Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) luistert mee in het callcenter tijdens een werkbezoek aan het Centraal Justitieel Incassobureau.
© ANP Catrinus van Veen

    Wie zzp’ers te grazen neemt met ondoorgrondelijke contracten, heeft in Nederland vrij spel. Zo zadelt het incassobureau Invorderingsbedrijf al acht jaar lang kleine bedrijven op met hoge kosten. Als je klaagt, wijst het bureau op de kleine lettertjes. Vanwege mazen in de wet is er voor kleine bedrijven onvoldoende rechtsbescherming, luidt de veelgehoorde kritiek. ‘Er moet iets aan gebeuren.’

    Bijna alle ondernemers krijgen er een keer mee te maken: een factuur die maar niet betaald wordt. Je zoekt online naar een incassobureau en stuit op het Invorderingsbedrijf (IVB). De vriendelijke medewerker belooft snel succes. En het kost je niks, zegt die medewerker, want het is no cure no pay. Na een paar weken heeft je debiteur nog steeds niet betaald en stelt het IVB voor om naar de rechter te stappen. 

    Is die onbetaalde factuur van 500 euro wel al die moeite en honderden euro’s kosten voor een gerechtelijke procedure waard? Maakt u zich geen zorgen, zegt de medewerker, de proceskosten worden allemaal verhaald op de debiteur. Op stoppen met het incassotraject staat bovendien een straf, vertelt het bureau. Je moet 15 procent commissie over het aangemelde incassobedrag betalen als je niet naar de rechter wilt stappen. Maar het is toch nu cure no pay, stamel je nog? De medewerker wijst je op een artikeltje in de algemene voorwaarden die je hebt geaccepteerd. 

    Vertwijfeld betaal je de commissie om er maar vanaf te zijn – een verstandige beslissing. Want als je akkoord was gegaan met de gang naar de rechter, zouden je kosten waarschijnlijk tot (ver) boven het incassobedrag zijn gestegen. Volgens de voorwaarden is dat namelijk toegestaan. Ook al had je succes bij de rechter, dan nog betaalt je debiteur lang niet al je proceskosten. Sterker nog, het incassobureau brengt de proceskosten direct bij jou in rekening, ook als je debiteur na het vonnis niets betaalt. Volgens een artikeltje in de algemene voorwaarden mag dat. Dat je een jurist moet zijn om die kleine lettertjes te begrijpen, is jouw probleem.

    Over de kwalijke praktijken van het IVB, publiceerde Follow the Money onlangs een uitgebreid artikel. 

    Dat leverde veel reacties op. Verscheidene FTM-lezers vragen zich af hoe dit bedrijf erin slaagt acht jaar met succes te opereren, zonder veel tegenwind. Hoe is het mogelijk dat het Invorderingsbedrijf toch regelmatig wint bij de rechter als een ontevreden klant de rekening weigert te betalen?  

    Antwoord: een gapend gat in de wet. Als consument ben je zoals dat heet een ‘zwakke contractspartij’ die veel bescherming geniet. De wet bevat lijsten met  typen algemene voorwaarden die ongeldig zijn (de ‘zwarte lijst’) of waarvan vermoed wordt dat ze ongeldig zijn (de ‘grijze lijst’). Bij een beroep daarop sta je als consument al met 1-0 voor: het bedrijf moet maar zien aan te tonen dat het bestreden beding wel redelijk is – de bewijslast is dus omgekeerd ter bescherming van die consument. De kleine ondernemer kan maar zeer beperkt een beroep doen op dit consumentenrecht. 

    Geen extra rechtsbescherming, geen toezicht

    Bovendien houdt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) toezicht op misleidende en agressieve handelspraktijken jegens consumenten, wat kan leiden tot forse boetes. Ook aan de telefoon bijvoorbeeld moet het bedrijf een eerlijke voorstelling van zaken geven en mag het ‘essentiële kenmerken’ van het product (zoals de prijs) niet verzwijgen. Achter de kleine lettertjes kunnen bedrijven zich niet verschuilen. 

    Zelfstandig ondernemers (of kleine bedrijven) staan plotseling op gelijke hoogte met grotere bedrijven met geslepen algemene voorwaarden. Je geniet  geen extra rechtsbescherming en er is geen toezichthouder die boetes kan opleggen. Dat heet ‘contractsvrijheid’. 

    Daar is ook best wat voor te zeggen. Je hebt een eigen verantwoordelijkheid om je te verdiepen in je contractpartner en de afspraken die je met elkaar maakt. Klanten van het Invorderingsbedrijf (IVB) zeggen de algemene voorwaarden meestal niet te hebben gelezen. Ook namen velen niet de moeite zich te verdiepen in de (soms negatieve) reviews van het bedrijf die op internet zijn te vinden. Eigen schuld, dikke bult, kun je zeggen. Maar als de voorwaarden gericht zijn op misleiding en lastig zijn te doorgronden, is het de vraag of zoveel zelfredzaamheid gerechtvaardigd is.

    ‘Zzp’ers zijn aantrekkelijke prooi’

    Daar komt bij dat zzp’ers een groeiende doelgroep vormen voor kwaadwillenden. Recent was er volop aandacht voor dubieuze verkooppraktijken van energiemaatschappijen, leveranciers van internetdiensten, reclamebureaus en kredietverstrekkers. ‘Grootschalige misstanden’, noemt hoogleraar consumentenrecht Charlotte Pavillon (Universiteit Groningen) dit. ‘Omdat zzp’ers qua juridische kennis en onderhandelingsmacht op de consument lijken, vormen zij een aantrekkelijke prooi. Als misleidende bedrijven onder de radar kunnen blijven, is het kassa.’

    De wetgever is er vooralsnog niet van onder indruk. Toen acquisitiefraude een paar jaar geleden strafbaar werd gesteld, gingen er stemmen op om de positie van de zzp’er verder te verbeteren. Ook ten aanzien van andere misleidende handelspraktijken zou de wetgever voor de kleine ondernemer instrumenten moeten introduceren om daar gemakkelijk korte metten mee te maken. Dat gebeurde niet, tot spijt van Pavillon, met als gevolg dat partijen als het IVB weinig te vrezen hebben. 

    Ga maar na: als je bijvoorbeeld 2000 euro terug wil hebben van het IVB, moet je een procedure beginnen tegen een onderneming die zich dure advocaten kan veroorloven. Vind je een advocaat die voor 1500 euro (onderkant van de bandbreedte, leert navraag) een dagvaarding wil maken, dan nog is de weg lastig en onzeker. Je moet bewijzen dat het IVB onzorgvuldig heeft gehandeld, terwijl de algemene voorwaarden strikt genomen wel een grondslag vormen voor het in rekening brengen van allerlei kosten. Ter herinnering: het IVB doet nog wel eens een succesvol beroep op de voorwaarden, blijkt uit de rechtspraak.  

    Je mag blij zijn als je quitte speelt

    Stel nu dat je wint en je krijgt de helft van je claim terug: 1000 euro. Krijg je dan ook die 1500 euro advocaatkosten terug? Jammer genoeg niet, want de verliezende partij draagt maar een deel van je proceskosten. De rechter hanteert een gestaffeld bedrag voor het salaris van de advocaat (‘liquidatietarief’) en dat is in de regel slechts 461 euro. Met andere woorden: je mag al blij zijn als je quitte speelt. Zelfs al zou je er 500 euro aan overhouden, waarom zou je het risico op verlies nemen voor zo’n klein bedrag, nog even afgezien van de tijd die zo’n procedure kost? 

    Hoogleraar Pavillon vindt dat kleine bedrijven meer bescherming verdienen. ‘Creëer een aparte regeling voor die bedrijven. Er moet wel iets gaan gebeuren.’ Volgens haar is het (relatief nieuwe) wetsartikel waarmee je een beroep kan doen op schadevergoeding bij misleiding (art. 6:194 BW) volstrekt ontoereikend. Ze kent niet één gerechtelijke uitspraak waaruit blijkt dat de nieuwe bepaling gedupeerden – bijvoorbeeld de slachtoffers van acquisitiefraude – de beloofde extra bescherming biedt. 

    Het probleem, legt Pavillon uit, is dat er geen sanctie staat op misleiding in de vorm van ‘vernietiging’ van de overeenkomst. Vernietiging is het volledig terugdraaien van het contract, alsof het nooit heeft bestaan. In geval van het IVB zou het incassobureau alle kosten die je als klant hebt betaald, moeten terugstorten. Dat is veel eenvoudiger (en dus minder kostbaar) dan het aantonen van schade, zegt de hoogleraar. ‘Als je bent misleid, wil je graag van je contract af.’

    Een tweede oplossing is het uitbreiden van de bevoegdheden van toezichthouder ACM, zodat die ook kan toezien op misleidende handelspraktijken in het mkb, mits er sprake is van onevenwichtigheid van partijen. In 2008 koos de wetgever ervoor om zzp’ers niet te beschermen. Die kunnen zelf naar de rechter stappen, redeneerde de regering destijds.  

    Opboksen tegen marktmacht grote bedrijven

    Daarmee loopt Nederland inmiddels uit de pas met zes andere Europese landen, liet de ACM dit voorjaar weten. Daar is het toezicht geheel of gedeeltelijk uitgebreid naar handelspraktijken die ondernemers treffen. Tijd om dat gelijk te trekken, zei de ACM in dezelfde adem.

    Politiek gezien is het geen dood issue. Eind vorig jaar pleitten regeringspartijen CDA en D66 voor betere bescherming tegen grote bedrijven die hun afspraken niet nakomen. Kamerlid Kees Verhoeven (D66) zei destijds: ‘Zzp'ers en mensen met een paar medewerkers kunnen te vaak moeilijk opboksen tegen de marktmacht van grote bedrijven.’ Staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) van Economische Zaken heeft toen toegezegd de verhoudingen tussen kleine en grote ondernemers te onderzoeken.’ Wat daarvan is terecht is gekomen, is niet bekend. Vragen hierover aan Economische Zaken werden niet beantwoord.

    Ondertussen gaan partijen als het IVB door met hun gehaaide verdienmodel, voorlopig onder het mom van ‘contractsvrijheid’. Kleine lettertjes hebben grote gevolgen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 520 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De Schuldenindustrie

    Gevolgd door 497 leden

    Honderdduizenden Nederlanders zitten in de schulden. Ze begonnen vaak met een kleine schuld, maar lopen vast in een systeem d...

    Volg dossier