© ANP / Bas Czerwinski

    In Rotterdam heeft 44 procent van de gezinnen recht op huurtoeslag. Waarom is het dan in de verste verte niet gelukt om genoeg mensen te mobiliseren tegen de sloop van 20.000 goedkope woningen?

    Het Rotterdamse woonreferendum is op een grote mislukking uitgedraaid. Er moest een opkomst zijn van minimaal 30 procent, maar het bleef steken op een schamele 16,9 procent. Je kunt natuurlijk zeggen dat de Rotterdammers de sloop van 20.000 goedkope huurwoningen gewoon een prima plan vinden, of dat ze er het volste vertrouwen in hebben dat wethouder Ronald Schneider verstandige dingen doet met de woningmarkt. Maar het kan ook dat de fout vooral heeft gelegen bij de tegenstanders van de sloopplannen. Het lijkt erop dat ze bij hun campagne een paar belangrijke steken lieten vallen.

    Charismatische leider

    Om te beginnen heb je voor zo’n referendum een charismatische leider nodig. Denk aan types als Jan Marijnissen of de jonge Paul Rosenmöller, mannen die op hun best zijn op de barricaden. George Verhaegen, een zachtaardige SP’er uit de lokale politiek, voldoet niet aan dat profiel. Hoe begaan de man ook is met de sociale huursector en zijn bewoners, hij mist de gave om grote groepen mensen te mobiliseren en te enthousiasmeren. Juist bij een referendum is dat van groot belang. Het is dan erop of eronder en je moet vanuit het niets, buiten de gebruikelijke partijen om, iets neerzetten.

    Een tweede punt is dat het type Rotterdammer dat afhankelijk is van sociale huisvesting, deels lastig te bereiken is. Het gaat vaak om laag opgeleide mensen, die doorgaans bezig zijn om zich van dag tot dag in de maatschappij te handhaven. Een aanzienlijk deel van hen heeft buitenlandse wortels. Dat betekent vaak dat de Nederlandse taal een probleem is en dat het nieuws regelmatig via de schotel uit een ander deel van de wereld wordt binnengehaald. Hoe bereik je dergelijke groepen en hoe overtuig je ze er vervolgens van dat hun belangen en die van hun kinderen in het geding zijn? Dat kan alleen als je van deur tot deur gaat.

    Veilig onder dak

    Het onderwerp had sowieso iets abstracts voor veel sociale huurders. Al die mensen wonen al en hebben het gevoel dat ze veilig onder dak zijn. Ze weten dat in Nederland huurders niet zomaar op straat worden gezet. Het plan om sociale woningen te slopen voelt waarschijnlijk niet als iets dat hen direct raakt, zeker niet als het uitgesmeerd wordt over een periode van 15 jaar. Het is verleidelijk om dan te denken dat het jouw tijd wel zal duren.

    71 procent van de stemmen die werden uitgebracht was tegen de Woonvisie

    Een ander punt is de opstelling van de voorstanders van de plannen. Die hadden al heel snel door dat het lastig zou worden om 30 procent van het electoraat naar de stembus te krijgen. De strategie van de partijen in het college (D66, CDA en Leefbaar Rotterdam) was om hun achterban niet op te roepen om naar de stembus te gaan. Die strategie heeft gewerkt, want 71 procent van de stemmen die werden uitgebracht, was tegen de Woonvisie. Maar eerlijk is eerlijk, zelfs als daar een vergelijkbaar aantal vóór-stemmers tegenover had gestaan, zou de drempel van 30 procent nog lang niet gehaald zijn.

    Kranen met sloopkogels

    Wat nu? In ieder geval zullen maandag niet opeens de kranen met de sloopkogels aan de slag gaan. Je kunt er wel van uit gaan dat op termijn de wachtlijsten voor sociale woningen zullen oplopen. Woningen slopen in het goedkope segment en duurdere terugbouwen, betekent hoe dan ook dat er minder ruimte zal zijn in de stad voor mensen met een laag inkomen. Dat is een simpel rekenkundig gegeven. Hoe wil Rotterdam dat aanpakken?

    De officiële redenering is dat Rotterdam in de toekomst veel minder behoefte heeft aan sociale woningen. Wethouder Schneider zegt dat het opleidingsniveau in Rotterdam in het verleden onder het landelijke gemiddelde lag, maar ondertussen boven dat landelijk niveau is uitgestegen. Die beter opgeleide mensen gaan meer verdienen en willen in kwalitatief betere woningen wonen. Om daarop in te spelen moeten sociale woningen worden gesloopt en woningen in het middensegment worden bijgebouwd. Wethouder Schneider schetste eind oktober op een debatavond het sentimentele beeld van beter opgeleide jonge Rotterdammers die in de nieuwe situatie een mooiere woning kunnen betrekken in hun eigen, geliefde wijk, ‘om daar een gezinnetje te stichten’. 

    Robotisering

    Dat idee van die groeiende welvaart is echter nogal aanvechtbaar. In een tijdsgewricht van robotisering en een afnemend percentage vaste banen is de relatie tussen opleiding en inkomen misschien niet meer zo één op één te leggen als in het verleden. Veel mensen zullen te maken krijgen met wisselende inkomsten of blijvende werkloosheid. Ook onder hoog opgeleiden zou werkloosheid wel eens een taai verschijnsel kunnen blijken. In zo’n samenleving blijft de behoefte aan sociale huisvesting onverminderd groot.

    Er zijn overigens signalen dat dit een bedachte verklaring is en dat Rotterdam het gewoon beu is om zo’n grote primaire doelgroep te hebben. Die primaire doelgroep zijn de huishoudens met recht op huurtoeslag. In Rotterdam staat die op 44 procent en in Den Haag en Amsterdam op 41 procent. Rotterdam wil in dat opzicht in ieder geval vergelijkbaar worden met die twee andere grote steden. Je kunt onmogelijk groepen burgers uit de stad verbannen, dus het college van B&W heeft de conclusie getrokken dat je het aantal armere Rotterdammers alleen kunt verminderen door in te grijpen in de woningmarkt.

    "Je kunt onmogelijk groepen burgers uit de stad verbannen, dus nu grijpt het college van B&W in in de woningmarkt"

    Magneet voor arme mensen

    Rotterdam is op het moment een stad waar veel mensen naartoe trekken, maar het zijn niet de gewenste mensen. Ronald Buijt, de fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, zei aan de vooravond van het referendum bij Pauw dat van de tien nieuwe Rotterdammers er negen arm zijn. Hij noemde de stad een magneet voor arme mensen. Daar zit de echte irritatie van het zittende stadsbestuur. 

    Maar als je je burgers niet kunt uitwijzen, wat bied je die minstens 3 procentpunt van je primaire doelgroep dan voor aanlokkelijk alternatief? Daarvoor heeft Rotterdam al jaren geleden een oplossing bedacht. De buurgemeenten, vooral Capelle aan den IJssel en Barendrecht, hebben al heel lang de poort wijd open staan voor de Rotterdamse middenklasse die op zoek is naar een beter woonklimaat. Ze zijn echter niet geïnteresseerd in sociale huurders uit Rotterdam. Die houden ze eenvoudig buiten de deur door heel weinig aan sociale woningbouw te doen. 

    Randgemeenten

    De volgende uitdaging voor wethouder Schneider is om de druk op de randgemeenten op te voeren, zodat die op veel grotere schaal huurwoningen voor de primaire doelgroep gaan bouwen. Het probleem is alleen dat Rotterdam daar al heel lang op aandringt, maar dat de randgemeenten er geen trek in hebben. In zekere zin zegt Rotterdam nu A, maar als de randgemeenten geen B zeggen, dan ontstaat er een groot tekort aan goedkope huurwoningen in Rotterdam. Probeer dat dan maar weer eens recht te breien.   

    Tot slot nog een zin uit het verkiezingsprogramma waarmee Leefbaar Rotterdam de verkiezingen wist te winnen:

    Wij van Leefbaar Rotterdam weten één ding: dat wij niet beter weten dan uzelf wat u prettig of onprettig vindt aan uw wijk. En wat wel of niet voor verbetering in aanmerking komt. Hoedt u voor partijen die over uw hoofd willen blijven beslissen en geld uitgeven aan zaken die vooral politici een goed gevoel geven, maar niet u. 

    Als je dat leest, vraag je je af hoe het ooit tot een referendum heeft kunnen komen.

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 215 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 442 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid