© Archangel, via CC

Het vuur van klokkenluider Van Buitenen

  • Waarom kon hij die stukken niet overleggen ? Waren ze geheim en waarom dan ?

Afgelopen week presenteerde Paul van Buitenen, bekend als klokkenluider, zijn onderzoeksrapport over de Vuurwerkramp in Enschede van 13 mei 2000. Journalist Bart Nijpels, die Van Buitenen al langer volgt, was erbij en schreef een portret van de man die eerder de Europese Commissie ten val wist te brengen.

Van slapen is die nacht niet veel gekomen, hij was al vroeg wakker. Kort na zonsopgang is hij met zijn vrouw van huis vertrokken; de spanning maakte langer wachten lastig. Gelukkig vinden ze in de residentie een koffietentje dat al open is. Nu, vier uur later, staat hij voor een zaal vol journalisten. Voor de jongere toehoorders is dit een eerste kennismaking, maar de meesten kennen zijn geschiedenis.

‘Het is met grote spijt dat ik deze brief aan u schrijf,’ is in december 1998 de zin waarmee Paul van Buitenen, toen ambtenaar bij de Europese Commissie, zijn epistel aan een lid van het Europees Parlement begint. Aan die brief ging een jaar vooraf waarin hij vergeefs allerlei misstanden binnen de Brusselse instituties bij zijn meerderen aankaartte. Een reeks dossiers. Honderden pagina’s nauwgezet in kaart gebrachte fraude, corruptie en nepotisme. Maar de onderzoeken door OLAF, de antifraudedienst, werden gedwarsboomd. Van Buitenen vond geen gehoor bij zijn meerderen. Sterker nog, z’n hoogste baas dreigde hem te ontslaan. Ook de Nederlandse eurocommissaris Van den Broek wees Van Buitenen resoluut de deur.

Lang worstelt de ambtenaar met zijn geweten. Openbaarmaking van de onregelmatigheden is tegen de regels en gaat in tegen zijn mores, gestoeld op zijn diepgewortelde christelijke geloofsovertuiging. Een klokkenluider pleegt zelfmoord in existentiële zin, neemt afscheid van het leven dat hij tot dan toe geleid heeft en begraaft de persoon die hij was. In het geval van Van Buitenen is dat een gezagsgetrouwe boekhouder uit Breda. Even oprecht als naïef heeft hij geen idee van wat hem te wachten staat.

Aan het einde van de week waarin hij wereldnieuws is geworden, zit ik als verslaggever van actualiteitenrubriek Netwerk voor het eerst tegenover hem. Wanneer de camera loopt, vraag ik hem zijn brief aan parlementslid Magda Aelvoet voor te lezen. ‘Magda, ik hoop dat jij en andere Europarlementariërs de ernst inzien van de situatie die in deze brief beschreven wordt en moedig en krachtig zullen handelen…’ Dan trilt z’n onderlip en barst hij in snikken uit.

23 mensen kwamen om het leven, bijna duizend mensen raakten gewond

Nu, twintig jaar later, staat Van Buitenen in perscentrum Nieuwspoort en presenteert hij zijn onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede. Daar ontplofte op 13 mei 2000 de fabriek SE Fireworks. 23 mensen kwamen om het leven, bijna duizend mensen raakten gewond, een woonwijk werd weggevaagd. De belangstelling voor de bijeenkomst is aangewakkerd door de aankondiging van de Expertgroep Klokkenluiders dat ‘…het Openbaar Ministerie de rechterlijke macht systematisch heeft misleid’.

De scepsis is voelbaar en verdiept de kloof tussen de man achter het katheder en het gezelschap tegenover hem. Van Buitenen heeft in het algemeen geen hoge dunk van de pers. Ze zijn lui, vindt-ie, en doen amper onderzoek. Ze zijn meer geïnteresseerd in hapklare brokken. Leden van de Expertgroep Klokkenluiders hebben de voorbije dagen op hem ingepraat en hem bezworen z’n ergernis en het ongeduld dat in hem borrelt, te beteugelen. Dat lijkt te lukken. Van Buitenen is geconcentreerd, hij wil juridische valkuilen ontlopen. Dat blijkt wanneer hij schetst hoe hij de afgelopen jaren in het bezit is gekomen van vertrouwelijke documenten. Die plaatsten hem, vertelt hij, voor een dilemma: ‘Hoe kan ik, zonder het risico te lopen om op mijn beurt zelf vervolgd te worden, in godsnaam duidelijk maken dat de Nederlandse overheid iedereen, achttien jaar lang, een rad voor ogen heeft gedraaid betreffende de opsporing en strafvervolging van een van de grootste naoorlogse rampen die Nederland troffen? Want dat is de uitkomst van de review die ik heb uitgevoerd.’

‘Natuurlijk: “in godsnaam”, daar heb je de Heer weer,’ mompelt iemand naast me. Z’n commentaar komt niet uit het niets. Van Buitenen heeft zijn geloofsovertuiging de afgelopen twee decennia ruimhartig geëtaleerd. Ook daardoor kijken veel journalisten met reserve naar de man die hen vanochtend toespreekt.

Na zijn onthullingen in december 1998 neemt de druk op de klokkenluider en zijn gezin toe. Van den Broek, op wiens steun hij rekende, laat hem publiekelijk vallen. ‘Dit is intolerabel en wordt absoluut niet geaccepteerd,’ zegt de Nederlandse eurocommissaris in een reactie voor de televisiecamera’s. Van Buitenen wordt geschorst en de helft van z’n salaris wordt ingehouden.

Maar de storm over de misstanden binnen de Europese Commissie luwt niet. NRC en Netwerk onthullen dat de Franse eurocommissaris Edith Cresson, socialist en oud-premier van Frankrijk, haar minnaar, tandarts René Berthelot, een klus heeft bezorgd als aidsonderzoeker. Wetenschappelijk werk waarvoor hij niet gekwalificeerd is, betaald met Europees geld. Daar komt bij dat Berthelot twaalf maanden salaris heeft getoucheerd terwijl hij maar één maand gewerkt heeft. Wanneer de financiële controledienst van de Commissie het uitbetaalde geld, 125 duizend euro, wil terugvorderen, steekt Cresson daar een stokje voor. Een zogenoemd Comité van Wijzen onderzoekt alle aantijgingen. Op 15 maart 1999 bevestigt hun rapport alle door Van Buitenen geopenbaarde onregelmatigheden.

Die dag stijgt de spanning, de positie van met name Cresson lijkt onhoudbaar, pers en politici snellen door de Brusselse wandelgangen, speculerend hoe de Commissie op de harde conclusies zal reageren. De onrust houdt aan tot in de avonduren. We filmen hoe de aanstichter ervan zich aan het rumoer onttrekt en uit z’n meegebrachte broodtrommel dineert. We zijn erbij wanneer Van Buitenen later die avond thuiskomt. De camera registreert hoe hij zijn vrouw geëmotioneerd in de armen valt terwijl de radio meldt dat de Europese Commissie is afgetreden. Opnieuw wordt hij wereldnieuws. De volgende ochtend staat z’n straat vol straalwagens. Televisieploegen van over de hele wereld willen een quote van de man die het instituut geveld heeft. Hij wordt geprezen en gelauwerd. Het aanhoudende applaus verandert Van Buitenen. De bescheiden man die vaak aarzelt, wordt een beroemdheid die weet dat hij het gelijk aan zijn zijde heeft.

In de zaal wordt op voorhand gegniffeld. Maar het vuur dooft inderdaad niet

De Europese Commissie kan niet anders dan hem weer in dienst nemen, maar parkeert hem in een kamer bij de zogenoemde Gebouwendienst, een plek waar men verwacht dat hij geen klepel zal vinden om welke klok dan ook te luiden. Een inschattingsfout. Zijn terugkeer als ambtenaar bij de Commissie werkt als een magneet op collega’s die menen misstanden op het spoor te zijn. Van Buitenen brengt ze in kaart, onderzoekt en meldt ze bij de bevoegde instanties. Wanneer hij constateert dat de onregelmatigheden onvoldoende worden aangepakt, keert hij Brussel kortstondig de rug toe. Een paar jaar later stelt hij zich verkiesbaar. Tot verrassing van velen, inclusief hemzelf, wint ‘Europa Transparant’ in 2004 twee zetels in het Europees Parlement.

In Den Haag vertelt Van Buitenen deze ochtend dat brandend vuurwerk niet met water geblust kan worden. Ter illustratie toont hij een filmpje waarop te zien is dat een brandend sterretje in water wordt ondergedompeld. In de zaal wordt op voorhand gegniffeld. Maar het vuur dooft inderdaad niet. Toch hebben het NFI en TNO na de ramp in Enschede anders beweerd, en noteerde verantwoordelijk minister Remkes van Binnenlandse Zaken indertijd stellig in een circulaire: ‘Het blussen van een vuurwerkbrand in Nederland is hetzelfde als een “routine blusactie”.’

Van Buitenen toont beelden van de explosies uit 2000 in Enschede. ‘Zo zien routine blusacties er dan uit,’ zegt hij. ‘Er zijn vier brandweerlieden overleden. Sorry als ik sarcastisch klink,’voegt hij eraan toe. Grapperhaus, de huidige minister van Justitie en Veiligheid, bevestigt op 6 juni jongstleden de lezing van Van Buitenen. In antwoord op Kamervragen, stelt ook hij dat eenmaal brandend vuurwerk niet met water kan worden geblust. Vreemd genoeg verwijst Grapperhaus in zijn antwoord vervolgens naar de circulaire uit 2005 en beweert hij dat het blussen op basis van die uitgangspunten veilig is. De beweringen van Grapperhaus lijken onderling in tegenspraak.

Van Buitenen gaat door en behandelt z’n bevindingen in hoog tempo. Zijn toon is mild, hij giet z’n stellingen vandaag niet in beton en hier en daar relativeert hij zelfs. Hij staat op achterstand en hij weet het.

Wanneer hij eind 2004 als Europarlementariër beschuldigingen aan het adres van kandidaat-eurocommissaris Neelie Kroes uit, raakt zijn geloofwaardigheid aangetast. Tijdens een hoorzitting suggereert hij dat Kroes bij een smeergeldkwestie betrokken is; ze daagt hem uit met bewijzen te komen. Dat kan de kersverse politicus niet. Kroes maakt verbaal gehakt van hem en Van Buitenen wordt publicitair neergesabeld. ‘Men geloofde me niet meer op m’n woord. “Kom dan eens met de feiten,” zeiden ze, maar de stukken die ik had kon ik niet overleggen. Ik had van tevoren moeten bedenken dat ik geen bewijzen kon presenteren. Daar ben ik de fout in gegaan,’ zei hij later over de affaire.

Het imago van David tegen Goliath dat hij eind jaren negentig als klokkenluider heeft opgebouwd, ligt aan scherven. Het boegbeeld van ‘Europa Transparant’ zet zijn tanden in talloze zaken, zonder resultaat. Hij blijkt ongeschikt voor het parlementaire métier. De twijfels die hij als klokkenluider nog had, maken meer en meer plaats voor onwrikbare standpunten. Hij is onvoldoende bereid tot compromissen, van deals met andersdenkenden wil hij niets weten, en hij krijgt zijn dossiers niet op de politieke agenda. Na vijf jaar erkent hij dat hij zijn mandaat niet heeft kunnen waarmaken. Hij stelt zich niet meer herkiesbaar.

Aanleiding voor het onderzoek naar de vuurwerkramp vormen meldingen van twee klokkenluiders, Paalman en De Roy van Zuydewijn. Ze waren indertijd als rechercheur werkzaam bij het zogenoemde Tolteam, dat de ramp onderzocht. Van Buitenen vertelt dat zijn onderzoek pas goed op stoom kwam nadat hij gelekte documenten van de Rijksrecherche in handen kreeg.

Doel van de misleiding: de verantwoordelijkheid bij de overheid weghouden

De zaal valt stil wanneer hij toe is aan zijn hoofdconclusie: het Openbaar Ministerie heeft de rechterlijke macht bewust misleid. Zowel in de strafzaak tegen de vermeende brandstichter, de inmiddels overleden André de Vries uit Enschede, als in die tegen de tweekoppige directie van S.E. Fireworks. Doel van de misleiding: de verantwoordelijkheid voor de ramp bij de overheid weg te houden. En dat, stelt Van Buitenen, is helaas gelukt. Voor John Peters, raadsman van een der toenmalige directeuren, is Van Buitenens rapportage reden om een herzieningsverzoek in te dienen.

Het rapport bevat naar personen herleidbare strafrechtelijke gegevens en blijft daarom vertrouwelijk. De Expertgroep Klokkenluiders, opdrachtgever van het onderzoek, overhandigt de bijna negenhonderd pagina’s wel aan de drie aanwezige leden van de vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid. Van Raak (SP) zal, zegt hij, de overige leden van de commissie aansporen het rapport te lezen en deskundigen te horen. Krol (50Plus) zegt enorm geschrokken te zijn van de haperende regelgeving. ‘Ik heb dit met de rillingen over m’n lijf aangehoord.’ Van der Staaij (SGP) pleit voor een hoorzitting: ‘Hier moeten we iets mee. Als ook maar de helft hiervan waar is, dan hebben we wel een probleem.’

Van Buitenen glimlacht. Hij lijkt zichzelf te hebben hervonden. Het onwrikbare geloof in zijn eigen gelijk is geweken voor zijn eerdere Brabantse gemoedelijkheid. Het maakt hem, in combinatie met zijn Bredase tongval toegankelijker, blijkt tijdens de talloze interviews na afloop. Later, tijdens een kop koffie op het Plein, verzekert hij me dat hij een vinger aan de pols zal houden. Dat betekent dat de Kamerleden hun toezeggingen waar moeten maken: een pitbull laat los, Paul van Buitenen niet. De klokkenluider van weleer is onblusbaar. Net als brandend vuurwerk.

[Beeld: Restant van de verwoeste wijk Roombeek in Enschede. Foto: Archangel12, some rights reserved.]

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Bart Nijpels

Bart Nijpels is een prijswinnend onderzoeksjournalist, televisiemaker en oud-eindredacteur van ‘Reporter’ (KRO/NCRV).

Volg Bart Nijpels
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren