Maurice de Hond met leerlingen op de Master Steve Jobs School in Sneek tijdens de eerste schooldag
© ANP/Catrinus van der Veen

Waarom internet-evangelist Maurice de Hond doorbijt met zijn Steve Jobsscholen

Ondernemer en opiniepeiler Maurice de Hond dacht met zijn nieuwe onderwijsconcept opnieuw iets te pakken te hebben, maar nu — vier jaar later — zijn er veel tegenvallers. Toch blijft De Hond onverminderd doorgaan met radicale vernieuwing van het onderwijs. Waarom geeft hij zijn project niet gewoon op? Follow the Money sprak met de internetpionier en ontdekte zijn motief.

‘Waarom richt je niet zelf een school op, Maurice?’ Dat vroeg toenmalig wethouder in Amsterdam Lodewijk Asscher in 2011 aan de enige opinie-onderzoeker die de status van Bekende Nederlander heeft bereikt. Maurice de Hond was op dat moment op zoek naar een basisschool voor zijn dochter. Dat was een enorme domper. Tot zijn verbazing zagen de klaslokalen er nog net zo uit als pakweg 30 jaar geleden. Achterin de klas stond wel een computer, maar daar werd niet veel mee gedaan. De kinderen waren op precies dezelfde leeftijd gerangschikt en leerden allemaal hetzelfde. Zoals dat 30 jaar geleden gebeurde, zoals dat 100 jaar geleden gebeurde. Alsof er intussen niet een enorme revolutie had plaatsgevonden op het gebied van informatietechnologie en kennisoverdracht. De wereld is veranderd, maar op de scholen was alles bij het oude gebleven.

‘Leidt zo’n school mijn kind op voor het jaar 2030?’

‘Leidt zo’n school mijn kind op voor het jaar 2030?’, vroeg De Hond zich af. De vraag stellen was hem beantwoorden. Het plaagstootje van Asscher had hem aan het denken gezet. Het onderwijs was toe aan een radicale vernieuwing. Een vernieuwing die gebruikmaakt van moderne informatietechnologie. Waar kinderen zichzelf in hun eigen tempo optimaal kunnen ontplooien. En wie was daarvoor meer geschikt dan hij, pionier in Nederland op het gebied van digitalisering en een van de eerste evangelisten die de zegeningen van internet verkondigde?

Onderwijs voor een Nieuwe Tijd

De Hond ging op zoek naar gelijkgestemde mensen in het onderwijs. Die vond hij en samen gingen ze brainstormen over een nieuw type basisschool. Hoe zou een school eruit zien die kinderen wél voorbereidt op de toekomst? En in welke leeromgeving zouden scholieren in hun eigen tempo en niveau het beste hun talenten kunnen ontplooien? Van welke technologische mogelijkheden zou je dan gebruikmaken? De groep onderwijsvernieuwers ontwikkelden een nieuw concept: Onderwijs voor een Nieuwe Tijd (O4NT). Als eerbetoon bedacht De Hond de naam Steve Jobsschool, naar Apple-oprichter en visionair Steve Jobs die met de Macintosh computer, de iPhone en de iPad een revolutie teweeg had gebracht.

In 2013 richtte De Honds groep vrijwilligers de Stichting O4NT op en nog in datzelfde jaar opende de eerste Steve Jobsschool haar deuren in Sneek, een al bestaande basisschool die was overgegaan op de O4NT-methode. Een jaar later werd er een Schoolbestuur O4NT opgezet dat zijn eigen twee scholen in Amsterdam mocht stichten van de overheid: De Voorsprong in stadsdeel Zuid-Oost en De Ontplooiing in Nieuw-West. Het initiatief kreeg veel publiciteit en de ‘iPad-school’ werd in korte tijd een begrip. De Hond werd overstelpt met reacties en hij werd een veelgevraagd spreker over onderwijs. Het bevestigde zijn vermoeden dat er in Nederland — en niet alleen daar — een grote behoefte was aan onderwijsvernieuwing. Zijn droom was werkelijkheid geworden. ‘Het zou me niks verbazen als over 2, 3 jaar meer dan 200 scholen volgens onze methoden werken en het aantal scholen waar intensief tablets wordt gebruikt zal nog veel sneller stijgen,’ zei De Hond in 2014 in een interview met het blad Marketingfacts.

Een Steve Jobsschool in de praktijk

Volgens Maurice de Hond begrijp je het O4NT-concept pas echt als je een Steve Jobsschool hebt bezocht. Daarom reisde ik af naar Steve Jobsschool De Ark in Heemskerk.

Het schoolgebouw van De Ark bestaat niet uit leslokalen, maar uit ‘ateliers’ waar kinderen ‘workshops’ krijgen van specialisten; leerkrachten — of ‘coaches’ — geven allemaal hun eigen vak. Er is een spelatelier, taalatelier, rekenatelier, creatief atelier, een wereldoriëntatie-atelier en een stilteplein, de plek waar kinderen zelfstandig kunnen werken. De kinderen op deze school zitten in stamgroepen, waarbij groep 1 en 2, groep 3, 4 en 5, en groep 6, 7 en 8 zijn samengevoegd. Per groep is er een coach.

Volgens schooldirecteur Benjamin Pel is de verhouding tussen het gebruik van de iPads en pen en papier ongeveer ‘fiftyfifty’. Hij vindt dat we er met z’n allen niet zo’n ding van moeten maken, want ‘de hele maatschappij wordt ook digitaler’. De schooldirecteur benadrukt dat de leerkracht altijd eindverantwoordelijk is en degene is die zorgt dat het kind instructies krijgt.

Met de app sCoolTool kunnen leerlingen hun eigen planning maken. Dit doen ze door zich in te schrijven voor workshops en te kijken naar wat hun doelen zijn. Deze doelen stellen zij zelf op via de app sCoolPlan. Het gaat hierbij om lesdoelen en persoonlijke doelen. Aan de hand hiervan wordt er voor ieder kind een Individueel OntwikkelingsPlan (IOP) opgesteld, dat de coach om de zes à acht weken met het kind en de ouders bespreekt. Ook houdt de coach de planning en doelen van de kinderen nauwlettend in de gaten. Uiteindelijk moeten de leerlingen op een Steve Jobsschool net als alle andere kinderen voldoen aan de door de overheid gestelde leerdoelen.

Over de begeleiding van sCoolSuite Academy, verzorgd door mensen uit het onderwijs, de ICT- en coachingswereld, is Pel zeer tevreden. De kosten voor de O4NT-software noemt hij reële bedragen. Wat de school betaalt voor de invoeringsbegeleiding ziet Pel als ‘een terechte investering voor als je met elkaar onderwijs wil ontwikkelen’.

Lees verder Inklappen

 

Constructief gesprek

Het is dit verhaal waarover ik De Hond op een donderdagochtend in zijn Amsterdamse kantoor spreek. Ik was geïnteresseerd geraakt in het idee achter de Steve Jobsscholen en wilde er graag meer over weten. Ik vraag hem naar zijn idealen, de ideeën achter het onderwijsconcept, zijn ervaringen als onderwijsvernieuwer, het businessmodel dat er achter zit en de huidige stand van zaken. Tussendoor gaat zijn telefoon een paar keer, maar daar trekt hij zich niets van aan. Maar dan belt er iemand die De Hond kennelijk niet lijkt te kunnen negeren. ‘Is het dringend?’ vraagt hij kortaf als hij opneemt. Blijkbaar wel, de persoon aan de telefoon blijft maar doorpraten. Het gezicht van De Hond betrekt. ‘Ik zit in dat gesprek dus ik kan even niet... Over een uur ben ik klaar... Oké goed zo. Dag.’

Plots duikt ‘s avonds De Honds naam op in een nieuwsbericht

De Hond herpakt zich en gaat schijnbaar onaangedaan verder met zijn verhaal, al moet ik hem eerst wel even herinneren aan waar we het ook alweer over hadden. Een uurtje later zijn we inderdaad klaar. De Hond toont zich in ons gesprek nog even enthousiast over zijn concept en aan niets valt ook maar een spoor van twijfel af te lezen over het succes ervan. Integendeel, ook het buitenland is steeds meer geïnteresseerd in het concept, vertelt hij.

Financiële problemen

Maar dan duikt ‘s avonds zijn naam op in een nieuwsbericht, en nu eens niet in verband met een of andere opiniepeiling. De Algemene Onderwijsbond meldt dat het Schoolbestuur O4NT vorig jaar vanwege financiële problemen onder verscherpt financieel toezicht is geplaatst. Daar blijft het niet bij: een van de twee Amsterdamse Steve Jobsscholen heeft mogelijk een ton te veel onderwijsgeld ontvangen. De Voorsprong — die in juli 2017 zal sluiten omdat de school niet van de grond kwam — blijkt alleen nog op papier te bestaan, maar bleef wel subsidie ontvangen: er staat nog steeds één leerling ingeschreven. De Onderwijsinspectie onderzoekt de kwestie.

Met De Ontplooiing — hét ‘vlaggenschip’ waar bovendien De Honds eigen dochter op school zit — gaat het niet veel beter. Hoewel deze school in twee jaar is gegroeid naar 140 leerlingen, kan het door de overheid vereiste leerlingenaantal van 320 na vijf jaar niet gehaald worden in Nieuw-West. Daarom wordt de school na de zomer overgedragen aan een groter schoolbestuur met genoeg leerlingen. Daarna wordt het Schoolbestuur O4NT opgeheven en vervalt voor De Hond de rol van voorzitter.


"Een van de twee Amsterdamse Steve Jobsscholen heeft mogelijk een ton te veel onderwijsgeld ontvangen"

Als ik De Hond bel en hem vraag om uitleg, reageert hij nuchter: ‘Het verhaal is heel groot aangezet, maar het is in feite een kleine organisatorische verandering. De Stichting O4NT [voor het gedachtegoed, red.] blijft namelijk gewoon bestaan.’ Daarnaast verwacht hij dat het verslag van de Onderwijsinspectie, waarmee hij veel contact heeft gehad, binnenkort zal melden dat het Schoolbestuur O4NT correct heeft gehandeld. ‘Alles is gedaan conform de instructies van het ministerie en in overleg met de inspectie.’ Of dat inderdaad zo is, zal nog moeten blijken. Voor iemand die vanuit zijn idealen zo betrokken was bij de oprichting van de desbetreffende basisscholen, komt De Honds gelatenheid op mij op z’n zachtst gezegd opmerkelijk over.

Tegenslagen

De gang van zaken rond de Amsterdamse Steve Jobsscholen kan niet anders dan een tegenvaller zijn voor De Hond, ook al heeft hij naar eigen zeggen ‘nooit de ambitie gekoesterd om schoolbestuurder te zijn’. Het gaat hem om vernieuwing van het onderwijs. De opheffing van het Schoolbestuur O4NT, de financiële problematiek en tegenvallende leerlingenaantallen zijn niet de eerste tegenslagen voor de onderwijsvernieuwer. De start van de eerste Steve Jobsschool in Sneek in 2013 ging gepaard met veel publiciteit. Positieve, maar ook negatieve. Veel onderwijskundigen uiten zich sceptisch of kritisch over het concept. En vorig jaar oktober constateerde het Onderwijsblad in een eigen onderzoek dat de Steve Jobsscholen in Nederland ‘lastig voet aan de grond krijgen’. Er zijn nu contracten gesloten met ongeveer 30 scholen, waarbij het Nederlandse aantal blijft steken rond de 25. Dat komt bepaald niet in de buurt van de 200 waarvan De Hond droomde. Daarnaast was een groep scholen ontevreden over de kosten die O4NT in rekening bracht en zou de stichting zich teveel bemoeien met de uitvoering van het concept.

De Steve Jobsscholen in Nederland krijgen lastig voet aan de grond

Als ondernemer heeft Maurice de Hond veel successen geboekt. Al vanaf het begin maakte hij gebruik van 'de nieuwe mogelijkheden van de digitale revolutie'. De Honds ondernemerschap ging met vallen en opstaan. Zijn avontuur met het door hem opgerichte beursfonds Newconomy bijvoorbeeld begon veelbelovend, maar eindigde in een drama, waarin hij zelfs persoonlijk werd bedreigd. Daarna was het enige tijd stil rond De Hond. Maar wat je ook van De Hond vindt, hij is niet iemand die bij tegenslag de moed opgeeft. Hij pakte zijn oude metier als opiniepeiler weer op en was rond de verkiezingen niet van de televisie af te slaan. Met de Steve Jobsscholen leek hij opnieuw iets te pakken te hebben. En niet alleen als onderwijsvernieuwer, maar ook als ondernemer. Dat het animo nu beperkt is, moet een flinke tegenvaller zijn. Waarom blijft De Hond dan toch doorgaan?

Belangstelling vanuit het buitenland

De reden daarvoor lijkt de belangstelling vanuit het buitenland te zijn. ‘Ik word van over de hele wereld gevraagd om lezingen te komen geven. Vorige maand zat ik in India voor een lezing, binnenkort zit ik in São Paulo. Vanuit de hele wereld komen mensen bij ons om te kijken,’ aldus De Hond. Die belangstelling was een van de redenen dat De Hond ook een businessmodel zag in het concept, vertelt hij. Het ontwikkelen van een nieuw onderwijsconcept is niet gratis, en al helemaal niet als daarvoor totaal nieuwe software moet worden ontwikkeld. ‘Er was zoveel aanvraag vanuit het buitenland dat we dachten: “laten we kijken of we daar een bedrijf voor kunnen opzetten”. Daar lag een opportunity.’


Maurice de Hond

"Er was zoveel aanvraag vanuit het buitenland dat we dachten: laten we kijken of we daar een bedrijf voor kunnen opzetten"

Inmiddels is er één O4NT-school in Spanje en zijn er vorig jaar zomer twee in Zuid-Afrika begonnen. Zowel in Spanje als in Zuid-Afrika worden door de lokale partners gesprekken gevoerd met investeerders om verder uit te rollen. De Hond schat dat er volgend jaar zeker vijf landen bij zullen komen. ‘We hebben contracten gesloten met scholen in Korea en binnenkort in Brazilië. Met behoorlijk wat andere landen, waaronder Dubai, zijn we nu aan het praten.’ Of De Hond dit keer een betere inschatting maakt, moet nog blijken.

School is business

O4NT is meer dan een onderwijsconcept. Het is ook een businessmodel. Wanneer scholen besluiten met de O4NT-methode te werken, is dat niet gratis. Naast het ideaal van modern, gepersonaliseerd onderwijs zitten er onvermijdelijk ook zakelijke aspecten aan. De Hond is en blijft immers een ondernemer. De stichting O4NT staat niet op zich: halverwege 2014 richtte De Hond enkele bedrijven op die de scholen voorzien van software en begeleiding. Daarvan zijn sCoolSuite Concepts en ScoolSuite Academy de belangrijkste. Die laatste helpt nieuwe scholen met de implementatie van het onderwijsconcept en geeft bestaande O4NT-scholen cursussen en advies. sCoolSuite Concepts is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en ondersteuning van de software passend bij het O4NT-concept. Hierbij werkt het bedrijf samen met gespecialiseerde aanbieders, zoals Atabix en 42Windmills. Daarnaast exploiteert sCoolSuite Concepts het onderwijsmodel internationaal.

De software die sCoolSuite Concepts levert is voor de infrastructuur, zoals de app sCoolTool waarmee kinderen hun eigen planning kunnen maken, en sCoolPlan dat het Individueel OntwikkelingsPlan (IOP) mogelijk maakt. De apps bieden leerkrachten en ouders bovendien een overzicht van waar de kinderen mee bezig zijn, op welk niveau ze zitten en wat hun doelen zijn. ‘De eindverantwoordelijkheid van het lesgeven, ligt bij de school zelf,’ zegt De Hond. ‘Die bepaalt welke lesmethodes zij aanschaffen en bij wie ze dat doen.’

Publieke scholen die met het onderwijsconcept werken, betalen voor het gebruik van de O4NT-software — de kosten daarvan hangen af van het aantal leerlingen — en voor de begeleiding die wordt verzorgd door sCoolSuite Academy. Voor een school met 200 leerlingen zijn de kosten volgens De Hond gedurende drie jaar ongeveer 2000 euro per maand. De kosten die O4NT voor de software in rekening brengt, liggen in lijn met die van educatieve uitgevers. Wat scholen voor de invoeringsbegeleiding betalen kan daarentegen worden beschouwd als een extra investering, die voor een belangrijk deel onder de categorie opleiding valt.

In opkomende landen heeft de nieuwe middenklasse veel geld over voor goed onderwijs voor hun kinderen

Particuliere scholen in het buitenland

Voor particuliere scholen in het buitenland werkt het anders: die betalen ook voor de licentie van het O4NT-concept. Dit bedrag wordt bepaald door de jaarlijkse fee die ouders aan de betreffende school betalen. Een niet onbelangrijk detail is dat de ‘feestructure’ in het buitenland is gekoppeld aan de kosten voor onderwijs in dat land. Daardoor kan de vergoeding oplopen tot enkele honderden euro’s per leerling per jaar. Geen gek idee dus van De Hond om zich ook op het buitenland te richten, waar vooral particuliere scholen geïnteresseerd zijn. In veel opkomende landen heeft de nieuwe middenklasse behoorlijk wat geld over voor goed onderwijs voor hun kinderen.

Binnen sCoolSuite Concepts is ceo De Hond voornamelijk verantwoordelijk voor de internationalisering, naar eigen zeggen besteedt hij 85 procent van zijn tijd aan deze taak. Inmiddels ontvangt hij er ook ‘een redelijk bedrag’ voor als salaris. Rijk is hij er niet van geworden, suggereert hij daarmee.

‘Als het bedrijf in de toekomst echt winstgevend is, profiteer ik daarvan omdat ik er aandeelhouder van ben. Dan zullen we waarschijnlijk ook wel wat met mijn salaris doen,’ zegt De Hond. Daarnaast hoopt hij in dat geval het concept makkelijker en goedkoper naar het publieke onderwijs in die landen te krijgen, in plaats van alleen particulier zoals nu het geval is. De Hond en de twee andere investeerders zien zichzelf namelijk vooral als social impact investors. Maar van winst is nog geen sprake en het proces om een deal te maken in het buitenland kost veel tijd. Voor nu besteden De Hond en zijn werknemers vooral ‘ontzettend veel energie’ aan de verbetering van het aanbod. Op basis van de ervaringen die de scholen opdoen, verbeteren de ontwikkelaars de software. Dat is volgens De Hond het grootste gedeelte van de investering.

De Honds droom is niet zozeer uiteengespat, maar hij is wel met beide voeten op aarde beland

De Nederlandse Steve Jobsscholen spelen daarin een belangrijke rol. ‘Eigenlijk is Nederland vooral een plek om op te starten, mede omdat de Nederlandse randvoorwaarden daar goed voor zijn. In Nederland voeren we het concept uit, waarvan we veel leren en zo kunnen we het verder ontwikkelen.’

Echte doorbijter

Ondanks alle tegenslagen in Nederland, blijft De Hond een doorbijter. Hij zegt zeker door te zullen gaan met vernieuwing van het onderwijs. Het doorbreken van beperkingen van het oude systeem is volgens hem hoognodig. ‘De context waarbinnen je opereert als kind is een totaal andere dan 50 jaar geleden. Bovendien gaan de eisen die aan jou worden gesteld als je van je opleiding afkomt voornamelijk in op flexibiliteit: hoe kun je problemen oplossen en hoe vind jij op dit moment de oplossing voor een probleem met alle tools die je hebt, zoals mobile devices en het internet.’ Volgens De Hond zie je in het klassieke onderwijs een ‘one-size-fits-all benadering,’ waarbij alle kinderen samen in een klas alles tegelijk moeten doen. Hij vindt dat ouderwets en het beperkt volgens hem het ontwikkelingspotentieel van kinderen. O4NT gaat juist uit van de individuele talenten en mogelijkheden van de kinderen.


Maurice de Hond

"Die internationale expansie zal de motor van ons bedrijf zijn"

Technologie speelt daarbij een sleutelrol. ‘Wat technologie heel goed kan, is kinderen op hun persoonlijke niveau trainen op een interactieve en aantrekkelijke wijze. Hierdoor wordt ieder kind uitgedaagd op z’n eigen niveau. Terwijl de administratieve last voor leerkrachten, zoals het nakijken, afneemt.’ De iPads die gebruikt worden door de leerlingen en docenten zijn een instrument die het individuele leerpad mogelijk maken. Daarnaast vindt De Hond dat ouders een veel actievere rol moeten spelen bij de afspraken die op school worden gemaakt. 'Uiteindelijk bereidt O4NT kinderen beter voor op de mogelijkheden en uitdagingen van de wereld waarin ze terechtkomen.’

In hoeverre kan het O4NT-project van De Hond als een succes worden beschouwd? ‘Nou ja, in Nederland gaat het langzamer dan ik had gedacht en de weerstand hier is groot,’ zegt hij. Zijn droom is niet zozeer uiteengespat, maar hij is wel met beide voeten op aarde beland. ‘Commercieel merken we dat we in het buitenland zo aan het doorbreken zijn. 200 scholen in Nederland zou leuk zijn, maar het is voor ons als bedrijf niet cruciaal.’ De Hond gaat dus onverminderd door met zijn onderwijsvernieuwing, maar dan vooral in andere landen. ‘Aangezien er vanuit het buitenland zoveel vraag is, denk ik dat die internationale expansie de motor zal zijn van ons bedrijf. Onze bedrijfsresultaten tot nu toe en onze investeerders geven de zekerheid dat we doorgaan, maar in welk tempo die internationale rollout gaat geschieden, weten we nu nog niet.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Sophie Stadhouders
Neemt de wondere wereld van wetenschap en onderwijs onder de loep.
Gevolgd door 456 leden