Lobbyen is van alle tijden en iedereen kan het, maar is iedereen daarmee meteen een lobbyist? De meningen lopen nogal uiteen en dat maakt het er niet transparanter op. 'Dit is de polder, één kleffe bende.'

    Staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Veiligheid & Justitie heeft woensdag 7 oktober een moeilijke avond voor de boeg in het dorp Oranje. Hij weet dat hij een impopulair besluit heeft genomen, maar er is geen alternatief. Om de bewoners van het Drentse dorpje toch te overtuigen gaat hij zelf uitleggen waarom hun dorp nóg eens zevenhonderd asielzoekers moet opnemen. Dat overtuigen moet trouwens snel gebeuren, want de bussen met vluchtelingen zijn al onderweg. De dorpsbewoners reageren woedend, dit gaat hun veel te ver. Morrend hebben ze ingestemd met zevenhonderd asielzoekers, maar een verdubbeling van dat aantal is voor hen onbespreekbaar. Met caravans blokkeren ze de toegangswegen om de bussen te weren. Ook Dijkhoff komt niet zonder moeite terug in Den Haag. Een stevige huisvrouw van middelbare leeftijd probeert zijn ‘dikke BMW’ tegen te houden. De vrouw wordt door een beveiliger aan de kant getrokken en valt gillend op de grond. Het levert nogal gênante beelden op waar de (sociale) media stevig de draak mee steken. Desondanks heeft haar actie succes: Dijkhoff moet van de Tweede Kamer op zoek naar een alternatief dat hij eerder niet zag.

    Wie is een lobbyist?

    Wie aan een lobbyist denkt, zal niet zo snel de gillende vrouw voor ogen hebben. Toch valt daar iets voor te zeggen voor wie naar de definities van 'lobbyen' kijkt. De Cambridge Dictionary definieert lobbyen als ‘de activiteit van het trachten om gezagspersonen, meestal een gekozen lid van een regering, te beïnvloeden om wetten of regels te steunen die ten voordele komen aan de eigen organisatie of sector’. Het Britse parlement kent een ruimer begrip: ‘lobbyen is de praktijk van het proberen te beïnvloeden van opvattingen van parlementsleden (wat leden van de regering in Groot-Brittannië ook zijn, red.)’. De Nederlandse belangenorganisatie voor public affairs BVPA definieert lobbyen als 'het geheel van rechtmatige acties dat wordt ondernomen om politieke en ambtelijke besluitvorming te beïnvloeden'. Over de rechtmatigheid van de actie richting Dijkhoff valt te twisten, maar de vrouw wist wel een politiek besluit te beïnvloeden en het in haar voordeel te wijzigen. Is zij daarmee dan ook een lobbyist?

    Tel kwijt

    Het blijkt een moeilijke vraag. Naar aanleiding van de dieselaffaire bij Volkswagen zochten verschillende media uit hoeveel lobbyisten er in Brussel voor de auto-industrie werkzaam zijn. De NOS kwam uit op 240, Transparency International (TI), een organisatie die pleit voor meer transparantie en regulering in de lobbywereld, op 198, het Corporate European Observatory, een ngo die lobby's in Brussel kritisch volgt, op 317. Jos Dings, directeur van milieuorganisatie Transport & Environment, kwam in NRC tot een aantal van 136. Dings verwees naar het Transparency Register, de officiële database van de EU waarin lobbyisten in Brussel worden geregistreerd. ‘Wat wij hebben gedaan is een optelsom maken van de lobbyisten bij grote autobedrijven en hun brancheorganisaties,' aldus Dings.
    Europarlementariër Van Baalen toucheerde jaarlijks 12.000 euro van autobelangen-behartiger RAI en Mercedes
    Wie zeker níet in het Transparency Register staat, is VVD-Europarlementariër Hans van Baalen. Hij legde onlangs zijn functies bij autobelangenbehartiger RAI en bij Mercedes neer. Van Baalen toucheerde daar jaarlijks in totaal 12.000 euro voor. Overigens ontkent Van Baalen dat hij ooit lobbyactiviteiten heeft uitgevoerd voor een van beide partijen. Dat neemt niet weg dat hij de autolobby zeker heeft ondersteund. In Nieuwsuur verklaarde RAI-voorzitter Steven van Eijck dat Van Baalen betrokken was bij zijn organisatie omdat hij weet ‘hoe de hazen lopen in Europa’. De informatie die Van Baalen verschafte kon RAI dus gebruiken om haar lobbystrategie en -activiteiten vorm te geven.

