van vrede en welvaart, en voor iedereen buiten de EU het symbool van een Unie waar dromen waargemaakt kunnen worden, waar je wilt komen om je steentje bij te dragen aan het vergroten van de welvaart. De Europese vlag moet zo’n symbool zijn, en niet iets dat over 50 jaar in een museum te vinden zal zijn, boven een bordje met een tekst die begint met: ‘Er was ooit een Unie in Europa…’

    "Het zijn eerder de Europese leiders dan de Europese populisten die een ramp over ons afroepen"

    Het goede nieuws is dat we daarvoor kunnen zorgen in de EU. Dan moeten we datgene waar de Unie voor staat — samenwerking tussen soevereine landen — niet opgeven. Maar die samenwerking moet niet verder gaan dan de inwoners van de EU willen, en mag dan ook niet worden ingevuld door allerlei zelfbenoemde visionairs en de politieke elite. En wat zeker niet mag, is dat de Europese leiders de huidige crisis misbruiken om met angstverhalen te proberen om via een achterdeur een federatie van de EU te maken.

    En in dat opzicht zeg ik: de zogeheten populisten zijn een zegen voor de EU. De opkomst van partijen die tegen de Europese Unie zijn kunnen we het beste beschouwen als een alarm dat afgaat. Via hun steun voor protestpartijen laten miljoenen inwoners van de EU hun leiders weten wat ze vinden van de huidige EU en de toekomstplannen van haar leiders. Het zou verstandig zijn om die geluiden niet te negeren en de mensen die de kritiek uiten niet als dom te beschouwen. Doe er iets mee, met dit alarm dat luid en duidelijk afgaat, in plaats van als een klein kind je handen over je oren leggen en ‘lalalalalala’ roepen om het geluid van het alarm niet te horen.

    Terwijl ik dit schrijf, komt persbureau Reuters met het bericht dat in de slotverklaring in Rome de EU-leiders Europa tot ‘onze gemeenschappelijke toekomst’ gaan bestempelen en dat ze oproepen tot ‘een verdere centralisatie’. Met dat eerste ben ik het hartgrondig eens. Maar als het laatste waar is, dan houd ik mijn hart vast.

    ‘Mogen je keuzes jouw hoop weergeven en niet je angst,’ zei Nelson Mandela ooit. Het is te hopen dat de EU-leiders zich deze uitspraak aantrekken, maar het ziet er helaas naar uit dat ze dat niet zullen doen. Als iemand de samenwerking tussen Europese landen om zeep helpt, dan zullen het eerder de traditionele partijen zijn, en de leiders die zij leveren, dan die zo verfoeide en verketterde populisten.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Edin Mujagic

    Gevolgd door 887 leden

    Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

    Volg Edin Mujagic
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesprek over Europa

    Gevolgd door 562 leden

    Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen m...

    Volg dossier