Klanten van Shell kunnen kiezen voor extra CO2-compensatie bij een tankbeurt bij tankstations in Nederland. Dit kunnen ze doen door 1 cent extra per liter te betalen voor het gebruik van benzine, diesel of LPG
© ANP Bart Maat

Waarom de grootste pensioenbelegger van Nederland vergroent door tegen strenger klimaatbeleid te stemmen

  • voorkomen als in "preventie" of voorkomen als in "het komt voor".

APG, de uitvoeringsorganisatie van pensioenfonds ABP, investeert miljarden in de fossiele industrie. Tijdens aandeelhoudersvergaderingen heeft APG daardoor veel macht. De keuzes van het fonds lijken behoudend: zo stemde het tegen de klimaatresoluties van Follow This, de groene aandeelhoudersvereniging binnen Shell. Is APG een blok aan het been op weg naar de klimaatdoelen van Parijs of staat hun ‘geduldig kapitaal’ juist voor duurzame vergroening?

Tussen Nederlandse pensioenfondsen tekent zich een klimaatkloof af, schreef Follow the Money enkele weken geleden. Tijdens aandeelhoudersvergaderingen van diverse grote oliebedrijven viel afgelopen voorjaar op dat Nederlandse vermogensbeheerders er een compleet verschillend klimaatbeleid op na lijken te houden. Aan de ene kant stemmen beleggers als Aegon, Nationale Nederlanden, PME, Achmea, Van Lanschot Kempen en Actiam telkens voor steviger klimaatbeleid, aan de andere kant lijkt met name de Algemene PensioenGroep (APG) terughoudender. 

Daarop stuurde APG een uitnodiging. Om eens te komen praten, alle vragen mochten gesteld worden. Afgelopen week vond het interview plaats op de Amsterdamse Zuidas. Nog eventjes trouwens, want APG gaat verhuizen naar Sloterdijk. ‘Dat vinden niet al onze medewerkers leuk,’ vertelt woordvoerder Dick Kors (DK), die tijdens het interview aanwezig is. ‘De Zuidas is toch het financiële centrum van Nederland, naar Sloterdijk is wat verder reizen. Maar de verhuizing levert een fikse besparing op, wat de kosten per deelnemer verlaagt. Bovendien past Sloterdijk beter bij ons imago dan de wat sjieke Zuidas.’

APG investeert namens 4,6 miljoen pensioendeelnemers

APG is de uitvoeringsorganisatie van een groot aantal Nederlandse pensioenfondsen, waarvan ABP in omvang veruit de grootste is. Eén van de belangrijkste taken van APG is de inleg van 4,6 miljoen pensioendeelnemers investeren, namens wie het fonds ongeveer 500 miljard euro in beheer heeft. In 2018 lag het rendement van APG's investeringen 90 basispunten boven de markt. ‘De laatste twintig jaar hadden wij gemiddeld een rendement van 7 procent per jaar. Over de volledige looptijd verviervoudigen wij de inzet van een deelnemer en werkgever,’ aldus Kors. Bij APG werken in totaal ruim drieduizend mensen. 

Lees verder Inklappen

Onder het systeemplafond van Kors’ kleine kantoor zitten nog twee personen aan tafel: Jan Willem Ruisbroek (JWR), hoofd Global Infrastructure Investment Strategy, en Lucian Peppelenbos (LP), klimaatspecialist bij APG. 

Heren, toen ik gisteren thuis vertelde over dit interview vroeg mijn vriendin om jullie haar situatie voor te leggen. Zij werkt als docent op een vmbo in Spijkenisse. In haar vrije tijd is zij veel bezig met duurzaamheid. Ze vliegt niet, eet nauwelijks vlees en we hebben geïnvesteerd in zonnepanelen. Ondertussen maakt zij zich zorgen over haar pensioen: terwijl zij probeert zo groen mogelijk te doen, blijven jullie met haar geld investeren in de fossiele industrie. Ze heeft daarom de petitie van ABP Fossielvrij ondertekend, een actiegroep die wil dat de beleggingen van het ABP in overeenstemming met het klimaatakkoord van Parijs worden gebracht. Verder kan zij geen kant op: als onderwijzer is ze verplicht deel te nemen aan ABP. Hoe reageren jullie daarop?

LP: ‘Het pensioenstelsel is zoals het is. Aan die keuzevrijheid kunnen wij als individuele partij weinig doen. Dat is het stelsel. 

Maar als het gaat om klimaatambities... Kijk, klimaatrisico staat bij ons hoog op de agenda. Als je ABP en APG wereldwijd afzet, zul je dat ook tegenkomen in alle rankings. Of dat ook goed genoeg is, is een tweede. Klimaatverandering is een systemische uitdaging: vraag en aanbod, beleid en markt, financiering en technologie, al die elementen moeten samenkomen. Je kunt niet één individuele partij aanwijzen die het moet oplossen. Het gaat om distributed leadership: ieder moet zijn ding doen. Wij als APG doen ons ding. Als een van de eerste beleggers wereldwijd stelden wij in 2015 een target voor carbon footprint reduction. We hebben een target op beleggingen in hernieuwbare energie. Inmiddels doen veel andere partijen dat.’ 

DK: ‘Jouw vriendin kan inderdaad niet kiezen, maar ze kan zich wel uitspreken. ABP voert namelijk een intensieve dialoog met deelnemers en stakeholders, waaronder ABP Fossielvrij. ABP heeft ook onderzoek gedaan naar haar deelnemers: een meerderheid is voor verantwoord en duurzaam beleggen.’

JWR: ‘Ik denk dat jouw vriendin allereerst heel blij mag zijn dat ze haar pensioen bij ABP heeft, want in termen van uitvoering, kosten en rendementen zijn de voordelen van zo’n groot fonds ten opzichte van kleinere fondsen groot. ABP heeft ons duidelijk gemaakt hoe zij willen dat wij beleggen. Dat is met een focus op rendement. En zo groen mogelijk.’

Wat is leidend? Rendement of duurzaamheid?

JWR: ‘Ik heb altijd begrepen dat wij zo groen mogelijk willen zijn, zonder dat we daar rendement voor opgeven. Ik wist niet dat daar nu onderzoek naar was gedaan.’

"Onze fossiele investeringen nemen toe omdat ze door koersstijgingen meer waard zijn geworden"

Na onderzoek stellen de ngo's Both ENDS, Fossielvrij NL en Urgewald juist dat jullie ieder jaar méér geld in de fossiele industrie investeren: 8,4 miljard in 2015, 10,4 miljard in 2016 en 10,9 miljard in 2017. Klopt dat?

LP: ‘Nee, wij becijferen dat zelf ook. Onze fossiele investeringen nemen toe omdat ze door koersstijgingen meer waard zijn geworden.’

Hoe becijferen jullie die investeringen?

LP: ‘De algemene definitie van ‘fossiele energie’ is degene die de energiebron levert. Staal, chemie of cement vallen hier dus buiten. Vervolgens kijken wij naar alle holdings waarin wij geïnvesteerd zijn. Voor elke holding hebben we data waarmee we kunnen uitsplitsen: zoveel van energiebedrijf RWE zit in steenkool, zoveel van RWE zit in hernieuwbaar, enzovoort. Dat tellen we bij elkaar op.’ 

Dus stel, zij zitten voor 30 procent in hernieuwbaar, dan telt 30 procent van jullie investeringen in RWE als hernieuwbaar. 

LP: ‘Precies. Die ngo’s hebben een andere berekeningsmethode, omdat zij die onderliggende data niet hebben. Zij zeggen: Shell, dat is olie. Al onze investeringen in Shell zitten dan in ‘olie’.’ 

Een Shell-windpark nemen zij niet mee?

LP: ‘Precies. Onze cijfers zijn veel realistischer dan die van hen. Bovendien komen in hun cijfers de private markten niet terug. Dat zit niet in de data waar zij toegang toe hebben. Terwijl daar onze grootste effort zit.’ 

Geldt ditzelfde voor de investeringen in steenkool? Zij stellen dat die tussen 2015 en 2017 gegroeid zijn van 3,6 naar 4,6 miljard. 

LP: ‘Ja. Zij nemen de volledige exposure. Wij kijken naar wat echt steenkool is binnen een bedrijf.’ 

Hoe staan jullie tegenover de strategie van het Noorse staatspensioenfonds, dat in 2015 aankondigde om alle investeringen uit bedrijven terug te trekken die meer dan 30 procent van hun omzet uit de productie of verbranding van steenkool halen?

LP: ‘Onze klanten moeten ons daar opdracht voor geven.’ 

ABP moet zeggen: dit willen we?

LP: ‘Ja.’ 

Dat heeft ABP nog niet gedaan?

LP: ‘Nee.’

Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, moet volgens verschillende onderzoekers een groot deel van de voorraden van steenkool-, olie- en gasbedrijven in de grond blijven zitten: stranded assets. Dit terwijl de waarde van de bedrijven, en dus ook hun risicoprofiel en de waarde van hun aandelen, gebaseerd is op deze voorraden. Worden deze bedrijven niet veel te hoog gewaardeerd? En wat betekent dat voor het risico dat jullie beleggingen lopen? 

LP: ‘Daar doen we zeker onderzoek naar. De onderzoeken die je in het publieke domein tegenkomt, nemen we ook steevast door. Elke keer kunnen we gaten schieten in hun modellen en analyses.’ 

Dus op dit moment heb je niet het idee dat dit een groot risico is?

LP: ‘Nee. En laten we wel wezen: uiteindelijk is dit gebouw ook een stranded asset. Alles moet je op een gegeven moment afschrijven.’

Ja, maar het gaat natuurlijk om het tempo waarin dat moet gebeuren. Dat is juist de crux: alles heeft afschrijvingen, maar bij fossiele voorraden zouden die weleens heel snel heel groot kunnen zijn. 

LP: ‘Daarover maak ik me niet zo’n zorgen. Op dit moment zijn de olieprijzen namelijk heel laag. Hierdoor is de hele olie- en gaswereld bezig met capital discipline: er is een grote focus op de kostprijs en kostenreductie van olie- en gaswinning. Dat gaat dus heel goed samen met het voorkomen van stranded assets.’ 

Wat hebben voorraden die bewezen in de grond zitten met kostenreductie te maken?

LP: ‘Er is een groot verschil tussen voorraden en projecten die daadwerkelijk worden uitgevoerd. Pas op het moment van de Final Investment Decision (FID) wordt er kapitaal in zo'n project gegoten en kun je beoordelen wat het risico op een stranded asset is. Tot die tijd staan voorraden weliswaar op de balans, maar dat werkt beperkt door in de waardering van zo'n bedrijf.’

Dat is dus het antwoord; de potentiële stranded assets vertegenwoordigen volgens jullie maar een klein deel van de waarde van een bedrijf, dus de aandelen die jullie in dat bedrijf hebben, lopen weinig risico. 

LP: ‘Ja. Bedrijven schrijven zelf door de jaren heen ook al af op reserves. Total heeft vorig jaar afgeschreven op schaliegasprojecten, omdat daar de economics veranderd zijn.’

JWR: ‘Hier zit natuurlijk een grote groep experts die zo’n bedrijf dagelijks intensief monitoren. Op het moment dat zij het idee hebben dat er iets op die balans staat dat z’n waarde niet heeft, dan kun je ervan uitgaan dat dat zij dat meenemen in de prijsbepaling. Als zij denken dat er stranded assets op de balans staan die de markt nog niet doorheeft, dan zullen zij een onderweging  nemen in dat soort aandelen.’ 

Als je vandaag een windmolenpark in de verkoop zet, heb je zo dertig, veertig potentiële kopers

In 2017 kondigden jullie aan voor 2020 5 miljard euro te willen beleggen in duurzame energie. Hoe staat het daarmee?

DK: ‘In 2018 zaten we volgens eigen onderzoek al op 4,8 miljard.’

JWR: ‘Een groot deel daarvan komt uit mijn portefeuille. Wij kijken iedere dag naar vragen als: waar zijn er windmolenparken te realiseren? Waar zijn ze al gerealiseerd en kunnen we ze kopen? Op die manier hebben wij al meer dan 1,5 miljard euro in windenergie belegd. Er is alleen ontzettend veel kapitaal op zoek naar dat soort projecten. En die zijn niet onbeperkt voorhanden. Als je vandaag een windmolenpark in de verkoop zet, heb je zo dertig, veertig potentiële kopers. APG is er daar één van. Maar er zijn meer institutionele beleggers die willen vergroenen.’ 

Er is meer geld dan windenergie?

JWR: ‘Ja. En dan gaat het normale spel van vraag en aanbod werken. Als er meer vraag is dan aanbod, zoals nu, wordt de prijs opgedreven, met minder rendement tot gevolg. Wij moeten afwegen of de prijs die wij voor zo’n park neerleggen, opweegt tegen het risico. Te veel betalen voor een asset betekent dat we gewoon geld aan het verkwisten zijn. Soms komt er iemand die 20 procent meer biedt. Als we het daartegen afleggen, vinden we dat niet jammer. Die 20 procent extra vinden wij onverantwoord.

Niettemin lukt het ons om projecten te kopen, omdat we vooraan in de ontwikkeling zitten en echt constructierisico nemen. Mijn filosofie is dat de wereld niet heel veel groener wordt als een bestaand windmolenproject van eigenaar verandert. Daarom zetten wij in op meer ontwikkeling van de grond krijgen. De bedrijven waarin wij beleggen, bellen ook echt boeren op om te vragen of ze een paar palen op hun land mogen zetten. Dat gaat niet snel: er zijn studies nodig, je moet bellen met de gemeente, vergunningen aanvragen. Zoiets vereist geduldig kapitaal en veel kennis en kunde.’ 

Op die manier lukt het jullie dus om voldoende groene investeringen te vinden?

JWR: ‘Het lukt om veel duurzame energieprojecten te vinden. Kopen is de kunst niet: dat is een kwestie van het hoogste bod uitbrengen. Bovendien denken wij dat maar 10 tot 20 procent goed geprijsd is. De rest is te duur. Tot een grote portefeuille komen, kost gewoon tijd.’ 

Dan wil ik het graag hebben over wat jullie investeren in grote fossiele bedrijven. APG heeft een democratisch recht om te stemmen tijdens aandeelhoudersvergaderingen. Vaak gaat het om miljoenen of miljarden aan aandelen in deze bedrijven, dus de stem van APG weegt zwaar. Ik begrijp dat jullie daarbij een ‘insluitingsstrategie’ hanteren? Wat is dat?

LP: ‘Ons beleggingsuniversum bestaat in principe uit 10.000 verschillende bedrijven. Slechts in een deel daarvan zijn we belegd, zeg zo’n 4000. Alle 10.000 bedrijven hebben we gescreend. Hoe doen ze het op het gebied van milieu, arbeid, mensenrechten en governance en corruptie? Die vier gebieden hebben we doorvertaald naar een stuk of zestig, zeventig criteria waar we de bedrijven op scoren. Daarnaast kijken we naar controverses. Zijn arbeiders gewond geraakt tijdens het productieproces of zijn de rechten van communities geschonden? Die 10.000 bedrijven delen we vervolgens onder in koplopers, bedrijven die het goed doen, en achterblijvers.’ 

"Met Shell voeren we intensieve dialogen over energietransitie en mensenrechten"

Wat doen jullie vervolgens met de achterblijvers?

LP: ‘In achterblijvers beleggen we alleen als we een dialoog kunnen aangaan waarin we bespreken wat we willen bereiken. Als dat gebeurt, verandert een bedrijf van achterblijver in een belofte.’ 

Is Shell dan een koploper, een achterblijver of een belofte?

LP: ‘In principe communiceren we niet naar de buitenwereld hoe we een bedrijf classificeren. Maar ik kan je wel zeggen dat we met Shell intensieve dialogen voeren over verschillende dossiers, niet alleen de energietransitie, maar ook over mensenrechten, met name over Nigeria.’ 

Als jullie achter de schermen in gesprek gaan met Shell, mogen jullie alleen informatie uitwisselen die publiek is. Om te voorkomen dat jullie kunnen handelen met voorkennis, mag Shell niets met jullie delen dat niet ook bij alle andere beleggers bekend is. Wat voor nieuws horen jullie dan bij die insluitinggesprekken?

LP: ‘Vond je wat Shell vorig jaar aankondigde geen nieuws?’

Je bedoelt de korte termijn scope 3-doelstellingen en de koppeling aan het beloningsbeleid? 

LP: ‘Ja, vond je dat nieuws of niet?’

Ik vond dat op zich wel nieuws, al was de lange termijn scope 3-doelstelling toen al een tijdje bekend. 

LP: ‘Dat soort dingen hebben wij afgelopen jaar intensief met Shell besproken.’

Scope 3 en Shell

In 2017 maakte Shell plotseling bekend dat het een relatieve reductie van de scope 3-emissies nastreeft. Verrassend, want zes maanden eerder vond Shell nog dat scope 3-emissies buiten hun verantwoordelijkheid vallen. 

De uitstoot van broeikasgassen door een bedrijf worden opgedeeld in drie ‘scopes’. In de eerste scope vallen alle emissies veroorzaakt tijdens het productieproces. Shell pompt bijvoorbeeld aardolie op, waarna dit wordt geraffineerd. Daarbij komen emissies vrij, die vallen onder scope 1. Onder scope 2 valt de uitstoot die vrijkomt bij het opwekken van elektriciteit in een elektriciteitscentrale. Shell heeft bijvoorbeeld stroom nodig om de lichten op het hoofdkantoor te laten branden. De grootste uitstoot valt echter onder scope 3. Dat zijn de emissies die veroorzaakt worden door het gebruik van producten van Shell: alle broeikasgassen die vrijkomen bij het verbranden van de benzine, diesel, kerosine, stookolie en aardgas. 

Follow This riep Shell op verantwoordelijkheid te nemen voor deze scope 3-emissies en ze in lijn te brengen met het klimaatakkoord van Parijs. Dat wilde Shell telkens niet, omdat het van mening was dat het geen verantwoordelijkheid kan nemen voor wat de eindgebruiker met de brandstoffen doet. 

In november 2017 kondigde Shell aan wél verantwoordelijkheid te nemen voor scope 3-emissies. Het gaat hier om een relatieve reductiedoelstelling: in 2050 moet de CO2-uitstoot per eenheid energie met de helft zijn gedaald. 

In december 2018 werd deze doelstelling na onderhandelingen met onder meer APG vertaald naar een doelstelling op de korte termijn en een koppeling aan het beloningsbeleid van de top.

Lees verder Inklappen

Als dat statement aan de onderhandelingstafel tot stand is gekomen, hebben jullie als lid van de kerngroep van onderhandelaars gedurende die lange periode van onderhandelingen niet in het aandeel Shell gehandeld? 

LP: ‘Dit is door de juristen van Shell beoordeeld als geen koersgevoelige informatie.’

De korte termijn scope-3 doelstellingen zijn geen koersgevoelige informatie?

LP: ‘Nee. Kijk, onze gesprekken met Shell gaan over de principes. Wij zeggen tegen Shell dat we een framework willen afspreken waarmee wij kunnen monitoren hoe zij door de transitie heen lopen. Wat Shell als targets zet, is aan Shell. Dat horen wij niet eerder dan wie dan ook.’

In 2017 riepen de aandeelhouders van Follow This Shell op om verantwoordelijkheid te nemen voor deze scope 3-emissies. Het bestuur van Shell wilde dat toen niet, want volgens Shell was scope 3 de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker. Verschillende grote Nederlandse vermogensbeheerders gingen niettemin tegen het bestuur in en stemden toch voor de motie van Follow This, onder andere Aegon, PGGM, Van Lanschot Kempen en Actiam. APG stemde echter tegen. Waarom? 

LP: ‘Er werd toen gevraagd om een absolute scope 3-emissiereductie. Dat wil zeggen: Shell moet kleiner worden.’ 

Nou ja, de inzet van Shell op fossiele brandstoffen moet kleiner worden. Ze mogen best groeien in zon en wind. 

LP: ‘Ja, precies. Wat wij zeiden en waar we nu met Shell op zijn uitgekomen is wél scope 3, maar dan op basis van de carbonintensiteit van het eindproduct.’ 

Een relatieve reductie. 

LP: ‘Wat had er kunnen gebeuren als die andere resolutie werkelijkheid zou zijn geworden? Shell heeft een hele goede positie in de gasmarkt in Azië, waardoor het daar veel steenkoolcentrales voorkomt of uit operatie haalt. Dat is pure milieuwinst. Zeg je tegen Shell dat ze hun scope 3 absoluut niet mogen vergroten, dan beperk je hen in het uitbreiden van die markt. Shells emissies zouden verminderen, maar die van de wereld nemen toe. Dat was ons bezwaar.’ 

Het gevaar van een relatieve uitstootvermindering is dat Shell nu méér kan investeren in olie en gas, zolang het er maar voldoende duurzame energie naast zet. De absolute uitstoot van Shell kan binnen deze doelstelling gewoon stijgen. 

LP: ‘Ja, dan kom je terug op de systemische problematiek. Zo lang de vraag naar energie stijgt los je dat niet op.’ 

Hoe gaan we met deze doelstelling dan Parijs halen? Volgens het IPCC moeten we daarvoor in in 2050 naar een netto-emissie van 0. Hoe wordt dat gehaald met deze relatieve Shell-doelstelling?

LP: ‘Hoe wordt dat gehaald? Door de vraag te verminderen. In alle scenario's is demand destruction de belangrijkste manier om klimaatverandering tegen te gaan.’ 

Dat weet ik, efficiency is de makkelijkste en goedkoopste klimaatoplossing

LP: ‘De vraag moet afnemen en de energie zelf moet schoner worden. Tegelijk. Shell heeft dus een deel van het antwoord in handen en een deel niet.’ 

Een relatieve doelstelling van 50 procent minder in 2050 betekent een absolute reductie van misschien 30 procent. Zelfs als we er voor het gemak van uitgaan dat die 50 procent relatief ook 50 procent absoluut is, dat is toch bij lange na niet voldoende om Parijs te halen? Daarvoor zouden we 95 tot 100 procent minder emissies in 2050 moeten hebben. 

LP: ‘En daarom hebben we met Shell afgesproken dat we eens in de zoveel tijd deze ambitie herzien.’ 

De eerstvolgende keer is in 2022?

LP: ‘Ja.’ 

Dat betekent dus dat deze doelstelling, die niet voldoende is om Parijs te halen, nu jullie goedkeuring heeft. In ieder geval tot 2022. Pas daarna gaan we kijken of er iets mee moet. 

LP: ‘Ja. Als je de curves van Shell bestudeert, zie je dat ze tot 2035 harder gaan dan de maatschappij. Hun reductievermindering gaat harder dan gemiddeld. In die context neemt Shell haar verantwoordelijkheid.’ 

Onlangs werd glashelder hoe Shells focus op een relatieve uitstootvermindering de weg tot een absolute toename ruim open laat. Shell kondigde vorige maand namelijk aan dat het van 2021 tot 2025 méér zal investeren in olie en gas. Nu steekt het concern daar gemiddeld 25 miljard dollar per jaar in. Dit verhoogt het naar 30 tot 32 miljard dollar per jaar. Er wordt dus meer in olie en meer in gas geïnvesteerd, terwijl die relatieve reductiedoelstelling ook gewoon bestaat. Op papier is dit misschien goed met elkaar te rijmen, maar in absolute zin nemen de emissies hierdoor gewoon toe. 

LP: ‘Er is de laatste jaren in de oliemarkt ondergeïnvesteerd, in relatie tot de vraag op de middellange termijn.’

Shell heeft de afgelopen jaren te weinig in olie en gas geïnvesteerd?

LP: ‘De sector. Ik kan hier geen uitspraken doen over individuele bedrijven.’ 

Omdat er te weinig door de sector in olie en gas is geïnvesteerd, liggen daar nu kansen voor Shell. En het nemen van die kans is mogelijk binnen het framework van die relatieve emissiereductie. Omdat het om een relatieve emissiereductie gaat. 

LP: ‘Dat is jouw conclusie.’ 

"Met Shell hebben we een geschiedenis van drie, vier jaar dialoog. Met BP en Equinor hebben we een ander startpunt"

APG kreeg bij Shell voor elkaar dat het kortetermijndoelstellingen neerzet voor scope 3. Onvoldoende om Parijs te halen, maar toch: Shell is het eerste grote oliebedrijf dat die stap zet. Jullie zijn daar trots op, merk ik. Toen diende Follow This een paar maanden geleden nieuwe, soortgelijke moties in bij BP en Equinor om hen verantwoordelijkheid voor scope 3 te laten nemen. Opnieuw stemden Aegon, Nationale Nederlanden, Actiam, PGGM, Achmea en Van Lanschot Kempen voor de motie. APG stemde weer tegen. Waarom vinden jullie dat Shell wél verantwoordelijkheid moet nemen voor scope 3, maar BP en Equinor niet? 

LP: ‘Bij BP en Equinor zijn er in het kader van Climate Action 100+ afspraken gemaakt over de extra stappen op hun klimaatambitie. Bij BP waren we wederom onderdeel van die kerngroep bij de onderhandelingen, bij Equinor stonden we op meer afstand. Omdat we net afspraken hadden gemaakt met die bedrijven om extra stappen te zetten, is het niet gepast om een andere resolutie te ondersteunen. Dat had dus niet zozeer te maken met scope 3, want ook dat is onderdeel van de afspraken bij die bedrijven.’

Welke verantwoordelijkheid nemen BP en Equinor dan voor hun scope 3-emissies?

LP: ‘Beide bedrijven gaan scope 3 om te beginnen meten. En ze gaan onderzoeken hoe ze dat kunnen koppelen aan targets en het beloningsbeleid.’ 

Oké, ze gaan dus meten en ze gaan onderzoeken.

LP: ‘Ja. Dus wederom hebben we een framework afgesproken wat betreft accountability.’

Creëer je geen ongelijk speelveld door van Shell iets anders te verwachten dan van BP en Equinor? 

LP: ‘Van alle bedrijven verwachten we hetzelfde. Voor alle bedrijven hebben we universeel dezelfde uitgangspunten. Hoe je dat doorvertaalt naar specifieke bedrijven is altijd maatwerk, want bedrijven zijn verschillend. Equinor is een fundamenteel ander bedrijf dan Shell.’

Jullie vinden dus niet dat je de afspraken die je bij Shell hebt gemaakt, kunt doorvertalen naar iets vergelijkbaars bij BP of Equinor? 

LP: ‘Met Shell hebben we een geschiedenis van drie, vier jaar dialoog. Met BP en Equinor hebben we een ander startpunt.’ 

JWR: ‘Het domste dat je kunt doen is onhaalbare targets zetten, want dan doen ze er niks mee.’ 

LP: ‘Je hebt het steeds over die resoluties. Maar maak nu eens een staatje van welke belegger serieuze gesprekken voert met de oliesector over de energietransitie. En welke belegger daadwerkelijk dingen bereikt. Dan zul je zo’n groene koers zien binnen APG!’

Welke gesprekken jullie op de achtergrond voeren, kan ik niet beoordelen. Maar ik zie wel hoe jullie stemmen. Andere grote beleggers lijken op het moment van stemmen veeleisender ten opzichte van Shell, BP en Equinor. 

LP: [zucht] ‘Ja, of is dat in de context van media?’

Een publiciteitsstunt?

LP: ‘Kijk daar nou eens kritisch naar als journalist. Zie het hele plaatje.’ 

Hoe een Van Lanschot Kempen, een Actiam, Aegon, PGGM, MN, hoe zij…

LP: ‘Ja, hoe vindt werkelijke verandering plaats in dit soort grote bedrijven?’

En jullie stellen: dat komt niet...

LP: ‘Steeds die bypasses waarvan men aanneemt dat die er zijn, die golden bullets. Wij - ík doe niks anders dan daarover nadenken. Hoe kunnen we daar beweging in krijgen? Ik zet al mijn professionele kennis en passie daarop in. En dan slaat de buitenwereld, en dan met name de media, het zo plat. Ja. Resoluties zijn een onderdeel van een toolkit. Maar die resoluties zijn ook ingediend bij bedrijven waar heel andere processen plaatsvinden. Waar gesprekken gevoerd zijn. Waar succes is geleverd. Waar belangrijke stappen zijn gezet. Waardoor die bedrijven écht stappen gaan zetten. 

Dat het allemaal niet snel genoeg gaat, daar zijn we het snel over eens. Maar wij doen ons volle best om daar die groene koers in te brengen. Ja, wij zijn groot, maar we zijn een radertje. Beperk je dus niet tot het oplepelen van hetzelfde verhaaltje.’ 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ties Joosten

Gevolgd door 1030 leden

Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

Volg Ties Joosten
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren