Waar blijft ons geld?

2 Connecties

Onderwerpen

Geld werkgeverslasten
13 Bijdragen

Op ons 'loonstrookje' staat onder meer wat wij en onze werkgevers maandelijks afdragen aan lasten. Maar veel meer lasten die aan ons maandinkomen knabbelen staan er níet op. Buiten het zicht bepalen politiek, vakbonden en werkgevers hoe die lasten worden verdeeld. Hoe democratisch is dat?

Soms is het goed even uw uitgaven op een rijtje te zetten. Een goed gesprek met uw partner wil ook nog wel eens wat ophelderen. Als u dan nog niet weet waar uw geld elke maand blijft, hoeft u niet meteen de recherche in te schakelen. We hebben de laatste jaren gewoon minder te besteden, zonder dat we het echt door hebben.

Al meer dan twintig jaar groeien de inkomens van huishoudens langzamer dan de economie als geheel. Sinds 2001 dalen onze besteedbare inkomens zelfs. Van elke euro die we in 2001 netto verdienden, is nu nog maar ongeveer 95 cent over. Maar dat beseffen we nauwelijks om een knullige reden: het staat niet op onze loonstroken. 

Waar ligt het aan dat we minder overhouden van elke verdiende euro? 

Waar blijft ons geld? 

In het kort is het antwoord op die vraag: in de collectieve lasten. Huishoudens hebben zelf minder te besteden omdat het collectief meer uitgeeft. En dat gaat deels buiten het zicht van de huishoudens die de rekening ervoor betalen.

De collectieve lasten zijn er in twee smaken: werknemerslasten en werkgeverslasten. Allebei stijgen ze sterk. Als je goed kijkt zie je dat deels op een loonstrookje ook gebeuren. De toenemende werknemerslasten kan iedereen zien. Dan gaat het om uitgaven voor langdurige zorg, pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en AOW.  Deze belastingen en premies zijn vrij fors gestegen sinds 2001. De sociale premies van 21 procent naar 25 procent. De pensioenpremies van 1,5 procent naar vier procent en de inkomstenbelasting van 13 procent naar 18 procent van het bruto loon. En dat gaat natuurlijk ten koste van het besteedbaar inkomen. 

Maar er zijn nog meer stijgende lasten. Die zijn onzichtbaar, omdat ze niet op de loonstrook staan

Onzichtbare lasten

Maar er zijn nog meer stijgende lasten. Die zijn onzichtbaar, omdat ze niet op de loonstrook staan. 

Als ze er wel zouden staan, zou u zien dat uw salaris ongeveer 30 procent hoger is dan u denkt. Wie drieduizend euro brutoloon afspreekt met zijn werkgever, verdient eigenlijk vierduizend euro. Dat weet bijna niemand, want die duizend euro extra staat niet op de loonstrook. Maar het is wel van de werknemer, die heeft het verdiend.

Die duizend euro extra worden wel de ‘werkgeverslasten’ genoemd. Alsof het een cadeautje van werkgevers aan werknemers is, maar dat is een misleidende term. Je kan met je werkgever afspreken dat hij voortaan je boodschappen bij de supermarkt betaalt, en dat dan werkgeverslasten noemen, maar daarmee is het nog geen cadeautje. Het is gewoon onderdeel van de beloning voor uw arbeid. Het verschil is alleen dat wettelijk is bepaald dat de werkgevers dit deel verplicht afdragen aan het collectief, zodat we met dat geld collectief dingen kunnen regelen.

Democratisch niemandsland

Daar is op zich niks mis mee, wel gek is dat werknemers dat deel niet zien. En die onzichtbaarheid heeft zo zijn voordelen voor diegenen die dat geld uitgeven. Het stelt de politiek, vakbonden en werkgevers in staat om elk jaar aan knoppen te draaien zonder dat u het ziet. Het maakt het makkelijker om koopkrachtplaatjes of loonkosten aantrekkelijk te maken, of een tekortje ergens weg te werken. Handig voor bestuurders, maar uiteindelijk niet goed voor ons allemaal . Die onzichtbaarheid stelt de overheid in staat om onzichtbare belastingen te heffen, en het stelt werkgevers en vakbonden in staat om uw arbeidsbeloning te verdelen, zonder dat u er goed zicht op heeft.

En het gaat niet om kleine bedragen. De belangrijkste belasting is de inkomensafhankelijke zorgbijdrage. Die bedraagt een kleine zeven procent van uw brutoloon. Elk jaar wordt de hoogte daarvan door de overheid vastgesteld. Het andere grote element zijn de werknemersverzekeringen tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Samen 19 procent van uw brutoloon. Hier beslissen werkgevers, vakbonden en de overheid gezamenlijk over. En tenslotte nog een keer pensioenpremies, gemiddeld zo een vier procent van uw brutoloon, maar dat kan wel oplopen tot 20 procent bij sommige sectoren en werkgevers. Hier beslissen werkgevers en vakbonden samen over. 

Overheid, vakbonden en werkgevers verdelen elk jaar een flink deel van de loonruimte

Al dat geld wordt verdeeld en besteed zonder dat u enige keuze heeft. Want het gaat echt over herverdeling. Elke euro die we extra aan die collectieve stelsels uitgeven komt niet meer in je portemonnee terecht. Overheid, vakbonden en werkgevers verdelen elk jaar een flink deel van de loonruimte. Stel dat er ruimte is voor een loonverhoging van 3 procent. Als we eerst 2 procent meer gaan betalen voor pensioen, voor verruiming van de werkloosheid- of arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, dan is er voor verhoging van de bruto lonen nog maar 1 procent over. 

Sluipende gevolgen

Dat verschijnsel doet zich nu al zo’n 15 jaar voor. Het sluipende gevolg: in 2001 waren de werkgeverslasten gemiddeld nog 25 procent van het brutoloon, inmiddels is dat gegroeid naar 30 procent.  En dat gaat om veel geld, pakweg 73 miljard euro. Zo een 10.000 euro per werknemer per jaar. 

Des te belangrijker dat we daar nu een keer echt inzicht in krijgen. Niet alleen om te laten zien hoeveel geld het kost, maar ook omdat we er veel voor terugkrijgen. Pensioen, uitkering bij ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, en natuurlijk de zorg. Allemaal prima, maar mogen we hierover mee debatteren op basis van de echte cijfers? 

Dat begint bij een heldere loonstrook. Daarop staat niet, zoals nu, alleen het brutoloon, maar de totale loonkosten, de loonsom. Zodat je ziet wat je werkgever echt kwijt is aan je beloning. Op die loonstrook zie je hoeveel van je salaris naar de zorg gaat, naar je pensioen, naar de werknemersverzekeringen gaat. Zo zie je hoeveel van je geld wordt besteed aan het collectief en dat een euro extra in je portemonnee drie euro aan extra loonkosten vergt. Alleen op die manier kunnen we echt een goed debat voeren over onze collectieve stelsels. En wat die mogen kosten.

Verbeter de loonstrook!

Robin Fransman is Hoofd Financiële Sector bij De Argumentenfabriek. Meer informatie over de loonstrook levert de Argumentenfrabriek hier.

Lees verder Inklappen