    Hoofdtaak

    Wat Europarlementariër Van Baalen ook heeft gedaan, hij kan volgens de BVPA vanwege zijn dubbelfunctie geen lobbyist worden genoemd. Volgens Jaap Jelle Feenstra, voorzitter van de BVPA, onderhouden veel mensen contacten die voldoen aan die definitie, maar zij zijn daarmee nog geen lobbyist. ‘Wij verstaan onder een lobbyist iemand die lobbyen als hoofdtaak in zijn professie heeft.' Anne Beduin Scheltema van Transparency International (TI) is het daar niet mee eens. ‘Ieder die voor professionele doeleinden de wet probeert te veranderen en daar dus voor betaald krijgt, is in onze ogen een lobbyist’.

    Wie lobbyt er in Den Haag?

    Het voorbeeld van de autolobby geeft al aan dat het niet eenvoudig is om te bepalen wie tot de lobbywereld behoort en wie niet. Voor de meeste lobbyisten die actief zijn rond het Binnenhof is het onderscheid dat de BVPA en TI maken niet van wezenlijk belang. Het gros is fulltime aan het lobbyen en doet dat voor meer organisaties dan vaak wordt gedacht. De aandacht voor lobbyen concentreert zich vaak op controversiële onderwerpen waar multinationals en ngo’s elkaar bestrijden, zoals tabak en TTIP. Maar lobbyen is veel meer wijdverspreid dan dat. Wie naar de ledenlijst van de BVPA kijkt, komt daar niet alleen Shell en Greenpeace, maar ook de Rijksdienst voor het Wegverkeer en de Raad voor de Rechtspraak tegen. Een groot deel van de lobbyisten lobbyt namens belangenorganisaties, vaak branche- en beroepsverenigingen van sterk uiteenlopende omvang. Zo is de Vereniging van Bloemenveilingen in Nederland, die opkomt voor de sierteeltveilingen, klein in vergelijking met andere belangenorganisaties. De Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI), die de belangen van de voedingsindustrie behartigt, is dan weer groter. Bij de FNLI zijn meer dan 400 bedrijven aangesloten, waaronder heel grote als Unilever en Coca-Cola.
    Shell en Coca-Cola zijn lang niet de enige die lobbyactiviteiten in-house organiseren
    Naast hun lidmaatschap van hun sectorverenigingen hebben bedrijven als Shell en Coca-Cola ook zelf lobbyisten in dienst. Zij zijn lang niet de enige die lobbyactiviteiten in-house organiseren. Naast multinationals hebben ook zorgverzekeraars, milieuorganisaties, goede doelen, banken en energiebedrijven allemaal hun eigen lobbyisten op de loonlijst. Politieke besluiten raken continue hun belangen. Bij andere bedrijven of organisaties is dat niet altijd het geval. Om toch invloed te kunnen uitoefenen op belangrijke punten zijn er grote, internationale kantoren die zij kunnen inschakelen. Ook worden deze organisaties vaak ingehuurd als bedrijven zelf niet de nodige kennis in huis hebben of het lobbyen liever uitbesteden. Deze kantoren lobbyen niet alleen voor anderen, maar doen vaak ook aan reputatiemanagement, crisiscommunicatie en pr. Voorbeelden zijn Hill+Knowlton, Fleishman-Hillard en Burson-Marsteller. Deze grote firma’s hebben internationaal uiteenlopende klanten als Facebook, Blackwater, Boeing en Unilever, maar ze werken ook voor overheden, zoals die van Oeganda.

    'Een juiste perceptie creëren'

    Op de Nederlandse site van de Burson-Marsteller is duidelijk te lezen wat het kantoor aanbiedt: ‘Burson-Marsteller helpt u de beleidsvorming gunstig te beïnvloeden door een juiste perceptie te creëren bij politici en regelgevers. Daarnaast creëren we een positieve beeldvorming onder belangengroepen die grote invloed uitoefenen op de beslissingen van die politici en regulerende instanties.’ Dat het creëren van een positieve beeldvorming niet altijd lukt, blijkt wel uit de tot nu toe vruchteloze lobby van Uber. Het bedrijf uit San Francisco huurde in Nederland Burson-Marsteller in om ervoor te zorgen dat het de taxidienst UberPop mocht aanbieden. Dat mislukte, op 14 december 2014 werd de dienst door de rechter verboden. Uber verliet het kantoor begin dit jaar.
    De grote lobbykantoren zijn voor politici goedbetaalde toevluchtsoorden na hun actieve politieke carrière
    De grote lobbykantoren zijn voor politici overigens goedbetaalde toevluchtsoorden na hun actieve politieke carrière. Een bekend voorbeeld is Wouter Bos, die als parttime partner bij consultancybureau KPMG lobbyde voor meer marktwerking in de zorg, voor een salaris van vier ton. Vanwege hun netwerk en status zijn bekende oud-politici zeer interessant voor dergelijke firma’s. Zelfs als ze geen politieke functie bekleden, bestaat in deze gevallen gevaar voor dubbele petten. Zo wordt Jack de Vries op tv uitsluitend aangekondigd als ‘oud-staatssecretaris’; dat klinkt veel neutraler dan ‘lobbyist bij Hill+Knowlton’.

    Verzwijgen

    Ernstiger nog is de situatie van Ben Bot. De oud-minister van Buitenlandse Zaken is nu werkzaam bij het Haagse lobbykantoor Meines Holla & Partners. Bot kwam in opspraak nadat hij bij het Openbaar Ministerie lobbyde voor een verdachte zakenman uit Libië. Dat hij door deze man was ingehuurd, verzweeg hij en stelde volgens het OM zelfs geen pleitbezorger te zijn van de man. BVPA-voorzitter Feenstra reageerde in de NRC op de zaak. ‘Als lobbyist moet je transparant zijn. Dat betekent dat je vanaf het begin duidelijk moet maken wie je bent en waarvoor je lobbyt. Het gaat mij niet om de persoonlijke affiniteit met een persoon, sector, of zaak, maar als je lobbyt, dan mag ik je er wel op aanspreken dat je het professioneel doet’, verklaart Feenstra desgevraagd.
    'Als lobbyist moet je transparant zijn. Dat betekent dat je vanaf het begin duidelijk moet maken wie je bent en waarvoor je lobby't'
    Niet alleen politieke zwaargewichten als voormalige ministers en staatssecretarissen maar ook mindere goden proberen een balletje mee te trappen op het lobbyspeelveld. Naast het feit dat ze regelmatig bij belangenorganisaties terecht komen, richten sommigen hun eigen kantoortje op. Zo is ex-Tweede Kamerlid René Leegte in te huren voor lobbyactiviteiten. Het voormalige VVD-Kamerlid was vooral bekend nadat hij iets te luid het gaswinningsstandpunt van zijn partij uiteenzette in de trein. Hij gaf zijn zetel op omdat hij verzuimde een betaalde nevenfunctie  bij een 'organisatie die actief is op gebieden die zijn portefeuille raken'.

    Polderen

    Hoewel lobbyisten van belangenorganisaties, multinationals, ngo’s en grote kantoren het gros van het lobbycircuit vormen in Den Haag, zijn zij toch klein bier in vergelijking met de invloedrijke jongens, volgens Elsevier-journalist Syp Wynia. Hij volgt de lobbywereld in Den Haag al langer. ‘De lobbykantoren staan - in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht - helemaal niet zo centraal. Je bent eigenlijk een loser als je een lobbyist moet inschakelen’, aldus Wynia in een gesprek met FTM. Als multinationals hun eigen lobbyisten in dienst hebben, loopt dat altijd parallel aan de lijntjes die ze zelf hebben naar de premier of Economische Zaken. Ook via werkgeversorganisatie VNO-NCW, volgens Wynia een lobbyorganisatie voor multinationals. ‘Het meest frappante is dat Hans de Boer (de voorzitter van VNO-NCW, red.) en Rutte allebei schaamteloos erkennen dat ze elke zaterdagochtend met elkaar bellen.’

    Belangenverstrengeling in Eerste Kamer

    Wynia ziet dat er met name in de Eerste Kamer veel politici zitten die open en bloot specifieke belangen behartigen. Toch is er volgens hem nauwelijks besef in Nederland dat er hierbij sprake is van belangenverstrengeling. ‘Als politieke partijen de beroepslobbyisten in hun gelederen bovenaan hun lijst zetten voor de Eerste Kamer, dan vraag ik me af: “wat zit er in de hoofden van die mensen?”. Ik veronderstel dat het teruggaat op een hele lange Nederlandse traditie van wat we twintig jaar geleden polderdenken zijn gaan noemen. Maar dit is de polder, één kleffe bende.’
    ‘dit is de polder, één kleffe bende.’
    De poldertraditie van Nederland maakt dat belangenorganisaties direct meebeslissen over omvangrijke beleidsterreinen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan zijn de geïnstitutionaliseerde overleggen tussen werknemers- en werkgeversorganisaties binnen de Sociaal-Economische Raad. Hoewel er al jaren getwijfeld wordt aan de representativiteit van de partijen, blijven ze een stevig bastion in het politieke landschap. Het maakt het mogelijk dat traditionele belangen veel directer invloed kunnen uitoefenen, terwijl andere groepen, zoals ZZP’ers, er bekaaid van afkomen. Het sluiten van allerlei akkoorden is de laatste jaren bovendien een vast onderdeel van het beleidsinstrumentarium geworden. Zo zagen het Sociaal Akkoord, het Nationaal Onderwijsakkoord en het Energieakkoord het licht. De kritiek op dit laatste akkoord neemt de laatste tijd flink toe, nu duidelijk is dat Nederland veel te weinig doet om de gestelde klimaatdoelen te halen. Het Energieakkoord was daarin de belangrijkste pijler, maar blijkt slechts een druppel op een steeds heter wordende plaat. Toch zien de belangrijkste milieuorganisaties zich verplicht het te steunen, omdat zij het mede hebben ondertekend. Directe inspraak maakt ook dat je je daarbuiten niet meer zo kan opstellen als voorheen.

    Dubbelfunctie

    Het is tekenend dat degenen die Wynia als de invloedrijkste lobbyisten ziet door de BVPA niet eens als lobbyist worden aangemerkt. Feenstra vindt het bovendien geen dilemma dat senatoren een dubbelfunctie hebben: ‘Als het Eerste Kamerlidmaatschap een functie voor twee dagen per week is, moeten Kamerleden dan de rest van de week achter de geraniums zitten, of mogen ze ook een maatschappelijke functie hebben? Ik zie daar geen probleem in, zolang je er maar transparant over bent.’ Daarnaast is de vraag of iemand met een dubbelrol altijd aangezien moet worden als een lobbyist. Is de Commissaris van de Koning in Groningen bijvoorbeeld ook een lobbyist als hij voor de belangen opkomt van de Groningers die te lijden hebben onder de gaswinning? Politici met een dubbelfunctie hebben een uitgebreid netwerk en kunnen gezagsdragers directer beïnvloeden dan anderen. Het helpt nogal wanneer je een fractie moet overtuigen van een standpunt als je zelf deel uitmaakt van die fractie, dat gaat makkelijker dan wanneer je een brief moet schrijven. Tegelijkertijd leidt juist het uitvoeren van een publieke functie af van hun lobbyactiviteiten. Een senator is vaak bekender van zijn Eerste Kamerlidmaatschap, dan van zijn commissariaat bij een groot bedrijf of belangenvereniging. Het is een paradox waar politici met een dubbelfunctie handig gebruik van maken. Bij oud-politici is er geregeld sprake van dat de belangen die zij verdedigen niet altijd direct zichtbaar zijn. Zo houdt Balkende nu voortdurend lezingen over de verduurzaming van de economie. Dat doet hij als voorzitter van de Dutch Sustainable Growth Coalition, een club die is opgericht door acht multinationals. Het is een aspect dat minder wordt benadrukt dan zijn premierschap. In het komende verhaal willen wij juist licht laten schijnen op de belangen die (oud-)politici behartigen. We kennen de bekende voorbeelden, maar zijn dat incidenten? De verwevenheid tussen politiek en lobby blijkt een stuk verder te gaan dan dat.
    Anne ter Rele en Pieter van der Lugt zijn jonge, aanstormende journalisten die de ambitie hebben om gevreesde muckrakers te worden. Namens Follow The Money doen ze mee aan de journalistieke contest Scoop! waarin teams van verschillende online media elkaar met hun journalistieke producties naar de kroon zullen steken. Scoop! wordt mogelijk gemaakt door Vereniging Veronica, Stichting Democratie en Media, Google en het V-Fonds.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Anne ter Rele

    Anne ter Rele studeert Politics, Psychology, Law & Economics (PPLE) aan de Universiteit van Amsterdam. In een ver verlede...

    Volg Anne ter Rele
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Pieter van der Lugt

    Gevolgd door 238 leden

    Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

    Volg Pieter van der Lugt
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 1101 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier