Wat gebeurt er met de gegevens die overheden, bedrijven en instellingen over ons opslaan? Wat als ze gehackt of gegijzeld worden? Hoe veilig zijn onze systemen, en onze data? Lees meer

De analoge en digitale wereld lopen steeds meer in elkaar over, internet en technologie knopen alles aan elkaar: beleid, sociale structuren, economie, surveillance, opsporing, transparantie en zeggenschap.

Ondertussen worden we overspoeld door ransomware, digitale desinformatie en diefstal van intellectueel eigendom. Conflicten worden tegenwoordig ook uitgevochten in cyberspace. Hoe kwetsbaar zijn we precies, en hoe kunnen we ons beter wapenen?

We laten overal digitale sporen achter, vaak zonder dat te weten of er iets tegen te kunnen doen. Al die aan ons onttrokken data worden bewaard en verwerkt, ook door de overheid. Dat gebeurt niet altijd netjes. Zo veegde  het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een vernietigend vonnis het Nederlandse anti-fraudesysteem Syri van tafel. Hoe riskant het is om op dataverzamelingen van burgers algoritmes los te laten – datamodellen die vrij autonoom beslissingen nemen – bewijst de Toeslagenaffaire. Die laat ook zien wat het effect is van ‘verkeerde’ registraties die zich als onkruid door overheidssystemen lijken voort te planten, zonder dat iemand ze nog kan stoppen of wijzigen.

En zijn al die gegevens van burgers en klanten wel veilig? Wie kan erbij, wie mag erbij, wat als ze gehackt of gegijzeld worden? Hoe kwetsbaar maakt onze afhankelijkheid van data ons?

32 artikelen

Beeld © Sjoerd van Leeuwen

Als terrorismebestrijder NCTV zijn zin krijgt, kan straks iedereen online worden gevolgd

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) volgde jarenlang tegen de regels mensen op het internet. Na de zomer behandelt de Tweede Kamer een voorstel voor een nieuwe wet die zijn bevoegdheden beter zou moeten afbakenen. Critici vrezen dat het alleen maar erger wordt, en dat de terrorismebestrijder een vrijbrief krijgt voor dingen die hij vroeger stiekem deed. ‘Dit maakt van iedereen een doelwit.’

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) ontwikkelt zich na zijn oprichting in 2004 tot een soort inlichtingendienst die – tegen de wet in – undercoveroperaties financiert en burgers in het geheim op internet bespioneert. Journalisten, activisten, politici en een mensenrechtenadvocaat, ze werden allemaal door de dienst in de gaten gehouden.
  • De Tweede Kamer behandelt nu een wetsvoorstel waarin de NCTV – niet meer dan een speciale afdeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid – verstrekkende bevoegdheden krijgt, zonder een noemenswaardige mate van controle en toezicht.
  • Experts, privacy- en mensenrechtenorganisaties luiden de noodklok. Volgens hen opent het wetsvoorstel de deur naar een surveillance-maatschappij en kan straks iedereen online worden gevolgd. Met verstrekkende gevolgen voor onze democratie.
  • In deel een van dit tweeluik lieten we zien hoe de NCTV kon uitgroeien tot een wetteloze, dataverzamelende moloch. Vandaag zoomen we in op de risico's van een terrorismebestrijder die iedereen in het vizier houdt die zich kritisch uitlaat, bijvoorbeeld op sociale media.
Lees verder

In november 2016 vliegt Okke Ornstein na familiebezoek in Nederland naar Panama. De Nederlandse journalist is jaren daarvoor verliefd geworden op en in het land, en is onderweg terug naar huis. 

Op de internationale luchthaven van Panama-Stad wordt hij bij het verlaten van het vliegtuig direct door de immigratiedienst meegenomen naar een verhoorkamer en overgedragen aan de politie. Hij is aangehouden voor een eerdere veroordeling voor smaad, laster en ‘misdrijven tegen de eer’, vanwege zijn artikelen over dubieuze ondernemingen en witteboordencriminelen in het land. 

Vijf weken zit Ornstein in de Panamese bajes, tussen moordenaars, bendeleden en een oud-dictator. Dan verleent de president hem gratie, onder druk van de Nederlandse ambassadeur en journalistenorganisaties. Ornstein mag in het Midden-Amerikaanse land blijven wonen en werken, maar merkt dat de autoriteiten hem in de gaten houden. Daarom keert hij terug naar Nederland, waar hij Spaanse les gaat geven op een mbo-school. 

‘Iedereen is een doelwit’ 

Ruim vier jaar later, in december 2021, ontdekt Ornstein dat hij ook hier wordt bespied. Naar aanleiding van een artikel in NRC – dat aantoont dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid online-uitingen van burgers in de gaten houdt – komt hij op het idee om bij de NCTV een verzoek in te dienen. Hij wil inzage in zijn dossier. 

Uit de reactie, die Follow the Money in handen heeft, blijkt dat de NCTV hem tweemaal heeft geregistreerd. Vanwege een artikel in Trouw over Ornsteins gevangenschap, en vanwege een van zijn tweets – welke precies maakt de Coördinator niet duidelijk. 

En hij is niet alleen. Uit onthullingen van NRC en andere media blijkt dat de NCTV honderden mensen online volgde, onder wie activisten, een mensenrechtenadvocaat, politici en journalisten. En dat mag niet.

Daarom moet een nieuwe wet de NCTV alsnog de vrijheid geven voor ‘verzamelen, verwerken en delen van persoonsgegevens’. Wat de NCTV vroeger stiekem deed, moet straks ook juridisch in orde zijn.

Dat de Coördinator straks legaal – als een soort derde inlichtingendienst naast de AIVD en MIVD – persoonsgegevens mag verwerken, stuit op veel weerstand bij experts, toezichthouders en mensenrechtenorganisaties. 

Vera Prins van Amnesty International: ‘Het is zorgwekkend dat advocaten, journalisten, politici, en zelfs twee van onze medewerkers, gevolgd zijn. Maar het gaat niet alleen om die beroepen. Iedere burger die zich inzet voor een maatschappelijk probleem kan worden gevolgd door de NCTV. Het voorstel voor die nieuwe wet praat dit goed en maakt van iedereen een potentieel doelwit.’ 

‘Eigen regels’

Vorige week, in het eerste deel van dit tweeluik, beschreef Follow the Money de opkomst van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en zijn ‘ontsporing’. De organisatie werd opgericht in 2004, na jihadistische aanslagen in Madrid, om de terrorismebestrijding in Nederland te coördineren. Maar door een bewust vaag gehouden taakstelling en gebrek aan toezicht deed hij al snel meer, en groeide tot een club die onder de vlag van nationale veiligheid zijn eigen grenzen bepaalde. 

Paul Abels, tot voor kort chef van de afdeling analyse van de NCTV, zei eerder bijvoorbeeld tegen Follow the Money dat de Coördinator zijn eigen regels bedacht om ‘smaakmakers’ in het publieke debat anoniem op het internet te volgen.

‘Als mensen zich niet meer durven uiten is dat een groot probleem voor de democratie’ 

Dat deed de NCTV al vanaf 2006, om de ‘temperatuur in de samenleving’ te meten. Door het heimelijk volgen van uitingen in (sociale) media, zou beter te bepalen zijn wat er leeft. En wat de potentiële bedreigingen zijn voor de nationale veiligheid. 

Dat de Coördinator ook Okke Ornstein in de gaten hield, zegt iets over de willekeurigheid: ‘Ik heb geen idee waarom ze mijn gegevens bewaren, maar met terrorisme of de missie van de NCTV heeft dit helemaal niets te maken,’ zegt hij.

De gevolgen mogen volgens Vera Prins van Amnesty niet worden onderschat: ‘Als je weet dat jouw overheid over je schouder meekijkt als je je uitspreekt over maatschappelijke problemen dan denk je wel twee keer na. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht. Als mensen zich niet meer durven uiten is dat een groot probleem voor de democratie.’ 

‘Geen wettelijke grondslag’

De NCTV wist al lang, vóór de onthullingen van NRC, dat zijn methodes voor het afstruinen van open bronnen niet door de beugel kunnen. Eind 2020 deed de Coördinator intern onderzoek naar zijn eigen ‘Taken en grondslagen’, daartoe min of meer gedwongen nadat bekend werd dat hij zich ten onrechte had bemoeid met het (straf)dossier van de directie van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. 

Naar aanleiding van dit zelfonderzoek – waarvan het eindverslag in februari 2021 werd opgemaakt – zei Ferdinand Grapperhaus, toen de verantwoordelijke minister van Justitie en Veiligheid, in april vorig jaar dat het fundament voor gegevensverwerking bij eigen online onderzoek ‘juridisch kwetsbaar’ is. Een maand later drukte hij zich preciezer uit: het door de NCTV verwerken van gegevens, waaronder iemands politieke of religieuze overtuiging, is ‘niet verankerd in een formele wet’. Het mocht dus niet.

In twee interne nota’s uit januari 2020 is echter te lezen dat de NCTV toen al wist geen bevoegdheden te hebben om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van burgers – op ‘een enkele uitzondering na’. 

Een ‘beslisboom’ in een van die nota’s toont duidelijk dat de Coördinator zich daar niet per definitie door liet tegenhouden. Als de NCTV een onwettelijke taak wil uitvoeren, zo laat de boom zien, moet er een wettelijke basis worden gecreëerd. En als dat niet lukt, dan is er nog steeds de mogelijkheid om gewoon met die taken door te gaan.

In antwoord op Kamervragen na nieuwe onthullingen van NRC, verdedigde Grapperhaus zich door te stellen dat de nota slechts een ‘plan van aanpak’ betrof voor het Taken en grondslagen-onderzoek van de NCTV. De beslisboom deed hij af als een middel dat simpelweg alle vooraf denkbare opties in kaart bracht die de NCTV zou kunnen kiezen voor de uitvoering van zijn taken.

Vernietigende reacties 

Grapperhaus ging desondanks snel in de weer om de gewenste grondslag te realiseren. In juni, nog geen drie maanden na de publicaties van NRC, lag er al een conceptvoorstel voor een wet die de Coördinator de bevoegdheid moet geven om persoonsgegevens te verwerken. Die zou hij nodig hebben voor het ‘signaleren, analyseren en duiden’ van ‘trends en fenomenen op het gebied van terrorisme en andere dreigingen en risico’s’. 

De reacties waren vernietigend. Meerdere privacy- en mensenrechtenorganisaties – waaronder Amnesty, Bits of Freedom en de Autoriteit Persoonsgegevens – spraken zich uit. Volgens hen was het wetsvoorstel te vaag geformuleerd, waardoor de NCTV haast onbegrensde mogelijkheden zou krijgen. 

De Autoriteit Persoonsgegevens sprak over ‘een vrijbrief voor de NCTV’ en waarschuwde voor een ‘surveillance-staat’. De Raad van State adviseerde om het concept niet eens in te dienen bij de Tweede Kamer. 

Het concept werd herzien en op 8 november opnieuw naar de Tweede Kamer verstuurd. Inhoudelijk bleek het nauwelijks verbeterd, meenden critici. Volgens Bits of Freedom had de minister alleen ‘cosmetische veranderingen’ aangebracht. De Autoriteit Persoonsgegevens nam niet meer de moeite om het nieuwe voorstel uitgebreid te bespreken. Er was toch ‘onvoldoende gedaan’ met de feedback op de eerste versie.

Jan-Jaap Oerlemans, hoogleraar inlichtingen en recht aan de Universiteit Utrecht, is – zacht gezegd – ook niet onder de indruk. ‘Het is zo’n fluttekst dat het mij ook na een paar keer lezen nog steeds niet duidelijk is welke bevoegdheden de NCTV nu precies moet krijgen.’

Het voorstel zit volgens de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) – die in principe alleen toezicht houdt op de AIVD en MIVD – zelfs zo slecht in elkaar, dat deze op eigen houtje besloot zich in de discussie te mengen. Voorzitter van Eijk: ‘De CTIVD heeft als uitgangspunt dat wij kijken naar de balans tussen nationale veiligheid en belangen van burgers. Die balans is hier in het geding.’ 

Mensen van vlees en bloed 

Ondanks die kritiek houdt de NCTV vol dat het huidige wetsvoorstel noodzakelijk is om zijn taak – ‘identificatie en analyse van dreigingen en risico's voor de nationale veiligheid’ – uit te voeren. 

Volgens oud-minister Grapperhaus moet de NCTV daarvoor niet afhankelijk zijn van de informatie van andere partijen als de politie en AIVD. Hij vindt het nodig dat ‘die veelheid van informatie door de eigen organisatie [wordt] beoordeeld, vergeleken, geïntegreerd en geduid.’ In ‘duiden’ schuilt volgens critici het probleem: dat deed de NCTV onder meer door burgers op sociale media in de gaten te houden. 

Maar Paul Abels, oud-analist van de NCTV, is het eens met de minister. ‘Als Coördinator kan je niet blind afgaan op de informatie van andere partijen. Je kan niet coördineren zonder je met de inhoud bezig te houden.’ 

De NCTV volgt geen personen of organisaties, maar slechts ‘trends en fenomenen’

De opvolger van Grapperhaus, minister Yeşilgöz, lijkt die lijn te volgen: ‘Coördinatie geschiedt tenslotte op basis van kennis.’ Voor die kennis monitorde de NCTV het internet, maar heeft hij ook wetenschappers, ex-AIVD’ers en andere experts in dienst en is er overleg met partners als de AIVD en politie.

De NCTV vindt dat het monitoren van het internet hem niet automatisch tot een ‘derde inlichtingendienst’ maakt. In tegenstelling tot de AIVD, volgt hij namelijk geen personen of organisaties, maar slechts ‘trends en fenomenen’. 

Dat dit betekent dat er óók persoonsgegevens worden verzameld, is volgens de Coördinator geen probleem. Of, zoals Abels het zegt: ‘Als wij Willem Engel of Doutzen Kroes volgen, dan volg je hun uitlatingen als opiniemaker. We leggen geen persoonsdossier over ze aan, maar kijken naar de standpunten van corona-complotdenkers die zij verwoorden. Je kunt het maatschappelijk discours niet analyseren als je de smaakmakers niet mag volgen.’

Dat argument snijdt alleen geen hout, oordeelde de Raad van State vorig jaar september. Het is bij internetmonitoring ‘onvermijdelijk’ informatie over personen te verwerken ‘aangezien uitingen altijd door personen worden gedaan’. En dat is, gezien de vele vaagheden in het wetsvoorstel, geen goed idee, zegt de Raad.

Nico van Eijk, voorzitter van de toezichthouder CTIVD, is daar ook helder over: ‘Het weer is een fenomeen, maar extremisme niet. Dat gaat over mensen van vlees en bloed. Daarbij komen dus per definitie persoonsgegevens aan de orde. En als een overheid daarover inlichtingen wil verzamelen, heeft ze een wettelijke basis nodig. Bij burgers is dat precies andersom. Die mogen alles, tenzij een wet het verbiedt. Dat is een algemeen, gezond uitgangspunt in een rechtsstaat.’ 

Streep door de rekening 

Deze argumenten hebben inmiddels ook hun weg naar de Tweede Kamer gevonden, waar op 2 juni een vinnig debat werd gevoerd.

Minister Yeşilgöz kreeg met meerdere aangenomen moties te verstaan dat het volgen van personen door de NCTV niet acceptabel is. Volgens een van die moties dient de regering er zelfs voor te zorgen dat de NCTV helemaal geen ‘eigenstandig onderzoek’ meer doet naar ‘personen of organisaties en dit overlaat aan de daarvoor al bestemde diensten’. 

Saillant is dat deze motie werd ingediend door Hanneke van der Werf van coalitiepartij D66. Daarmee is er een Kamermeerderheid tegen en lijkt een streep gezet door de wens van de NCTV om persoonsgegevens te verwerken, hoewel de minister in hetzelfde debat volhield dat de Coördinator mensen níet gericht volgt. De NCTV brengt, ook volgens Yeşilgöz, slechts ‘fenomenen in kaart’. 

‘Wij vinden dat de NCTV analyses moet doen op basis van data die inlichtingen- en veiligheidsdiensten al verzamelen’

Van der Werf licht desgevraagd toe dat zij vindt dat de NCTV moet stoppen met ‘eigenstandig onderzoek’ en informatieverzameling over personen. Of die nu deel uitmaken van trends en fenomenen of niet: ‘Wij vinden dat de NCTV analyses moet doen op basis van data die inlichtingen- en veiligheidsdiensten al verzamelen.’

Minister Yeşilgöz verwacht na de zomer te komen met een reactie op de inbreng van de Kamer. Maar Vera Prins van Amnesty International is er niet gerust op: ‘Wat ons betreft moet de wet in zijn huidige vorm van tafel. Er is zoveel mis, dat los je niet op met een beetje sleutelen. De Kamerleden moeten dit nu stoppen. Ze mogen deze wet zo niet aannemen.’

Ze krijgt bijval van Jan-Jaap Oerlemans, hoogleraar inlichtingen en recht aan de Universiteit Utrecht: ‘Ik hoop dat de minister niet alleen beter over het voorstel gaat nadenken, maar ook beter gaat handelen. Dat ze met alternatieven komt, of liever nog: helemaal teruggaat naar de tekentafel. Ze moet nu eens en voor altijd duidelijk maken wat de taken van de NCTV precies zijn en waar de grenzen liggen. Dit gaat om fundamentele rechten.’ 

‘Verstrekkende bevoegdheden, geen waarborgen’

De vraag die intussen ook op tafel ligt: Moet de NCTV in zijn huidige vorm blijven bestaan? Er zijn bijvoorbeeld weinig klachten over zijn coördinerende werkzaamheden in crises, het beveiligen van politici en het centrale dreigingsbeeld dat hij uitbrengt.

De huidige AIVD-voorman Erik Akerboom, zei in maart zelfs dat de samenwerking tussen de AIVD en de NCTV ‘Nederland veiliger maakt’. Diezelfde Akerboom maakte de Tweede Kamer wel duidelijk waar de toegevoegde waarde wat hem betreft in zit: ‘De basis van de NCTV zit in die coördinatie’. 

Het is dan ook vooral de zogeheten analysetaak van de NCTV die onder vuur ligt. Maar opknippen van coördinerende en analyserende werkzaamheden is volgens toezichthouder Nico van Eijk geen optie: ‘Je kunt in de praktijk geen onderscheid maken. De NCTV moet kunnen coördineren op basis van door anderen aangeleverde informatie. Die kan staatsgeheim zijn of gegevens bevatten over zaken als geloof en politieke voorkeuren. De incidenten waarover de Tweede Kamer zich zorgen maakt, gaan daarom tevens over het coördinerende werk van de NCTV.’

‘Het grappige is dat de NCTV is opgericht om iets te doen aan de versnippering in het inlichtingenlandschap’ 

Van Eijk pleit ervoor de taken van de NCTV te laten vallen onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Wiv, net als de AIVD en MIVD. Dan zijn het toezicht en de controle ten minste goed geregeld. ‘In het domein van nationale veiligheid mag er in bijzondere gevallen inbreuk worden gemaakt op belangrijke vrijheden, en worden verstrekkende bevoegdheden toegekend die normaal niet beschikbaar zijn. Daarom is er voor de AIVD en de MIVD in de Wiv een strikt regime van toezicht, autorisatie en controle vastgelegd. De NCTV heeft vergelijkbare verstrekkende bevoegdheden, maar zonder die waarborgen die burgers moeten beschermen. Dat verschil zou er niet mogen zijn.’ 

De NCTV probeert in het wetsvoorstel krampachtig onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) te blijven vallen, zegt Van Eijk. Daarmee zouden voor de verwerking van persoonsgegevens voor de NCTV dezelfde regels gelden als voor iedere willekeurige gemeenteambtenaar. 

Van Eijk: ‘De AVG is niet bedoeld voor het verwerken van staatsgeheime informatie. En dan is er in het voorstel ook nog een trits uitzonderingen mogelijk, waardoor de AVG bijna helemaal wordt uitgekleed. De Wiv is speciaal gemaakt voor informatieverwerking ten behoeve van de nationale veiligheid. Met duidelijke regels, ook voor het toezicht. Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden.’

Hij realiseert zich dat het tegenstrijdig klinkt om de NCTV als ‘derde inlichtingendienst’ onder de Wiv te brengen: ‘In de relatie tussen de AIVD en de MIVD was het lang zoeken naar een juiste verhouding tussen wie welke bevoegdheden heeft. Als we daar nu een ‘derde’ dienst naast zetten krijg je die discussies opnieuw. Het grappige is nu juist dat de NCTV is opgericht om iets te doen aan de versnippering in het inlichtingenlandschap.’ 

Onder de vleugels van de AIVD

Een alternatief is dat de NCTV wordt ondergebracht bij de AIVD. Oud-AIVD-topman Sybrand van Hulst suggereerde dat al in 2007 in het tv-programma Buitenhof: ‘Helder is dat de NCTb na de moord op Pim Fortuyn een paar heel goede dingen heeft gedaan. Al weet ik niet of de NCTb nog steeds nodig is. Moet dat nu altijd in zo'n organisatie worden belegd?’ 

Van Eijk wijst erop dat de taken van de NCTV in het Verenigd Koninkrijk zijn ondergebracht bij MI5, de Britse evenknie van de AIVD. Die richtte al in 2003 een aparte afdeling op voor terrorismebestrijding: het Joint Terrorism Analysis Centre (JTAC). 

In België valt de vergelijkbare organisatie weliswaar niet direct onder de inlichtingendiensten, maar staat die onder hetzelfde toezicht. Ze vergaart bovendien niet zelf inlichtingen. In Denemarken is dit op een vergelijkbare manier geregeld.

Desondanks vindt Pieter-Jaap Aalbersberg, het huidige hoofd van de NCTV, het geen goed idee zijn club onder te brengen bij een van de veiligheidsdiensten. In een technische briefing in mei vorig jaar zei hij dat het ‘maatschappelijk ongenoegen’ analyseren typisch iets is wat alleen de NCTV kan. 

Andere organisaties, zoals de AIVD, kunnen het openbronnenonderzoek van de NCTV niet ‘een op een’ overnemen, zei ook minister Yeşilgöz onlangs. Haar argument: de NCTV is ‘in zijn aard en werkzaamheden een andere organisatie’ dan de AIVD. 

Hoewel de AIVD zelf ook aan internetmonitoring doet en dreigingsanalyses maakt, kijkt hij daarbij nadrukkelijk niet naar activistische burgers, zei Erik Akerboom recent in de Kamer: ‘Wij mogen geen onderzoek doen naar activisme of trends en sentimenten in de samenleving. Bij ons gaat het om extremisme, met een geweldsoogmerk.’ 

Als het gaat om het volgen van activisten – in de woorden van de minister ‘het vroegtijdig kunnen signaleren van fenomenen’ – lijkt er dus een lacune te zijn.

‘Als er straks met alles wordt meegekeken, raak je hier je vrijheid kwijt’

Paul Abels: ‘Je zou het volgen van het maatschappelijk discours op internet ook bij de AIVD kunnen leggen, maar eigenlijk vind ik dat bedreigender. Dan wordt het ministerie van Binnenlandse Zaken een soort Stasi. En dat ministerie heeft dan zo'n breed mandaat. Alleen al voor de beeldvorming zou ik dat slecht vinden.’ 

Volgens een woordvoerder is de NCTV in december vorig jaar begonnen met een ‘opschonings- en archiveringstraject’ van persoonsgegevens die in het verleden onrechtmatig zijn verzameld. Dat moet ervoor zorgen dat er ‘wordt voldaan aan de eisen die de AVG stelt aan het bewaren’ daarvan. Het ‘traject’ loopt nog en wanneer het klaar is, kan de woordvoerder niet zeggen. Voorlopig bewaart de NCTV dus nog steeds onrechtmatig verzamelde persoonsgegevens van burgers.

De journalist Okke Ornstein blijft de ontwikkelingen met argusogen volgen: ‘Als de activiteiten van de NCTV nu worden afgedekt met een wet die zo ruim is geformuleerd dat eigenlijk alles kan, dan wordt het volkomen oncontroleerbaar. Het is een cliché, maar dan komen we in een Orwelliaanse wereld.’ 

‘Het leuke van Panama,’ zegt hij, ‘was dat je daar nooit bang hoefde te zijn voor dit soort dingen. De inlichtingendiensten waren zo ongeorganiseerd dat het meer hobbyclubs waren. Achteraf gaf dat een heel vrij gevoel. Als er straks met alles wordt meegekeken, raak je dat hier kwijt.’