Waar zijn die ‘toptalenten’ van ABN Amro-commissaris Rik van Slingelandt?

    ABN Amro-commissaris Rik van Slingelandt is ervan overtuigd dat hogere beloningen bij de bank noodzakelijk zijn om toptalenten aan te trekken en vast te houden. Maar wie zijn die toptalenten? En hoe groot is de kans dat ze weggekaapt worden? Voormalig ABN Amro-bankier Tony de Bree gaat in zijn column op zoek naar antwoorden bij zijn voormalige werkgever.

    Het was eerder deze maand een gedenkwaardige hoorzitting in de Tweede Kamer over de salarissen bij ING, Aegon en ABN Amro. Een onderwerp dat de afgelopen weken voor veel discussie en commotie heeft gezorgd en waarvan te verwachten is dat hij de komende periode nog regelmatig terug zal keren. Ik zet de verschillende stellingen van Rik van Slingelandt, de voorzitter van de Raad van Commissarissen bij ABN Amro, nog eens op een rijtje om te zien of wat hij tijdens de hoorzitting beweerde wel/niet inhoudelijk hout snijdt.

    Zijn betoog komt er in het kort op neer dat de Raad van Bestuur (RvB) en andere bestuurders van ABN Amro na een zorgvuldige selectie zijn geworven en geselecteerd. En dat je voor deze ‘bijzondere talenten’ wel dat soort (hoge) salarissen moest uittrekken omdat je deze anders niet had kunnen aantrekken of dat je ze anders niet kunt vasthouden. We noemen dat laatste een ‘retentiebonus’- mensen extra belonen om ervoor te zorgen dat ze bij je bedrijf blijven werken en de bank niet verlaten.

    Slingelandts Stelling 1: De portemonnee moet getrokken worden om toptalenten binnen te halen voor onder meer het bestuur van ABN Amro

    De werkelijkheid zit iets anders in elkaar. De aanstelling van Gerrit Zalm was destijds vooral een logische keuze voor minister van Financiën Wouter Bos. Want los van de capaciteiten van de te benoemen bestuurders, was het immers van belang om mensen te werven die de minister kon vertrouwen en die hij kende. Bos had onder Zalm als staatssecretaris op het ministerie van Financiën gewerkt. Hetzelfde gold voor Joop Wijn (CDA) die tijdens Balkenende II voor Zalm had gewerkt als staatssecretaris. Hij kende Wijn ook. Het benoemen van deze twee bestuurders paste precies in de strategie van Bos door na de redding van ABN Amro De prooi als ‘handboek soldaat’ te gebruiken: de RvB en de RvC van de oude bank moesten vervangen worden, want die waren ‘de schuldigen’ en een aantal mensen van het tweede echelon van De Bank - die anders waarschijnlijk nooit lid van de RvB zouden zijn geworden - werden een niveau hoger benoemd. Voorbeelden daarvan zijn Johan van Hal, Wietze Reehoorn en Chris Vogelzang.
    'de huidige bestuursleden bij ABN Amro kunnen niet echt beschouwd worden als ‘toptalenten’
    Op 23 december 2008 werd Zalm, in plaats van Jan Peter Schmittmann, benoemd tot vicevoorzitter van de Raad van Bestuur. Twee maanden later mocht Zalm zich zelfs bestuursvoorzitter noemen. Hij vroeg vervolgens aan Joop Wijn, die twee jaar ervaring bij de Rabobank had opgedaan, om naar ABN Amro over te stappen. Het was een traditie die werd voortgezet, want Dijkhuizen, die per 1 juni 2013 is aangesteld als CFO van ABN Amro, heeft onder Zalm ook diverse functies op het ministerie van Financiën bekleed. Dit voordat hij in 2005 bij NIBC ging werken. Tenslotte trad Caroline Princen op 1 april 2010 toe tot de Raad van Bestuur van ABN Amro en werd verantwoordelijk voor People Regulations & Identity (PR&I). Ze werkte als consultant totdat ze in 2005 werd benoemd tot algemeen directeur bij Nedstaal. In 2009 trad ze toe tot het transitieteam van ABN Amro en Fortis Bank Nederland. Princen heeft haar sporen verdiend op een aantal terreinen, maar had geen aantoonbare kennis noch ervaring in de financiële sector. Al met al valt te concluderen dat de huidige bestuursleden niet echt kunnen worden beschouwd als ‘toptalenten’ - Van Slingelandt refereerde in zijn definitie daarvan, vooral aan een trackrecord op financieel en economisch terrein. De bovengenoemde leden voldoen objectief gezien dus niet allemaal aan de eisen zoals Van Slingelandt, die tijdens de hoorzitting opnoemde. En je kunt ze dan ook geen ‘toptalenten’ op deze terreinen noemen.

    Slingelandts Stelling 2: Bancaire & financiële toptalenten zijn schaars op de arbeidsmarkt in de Nederlandse bancaire sector

    De tweede stelling die Van Slingelandt tijdens de hoorzitting poneerde was dat in Nederland ‘toptalenten in de bancaire & financiële sector schaars zijn op de arbeidsmarkt’. De hoogte van het salaris van bestuursleden, en de extra 20 procent voor sommige individuen, kán inderdaad gerechtvaardigd zijn als er een tekort is aan zulke mensen met hun specifieke kwaliteiten. Mits ze schaars zijn. Maar is dat zo? Het antwoord zal bij de meeste ABN Amro-bestuursleden 'nee' zijn. Men bezit zonder twijfel veel talenten op managerial en bestuurlijk gebied, maar minder op financieel en economisch terrein aan de top van een bancaire instelling. Er is bovendien ogenschijnlijk geen sprake van gebrek aan topmanagers ('hoog') of middelmanagers in de Nederlandse bancaire of financiële sector. Aan echte topbankiers in Nederland is ook geen schaarste. Integendeel, er zijn genoeg echte topmensen op de Nederlandse markt beschikbaar. Zonder daar uitgebreid onderzoek naar te hebben gedaan, hoef je alleen maar te kijken naar het grote aantal ervaren bankiers dat de afgelopen jaren in de sector in Nederland is ontslagen tijdens de vele reorganisaties. Ook in vergelijking met de huidige leden van de RvB van de ABN Amro. Dat argument gaat dus waarschijnlijk ook niet op.

    Slingelandts Stelling 3: Er is een Europese/internationale markt voor de Nederlandse 'topbankiers’

    Zoals hierboven al werd geconcludeerd is geen van de huidige leden van de Raad van Bestuur te beschouwen als ‘topbankiers’ volgens de nationale normen en arbeidsmarkt. Maar geldt dat wel voor de Europese of internationale arbeidsmarkt? Ook hier is het antwoord 'nee' vanwege het profiel van de verschillende leden. Er zal geen internationale vraag naar bestuursleden zijn. Met uitzondering van de vroegere minister van Financiën Onno Ruding en een klein aantal top-traders, is er geen enkele Europese of internationale markt voor de meeste van de hoge Nederlandse bankmanagers bij Nederlandse grootbanken. In een Twitter-wisseling op 20 maart 2015 ventileerde ING-bestuurder Wilfred Nagel daar een andere mening over. Hij kwam tot twee voorbeelden in de persoon van Jeroen Kremers (voormalig Chief Risk Officer van RBS) en Elbert Pattijn (Chief Risk Officer bij de Singaporese bank DBS). De realiteit is dat Kremers bij RBS Nederland terechtkwam na de splitsing van ABN Amro. En Pattijn heeft inderdaad een proven trackrecord bij Barclays, ABN Amro & ING in Azië. Dat DBS, een financiële dienstverlening in Azië, hem heeft aangetrokken is dus niet meer dan logisch. In hoeverre Pattijn al dan niet nog een grote carrière bij ING tegemoet kon zien, is van buitenaf niet te bepalen.
    'De kans is minimaal dat Nederlandse topbankiers weglopen of worden weggekocht als ‘je ze te weinig betaalt’
    Deze uitzonderingen bevestigen de stelling dat er ogenschijnlijk geen behoefte is aan Nederlandse ‘topbankiers’ of topbestuurders in algemene zin. Zeker gezien het feit dat er zowel in Europa als daarbuiten veel lokale bankmanagers met kennis en ervaring en andere echte topbankiers op de markt beschikbaar zijn door grote reorganisaties bij lokale banken. De kans dat Nederlandse topbankiers, inclusief de huidige leden van de RvB van ABN Amro, weglopen of worden weggekocht als ‘je ze te weinig betaalt’, is naar mijn mening minimaal.

    Beter voorstel

    Gezien het profiel van de verschillende bestuursleden van ABN Amro en de nationale en internationale arbeidsmarkt voor topbankiers is er geen reden om hogere salarissen te betalen behalve dan ‘dat het nu eenmaal contractueel is afgesproken’. Wat veel verstandiger is: 1) Bekijk manager-voor-manager of de betrokkene überhaupt het huidige hoge salaris verdient. Doe dit door te kijken naar zijn of haar persoonlijk rendement en gedrag. En door te kijken naar objectieve individuele schaarste op de arbeidsmarkt. 2) Breng het aantal managers in deze dure 'concrete sandwich' (grote tussenlagen van senior- en middelmanagement) terug. Gezien het grote aantal hoogopgeleide mensen bij de Bank is zoveel top- en middelmanagement totaal overbodig. Dit zijn onnodige 'organisatiekosten'. 3) Als je echt objectief meetbaar bijzondere talenten in huis hebt zoals Cristiano Ronaldo bij Real Madrid, dan kun je een uitzondering maken. Ken die dan een arbeidsmarkttoeslag toe die je ieder jaar bekijkt. 4) Gezien de realiteit op de Nederlandse en internationale arbeidsmarkt en de animositeit in de samenleving zou het aan te bevelen zijn om niet alleen van de salarisverhogingen af te zien, maar ook de topsalarissen stapsgewijs verder te verlagen bij de Staatsbank. Iets wat een overnemende partij sowieso direct zou doen.

    Klantenraad

    De passieve houding van de Staat en de geringe invloed als aandeelhouder rond de gang van zaken bij ABN Amro is in lijn met de conclusies van de Algemene Rekenkamer in het rapport De Staat als aandeelhouder. Daarin wordt gesteld dat ‘het beleid voor het beheer van staatsdeelnemingen uitgaat van het zogeheten "actief aandeelhouderschap". Publiek belang en het beheer van maatschappelijk vermogen staan in dit beleid centraal. De randvoorwaarden voor dit beleid zijn echter niet altijd ingevuld. Hierdoor is de invloed op de bedrijven kleiner dan het kabinet nastreeft’. Ook in het geval van de staatsbemoeienis met ABN Amro  zou het een goede zaak zijn als minister Dijsselbloem en de politieke partijen in de Tweede Kamer de rol van aandeelhouder namens de Nederlandse belastingbetaler serieus gaan nemen voordat de bank stap voor stap naar de beurs gaat als dat plan overeind blijft staan. De realiteit is dat een reguliere aandeelhoudersvergadering de benoeming van veel leden van de huidige RvB van ABN Amro waarschijnlijk niet zouden hebben goedgekeurd en veel kritischer zouden zijn geweest over de strategische keuzes en de resultaten van de bank de afgelopen jaren. En hetzelfde geldt voor de samenstelling van de RvC van de bank waar weinig tot geen vertegenwoordigers van de verschillende maatschappelijke stromingen te vinden zijn. De minister en de politiek zouden bijvoorbeeld de huidige raad (gedeeltelijk) om kunnen vormen tot een soort klantenraad en andere meer onafhankelijke leden van de RvC kunnen laten benoemen dan nu het geval is.  

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Tony de Bree

    Dr. Tony de Bree werkte maar liefst 26 jaar voor ABN Amro voordat hij in 2011 afscheid nam. De Bree is een eigenzinnige man d...

    Volg Tony de Bree
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren