Waar oh waar komen die torenhoge zorgkosten toch vandaan?

    De Nederlandse zorg is de op één na duurste ter wereld. Na een inhaalslag van twijfelachtige eer verslaan we volgens de nieuwste OECD-cijfers Frankrijk als Europees kampioen van dure zorgstelsels.

    Nederland scoort. Ons land blijkt (weer) bij de koplopers van peperdure nationale zorgstelsels te horen. Alleen het illustere en schier onbetaalbare Amerikaanse zorgstelsel hoeven we nog voor ons te dulden, zo blijkt uit de OECD-ranglijst van zorguitgaven.  

    HealthExpenditure

      Het is geen nieuws dat Nederland haar zorg duur betaalt. Ook bij de vorige meting in 2007 haalden we de top 3. Sindsdien steeg het deel dat we van ons bruto nationaal product aan de zorg besteedden met grofweg één procent. Een vrij spectaculaire toename, maar ook weer niets nieuws onder de zon. Dat de zorgkosten sinds 2006 de lucht in schoten (zie onderstaande grafiek, bron: CBS) is een bekend gegeven en leidde ertoe dat minister Edith Schippers van VWS onder meer een groeiplafond van voorlopig maximaal 2 procent per jaar moest vastleggen voor de ziekenhuiszorg en besloot flink te snijden in de AWBZ. Of dat echt gaat helpen is nog niet duidelijk, de Rekenkamer concludeerde in het rapport Uitgavenbeheersing in de zorg uit 2011 dat maatregelen om de zorgkosten te beperken in de praktijk tot dan toe weinig effect hadden.  

    totalezorguitgaven

    Bang for the buck

    Eerst maar even een kleine troost: ons peperdure systeem levert in ieder geval wel degelijke zorg op - ofwel, we krijgen wel bang voor al die bucks. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten, dat op kwalitatief niveau op verschillende punten faalt. Volgens de Zweedse denktank Health Consumer Powerhouse is ons zorgstelsel het meest klantvriendelijk in vergelijking tot andere Europese landen. In de Euro Health Consumer Index, een door farmaceutische bedrijven gesponsord onderzoek, scoort Nederland sinds 2011 steevast de eerste plaats in een vergelijkend onderzoek tussen de zorgstelsels van Europa. Nederland blinkt volgens de Zweden vooral uit in bereikbaarheid van de zorg voor de gehele bevolking en scoort zo goed omdat het stelsel in vergelijking met andere landen niet echt zwakke plekken lijkt te vertonen. De enige minpuntjes die genoemd worden zijn wachttijden, die zich nog steeds op een middelmatig Europees niveau bevinden, en - jawel - de hoge kosten die we maken voor onze zorg.

    Waar blijft dat geld?

    De grote vraag is natuurlijk waar al dat geld blijft. Dat is ook het ministerie van VWS nog niet duidelijk. De belangrijkste conclusie van de Rekenkamer in het rapport Uitgavenbeheersing in de zorg uit 2011 is dat 'de minister van VWS over weinig inzicht in de ontwikkeling van de zorguitgaven beschikt' - om verder te stellen dat de minister de mogelijkheden die ze heeft om de mogelijkheden om wel inzicht te verkrijgen niet optimaal benut en haar verantwoordelijkheid voor de betaalbaarheid van de zorg niet voldoende waar kan maken. Schippers nam die beschuldiging en de later volgende motie-Dijkstra, die opheldering van de zorgkosten ten doel had, wel ter harte. Maar de situatie is nog niet veel veranderd: het ministerie werkt nog steeds aan een verklaring voor de kosten.

    Olifant in de operatiekamer

    Het onderzoek in opdracht van VWS richt zich volgens minister Schippers vooral op het bestuderen van de contracten tussen zorgverleners en -verzekeraars en het ontsluiten van de bij zorgverzekeraars ingediende declaraties en onderzoek naar patiëntenaantallen volumeontwikkeling per specialisme. Allemaal zaken die te maken hebben met de grote roze olifant in de kamer: het totaal intransparante systeem van prestatiebekostiging in de zorg. Officieel is het de bedoeling dat alle verschillende behandeling een prijskaartje kennen en dat op basis daarvan jaarlijks een hoeveelheid zorg ingekocht wordt door verzekeraars. Maar in de praktijk maken verzekeraars vooral lumpsum-afspraken of contracten met een uitgavenplafond met zorgverleners; wat wezenlijk nauwelijks verschilt met het oude systeem van budgettering. Omdat zorgverleners het afgesproken bedrag vervolgens wel bijeen dienen te declareren via het gehekelde systeem van Diagnose- en Behandelcombinaties (DBC's), blijft de opbouw van hun werkelijke kosten op zijn zachtst gezegd troebel. De grote makke van het DBC-systeem - inmiddels voorzien van de toepasselijk wollige naam DBC's Op weg naar Transparantie, kortweg DOT - is dat er bij zoveel onduidelijkheid veel ruimte is voor 'opportunistisch declareren' door zorgverleners. Dat bleek recent nog in het Utrechtse Sint Antoniusziekenhuis dat 24,6 miljoen euro aan teveel en verkeerd gedeclareerde zorg terug moest betalen. Gecombineerd met het feit dat zorginstellingen nu zelf verantwoordelijk zijn voor hun economisch bestaansrecht en dus een logische prikkel tot omzetmaximalisatie hebben, leidt het huidige systeem bijna vanzelfsprekend tot stijgende kosten. Los daarvan kan minister Schippers zich natuurlijk afvragen hoeveel extra kosten het falende DBC-systeem zelf met zich meebrengt - aan ICT-kosten en arbeidsuren om maar eens wat te noemen- maar dat lijkt ze niet te doen. In een reactie op de motie-Dijkstra liet ze weten geen idee te hebben van de kosten die aan DOT worden toegeschreven - meer woorden worden niet vuilgemaakt aan het onderwerp. Schippers brieft de kamer voor het zomerreces opnieuw over de voortgang van haar onderzoek, maar wijst er al ten overvloede op de complexiteit van het onderwerp daar grote invloed op heeft. Met andere woorden: we hoeven nog niet te vrezen dat we onze positie als kampioen-zorgkosten-maken van Europa op afzienbare termijn weer zullen moeten afstaan.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eelke van Ark

    Gevolgd door 1251 leden

    Eelke vond vanuit de Achterhoek de weg naar Follow the Money. Ze heeft zich vastgebeten in het Nederlandse zorgstelsel.

    Volg Eelke van Ark
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren