Waarom komen er zoveel vluchtelingen uit Syrië en niet uit Oekraïne?

    Gastcolumnist Pieter de Jager vroeg zich af waarom de oorlog in Syrië wél leidt tot vluchtelingen richting Europa, maar die in Oekraïne niet. Hij zoekt naar demografische oorzaken en stuit op een 'jongerenbubbel' in Syrië, die heel goed de 'demografische bom' zou kunnen zijn die al vaker in de geschiedenis het verlangen om te vertrekken aanwakkerde.

    Conflicten hebben meerdere oorzaken en zijn vanuit vele perspectieven te bekijken. Er zijn verschillende etnische of religieuze groeperingen in een land, grootmachten trachten hun invloedssfeer te vergroten, er is een oorlogsindustrie die meer winst wil maken, er heerst schaarste aan grondstoffen of andere economische belangen geven aanleiding tot strijd. In de media wordt vaak ingezoomd op gebeurtenissen, personen en groeperingen. Maar er is nog een aspect, dat vaak onderbelicht blijft: de demografische kant van het verhaal. En dat terwijl Samuel Huntington in zijn boek Clash of civilizations al in de periode na de Koude Oorlog onrust in het Midden-Oosten voorspelde, vanwege een 'jeugdbubbel' in de demografie.

    Babyboomers

    Allereerst de cijfers. Oekraïne had voor aanvang van het conflict in 2014 een krimpende bevolking van 45 miljoen inwoners, waarvan 26 procent jonger dan 25 jaar was. De Syrische bevolking groeide tot 2012 juist. Het land had in dat jaar 22 miljoen inwoners, waarvan 52,5 procent onder de 25 jaar. In een bevolkingspiramide ziet dat er zo uit:

    bevolkingspiramide syriebevolkingspiramide oekraine

    Bevolkingspiramiden van respectievelijk Syrië en Oekraïne. Bron: CIA World Factbook

    We zien hier dat we de bevolkingspiramide van Oekraïne niet echt meer een piramide kunnen noemen. De grafiek van Syrië heeft meer weg van een traditionele piramidevorm. Hoewel het geboortecijfer in dat land meer dan gehalveerd is in de afgelopen vier decennia, ligt het gemiddelde kinderaantal van 2,7 kinderen per vrouw nog steeds boven het wereldgemiddelde. Jongeren nemen een groter deel van de bevolkingspiramide in en zullen daardoor een grote invloed hebben op de vormgeving van het land, net zoals de babyboomers dat in Nederland hebben gedaan dankzij hun demografische overwicht.

    Snel groeiende bevolking en oorlog

    Over de demografische oorzaken van oorlog is al een hoop geschreven door westerse sociologen en historici. Er zijn grofweg twee centrale theorieën. Thomas Malthus was een van de eersten die over deze relatie schreven. Volgens hem legt een explosief groeiende bevolking een grote druk op de landbouw om per jaar steeds meer voedsel te produceren. De hoeveelheden land, bestaand bezit en grondstoffen nemen immers niet toe en volgens Malthus kon dat alleen maar leiden tot ziekte, hongersnood of oorlog.

    Malthus zag echter over het hoofd dat wat er met dat land en grondstoffen wel gedaan kan worden alleen beperkt wordt door de menselijke inventiviteit. Als die inventiviteit niet snel genoeg meegroeit, leidt een demografische explosie tot meer schaarste aan land en grondstoffen en dat creëert dan een voedingsbodem voor conflicten. Land- en waterschaarste leiden namelijk tot honger. En over het algemeen worden mensen er niet gezelliger op als ze een tekort aan eten hebben.

    Demografisch overschot aan jongeren versterkt conflicten om het bestaande bezit

    De tweede centrale theorie is die van de jeugdbubbel, ontwikkeld door Gunnar Heinsohn. Hij gaat vooral in op de enorme druk die een demografische expansie op de economie legt om snel nieuwe banen te creëren. Als de bevolking verdubbelt, moeten er in die tijd minimaal twee keer zoveel banen, huizen, scholen en producten geproduceerd worden om dezelfde levensstandaard te garanderen. Het demografisch overschot aan jongeren versterkt conflicten om het bestaande bezit. Een jeugdbubbel kan een burgeroorlog opleveren of, in het geval van een militair bovengemiddeld ontwikkelde staat, een poging om een ander gebied te koloniseren om zo de economie te kunnen voeden.

    Oorlog of groei bij demografische transitie

    Van alle burgeroorlogen die plaatsvonden tussen 1970 en 1999 was er bij 80 procent sprake van een bevolking die voor minstens 60 procent bestond uit mensen jonger dan dertig jaar. Een voorbeeld daarvan is Algerije. Daar woedde in de jaren '90 een burgeroorlog die in veel opzichten lijkt op die in Syrië nu. Ook in Algerije begon het bij onvrede onder een vrij jonge bevolking over een autoritaire regering. Dat leidde een tot conflict met opstandige islamitische groeperingen. Het geboortecijfer nam gedurende de burgeroorlog af en de gemiddelde leeftijd steeg. Na tien jaar keerde de vrede terug.

    Een jeugdbubbel hoeft echter niet te leiden tot conflict. Voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank Justin Yifu Lin stelt dat het ook kan leiden tot een zogenaamd demografisch dividend, waarbij de ratio van werkenden ten opzichte van hulpbehoevenden heel gunstig is. Dit leidt tot een sterke economische groei per hoofd van de bevolking, mits die extra jongeren productief worden ingezet in de economie.

    De Oost-Aziatische tijgereconomieën wisten de demografische bom om te zetten in een demografisch dividend

    Een voorbeeld daarvan zijn de Oost-Aziatische tijgereconomieën, waar de demografische transitie van hoge naar lage geboortecijfers zich nog sneller heeft voltrokken dan in Syrië. In de tijgereconomieën heeft dit een enorme economische groeispurt veroorzaakt. Ze zijn daarin zelfs iets te succesvol geweest, waardoor er inmiddels sprake is van demografische achteruitgang (wat ook problemen veroorzaakt, maar dat is een ander verhaal).

    In Europa is de demografische transitie ook niet zonder bloedvergieten gegaan. Hier waren grootschalige emigratie naar andere continenten en kolonisatie nodig om de bevolking niet te laten verhongeren. En dan waren er ook nog de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw.

    De meeste Afrikaanse landen zijn nog niet zo ver met hun demografische transitie. In de landen daar valt dus nog een hoop economische groei óf oorlog te verwachten in de komende eeuw.

    Grote demografische verschillen

    Terug naar de verschillen tussen Syrië en Oekraïne. Waarom leidt het ene conflict tot een grote vluchtelingenstroom richting Europa en het andere niet? De demografische verschillen tussen beide landen zijn groot. In Syrië kon de economie niet snel genoeg banen creëren. De officiële werkloosheid was in 2011 9 procent, al zijn er ook schattingen dat de daadwerkelijke werkloosheid veel hoger lag, tot wel 30 procent. De jeugdwerkloosheid is vaak tweemaal zo hoog als die van ouderen en dat zou kunnen betekenen dat de helft van de jongeren zonder werk zat toen de protesten in 2011 begonnen. Er was in de decennia daarvoor geen grootschalige emigratie of kolonisatie vanuit Syrië, met als gevolg dat de bevolking is verviervoudigd tussen 1960 en 2006 (van 4.565.000 tot 18.260.000 inwoners).

    In Oekraïne is de bevolking in diezelfde periode amper gegroeid; van 42,7 miljoen in 1960, tot 47 miljoen mensen in 2006. In Oekraïne was er dus weinig druk op het land en de economie om meer voedsel en banen te produceren. Sterker nog, Oekraïne is op dit moment een van de graanschuren van de wereld.

    Wanneer we kijken naar de gevolgen van deze demografische verschillen in het aantal doden en ontheemden, dan is het opvallend dat het conflict in Syrië veel heftiger is. Het dodental is niet bekend, maar word boven de 300.000 geschat. Uitgaande van dit laatste aantal vallen er dus elke maand gemiddeld 5.555 doden. Het aantal interne en externe ontheemden wordt geschat op 12 miljoen.

    Syrië

    Oekraïne

    Bevolking start conflict

    22 miljoen (2011)

    45 miljoen (2014)

    % onder 25 jaar

    52,5%

    26%

    Bevolkingsgroei van 1960 tot conflict

    370%

    5%

    Doden per maand

    5.555

    388

    Vluchtelingen in % bevolking

    50%

    2%

    Meer zelfmoorden dan oorlogsdoden

    Het conflict in Oekraïne startte in april 2014 en had begin september 2015 geleid tot 6.829 doden, omgerekend 388 doden per maand. Het aantal ontheemden wordt geschat op 1 miljoen, wat twee procent van de bevolking is. Maar zij vluchtten voornamelijk naar Rusland. Er waren in 2009 (het laatste jaar van beschikbare cijfers) meer mensen die zelfmoord pleegden in Oekraïne (9.716 doden) dan er in die anderhalf jaar tijd dood zijn gegaan door oorlog.

    Omdat er meer jongens dan meisjes worden geboren heeft vrijwel elk land een structureel jonge mannenoverschot. Zelfmoord onder mannen (die in Oekraïne veel meer voorkomt dan onder vrouwen) leidt daardoor tot minder schaarste rond beschikbare vrouwelijke partners en Oekraïne is een van de weinige landen waar er vanaf 32-jarige leeftijd evenveel mannen als vrouwen zijn.

    In Syrië komt zelfmoord onder mannen amper voor en is het aantal mannen pas gelijk aan vrouwen op 42-jarige leeftijd. Zodoende hadden jonge mannen in Syrië minder kans op een vrouw en een stuk land of een baan om in hun levensonderhoud te voorzien dan jonge mannen uit Oekraïne. Daarnaast was er van 2006 tot 2010 een droogterecord in Syrië, waardoor de landbouwproductie daalde en de voedselprijzen in Syrië werden opgedreven.

    In Syrië zijn veel meer strijdende partijen en is de strijd niet geconcentreerd in een deel van het land maar zijn er meerdere fronten, waardoor er meer slachtoffers en deelnemers zijn. Maar waarom is dit conflict zo gefragmenteerd? Dat zou ook te maken kunnen hebben met het feit dat Syrische jonge mannen überhaupt makkelijker te motiveren zijn voor de strijd. In Oekraïne zijn er minder deelnemers aan de oorlog, terwijl er in absolute aantallen meer mannen in de leeftijdscategorie 25 tot 29 jaar zijn dan in Syrië. Potentieel is er dus een grotere bron van strijders, maar desondanks heeft het Oekraïense leger zoveel moeite om genoeg rekruten te vinden dat het de dienstplicht weer heeft ingevoerd. Van de opstandelingen komt een groot deel uit Rusland, terwijl in Syrië en Irak een kleiner deel van de strijders van buiten de landsgrenzen komt.

    Een gemiddelde OEKRAÏense zoon moet samen met zijn zus voor zijn ouders zorgen en is dus minder vervangbaar dan een Syriër in een groot gezin

    De gemiddelde leeftijd in Oekraïne ligt een stuk hoger dan die in Syrië. Er is in dat eerste land dan ook geen sprake van een demografisch overschot aan jonge mannen. Het erfdeel van een gemiddelde Oekraïense zoon is gelijk aan de bezittingen van de vader (in tegenstelling tot in Syrië, waar het gemiddelde gezin veel groter is en de bezittingen dus veel meer versplinterd raken). Een gemiddelde Oekraïense zoon zal daarnaast samen met zijn zus voor zijn ouders moeten zorgen en is dus minder vervangbaar dan een Syriër in een groot gezin.

    Voor de toekomst is het hoopvol dat de mediane leeftijd in Syrië stijgt, dat de demografische transitie doorzet en het geboortecijfer daalt richting 2,1 kind per vrouw (in demografisch opzicht het ideale aantal). Daardoor neemt de jongerenbubbel af en wordt de bevolking steeds ouder en waarschijnlijk rustiger. Wellicht dat binnen een paar jaar de eerste vredesbesprekingen tussen strijdende partijen plaats zullen vinden en nieuwe staten zullen ontstaan.

    Pieter de Jager is ondernemer.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 294 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren