Waarom mensen genaaid willen worden

    De verklaring voor het 'penny wise, pound foolish' bestaat al enige tijd. Follow the Money presenteert een praktijkvoorbeeld.

    Waarom willen consumenten vaak niet weten dat ze met grote investeringen te pakken zijn genomen, terwijl ze zich over de prijs van koffie kunnen opwinden? De Britse historicus Cyril Northcote Parkinson kwam met een goede verklaring. Parkinson (1909-1993) publiceerde in 1958 het boek Parkinson’s Law waarin hij voortborduurde op een artikel dat hij eerder voor the Economist schreef. Een van zijn ‘wetten’ is Parkinson’s law of Triviality. Mensen kunnen zich volgens die wet druk maken over trivialiteiten terwijl ze grote complexe besluiten bijna gemakzuchtig nemen. Volgens Parkinson heeft dat te maken met de grote mate van complexiteit en de aanname van de betrokkenen dat de ander (die vertrouwd kan worden) 'het' wel zal weten. Of kortweg: de hoeveelheid tijd die wordt besteed aan een onderwerp is omgekeerd evenredig aan de ingewikkeldheid die ermee is gemoeid. Dat kan betekenen dat mensen die bereid zijn om thuis een dikke trui aan te trekken om de energiekosten te beteugelen, tevens in staat zijn om met een enkele pennenstreek een aanzienlijk deel van hun oudedagsvoorziening er aan te geven door een extreem prijzig beleggingsproduct te kopen. Men snapt nu eenmaal meer van iets alledaags als de energierekening, dan van een complex product als bijvoorbeeld een beleggingsfonds. 
     
    Prijskaartje
    Waarschuwingen blijken in de praktijk weinig te helpen. Waar het de beleggingsfondsen betreft, hebben de jarenlange waarschuwingen van de Consumentenbond weinig teweeg gebracht. De beleggingsfondsen in Nederland genieten nog steeds een grote populariteit. Waarom? ‘Omdat het een uitstekende manier is om beleggingen te spreiden’, zeggen 'adviseurs' (lees: verkopers) van banken. ‘En daar hangt inderdaad een prijskaartje aan’. Dat dit prijskaartje een aanzienlijke negatieve invloed heeft het netto rendement van het fonds wordt er niet bij verteld. 8o procent van de beleggingsfondsen presteren op lange termijn immers onder de vergelijkende index
    De econoom Joop Huij geeft in zijn proefschrift New Insights into Mutual Funds, Performance and family strategies uit 2007 ook een verklaring voor de populariteit van beleggingsfondsen. Uit zijn onderzoek blijkt dat fondsen die veel geld uitgeven aan marketing meer geld weten aan te trekken, ook al presteren ze slecht. Zo bleek bijvoorbeeld in 2008. ABN Amro bracht een nieuw fonds aan de man: het Premium Global Dividend Fund. De brochure vertoonde een lachende man in een kekke antieke cabriolet en een ouder echtpaar dat in een gestoffeerde sloep over een gracht vaart. De bank sleepte in enkele weken met de wervende zin ‘Alsof je een suikeroom hebt...’ 457 miljoen euro binnen voor zijn nieuwe beleggingsfonds. ‘Een record’, juichte het persbericht van de bank destijds. 
     
    Dikke trui
    Goedkoop was het fonds niet (voor de kenners: een TER van 1,55 procent plus transactiekosten van 0,30 procent), maar 8 procent rendement op jaarbasis leek een mooie belofte. Dat liep helaas iets anders. Behalve dat het fonds enkele keren van naam veranderde (Van ABN Amro ging het naar Fortis om vervolgens bij BNP Paribas te belanden), presteerde het nogal ondermaats. 
    Het bedrijf Morningstar, dat zichzelf afficheert als bron voor 'uitgebreide, objectieve en onafhankelijke informatie over beleggingsfondsen', biedt gegevens over de rendementen van het fonds. Die zijn niet om over naar huis te schrijven. Wanneer u een van degenen was die na aanleiding van de 'suikeroom'-reklamecampagne 1000 euro in het fonds had geïnvesteerd, dan resteert er nu ongeveer 900 euro. Minus 10 procent. Daarmee deed het fonds het in 2009 8,7 procent slechter dan de index. Het is maar wat voor suikeroom iemand gewoon is, deze heeft het zoet thuis laten liggen. Een dikke trui in de kast hebben liggen is daarom een geruststellende gedachte. Het kon nog wel eens koud worden.
     
     
    Dan nog iets bijzonders (maar dit even terzijde):
     
    Freddy van Mulligen, de Nederlandse baas van Morningstar, gaf het fonds eind november 2009, ondanks de nogal ondermaatse resultaten de Morningsstar Kwalitatieve Rating SUPERIOR mee. Hoe dat mogelijk is? 
    Van Mulligen legt uit: 'We hebben de teams gezien, we denken dat het goede managers zijn. We geloven in ze. Overigens heb ik toevallig vandaag weer een gesprek met ze om de analyse te updaten'.
     
    Superior ondanks de beroerde resultaten?
     
    'Uhh, ja. Er spelen bij onze beoordeling meer factoren mee, het team dus maar ook de kosten van het fonds, de achterliggende strategie etc. De performance is maar een aspect.'
     
    Ok, maar de kosten van het fonds (TER van 1,55 plus transactiekosten van 0,30), die zijn bepaald niet laag.
     
    'Nee, maar vergeleken met vergelijkbare fondsen in de markt zijn ze iets goedkoper'.
     
    Relatief dus.
     
    'Inderdaad'. 
     
    Ik blijf het gek vinden, dat Morningstar op basis van zachte informatie tot de rating Superior komt terwijl de harde informatie zegt dat het fonds niet presteert.
     
    'Een paar jaren met ondermaatse resultaten wil nog niet zeggen dat het fonds slecht is'. 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2135 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren