Beeld © Fenna Jensma

‘Beleidsfluisteraar’ Hans Boutellier: ‘Narcoterreur toont urgentie nationaal debat over drugs aan’

De moordaanslag op Peter R. de Vries en de bedreiging van televisieprogramma RTL Boulevard maken volgens Hans Boutellier eens te meer duidelijk dat een volksbreed gedragen maatschappelijk debat over de georganiseerde drugshandel in Nederland hard nodig is. ‘En dan bedoel ik dus niet drie Kamerleden die er in een commissievergadering wat van vinden, ook bijvoorbeeld organisatoren van dancefestivals moeten van zich laten horen.’

Op een zomeravond in een drukke straat in hartje Amsterdam lag zomaar een van de meest bekende Nederlanders neergeschoten op straat. Nadat hij op 15 juli, ruim een week later, aan zijn verwondingen bezweek, dompelde Nederland zich in rouw over het verlies van de ‘onverschrokken’ volksheld. Zijn beeltenis domineerde de voorpagina’s van de kranten en namens het demissionaire kabinet beleden zowel premier mark Rutte als minister Ferd Grapperhaus van Veiligheid en Justitie hun verdriet.

De Vries was in het Marengo-proces vertrouwenspersoon van kroongetuige Nabil B., wiens broer (in 2018) en advocaat (in 2019) werden doodgeschoten. In dat proces staat Ridouan Taghi terecht, die leiding zou hebben gegeven aan een moordende bende en tevens schatrijk zou zijn geworden door cocaïnehandel.

Na de aanslag op De Vries en de bedreiging van het televisieprogramma RTL Boulevard klinkt in sommige kringen weer de roep om de harde hand en meer (financiële) armslag. Premier Rutte beloofde dat de strijd tegen de onderwereld zal worden gewonnen. De gewezen topambtenaar bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV) Paul Abels pleitte zelfs voor het bijspringen van de veiligheidsdienst AIVD tegen de zware drugscriminaliteit. Ook de roep om bijstand van krijgsmachtdelen als de Koninklijke Marechaussee of het ‘leger’ werd gehoord.

Emeritus-hoogleraar Criminologie aan de Universiteit van Tilburg Cyrille Fijnaut bestudeert de georganiseerde criminaliteit in Nederland al decennia en is een belangrijk adviseur van politie en justitie. Fijnaut is wars van bovenstaande ad-hoc-maatregelen in reactie op incidenten. In NRC Handelsblad zei hij te hopen dat de aanslag op De Vries beleidsmakers zal doordringen van de noodzaak van een een structurele aanpak.

Net als Fijnaut mag je Hans Boutellier rustig een ‘beleidsfluisteraar’ noemen. Een man die achter de schermen de sturende ambtenaren in Den Haag in woord en geschrift bijstaat. Als directeur (en later als wetenschappelijk adviseur) van het Verwey-Jonker Instituut leidde hij tientallen wetenschappelijke onderzoeken voor overheidsorganisaties. Boutellier, tevens bijzonder hoogleraar Polarisatie & Veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, maakt in boeken en essays brede analyses van meer ingewikkelde maatschappelijke problemen, met name op het gebied van veiligheid, criminaliteit en strafrecht. 

Boutellier is een van de meest luidruchtige critici van het ‘buzzword’ ondermijning

In zijn essay Politie! ontleedde Boutellier bijvoorbeeld de benarde positie van de politie in de huidige cybersamenleving. Ook adviseerde hij de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s), die zich richten zich op de bestrijding van de ondermijnende criminaliteit en het landelijke Strategisch Beraad tegen Ondermijning. Tegelijk is Boutellier een van de meest luidruchtige critici van het ‘buzzword’ ondermijning, een containerbegrip voor drugshandel en witwassen en de corrumperende invloed die deze hebben op de samenleving.

In het wetenschappelijke artikel ‘Een einde aan ondermijning’ beschreef hij (met anderen) hoe dit begrip verlammend werkt in de bestrijding van georganiseerde drugshandel. Die strijd krijgt door de moordaanslag op De Vries en de bedreiging van televisieprogramma RTL Boulevard een extra dimensie.

Je kunt deze acties volgens Boutellier dan ook typeren als narcoterreur: ‘Dit gaat verder gaat dan ondermijning van het systeem. Het overstijgt de directe strijd om criminele belangen. Het is een directe, openlijke aanval op personen en organisaties. Kenmerkend voor de ondermijnende effecten van met name de drugseconomie is het relatief onzichtbare karakter ervan. Maar hier is sprake van geweldpleging met een expliciet intimiderende doelstelling.’

In landen als Mexico en Colombia is dit soort intimidatie normaal. De zesdelige FTM-serie Coke & co. over de wereldwijde cocaïnehandel legt uit waarom ook ​​Nederland door deze handel grote risico’s loopt. In die serie wordt gesteld dat cocaïnehandel een zich voortdurend vertakkend en uitbreidend mondiaal systeem is dat zich na politieacties altijd weer snel herstelt. Hoe doet Nederland het volgens u in de bestrijding van de cocaïnehandel?

‘De wetgeving is strikt, maar de naleving is slecht en de handhaving schiet tekort. Dat moet op orde komen. Met name de gigantische geldstromen hebben een desastreus en pervers effect op het systeem. Als je kijkt naar de cocaïnehandel, dan zijn er schattingen van een omzet als 19 miljard. Dan kan je vragen: klopt dat wel? Maar stel het is de helft, dan is dat nog steeds een enorm bedrag. Kijk alleen al naar de omvang en frequentie van de cocaïnevangsten. Dat is toch echt wel corrumperend geld. 

Waarom is die handhaving zo slecht?

 Het tekortschieten van de opsporing en handhaving zit in capaciteit, maar vooral ook in complexiteit.’ 

U bedoelt niet alleen de complexiteit van het drugsprobleem maar ook van de handhaving?

‘Ja, ook van de handhaving. Recent is onderzoek gedaan naar de handhaving op drugssmokkel via IJmuiden en de Amsterdamse haven. Het is ontluisterend hoe met de name de complexiteit van de handhaving, de samenwerking van de overheidsdiensten dus, veroorzaakt dat het gebied zo’n open en kwetsbaar terrein is. Daar wreekt zich ook de vaagheid van het begrip “ondermijning” dat overal en nergens over gaat. De beleidsmakers en de hele veiligheidswereld zijn gemobiliseerd door dat begrip. Ik noem dat “ondermijnisering”. In de uitvoering werkt het begrip ondermijning in relatie tot drugscriminaliteit eerder verlammend. Uit het onderzoek bleek dat op een actiedag tegen ondermijning van allerlei verschillende overheidsdiensten in de havengebieden langs het Noordzeekanaal niet duidelijk was waar iedereen zich dan specifiek mee bezig moet houden. De een wilde de autoschadebedrijven die niet deugden gaan aanpakken en een andere wilde juist meer de haven zelf in. Er was geen sprake van een duidelijk doordacht actieplan. Het begrip geeft geen richting.’

‘In de uitvoering werkt het begrip ondermijning in relatie tot drugscriminaliteit eerder verlammend’

Wat moet die richting zijn?

‘Wees altijd duidelijk in wat voor doel je stelt. FTM heeft met de cocaïne-serie uitsluitend ingezoomd op cocaïnehandel. Dat is verstandig, want zo baken je een complex gebied af. Focus op wat je doet, dat geeft richting. Dat gebeurt vaak niet bij de overheid.’

De overheid steekt vele tientallen miljoenen per jaar in anti-ondermijningsbeleid. Weggegooid geld?

‘Nee. Ondermijning is een ongelukkig begrip, eigenlijk een modebegrip. Maar in het laatste artikel op FTM dat specifiek ging over ondermijning, werd verondersteld dat de fenomenen waarop het beleid tegen ondermijning is gericht er niet zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Grootschalige drugshandel en grote sommen witgewassen geld zijn realiteit. De vraag is of ondermijning een zinvolle manier is om deze problemen te beschrijven en aan te pakken.’ 

Toch blijft de beschrijving van wat ondermijning nu precies is vaag. Onderzoeker Pieter Tops en journalist Jan Tromp zijn publieke pleitbezorgers van ondermijning. Als we precies kijken naar wat ze schreven over cocaïnehandel, dan was zacht gezegd hun informatie niet erg hard. In ieder geval niet te kwantificeren of te checken. 

‘Het blijft inderdaad vaak giswerk. Maar toch: het aantal vondsten van cash geld en voorraden cocaïne zijn feiten. En als je een schatting van de omvang van de handel lager maakt, dan is het nog altijd best veel en behoorlijk verontrustend. Ik snap de behoefte aan een begrip als ondermijning bij autoriteiten. Die willen grip hebben op bepaalde ontwikkelingen.’  

Cocaïnehandel verschilt nogal van die in synthetische drugs of wiet. Is er wel zoiets als ‘de drugscriminaliteit’?

‘Hoewel de opsporingspraktijk het onderscheid soms wel maakt, is het specificeren naar soorten drugs niet echt een onderwerp in politiek Den Haag. Van oudsher bestaat in Nederland het onderscheid tussen hard- en softdrugs. Dat onderscheid lijken beleidsmakers geleidelijk te hebben verlaten, zonder dat dat echt voorgenomen beleid is geweest. Het beeld van ondermijning door drugshandel is in die zin ook een grote gelijkmaker, een stoplap. Door beleidsmatig te suggereren dat er een oplossing is, terwijl de praktijk nogal anders uitwijst.’

De reflex van de politiek en overheid op afschuwelijke incidenten zoals de moord op Peter R. de Vries en die op Derk Wiersum is steevast het afkondigen van nieuwe repressieve maatregelen tegen drugshandel. Wat vindt u daarvan?



’De zogenaamde daadkracht van justitie wordt altijd vertaald in organisaties en dat werkt vaak averechts. Dat zag je na de moord op Wiersum. Dan maakt minister Ferd Grapperhaus zich groot en komt hij met een nieuwe drugsbestrijdingsdienst. Ik ben erg tegen zulke organisatorische oplossingen voor inhoudelijke problemen. Weer een nieuwe organisatie die de beste mensen weghaalt uit andere organisaties. In plaats van de reguliere organisaties te versterken en meer richting te geven wordt er iets nieuws opgetuigd. Dat is de verkeerde weg.
’

"Dat internationale aspect is cruciaal. Nederland moet het debat over drugs ook in de EU en internationale gremia aankaarten"

Cocaïnehandel is een wereldwijd systeem. Je kan cocaïnehandel in Nederland bestrijden en allerlei sectoren weerbaarder maken. Maar wat nu als het gevaar vooral uit het buitenland komt?



‘Dat internationale aspect is cruciaal. Nederland moet het debat over drugs ook in de EU en internationale gremia aankaarten. Maar dat internationale aspect moet ook lokaal worden vertaald. Dat betekent kijken naar kwetsbare wijken in bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam waar de handel zich heeft gevestigd en die daar aanpakken. En lokaal aanpakken betekent ook banken als ABN en ING aanspreken, zodat ze gaan letten op witwassende klanten. Daarom pleit ik voor een meersporenbeleid waar het gaat om het drugsbeleid en de aanpak van georganiseerde misdaad. Een ander probleem is dat we door de geschiedenis van het gedogen van softdrugs in Nederland een rare paradox hebben. Je mag geen XTC slikken of verkopen, maar je kunt die wel laten testen.
’

‘Er zijn politiemensen die zich afvragen waarom ze drugs moeten bestrijden als hun burgemeester voor legalisering pleit’

In Spanje en België zijn geen coffeeshops en kun je geen XTC laten testen. Toch tiert de cocaïnehandel daar welig. In het VK zijn softdrugs verboden en is tegelijkertijd het gebruik van cocaïne het hoogste van Europa. Ons tolerante drugsbeleid kan toch niet de verklaring zijn van het uit de hand lopen van handel in cocaïne? 



‘Nee, maar het Nederlandse softdrugsbeleid is wel een voedingsbodem voor het ontsporen van de handel in cocaïne hier. Ik weet niet of dat in andere landen ook zo is, maar Nederlanders zien drugs in het algemeen niet als groot probleem. Heel veel burgers hebben niks met drugs, vinden het allemaal wel best. En er zijn politiemensen die zich afvragen waarom ze drugs moeten bestrijden als hun burgemeester voor legalisering pleit. Die tweeslachtigheid is op zichzelf een moreel ondermijnend proces.’ 

Speelt die tweeslachtigheid ook binnen de politie?

‘Binnen de politie leven veel meningen. Er zijn politiemensen die vinden dat we in Nederland echt van die drugs af moeten. Er klinken ook geluiden dat het dweilen met de kraan open is. Dat zorgt voor veel onduidelijkheid.’

Dossier

Coke & Co.

Hoe de cocaïne-business een onstuitbare vijand werd.

Volg dit dossier

De politie is van oudsher om de wet te handhaven en de veiligheid voor burgers te garanderen, niet om een abstracte strijd tegen een mondiaal systeem van cocaïnehandel te voeren. Nu is de basiszorg in de wijk het kind van de rekening. Is dat wat we willen? 

‘De politie verkeert in een identiteitscrisis. Die heeft vooral te maken met de enorme verschuiving in veiligheidsproblematiek. De kans dat burgers slachtoffer worden van criminaliteit als inbraak of autodiefstal is sinds 2000 bijna gehalveerd. De politie houdt zich nu vooral bezig met drugscriminaliteit, cybercriminaliteit en sociale spanningen zoals terrorisme. Die vormen van criminaliteit maken relatief weinig slachtoffers en zijn nogal onzichtbaar. Er is een verschuiving van zogeheten “high impact crimes” naar “hidden impact-crimes”. Dat maakt het voor de politie ingewikkeld om te besluiten waar de prioriteiten liggen. Daardoor ontstaat nu inderdaad grote druk op de wijkpolitie.’

Is wijkpolitie niet juist nodig om te voorkomen dat jongeren ontsporen en in georganiseerde criminaliteit komen?

‘Eens. De wijkpolitie is juist per traditie een sterk punt in Nederland, bijvoorbeeld in vergelijking met Frankrijk. Die traditie is er nog steeds maar staat onder druk. Het gaat tegen de intuïtie van beleidsmakers in, maar juist in deze ingewikkelde tijd moet de politie dicht bij de burgers blijven. Lokaal, dus in de wijk, krijgt de drugscriminaliteit voet aan de grond.’

Maar telkens krijgen miljoenen verslindende teams van de Nationale Politie voorrang. Nu weer het Multidisciplinair Interventieteam. Terwijl de geschiedenis leert dat de deze strijd tegen internationale cocaïnehandel niet werkt. Gaat de traditie van wijkpolitie zo niet verloren?

‘Dat is te kort door de bocht, hoewel ik zelf nooit een voorstander ben geweest van de Nationale Politie. Binnen de politie zelf loopt men ook te hoop tegen die ontwikkeling. Maar de wijkagent is echt nog niet weg.’

‘Er zijn politieke partijen, zoals de VVD van Rutte, die soms een onveiligheidsgevoel exploiteren’

Lokaal politiewerk maakt wijken direct veiliger en weerbaarder en kan helpen voorkomen dat kinderen in de drugshandel terechtkomen. Moet daar dan ook niet het meeste geld naar toe?

‘Zo simpel is het niet. Het is voor de wijkpolitie ontzettend moeilijk hard te maken waarom ze zo belangrijk is. Alles wat je voorkomt, kan je immers niet in cijfers vangen. Aan de andere kant: cocaïnevangsten kun je wél hardmaken. Er is binnen de overheid altijd de tendens om output-gestuurd te werken. En dan heeft de wijkpolitie het moeilijk in de argumentatie. De politie als geheel heeft ook altijd een tragische positie: die moet altijd de scherven oprapen. De politie kan per definitie niet zoveel doen aan de oorzaken.’

Premier Mark Rutte heeft in reactie op de aanslag op Peter R. de Vries gezegd dat de strijd tegen de mondiale drugshandel gewonnen gaat worden en dat we geduld moeten hebben. Wat vindt u ervan dat de regering pretendeert alsof ze werkelijk iets tegen de internationale cocaïnehandel kan doen?



‘Tja, als politicus is het lastig om te zeggen: ik weet het ook niet. Daarom zal ik nooit de politiek ingaan. Je moet in de politiek knollen voor citroenen kunnen verkopen. Er zijn politieke partijen, zoals de VVD van Rutte, die soms een onveiligheidsgevoel exploiteren.’

"Welke plaats hebben drugs in onze samenleving?"

Wetenschappelijke onderzoekers die een fenomeen als cocaïnehandel onderzoeken krijgen hun opdrachten en geld meestal van overheid, justitie en politie. Zijn academici zo niet teveel gebonden? Moeten wetenschappers niet veel vrijer en onafhankelijker kunnen kijken naar de cocaïnehandel?


’Daar ben ik het op zichzelf mee eens. Cocaïnehandel is maar één onderzoeksgebied, er is in de hele sociale wetenschap steeds minder geld beschikbaar voor vrij wetenschappelijk onderzoek. Maar ook beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek is heus wel onafhankelijk. Wetenschappers willen gewoon hun onderzoek doen. Onvrijheid zit vooral in de probleemstellingen die vanuit de opdrachtgevers zijn geformuleerd. Een positief element blijft dan wel dat het onderzoek een doel dient en dat men geïnteresseerd is in de uitkomsten.’

Hier en daar klinkt nu uit academische kring een kritisch geluid over het drugsbeleid, ook bijvoorbeeld van u. De (demissionair) minister van Justitie is nog lang niet zo ver. Grapperhaus zegt dat Nederlandse drugsgebruikers zich bewust moeten worden dat ze zelf als consument bijdragen aan de drugshandel en moeten stoppen met snuiven en slikken.

 Wat vindt u van die oproep?

‘Alle verhalen over “awareness” en dat burgers bewust moeten worden gemaakt van wat hun gebruik betekent, dat gaat niet werken. De enige stimulans hierin kan komen uit de morele verontwaardiging die mensen voelen als ze jonge jongens in dure auto’s zien rondrijden, dat mensen illegaal makkelijk geld verdienen. Dat sentiment is nu onder burgers wel te vinden, niet zozeer de afwijzing van drugs. In Nederland is daarom een breed maatschappelijk debat over drugs hard nodig. En dan bedoel ik niet drie Kamerleden die er wat van vinden in een commissievergadering. “Den Haag” moet niet zelf het maatschappelijke debat in Nederland voeren maar dat in het land op de agenda zetten.’

De nationale politiek zou een grote impuls aan dat debat kunnen geven door drugsbeleid ook internationaal op de politieke agenda te zetten. Waarom niet beginnen in de EU? 

‘Het debat moet inderdaad de vraag stellen: waar willen we, ook in Europa, als maatschappij naartoe? Welke plaats hebben drugs in onze samenleving? Ik bedoel een echt breed maatschappelijk debat met alle partijen, dus inclusief bijvoorbeeld coffeeshopeigenaren en organisatoren van dancefestivals. In Edam-Volendam speelt bijvoorbeeld het probleem van overmatig drank- en drugsgebruik onder de jeugd. Daar zijn gesprekken met caféhouders en ouders gaande over wat er zou moeten gebeuren. Daar speelt het debat al, daar kunnen we van leren. Het maatschappelijke debat over drugs zou met alle Nederlanders moeten worden gevoerd. Er moet een gemeenschappelijke visie op het probleem ontstaan. Dan ontwikkelt zich misschien ook een meer gedeelde mentaliteit over hoe we tegenover die drugs staan, en wat we eraan willen doen en ook wat niet.’

‘Alle verhalen over “awareness” en dat burgers bewust moeten worden gemaakt van wat hun gebruik betekent, dat gaat niet werken’

Bedoelt u dan dat we een mening gaan vormen over legaliseren of reguleren van bepaalde drugs?

‘Een uitkomst kan dan zijn dat duidelijk wordt waarop we wel gaan handhaven en waarop niet.’ 

Waar denkt u zelf aan?

‘In ieder geval moeten drugs meer in de sfeer van de ontmoediging dan in die van het verbod komen. Differentiatie tussen verschillende drugs ligt erg voor de hand. Je gaat dan bijvoorbeeld alleen keihard handhaven op echt gevaarlijke drugs zoals crystal meth, heroïne of fentanyl. 

En gebruik van drugs als XTC en misschien wel cocaïne zouden in een regime als van alcohol, tabak en cannabis kunnen komen. Eerlijk gezegd kan de uitkomst me niet eens zoveel schelen. Het moet vooral bijdragen aan meer politiek-morele duidelijkheid over de drugseconomie, dus het geheel van productie, handel en consumptie.’

Denkt u dat de moord op De Vries een zinvol maatschappelijk debat tot gevolg zal hebben?

'De aanslag lijkt tot doel te hebben gehad om de samenleving te ontregelen. In die zin kan alle consternatie als wake-up call werken. De samenleving kan niet onverschillig blijven bij zo’n directe aanval op mensen en media. De media en de regering kunnen het voortouw nemen voor een debat, maar ik hoop dat dit ook op lokaal niveau gebeurt. Als het maar geen louter politiek Haags debat blijft.’