1,5 uur. Dat is de gemiddelde hoeveelheid tijd die een rechter-commissaris van de rechtbank Oost-Brabant aan een faillissementsdossier kan besteden. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat het toezicht op Nederlandse curatoren in handen is van een gilde dat nauwelijks tijd heeft en geen zelfstandig onderzoek kan doen.

    Juni 2014 bracht slecht nieuws voor de verslaafde patiënten en 51 medewerkers van de luxe privé-afkickkliniek RoderSana. Hun toevluchtsoord cq. werkplek in de bossen bij Oirschot was door de rechtbank Oost-Brabant failliet verklaard. Voor curator Ben Arends betekende de ondergang van de afkickkliniek echter dat hij aan de slag kon om het faillissement af te wikkelen. Vijf GGZ instellingen dreigden daarbij voor 1,5 miljoen euro het schip in te gaan. Een stevige en ook lucratieve klus voor Arends, die hem bovendien de aandacht van de pers oplevert. ‘Het is heel wrang om te constateren dat er publiek geld verdwijnt en ik zal dat daarom extra goed onderzoeken,’ vertelde hij De Telegraaf. Goed onderzoek doen  is bij dit faillissement ook mogelijk, omdat er zeker vierhonderdduizend euro in de boedel zit, waarmee de Brabantse curator zijn eigen declaraties kan betalen. Daar wacht hij niet lang mee. In de eerste maand brengt Arends 42.051,86 euro (incl. btw) in rekening. Een jaar na dato staat de urenteller bij Arends op 285 uur en 50 minuten. Wie het meest recente faillissementsverslag erbij pakt, stuit op complexe vennootschapsstructuren, op ING die nog een vordering heeft van 5,5 miljoen euro, het UWV en de Belastingdienst die vorderingen indienen, vastgoed dat verkocht dreigt te worden en biedingen van bedrijven die een doorstart willen maken met de kliniek. Al met al is het een ingewikkeld dossier. Er staan flinke belangen op het spel. Curator Arends wordt bij zijn werkzaamheden voor de afhandeling gecontroleerd door een rechter-commissaris van de rechtbank Oost-Brabant, maar die heeft – zo blijkt uit onderzoek van Follow The Money – een stuk minder tijd te besteden. Hij kan gemiddeld 1,5 uur de tijd nemen om zich in een dossier te verdiepen. Want de rechter-commissaris moet ook nog meekijken bij de afwikkeling van 1098 andere dossiers, variërend van de gefailleerde bv van circus Herman Renz of van de ooit zo gevierde vastgoedbaas Harrie van de Moesdijk tot het faillissement van het Eindhovense Delphi Schoonmaak bv.

    Stapel dossiers

    De stapel faillissementsdossiers bij rechtbanken is torenhoog: het aantal lopende faillissementen bedroeg op het peilmoment van de Raad van de Rechtspraak, 1 januari 2015, in totaal 24.716 rechtspersonen en natuurlijke personen. De 'voorraad' is daarmee met 1378 dossiers gedaald ten opzichte van 2014, maar nog steeds kampen rechters-commissarissen met het stuwmeer aan faillissementen in recordjaar 2013 toen er 12.487 bedrijven en personen failliet verklaard werden. Dat is goed nieuws voor Nederlandse curatoren die omzet kunnen draaien door faillissementen af te wikkelen, maar niet voor de toezichthoudende macht: de rechters-commissarissen, die te maken krijgen met extra werkdruk. Zij moeten erop toezien dat curatoren niet uit de bocht vliegen bij hun urendeclaraties en dat ze een goede prijs bedingen bij een eventuele doorstart van de onderneming en de verkoop van bedrijfspanden en de inventaris.     Een inventarisatie van Follow The Money wijst uit dat bij alle 11 rechtbanken in Nederland er voor het gehele faillissementstoezicht 52 fulltime rechters-commissarissen beschikbaar zijn voor het toezicht op die vele duizenden dossiers. Door de voorraad faillisementsdossiers (rechtspersonen en natuurlijke personen) af te zetten tegen het aantal beschikbare rechters-commissarissen (uitgedrukt in fte's) hebben we de werklast uitgerekend. Zodoende kan per rechtbank afgeleid worden hoeveel mankracht daar aanwezig is om toezicht te houden op faillissementsdossiers onder beheer van het curatoren-gilde. Rechters-commissarissen houden zich echter niet exclusief bezig met faillissementen: ze houden ook toezicht op bewindvoerders bij surseances van betaling én bij schuldsaneringen. Laatstgenoemde taak wordt wel vaak gedelegeerd aan juridisch medewerkers, maar het toezicht op schuldsaneringen is desondanks een omvangrijke taak: in 2014 belandden er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 12.258 mensen in de schuldsanering.    

    Hoge werklast

    Wat betreft faillissementdossiers blijkt de werklast per rechtbank behoorlijk te verschillen. De werklast bij de rechtbank Limburg is met 339 dossiers per fulltime dienstverband het laagst. Uitgaande van een 36-urige werkweek en 52 weken kan een rechter-commissaris bij deze rechtbank aan ieder dossier gemiddeld toch slechts 5,5 uur besteden. Bij de rechtbank Oost-Brabant is het dus harder aanpoten. Daar telde men op 1 januari 2015 maar liefst 3078 lopende faillissementsdossiers van rechtspersonen en natuurlijke personen. En het toezicht daarop berust bij drie rechters die daarmee een gemiddelde stapel van 1099 dossiers (per fte) in de kast hebben hangen. Al zouden rechters-commissarissen alle vakanties doorwerken dan kunnen ze ruim 1,5 uur, om precies te zijn 102 minuten, aan een dossier besteden. Per jaar.
    Al zouden rechters-commissarissen alle vakanties doorwerken dan kunnen ze ruim 1,5 uur aan een dossier besteden. Per jaar.
    Martijn Poelman, teamvoorzitter bij de rechtbank Oost-Brabant, bestempelt de werklast als ‘pittig’. Hij begint met de kanttekening dat Oost-Brabant een relatief laag aantal schuldsaneringen telt. ‘Als dat wordt meegenomen dan steekt Oost-Brabant misschien minder uit dan wanneer er enkel gekeken wordt naar faillissementen.’ Hij geeft aan dat in de praktijk veel wordt uitbesteed aan juridisch medewerkers. ‘De eerste drie faillissementsverslagen worden gelezen door de rechter-commissaris zélf, want in het eerste jaar moeten knopen doorgehakt worden zoals wel/geen doorstart en wel/geen procedure tegen de bestuurder. Na die periode worden de verslagen gelezen door onze juridisch medewerkers en enkel als daar bijzondere dingen in staan dan wordt het voorgelegd aan de rechter-commissaris.’
    Financiering rechters-commissarissen droogt op De rechtbank Oost-Brabant is met 1099 dossiers een uitschieter bij het aantal dossiers per fulltime dienstverband. Maar meer geld en middelen zitten er momenteel niet in. Integendeel. Martijn Poelman, teamvoorzitter rechtbank Oost-Brabant: ‘We hebben in Nederland een uitzonderlijk financieringsstelsel. In de hele rechtspraak is er een uitstroom-financiering. Dus zodra er een einduitspraak wordt gedaan, krijgt de rechtbank die bijvoorbeeld een kort geding uitspraak doet een specifiek bedrag via de Raad voor de Rechtspraak. Het faillissementsrecht is het enige gebied dat te maken heeft met instroom-financiering. Zodra een faillissement of schuldsanering wordt uitgesproken dán krijgen we geld. Maar een faillissement duurt wel gemiddeld drie jaar, dus in jaar 2 en 3 krijgen we daar geen geld meer voor. Als je ieder jaar 1.000 faillissementen krijgt, is dat geen probleem, want dan krijg je steeds hetzelfde bedrag. Maar als je een jaar hebt waarin dat sterk daalt, dus 600 zaken opeens, dan is er een probleem, want er liggen wel nog gewoon 1.000 zaken op de plank. Dan gaat het knellen, dat kan je als rechtbank weer intern oplossen door bijvoorbeeld iemand van bestuursrecht bij insolventierecht te halen. Er worden nu minder faillissementen uitgesproken en dan wordt het minder fijn. We hadden vorig jaar een daling van 25 procent van het aantal zaken. Dat betekent dan ook dat je 25 procent minder financiering krijgt en daar heb je dit jaar ook weer last van.’

    Onvoldoende toezicht

    Het toezicht op curatoren is wettelijk geregeld in artikel 64 van de Faillissementswet. Scherp toezicht op curatoren is essentieel, vindt hoogleraar Burgerlijk Recht Bas Kortmann, voormalig voorzitter van de commissie-Kortmann die zich in 2003 bezighield met de herziening van de 120 jaar oude Nederlandse faillissementswet.
    'ER MOET TOEZICHT ZIJN ZODAT EEN CURATOR ZIJN POSITIE NIET MISBRUIKT'
    ‘In vrijwel alle Europese landen is er een vorm van toezicht op curatoren. Het gevaar dreigt anders dat schuldeisers en schuldenaren schade lijden en er onvoldoende rekening wordt gehouden met hun belangen. In het verleden zijn er voorbeelden van curatoren die rondreden in auto’s van de schuldenaar of activa verkochten aan vriendjes. Er moet toezicht zijn zodat een curator zijn positie niet misbruikt.’ Ondanks het delegatiemodel is de werklast volgens Kortmann te groot. ‘Het overgrote deel van de faillissementen stelt, plat gezegd, niets voor. Die betreffen lege boedels, dus wat er in de boedel zit, is verpand aan de bank of een andere geldschieter. De curator hoeft daar niks aan te doen. Maar met meer dan 1.000 dossiers is er sprake van overbelasting, rechter-commissarissen moeten dan wel heel veel faillissementen in de gaten houden. Het inhoudelijke toezicht schiet tekort,’ concludeert Kortmann.
    'Rechters-commissarissen moeten wel heel veel faillissementen in de gaten houden. Het inhoudelijke toezicht schiet tekort'
    De hoogleraar krijgt bijval van Stibbe-advocaat Toni van Hees. ‘Voor het vertrouwen in de afwikkeling van faillissementen is het belangrijk dat er goed toezicht is. Ook voor curatoren zelf is dat belangrijk. Mede als gevolg van de grote werkdruk die op rechters-commissarissen rust kan er simpelweg niet voldoende toezicht worden gehouden. De praktijk is dat de curator iets wil doen waarvoor hij de toestemming van de rechter-commissaris nodig heeft. Hij stapt dan naar de rechter-commissaris en zegt: “Dit wil ik doen om die en die redenen. Wilt u daarmee akkoord gaan?” De redenen die de curator geeft, pleiten natuurlijk voor het geven van dat akkoord. Vaak krijgt hij dat akkoord dan ook. De rechter-commissaris heeft het heel druk en verkeert in de feitelijke onmogelijkheid om – buiten de informatie die de curator hem verschaft – ook zelf nog onderzoek te doen. Hij is afhankelijk van de informatie van de curator en de beslissing is eigenlijk al genomen. Dat is geen toezicht.’

    'Nooit nee'

    Insolventierecht-advocaat Georg van Daal: ‘Het probleem is dat curatoren nooit “nee” te horen krijgen. Ik heb zo’n 200 faillissementen gedaan als curator maar heb dat woord nooit gehoord.’ Volgens Van Daal ligt dat niet alleen aan de hoge werklast van de rechter-commissaris en zijn grote beperkingen om zelf onderzoek te doen. Van Daal stelt dat er ook een te grote verwevenheid is tussen de toezichthouder en het onderwerp van toezicht; de curator. ‘De rechter-commissaris moet toezicht houden, maar is lid van het team en ze moeten samen de klus klaren. En een gele kaart trekken tegen een medespeler in het team, gebeurt niet gauw.’
    'Een gele kaart trekken tegen een medespeler in het team, gebeurt niet gauw'
    Van Hees ziet een oplossing in bredere onderzoekmogelijkheden van de rechter-commissaris. ‘Je kunt het gebrekkige toezicht alleen maar doorbreken als er wordt gezorgd dat een rechter-commissaris meer tijd krijgt om zelfstandig onderzoek te doen. Zeker bij belangrijke zaken zoals de overdracht van een bedrijf moet hij er zelf een keer een accountant op kunnen afsturen, een adviseur inschakelen of de gefailleerde spreken. Dat kan nu niet, want ze hebben honderden dossiers onder zich. De Rijksoverheid geeft rechters-commissarissen nu veel te weinig ruimte en middelen om echt toezicht te houden. In het algemeen wordt er door rechters-commissarissen en curatoren op professionele manier gehandeld, maar in ieder systeem moet je checks & balances hebben. Als je dat niet doet dan is er het risico dat het gaat ontsporen.’      

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 955 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    In de greep van de curator

    Gevolgd door 634 leden

    In 2014 gingen er bijna 10 duizend bedrijven en personen failliet. De gevolgen zijn vaak groot: toeleveranciers moeten nog ma...

    Volg dossier