Waarom belastingontduiking zo schimmig blijft

    We weten eigenlijk bar weinig van belastingontduiking. Daar lijkt echter verandering in te komen. De Franse econoom Gabriel Zucman heeft het privévermogen dat in belastingparadijzen gestald is, geschat op 6 biljoen dollar.

    Belastingontduiking is het schandaal waarvan iedereen weet dat het bestaat, maar waar we eigenlijk bar weinig van weten. En met belastingontduiking hebben we het niet over belastingontwijking, de fiscale Spielerei van de Google's, Apple's en Amazons van deze wereld. Nee, we hebben het over - veelal vermogende - particulieren die hun Zwitserse bankrekening niet netjes op hun belastingaangifteformulier vermelden. Het verschil tussen de twee lijkt klein, maar is zo groot als een gevangenisdeur. In Frankrijk timmeren economen hard aan de weg om het onbekende kenbaar te maken. Thomas Piketty leerde ons al over de inkomens- en vermogensontwikkeling van de rijkste 1 procent. Een andere jonge Franse econoom Gabriel Zucman leert ons over de geheime wereld van belastingontduiking. Gewapend met gegevens van de Zwitserse Centrale Bank en een aantal - aannemelijke - veronderstellingen maakt Zucman een schatting van het bedrag aan privévermogen dat in belastingparadijzen staat: 4300 miljard euro. Zoveel hebben - met name westerse - particulieren volgens Zucman in Zwitserland, Luxemburg en andere belastingparadijzen gestald. Voor de duidelijkheid, dat is heel erg veel geld. Zucman geeft niet alleen een wetenschappelijk onderbouwde schatting van de omvang van het geheime offshore vermogen. Hij laat ook zien dat het huidige beleid, ter bestrijding van belastingontduiking, niet bijster effectief is. Lange tijd was het een koud kunstje om vermogen verborgen te houden voor de belastingdienst. Brieven van buitenlandse belastingdiensten die inlichtingen willen over verborgen vermogen, mieterde een land als Zwitserland consequent de shredder in. Bankgeheim. Einde verhaal. De afgelopen decennia hebben de Europese Unie en de G20 echter flink aan de weg getimmerd om het geheimhoudingsgezelschap - onder leiding van Zwitserland - te dwingen meer informatie prijs te geven. Met succes, aldus de OESO, die in 2011 officieel het einde van het bankgeheim uitriep.

    Een apart regime voor de belastingparadijzen

    Zucman en collegae gooien echter een paar hectoliter ijswater over de zelffelicitaties van de OESO. Zucman schat dat inwoners van OESO-landen naar aanleiding van de maatregelen zo’n 253 miljard euro aan vermogen prijsgaven. Veel geld, maar het komt niet in de buurt van de ongeveer 4,2 biljoen euro aan verborgen buitenlands vermogen. Logisch, er gapen een paar gigantische gaten in de maatregelen van de Europese Unie en deG20. Zo introduceerde de Europese Unie in juli 2005 het zogenoemde ‘Savings Directive’ om belastingontduiking tegen te gaan. Voortaan moesten Europese banken de rente-inkomsten van elke Europese staatsburger bij de buitenlandse belastingdienst melden. Europese belastingdiensten konden eindelijk controleren of het rente-inkomen dat op het belastingformulier stond aangegeven, gelijk was aan het feitelijk genoten inkomen. Met een aantal belastingparadijzen, dat weinig geneigd was automatisch informatie te verstrekken, werd echter een apart regime afgesproken. In bijvoorbeeld Zwitserland was de informatie-uitwisseling niet automatisch. In plaats daarvan hield de Zwitserse belastingdienst zelf 35 procent belasting in op de rente-inkomsten van Europese rekeninghouders (om hier vervolgens drie kwart van over te maken aan de buitenlandse belastingdienst). Een Europese burger hoeft dan nog steeds niet zijn verborgen vermogen prijs te geven aan de eigen belastingdienst.

    De informatie-uitwisseling komt op gang

    Genoeg creatieve methoden om deze maatregel weer te ontlopen, zo blijkt. Zucmans co-auteur Niels Johannesen laat in een onderzoek zien dat het aantal Europese rekeninghouders van Zwitserse banken in de twee kwartalen vóór de implementatie van de Savings Directive,met maar liefst 40 procent afnam. Deze kunnen zich verplaatst hebben naar landen als Singapore, Hong Kong, de Bahama's en Bahrein die zich niet aansloten bij de Europese richtlijn. Maar ze kunnen ook rekeningen openen in naam van een bedrijf uit bijvoorbeeld Panama of de Britse Maagdeneilanden. In deze landen wordt geen centraal register bijgehouden van wie nu eigenlijk de eigenaar is van een onderneming. Het aantal rekeninghouders bij Zwitserse banken afkomstig uit dit soort belastingparadijzen nam dan ook flink toe vlak vóór de invoering van de richtlijn. Een ander initiatief kende eveneens een groot aantal mazen. De G20 besloot in april 2009 eindelijk onwillige belastingparadijzen te dwingen informatie uit te wisselen. Als een belastingparadijs niet op een zwarte lijst wil komen, moet het ten minste twaalf informatie-uitwisselingsverdragen tekenen met andere landen. Binnen no-time sloten vrijwel alle belastingparadijzen informatie-uitwisselingsverdragen af. Deze waren echter niet altijd even effectief. Veel belastingparadijzen sloten verdragen met andere belastingparadijzen, of met landen met nauwelijks inwoners. Er waren echter ook serieuze informatie-uitwisselingsverdragen. Nederland sloot bijvoorbeeld in 2010 een verdrag met Zwitserland. Maar, zoals Zucman laat zien, heeft de explosie van het aantal informatie-uitwisselingsverdragen tussen 2009 en 2012 het totaal aan offshore vermogen nauwelijks veranderd. Wat wel veranderde, is de samenstelling van het offshore-vermogen. Cyprus tekende bijvoorbeeld maar twee verdragen en zag het bedrag aan euro’s geparkeerd op bankrekeningen met 60 procent toenemen, terwijl Guernsey er negentien tekende en het aantal rekeningen met 15 procent zag afnemen.  
    Bron: Zucman en Johannesen (2014)
     

    Wat we niet zien blijft onbesproken

    Een tweede probleem is dat de informatie-uitwisselingsverdragen vaak niet bijzonder strikt zijn. In het Nederlands-Zwitserse verdrag moet bijvoorbeeld al een verdenking zijn dat een Nederlander zich schuldig maakt aan belastingontduiking, waarvoor enig bewijs moet worden geleverd, alvorens een verzoek wordt gehonoreerd. Gevolg is dat er in de praktijk eigenlijk niet zo vaak informatie wordt uitgewisseld. In 2011, het enige jaar waarvan gegevens beschikbaar zijn, deed de Nederlandse belastingdienst bijvoorbeeld vijf verzoeken om informatie bij de Zwitserse belastingdienst, waarvan er slechts twee gehonoreerd werden. Wat we niet zien blijft vaak onbesproken. Belastingontduiking krijgt, gezien haar omvang, eigenlijk veel te weinig aandacht. Terwijl er een paar eenvoudige oplossingen bestaan. Belastingparadijzen zouden, net als in Europa inmiddels gebruikelijk, automatisch informatie moeten delen met buitenlandse belastingdiensten. En er moet een internationaal register van uiteindelijke bedrijfseigenaren komen. Op die manier wordt het in één klap onmogelijk financieel vermogen en inkomen te verhullen voor de belastingdienst. Het lastige is dat zulke oplossingen alleen met enorme internationale coördinatie gerealiseerd kunnen worden. Landen die illegale praktijken faciliteren, moeten met sancties bedreigd worden. Tot het zover is, zullen vermogende particulieren altijd mogelijkheden vinden belasting te ontduiken.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren