Waar bleef het geld bij zorgorganisatie De Karmel?

6 Connecties

Onderwerpen

winstuitkering zorg IGZ Teun Kaptein

Personen

Martin van Rijn

Organisaties

Albero Zorggroep

Werkvelden

Zorg
44 Reacties

In deel 1 van het tweeluik over zorgorganisatie De Karmel zagen we hoe een voormalige appelboer en zijn echtgenote een bedrijf begonnen voor mensen met een beperking, en hoe de betrokken gezinsouders het gaandeweg steeds moeilijker kregen. Dit tweede deel gaat in op de financiële kant van de zaak: wat vertellen de jaarrekeningen van De Karmel over kosten en opbrengsten?

Het eerste deel van ons tweeluik over zorgorganisatie De Karmel beschrijft het ontstaan van de organisatie en de problemen en conflicten die er gaandeweg optreden tussen de organisatie en de gezinsouders die erbij zijn aangesloten. Van de financiële problemen waarmee deze gastouders te kampen hebben, is binnen De Karmel zelf weinig te merken. De jaarrekeningen laten zien dat het bedrijf uiterst vruchtbaar is. Jaar na jaar worden flinke winstmarges behaald van gemiddeld zo’n 7 tot ruim 10 procent van de omzet. Deze omzet neemt op zijn beurt toe van een kleine 5 miljoen euro in 2011 tot 7,3 miljoen in 2015. In dat laatste jaar wordt iets minder winst gemaakt, ruim 200.000 euro, maar daar staat tegenover dat de bestuurders in 2013, 2014 en 2015 voor in totaal ruim 1,4 miljoen euro aan winstuitkeringen doen. Daar schreef Follow the Money in juni al uitgebreid over: die winstuitkeringen lijken namelijk in strijd met de eisen die de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) stelt. Staatssecretaris Martin van Rijn moet over deze kwestie nog Kamervragen beantwoorden. De IGZ, toezichthouder op het verbod op winstuitkering in de zorg, onderzoekt de zaak momenteel.  

Meer vragen dan antwoorden

De eerste winstuitkering — een slordige 5 ton — dateert uit 2013. Volgens het jaarverslag van De Karmel wordt deze gedaan in verband met het vertrek van bestuurder Theo Otemann. Dat is opmerkelijk, want dat betekent dat er geld aan het zorgbedrijf is onttrokken om de uitkoop van de ene aandeelhouder door de andere — Kaptein Holding BV — te betalen. Otemann vertrekt officieel in 2013, maar volgens voormalig gezinsouder Hannie Hoefs neemt hij al in 2012 afscheid na een conflict. Tegenover Follow the Money zegt Otemann ‘graag’ zijn verhaal te doen, maar dat niet te kunnen in verband met een zwijgplicht. Dat is jammer, want daardoor kan hij dus ook geen duidelijkheid scheppen over die eerste winstuitkering in 2013.

De jaarrekeningen roepen sowieso meer vragen op dan ze beantwoorden, ook buiten de winstuitkeringen om. Het meest in het oog springende raadsel betreft het kantoorpand van De Karmel, waaruit in 2013 plotseling bijna vier ton aan waarde ‘verdampt’. In 2008 koopt De Karmel, dan nog een VOF, een pand aan de Lodderhoekseweg in Angeren – een voormalig woonhuis dat nu als kantoorpand te boek staat. In 2011 is het nog een kleine 2 ton waard. Ernaast ligt een drietal percelen: nog een oud woonhuis dat een kantoorpand is geworden, een erf, tuin, stuk landbouwgrond en wat schuren. In 2011 koopt De Karmel ook die percelen aan. Volgens de jaarrekening een investering in gebouwen van 729.000 euro. 

Er wordt een ‘bijzondere herwaardering’ vermeld die 380.000 euro doet verdampen. Wat is hier gebeurd, een brand?

Volgens het kadaster is het nieuwe kantoorpand van De Karmel voor 5 ton gekocht. Er zou dus voor 229.000 euro extra geïnvesteerd zijn. In 2012 wordt er nogmaals 121.000 euro in de gebouwen geïnvesteerd — misschien nog een verbouwing? Met aftrek van de gewone afschrijvingen is het vastgoed inmiddels samen ruim een miljoen euro waard. Maar in 2013 dalen de gebouwen ineens vier ton aan waarde. Er wordt een 'bijzondere herwaardering' vermeld die 380.000 euro doet verdampen. Wat is hier gebeurd, een brand? Maar nee, de jaarrekening vermeldt dat het slechts de 'waardering van het kantoorpand op actuele waarde' betreft. Het kantoorpand is in krap twee jaar tijd dus bijna vier ton minder waard geworden. Waarom dat is gebeurd, blijft vooralsnog de vraag. 

Duur kantoorpand 

In 2014 verkoopt het zorgbedrijf van De Karmel ineens al haar vastgoed aan de Holding. Teun en Joke Kaptein verschijnen in juni 2014 samen voor de notaris om als bestuurders van De Karmel Holding en het zorgbedrijf Karmel Wonen en Dagbesteding BV, ‘ondanks strijdige belangen,’ de percelen van het ene aan het andere bedrijf over te dragen voor in totaal 6 ton, de boekwaarde die op dat moment resteert. Curieus is dat notaris Petra Heuff uit Arnhem vaststelt dat de betaling van de koopsom al verricht is middels rekening courant, terwijl uit de jaarrekening 2014 blijkt dat De Karmel het vastgoed ruilt tegen een lening aan de Holding van 6 ton — een lening die overigens in 2015 alweer voldaan wordt. 

Vanaf 2014 gaat De Karmel haar zojuist verkochte kantoor weer terughuren van de holding. Dit gebeurt volgens de jaarrekening voor de knappe som van 9500 euro per maand. Dat komt neer op ruim 114.000 euro aan huur op jaarbasis. Het lijkt niet echt marktconform voor een bedrijf met ongeveer acht medewerkers. Ter vergelijking: Voor dat geld kon je in 2014 ook een uiterst comfortabele kantoorruimte van ruim 325 m2 huren op de Amsterdamse Zuidas, gebaseerd op een inventarisatie van de huurprijzen door Colliers International in dat jaar.

Een lokale makelaar adviseert om die prijs eens te vergelijken de huurprijzen in de gemeente Lingewaard volgens Funda Business. Een korte zoektocht levert voor respectievelijk de helft en eenderde van de jaarhuur in nabijgelegen plaatsjes bedrijfspanden op tussen de 400 en 600 m2. Daarmee is het de vraag of de verkoop en de huidige huurconstructie wel in het belang van het zorgbedrijf is. 

Geld zoek? 

Tot slot leveren de jaarrekeningen, in combinatie met documenten en verklaringen die in de rechtszaak gebruikt zijn, nog een vraag op. Er blijkt namelijk een fors gat te bestaan tussen het bedrag dat De Karmel jaarlijks betaalt aan haar gezinsouders volgens de jaarrekening, en het bedrag dat volgens de contracten met deze gezinsouders betaald wordt. Dat gat loopt in 2014 op tot 1,7 miljoen euro. 

In de jaarrekening heet die kostenpost ‘kosten onderaanneming’. De kostenpost slaat op wat De Karmel doorbetaalt voor zorg met verblijf aan de gezinshuizen. Alle andere kosten — zoals de bedrijfs- en personeelskosten van De Karmel zelf, de kosten voor dagbesteding en de overige kosten die gemaakt worden voor cliënten — worden namelijk allemaal al in de jaarrekening verantwoord. De kostenpost stijgt tussen 2011 en 2015 behoorlijk: van 1,8 miljoen naar 4,2 miljoen euro. Dit terwijl het aantal cliënten bij lange na niet evenredig stijgt: van 70 in 2011 tot naar schatting 78 in 2014.

"Er blijkt een fors gat te bestaan tussen het bedrag dat De Karmel betaalt volgens de jaarrekening en het bedrag dat volgens de contracten betaald wordt"

Bovendien blijkt uit zowel de verklaringen van De Karmel tegenover de rechter als uit de overeenkomsten die deel uitmaakten van het dossier, dat het bedrijf in totaal 2000 tot 2050 euro per cliënt per maand betaalt aan de gezinsouders. Dit gebeurt in ieder geval tot en met 2015; daarna worden de overeenkomsten aangepast. Een rekensommetje leert dat, op basis van 78 cliënten in 2014, er 1,8 miljoen euro doorbetaald zou moeten worden aan de gezinsouders. Dat rekensommetje wordt niet alleen bevestigd door de verklaring van De Karmel tijdens de rechtszaak dat de vier vertrekkende gezinshuizen samen jaarlijks 9 ton kostten, maar ook nog eens door een intern document dat in handen is van Follow the Money.

In dat document rekent De Karmel haar gezinsouders in 2014 voor dat er na aftrek van alle kosten en zaken als een 'te behalen rendement' van maar liefst 10 procent, er voor de gezinsouders nog ruim 1,9 miljoen euro ‘rest voor doorbetaling’. De jaarrekening over 2014 geeft echter aan dat er voor onderaanneming door de gezinsouders ruim 3,5 miljoen euro is betaald. Een flink verschil dus: zo'n 1,7 miljoen euro. Waar is dat geld aan besteed? Hetzelfde gat is zichtbaar in de voorgaande jaren. In 2013 was het ruim 1,2 miljoen euro, in 2012 600.000 euro en in 2011 ongeveer 200.000 euro. Het is niet duidelijk hoeveel cliënten De Karmel in 2015 had, dus dezelfde som is voor dat jaar niet te maken. 

Mocht het geld worden besteed aan kosten voor De Karmel die nu niet in de jaarrekening verantwoord zijn, dan zou dat betekenen dat de organisatie met minder dan tien personeelsleden erin slaagt om een overheadpercentage van ongeveer 50 procent te draaien. 

Bestuur, toezichthouders en directie geven niet thuis

Over het vastgoed, de winstuitkeringen en het grote gat dat tussen de daadwerkelijke kosten voor de onderaanneming en de in de jaarrekening verantwoorde kosten, stelde Follow the Money al maanden geleden uitgebreid vragen. Deze zijn tot op heden enkel beantwoord met zwijgen. We proberen het nogmaals, aangezien we inmiddels ook een lijst vragen hebben over het reilen en zeilen binnen de instelling, en over de behandeling van cliënten — of in sommige gevallen het gebrek daaraan. Maar De Karmel wil helemaal geen vragen beantwoorden van Follow the Money. Zorgdirecteur Thea Holtman: ‘Wij proberen nu de rust in onze organisatie weer te herstellen. Zoals u weet lopen er ook meerdere onderzoeken. We wachten daarvan de uitkomst af.’ 

Ook probeerden we bij bestuurders Teun en Joke Kaptein zelf om uitleg te vragen. De Kapteins gingen niet in op dat verzoek en lieten bij monde van Holtman tenslotte weten de vragen van Follow the Money niet te zullen beantwoorden. 

De Karmel wil helemaal geen vragen beantwoorden van Follow the Money

Hoe zit het met de toezichthouders? Kunnen zij uitleggen waar de zorggelden aan besteed zijn, waarom het kantoorpand ineens bijna vier ton minder waard werd en waarom een huur van bijna tienduizend euro per maand voor een kantoorpand waar acht mensen werken gerechtvaardigd is? Hadden zij goede redenen om met de winstuitkering in te stemmen?

Voorzitter van de raad van toezicht bij De Karmel is de Brabantse lokale PvdA-politica Leny de Pooter, in het dagelijks leven manager bij zorggroep ’s Heeren Loo. De Pooter geeft op een mooie zomeravond aan alleen vragen te willen beantwoorden die naar het algemene mailadres van De Karmel worden verzonden. ‘Ik heb er nu geen tijd voor, en dit is zo afgesproken. Maar ik ben best bereid vragen te beantwoorden, u moet ze alleen naar De Karmel sturen.’ Nadat de vragen van Follow the Money zijn bezorgd via zowel mail als meerdere telefoontjes en berichten, blijft het echter oorverdovend stil. Inmiddels heeft De Pooter per mail laten weten niet op de vragen van Follow the Money in te gaan. 

Hoe het nu verder gaat met de vier gezinsouderparen die met ruzie vertrekken bij De Karmel is nog niet duidelijk. In principe moeten zij hun cliënten achterlaten. De gezinswoningen moeten ze de komende maanden allemaal verlaten. Het concurrentiebeding voorkomt dat zij binnen een straal van 50 kilometer soortgelijk werk mogen doen. Maar het bewonerscollectief, bestaande uit een aantal ouders en vertegenwoordigers van cliënten, is bezig zich te beraden op vervolgstappen. Zij stellen dat de contractafspraken tussen De Karmel en de gezinsouders hun keuzevrijheid van zorg belemmert en bekijken de mogelijkheden om op basis daarvan een juridische procedure te starten.

Tot slot zal Martin van Rijn duidelijkheid moeten geven over de winstuitkering door De Karmel. De uiterste consequentie van het overtreden van het verbod op winstuitkering kan zijn dat de licentie van De Karmel wordt ingetrokken. Daarmee zou het bedrijf niet langer aan de eisen voldoen om zorg te kunnen declareren zoals het nu doet. 

Al met al lijkt het er niet op dat het spoedig stil zal worden rond De Karmel. Follow the Money blijft de zaak uiteraard op de voet volgen.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eelke van Ark

Gevolgd door 1408 leden

Eelke vond vanuit de Achterhoek de weg naar Follow the Money. Ze heeft zich vastgebeten in het Nederlandse zorgstelsel.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren