Vrede op aarde, in oorlog een welbehagen

    Waar flowerpower kind Jacob Gelt Dekker ook speurde, steeds trof hij 'schoonheid en cultuur in de coulissen van oorlog, dood en verderf'.

    Mehmet Susam, een docent Engelse literatuur aan de Mustafa Kemal Universiteit op de Tayfur Sökmen Campus net ten noorden van Antakya, Turkije, berichtte me op Kerstavond: 'Er zijn veel vluchtelingen in mijn stad. Ik hoop dat de crisis zonder grensoorlog opgelost kan worden en dat vrede de bovenhand zal krijgen. Ik ga trouwen volgende zomer en hoop dat je komt. Het wordt een grote traditionele Turkse bruiloft.'

     
    De ommuurde Turkse stad, Antakya, op z’n  Grieks, Antiochië, ligt op dezelfde hoogte als Aleppo in Syrië, negentig kilometer naar het westen, aan de Middellandse Zee-kust. De stad en haar eeuwig betwistte en bevochten Staat Hatay, is van het noorden van Syrië gescheiden door een zwaarbewaakte grens, waarvoor nu dag en nacht tienduizenden, in lange rijen zich verdringen om te vluchten naar Turkse veiligheid en welvaart. De citadel van Aleppo zwicht wederom voor oorlogsgeweld en de stad staat op vallen, en zoals talloze malen hiervoor, vluchten de burgers naar de kust voor de laatste slachtpartij van de overwinnaars in de stad begint.
     
    Kruispunt van conflicten
    Antakya is al zesduizend jaar een kruispunt van conflicten. Van Ramses II, die er de Hittieten bevocht tot Alexander de Grote, Seleucius en zijn keizerrijk, de Romeinen en de eerste christenen van Petrus en Paulus, van Seljukken, Ajoubieden, Mammelukken, Mongolen, Kruisvaarders en Ottomanen. En al die tijd gedijde de stad Antakya door al die oorlogen; zonder oorlogen zou ze niet bestaan.
     
    In 1909 schreef T.E Lawrence, later beter bekend geworden als, Lawrence van Arabia, zijn proefschrift, 'Kruisvaardersforten', een blote voetentocht van 1100 kilometer langs de lange keten van kruisvaardersburchten aan de Middellandse Zee-kusten van Turkije, Syrië, Libanon en Palestina. De schatrijke oorlogsroute was een van bloed doordrenkt spoor van talloze veldslagen, die maar nooit leken op te houden. Op mij, het flower-power kind die droomde van ‘vrede op aarde”, oefende Antakya en Aleppo een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit.
     
    In de jaren ’70 hadden we, met alles wat ons lief was, Ed Sard's (alias Frank Demby) concept van de 'permanent war economy' en de wapenwedloop, zoals voorspeld door Walter S. Oakes en T.N. Vance, krachtig verworpen. We hadden de barricades beklommen uit protest en miljoenen hadden gedemonstreerd tegen de oorlogen in Vietnam, Cambodia en Laos. De veronderstelling dat een volk en een economie zouden kunnen welvaren door oorlogvoering en een humane cultuur zouden kunnen voortbrengen, was onverteerbaar en onverenigbaar met onze stellige overtuiging van liefde en vrede. De wereld stond toen immers in het teken van het Hubert Humphrey’s en John Kennedy’s Peace Corps
     
    Vrede op aarde
    Jarenlang speurde ik, een beetje verdwaasd, in de overblijfselen van norse burchten, oorlogssteden en resten van verwoeste culturen, om toch maar en sprankje van vredelievendheid terug te vinden. Waren niet de schoonheid van de mozaïeken in het archeologisch museum van Antakya, zoals de jachttaferelen van Megalopsychia, ongeëvenaard? Wel waren ze de vruchten van oorlogvoering, dood en verderf. 
    Maar waar ik ook speurde, steeds trof ik schoonheid en cultuur in de coulissen van oorlog, dood en verderf.
     
    Mijn vriend Mehmet Susam kent mijn wens en wenst met mij dat de vrede mag zegevieren over de crisis, maar ook hij weet dat de Levant alleen leeft van oorlog.
     
    Vrede op aarde en in oorlog een welbehagen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jacob Gelt Dekker

    Ondernemer, filantroop, schrijver Jacob Gelt Dekker is een onuitputtelijke bron van verhalen en anekdotes en beschikt over ee...

    Volg Jacob Gelt Dekker
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren