Foto door Wikipedia-gebruiker M0tty
© CC-BY-SA-4.0

    De lobby voor vrijhandel kwam afgelopen week bij elkaar in het Europees Parlement voor een conferentie over het populisme. Aldaar deelde een Amerikaanse journalist uit conservatieve hoek de aanwezigen een ferme 'reality check' uit.

    Het is de week van de start van de Brexit-onderhandelingen en in het Europees Parlement praat een internationaal gezelschap over populisme en vrijhandel. Deze dag is georganiseerd door het Ludwig von Mises Institute Europe, een denktank die het klassieke liberalisme promoot. The End of the Free Trade Era heet de conferentie; de focus ligt op de onvrede over vrijhandel, opkomend protectionisme, de gevolgen van de Brexit en de verkiezing van Trump. Hoe moet de EU met deze nieuwe context omgaan? Wat zou het antwoord van de EU moeten zijn? Het antwoord op die vragen blijkt ontnuchterend: er komt er namelijk geen.

    Annette Godart, de voorzitter van LVMI-Europe, opent de conferentie. Een denktank is vaak een ander woord voor 'lobby met een academisch sausje' en dat is ook bij deze conferentie direct helder: dit is de lobby voor de vrijhandel, die gasten aan het woord laat komen die vrijhandel promoten. Godart klaagt dat de politiek niet meer zo overzichtelijk is als in de tijd dat christendemocraten en sociaaldemocraten elkaar in evenwicht hielden. De laatste jaren komen rechtse populisten op met standpunten die gelijk zijn aan die van radicaal links: zij willen protectionisme.

    Vechten voor vrijhandel

    Met de verkiezing van Trump is protectionisme helemaal terug van weggeweest, meldt Godart, en de nieuwe visie in Groot-Brittannië over haar plaats in Europa maakt het allemaal nog erger. Het probleem is volgens Godart dat de EU geen antwoord heeft op de provocaties van Trump en dat er geen visie is op de toekomst. Pleiten voor 'meer EU' is tegenwoordig politieke zelfmoord; daarom biedt de Europese Commissie tegenwoordig een heel palet aan toekomstvisies op de EU aan, waar zelfs 'minder EU' er eentje van is. Godart vindt het tijd de strijd aan te gaan vóór vrijhandel.

    Over het verzet tegen vrijhandel speekt men bij voorkeur helemaal niet

    Een Duitse hoogleraar genaamd Erich Weede legt uit dat het ideaal van vrijhandel al tien jaar wordt aangevallen. We kunnen er volgens hem niet meer vanuit gaan dat vrijhandel blijft bestaan. Er waren heel veel tegenslagen: van de mislukking van de WTO-onderhandelingen in Doha en het falen van de handelsverdragen TPP en TTIP, tot Brexit en de verkiezing van de protectionistisch ingestelde president Trump. Er zijn allerlei kritieken op Trump mogelijk, meldt Weede, maar zijn standpunten over de economie zijn de belangrijkste reden om hem te bekritiseren. Trump begrijpt namelijk niets van economie.

    De beste markt

    Arbeidsdeling is goed, zo vervolgt Weede zijn college, en dus moet de markt zo groot mogelijk zijn. De beste markt is de wereldmarkt, want dan ontstaat de beste arbeidsdeling en dus de hoogste productiviteit. Van die wereldhandel profiteert iedereen: dit was met name in Azië het geval, maar ook in het Westen, want de producten zijn goedkoper geworden. Een belangrijk aspect is bovendien dat vrijhandel samengaat met vrede. Minder vrijhandel leidt tot minder welvaart en tot meer conflict tussen en binnen landen. De conclusie van het verhaal is dus duidelijk: je kunt met goed fatsoen niet tegen vrijhandel zijn.

    Aldus wordt snel duidelijk hoe sterk de vrijhandelslobby in Brussel is, en welke argumenten deze in huis heeft. Over het verzet tegen vrijhandel speekt men bij voorkeur helemaal niet. De reden daarvoor is simpel: men heeft er geen antwoord op. Pieter Cleppe van Open Europe meldt dat de EU alleen vrijhandel zou moeten promoten. Er moet in zijn ogen 'een softe Brexit' komen die de vrijhandel niet schaadt. Op lange termijn zullen er door de Brexit geen problemen ontstaan, zo is zijn verwachting, maar op korte termijn wellicht wel. Die storm zal volgens Cleppe een aantal jaar gaan duren.

    Dan komt Pierre Garello, een Franse hoogleraar, om te vertellen over de situatie in zijn land. Daar is al bijna tien jaar sprake van economische stagnatie; cijfers over investeringen en werkgelegenheid zijn al lange tijd niet om aan te zien. Ook hier is het resultaat een pleidooi voor meer marktwerking: het Franse onderwijs is verouderd, er zijn nauwelijks privéscholen en innovatie in de sector is vrijwel nonexistent. Er is gecentraliseerde gezondheidszorg en bij de zorgverzekeringen is er helemaal geen concurrentie. Het risico bij de aankomende Franse verkiezingen is volgens hem dat er de komende vijf jaar wéér geen hervormingen plaatsvinden. De vraag of de Franse bevolking misschien alles gewoon wil laten zoals het is, laat de spreker langs zich heen gaan.

    "Hoe groot is de groep die al deze pleidooien voor vrijhandel nog steunt?"

    Denken aan de natiestaat

    Dan wijst de Amerikaanse journalist John Fund op een voor deze aanwezigen moeilijk te accepteren waarheid: hoe groot is de groep mensen die al deze pleidooien voor vrijhandel nog steunt? Er is volgens Fund een nieuwe politieke klasse ontstaan van hoog opgeleide, mobiele mensen. Dit is ongeveer een kwart van de bevolking, en ze zijn bij deze conferentie allemaal aanwezig. Zij hebben geen bezwaren tegen vrijhandel; sterker nog, ze profiteren ervan. Het probleem is alleen dat er buiten dit selecte groepje hoger opgeleiden ook nog meer mensen naar de stembus gaan, aldus de Amerikaan.

    Fund denkt dat zeker de helft van de bevolking helemaal niet mondiaal denkt. Ze wonen op een bepaalde plek en blijven daar hun hele leven wonen. In hun denken en leven staat de natiestaat — en niet de wereldeconomie — centraal. Dit zijn de Trump-stemmers die een hekel hebben aan politieke correctheid; ze hebben voor hun gevoel altijd van hoger opgeleiden gehoord dat hun mening niets waard was; door Trump te stemmen hebben ze nu laten zien dat hun mening er wél toe doet. In de EU ziet Fund hetzelfde gebeuren: als je het niet eens bent met het project, dan word je gediskwalificeerd.

    Deze lokaal gebonden mensen, zo doceert Fund, zijn in de meerderheid. Ziehier het probleem van de EU: er kwam altijd méér EU, maar nooit mínder. Altijd méér vrijhandel en nooit mínder. Brexit is hierin de eerste breuk met de trend; Fund meldt dat hij als niet-Europeaan eenvoudig kan zien dat de condities voor Brexit in alle EU-landen aanwezig zijn. In het verleden zijn EU-verdragen bij veel referenda in verschillende landen weggestemd. Hoe zeker is de zaal dat een exit-referendum in andere EU-landen tot een remain-uitslag leidt? Iedereen zwijgt, en Fund concludeert terecht dat Brexit het denken over de EU nog niet bepaald heeft veranderd.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Chris Aalberts

    Gevolgd door 123 leden

    Gefascineerd door politiek die zich onttrekt aan het oog van veel burgers en media. Schrijft bij Follow the Money over de EU.

    Volg Chris Aalberts
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesprek over Europa

    Gevolgd door 534 leden

    Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen m...

    Volg dossier