Waarom Monsanto een zwart imago heeft en hoe dat te verhelpen is

    Michiel Korthals, professor in Wageningen, schept duidelijkheid in het beladen debat over Monsanto. Zijn conclusie is dat het bedrijf terecht een zwart imago heeft, maar de hoogleraar legt ook uit hoe Monsanto dat kan verbeteren.

    Het Amerikaans chemische en landbouwkundige bedrijf Monsanto krijgt de laatste tijd aardig wat lof. Onlangs nog gaf Diederik van Hoogstraten in ‘Het probleem van Monsanto: een zwart imago’, NRC, vrijdag 20 december 2013 veel aandacht aan de hoogdravende missie van dat bedrijf. En Jelle Brandt Corstius trad op 25 februari in de Correspondent op als schoothondje van Monsanto. Natuurlijk, het bedrijf concentreert zich op genetische modificatie van planten, en wat is daar op tegen? Maar hoe zit het nu met Monsanto? Monsanto zegt op haar website over zichzelf: 'We zijn er trots op een duurzaam landbouw bedrijf te zijn dat betere oplossingen aanbiedt voor complexe vraagstukken door betere zaden en systemen te ontwikkelen die boeren helpen met het verhogen van de productiviteit op de boerderij en met het produceren van meer voedzaam voedsel, met behoud van natuurlijke hulpbronnen.'

    Prijs na prijs

    Monsanto krijgt prijzen voor haar werk, zoals de wereldvoedselprijs en de ND-GAIN 2013 (Global Adaptation Award van de Universiteit van Notre Dame). Dit laatste is een jaarlijkse prijs voor bijdragen aan bewustwording, wetenschap of actie gericht op beheersing van klimaatverandering en Monsanto kreeg de prijs voor haar werk aan water efficiënte mais voor Afrika. Nog een pluim kreeg Monsanto toen ze werd opgenomen als 37ste de 2014 Global 100 Most Sustainable Corporations in the World (Global 100) index, geproduceerd door het in Toronto gevestigde mediabedrijf Corporate Knights. Monsanto werd als 5ste geplaatst bij de Amerikaanse bedrijven en wereldwijd op de 5ste plaats in de materialen industrie. Opmerkelijk is ook de getuigenis van Mark Lynas, een wetenschapsjournalist en voormalig Greenpeace activist, als een van de meest uitgesproken verdedigers van genetische modificatie (GM) en Monsanto. Hij somt, anders dan de hiervoor genoemde journalisten, zes punten van kritiek op Monsanto op en sabelt ze vervolgens neer: ‘Ik had verondersteld dat het gebruik van chemicaliën (door GM) zou toenemen. Het bleek dat resistente katoen en maïs minder insecticide nodig hebben. Ik had aangenomen dat alleen de grote bedrijven profiteerde van GM. Ik had aangenomen dat Terminator Technology boeren beroofden van het recht om zaad te bewaren en opnieuw te gebruiken. Het bleek dat hybride zaden dat reeds lang doen, en dat Terminator zaad nooit op de markt is gekomen. Ik had aangenomen dat niemand GM wilde. Toen transgeen katoen illegaal was in India en Roundup Ready soja in Brazilië waren boeren waren ze enthousiast ervoor dat ze die illegaal gebruikten. Ik had aangenomen dat GM gevaarlijk was. Het bleek veiliger en nauwkeuriger dan conventionele veredeling door gebruik van mutagenese; GM brengt gewoon een paar genen in een vreemd genoom, terwijl conventionele veredeling het hele genoom manipuleert in een trial and error manier. Maar hoe zit het mengen van genen van niet-verwante soorten? De vis en de tomaat? Het blijkt virussen dat de hele tijd doen, net als planten en insecten en zelfs wij - het heet gene flow.'

    Nina Fedoroff

    Wetenschapsjournaliste Nina Fedoroff serveert eveneens drie van deze bezwaren af. Ze stelt dat het eerste paar gm-gewassen, met inbegrip van insecten-en herbicide-tolerante maïs, katoen, koolzaad en sojabonen milieu- en gezondheidsvoordelen hebben, zoals verminderde gebruik van pesticiden en herbiciden en het toegenomen gebruik van landbouw zonder ploegen. Ze worden op zeer grote schaal geteeld en ze hebben de landbouwproductiviteit en de inkomens van boeren verhoogd. Net als andere voorstanders van Monsanto, hekelt ze de tegenpartij als irrationeel, gedreven door vooroordelen en emotioneel en populistisch. Monsanto, een bedrijf met een goede record, maar is het daarmee ook een goed bedrijf?

    Financiële belangen

    Er zijn heel veel problemen met deze bijdrages en een er van is dat ze de lezer geen rekenschap geven van het gepolariseerde debat en de enorme financiële belangen die bij Monsanto aan de orde zijn en die informatie direct of indirect afkomstig van Monsanto verdacht maken. Het GM-debat is zo gepolariseerd, dat men bij ieder artikel zich moet afvragen: klopt dit wel, is hier misschien een eenzijdige of misleidende redenering aanwezig en wijst de financiering van het onderzoek op een belang van Monsanto? Een burger die wil weten hoe het zit, moet daarom steeds verder doorvragen; tevreden zijn met verklaringen van deze of gene is onvoldoende. Neem de prijs die Monsanto heeft gekregen namens de World Food Prize-organisatie. Je krijgt er een raar gevoel bij als je leest dat Monsanto de stichting die de prijs uitdeelt enige jaren eerder ongeveer vijf miljoen dollar had geschonken.
    Je krijgt er een raar gevoel bij als je leest dat Monsanto de stichting die de prijs uitdeelt enige jaren eerder ongeveer vijf miljoen dollar had geschonken.
    Neem ten tweede de kwestie van het bewijs van de afname van het pesticide gebruik bij GM gewassen, waarbij Fedoroff (net als Rabbinge in Dijkhuizen) verwijst naar een studie van Brookes en Barfoot. Deze studie is betaald door de GM industrie: Brookes, G. & Barfoot, P. GM crops: Global Socio-economic and Environmental Impacts 1996-2007, PG Economics Ltd, Dorchester, UK, 2009­.

    Zelfmoorden

    Dan het derde hier genoemde item, de ´overgelopen´ wetenschapsjournalist, Mark Lynas, die steeds weer door pro-Monsanto mensen wordt aangehaald. Er is echter ook naar het andere kamp iemand overgelopen, en eigenlijk een veel serieuzer persoon, voormalig Directeur Biotechnologie bij Agriculture Canada's Summerland Research Station, en vroegere aanhanger van GMO, namelijk Dr Thierry Vrain, maar de pro-mensen besteden daar geen aandacht aan. Zie deze video. De tegenstanders houden soms ook vast aan reeds lang gefalsificeerde zaken, zoals de hoge aantallen zelfmoorden in India bij GM katoen boeren. Echter, de zelfmoorden waren voor de verkoop van GM zaden even hoog of zelfs hoger. Ook trekken ze verregaande conclusies uit het feit dat in de jaren vijftig en zestig Monsanto chemische wapens maakte (Agent Orange); maar ook hier slaan ze de plank mis, want de bedrijfsleiding is totaal vernieuwd. Verder zijn er op YouTube filmpjes te zien met titels als: "Seeds of death: unveiling the lies of GMOs," "Horrific new studies in GMOs, you're eating this stuff!!" en "They are killing us—GMO foods." Ik wil hier eerst eens naar de zes door Lynas genoemde bezwaren kijken, of die zo onterecht zijn, en naar het perspectief wat daar achter zit. Dan zal ik nog iets over genetische modificatie in het algemeen zeggen, want als Monsanto een rotte appel is, is daarmee genetische modificatie nog niet verworpen.

    Juist meer bestrijdingsmiddelen nodig

    Het eerste punt betreft het al dan niet verminderde gebruik van pesticide wanneer GM Roundup mais en soja worden gebruikt. In een uitvoerig gedocumenteerde en in een goed aangeschreven tijdschrift gepubliceerde studie geeft Benbrook (2012) aan dat the spread of glyphosate-resistant weeds in herbicide-resistant weed management systems has brought about substantial increases in the number and volume of herbicides applied.' De toename van pesticide-gebruik wordt bevestigd door studies van de Food and Water Watch, Superweeds: How Biotech Crops Bolster the Pesticide Industry, en door de USDA-NASS, Quickstat, Agricultural Survey, Chemical Applications, Herbicide use on Cotton, Corn and Soybeans (Total). De toename van pesticiden heeft vooral te maken met het optreden van secundaire pests (pests die eerder in toom werden gehouden door de pest waarop de GM op gericht is). Andere chemische bedrijven dan Monsanto spinnen garen bij de opkomst van deze superweeds, zoals Dow. Dan de vraag of alleen grote bedrijven en boeren profiteerden van GM; misschien dat ook middelgrote boeren ervan profiteren. Het blijkt een mythe te zijn dat de GM gewassen goed  zijn voor de armere boeren.
    Het blijkt een mythe te zijn dat de GM gewassen goed  zijn voor de armere boeren
    Vervolgens de kwestie van Monsanto ’s verbod op het bewaren en uitwisselen van zaden om zo de eigen omzet te verhogen. De vergelijking met de terminator Technology is inderdaad niet passend want deze technologie is niet doorgevoerd. De verdediging van Monsanto’s verbod op het bewaren van zaad door een beroep op hybride zaden die onvruchtbaar zijn en waarbij het bewaren er van zinloos is, omdat de opbrengsten van de tweede generatie veel geringer zijn, snijdt geen hout; hier is sprake van een puur biologisch feit. Bovendien, als ergens fraude normaal is, dan is daarmee fraude toch ook niet normaal? Monsanto wil dat boeren zaden kopen en in de grond stoppen en verder niets. Normaal experimenteren boeren met hun zaden (onder andere via intercropping en gewasrotatie) en doen ze aan uitruil via hun netwerk. Met hun lokale kennis en activiteiten dragen ze bij aan de spreiding van het risico van misoogsten en aan biodiversiteit. Omdat klimaat verandering het boeren met een enkel type zaad nog riskanter maakt, is dat experimenteren en die uitruil van groot belang voor het lukken van oogsten. Maar Monsanto verbiedt dat. Boeren worden als consumenten van zaden gezien, en mogen na de oogst niet een klein gedeelte bewaren voor de volgende zaaironde. Het laboratorium van Monsanto moet het experimentele werk doen. Monsanto bevordert daarmee actief monoculturen en de kans op misoogsten in geval van het optreden van plagen. Boeren die zich daar niet aan houden krijgen hoge boetes. Dan de kwestie van illegale zaden; inderdaad zijn er veel Stealth zaden op illegale markten te verkrijgen, maar wat zegt dat? Boeren experimenteren voortdurend, en willen ook wel eens zien of de beloftes van Monsanto kloppen.

    Twijfels over gmo

    Het laatste punt, dat GM veiliger is dan conventionele veredeling door het gebruik van mutagenese; wat GM zou doen is gewoon een paar genen ergens in brengen, meer niet. Maar genen nemen vaak elkaars functies overnemen, of versterken of verzwakken elkaar, we weten echt nop niet hoe. Virussen wisselen al miljarden jaren genen uit, en via trial en error (met als straf: uitsterven) lukt ze dat. Het betekent dus niet dat de mens in twintig jaar zonder ‘error’ genen kan inbrengen. Ook het door Fedoroff genoemde punt, dat genetische modificatie het zelfde is als veredeling snijdt geen hout, want bij veredeling hoef je niet bang zijn voor onverwachte uitkomsten, zoals een allergie. Wonderlijk is dat de voorstanders van Monsanto hun ogen sluiten voor een groot probleem en dat betreft de toenemende resistentie van de pests waar de GM gewassen tegen gericht zijn. Het blijkt dat boeren steeds meer moeten spuiten om superweeds te vernietigen, enerzijds op de pests (onkruiden, bacteriën, insecten) die via de GM gewassen dood zouden moeten gaan maar inmiddels resistent zijn geworden en anderzijds om de toename van secundaire pests (die oorspronkelijk voor de invoering van GM- resistente gewassen niet erg agressief waren door de aanwezigheid van de primaire pests) tegen te gaan. In gerenommeerde tijdschriften is hier de laatste jaren uitvoerig over geschreven; vanuit een darwinaans gezichtspunt is het ontstaan van resistentie niet verrassend. Wel kunnen er maatregelen genomen worden om snel optredende resistentie tegen te gaan, zoals het beplanten van stukken land met niet GM planten. GM heeft dus niet-GM nodig! Vanwege de snelle insecticide en herbicide GM resistentie zijn andere bedrijven dan Monsanto bezig met nieuwe varianten van GM gewassen omdat de resistentie van bugs voor deze BT gewassen toeneemt gevaar voor Superweeds); bovendien zien ze een markt voor nieuwe pesticides en herbicides. De toenemende insecticide en herbicide (en dus GM) resistentie van insecten, schimmels, en onkruiden betekent ook dat de wedloop tussen mens en pests steeds riskanter wordt, ook gegeven het feit dat grootschalige landbouw gericht is op de vestiging van monoculturen.

    Monsanto, grootverdiener

    Een ander niet genoemd bezwaar betreft het feit dat Monsanto bovenmatig verdient aan de door haar geproduceerde genetisch gemodificeerde mais zaden die de Monsanto herbicide Roundup verdraagt. Daarmee kunnen boeren dus onbeperkt spuiten, want het gewas is er resistent tegen. Deze gewassen komen niet direct in onze voeding, maar in veevoer (of kleding) en worden op ongeveer 2.5 % van het totale landbouw areaal in de wereld geteeld. De overgrote meerderheid van de GM gewassen worden helemaal niet direct door mensen gegeten (zoals ‘expert’ Fedoroff beweert), maar indirect via veevoer (in Europa en de VS) of via suiker houdende producten (in de VS). De koppelverkoop van een herbicide en een GM plant resistent daartegen vinden vooral milieubewuste mensen volkomen absurd, zelfs crimineel. Herbicide tolerantie en Bt-resistentie zijn de enige twee GM-kenmerken die wereldwijd hebben geleid tot grote verkoop van zaden. De twee GM-kenmerken worden gedragen door vier bulk gewassen, soja, maïs, katoen en koolzaad die worden geteeld op een commerciële schaal, en ze beslaan ongeveer 2,4% van de totale oppervlakte van land gebruikt voor landbouw-en bosbouw. Nergens hebben deze GM-kenmerken tot hogere opbrengsten geleid. In 2008, had GM maïs (corn) het grootste aandeel van de markt, 3,6 miljard dollar (48%), gevolgd door soja 2.8 miljard dollar (37%); katoen 0.9 miljard dollar (12%) en koolzaad (canola), 0,2 miljard dollar bedroeg (3%).

    Zaadmonopolies

    Verontrustend is de vorming van monopolies op het gebied van zaad omdat ze monoculturen in de hand werken en daarmee biodiversiteit bedreigen. Via een reeks van fusies en overnames beheersen vanaf 2002 slechts zes ondernemingen (Monsanto, Dow en DuPont in de Verenigde Staten, BASF en Bayer in Duitsland, en Syngenta in Zwitserland) 40% van de Amerikaanse agrarische biotechnologie patenten. De patenten van deze ondernemingen geven hen exclusieve rechten op zowel belangrijke genen en als op de technologieën om de genen te modificeren. Met de patenten wordt het vermogen van kleine ondernemingen en arme onderzoekslaboratoria om onderzoek te doen ingeperkt. Ze zijn zeer ongelijk over de wereld verdeeld. Het is pas sinds het TRIPS agreement van 1994 dat zaden gepatenteerd kunnen worden, dus ook hier is ‘expert’ Fedoroff fout. Voor gepatenteerde zaden moet veel betaald worden, en dus leggen arme boeren het loodje, zodat ook hierdoor hun werk gericht op biodiversiteit ondermijnd wordt. De agressieve juridische dichtgetimmerde contracten met boeren over de zaden die Monsanto verkoopt is een belangrijke reden voor haar zwarte imago. ‘The biotech leviathan has filed over 140 lawsuits against farmers for planting the company’s genetically-engineered seeds without permission, while settling around 700 other cases without suing. None of the plaintiffs are customers of Monsanto and none have licensing agreements with the company. The group argued that they do not want Monsanto’s genetically-modified organisms (GMOs) and want legal protection in case of inadvertent contact with the company’s products.’
    Verontrustend is de vorming van monopolies op het gebied van zaad
    Sommige Afrikaanse landen hebben ook verzet aangetekend tegen GM gewassen van Amerikaanse bedrijven of tegen voedselhulp van GM gewassen. President Bush heeft toen beweerd dat Europa hier achter zat en dat daarmee de Amerikaanse zegeningen van dit gewas de hongerende Afrikanen onthouden werden. Er is zelfs een boek verschenen dat deze boodschap uit ten treure herhaalt (Paarlberg 2010). Uit Wikileaks is gebleken dat de Amerikaanse overheid veel geld geïnvesteerd heeft in lobby werk om Monsanto toch een opening te geven op de Europese markt. Maar de Afrikanen zelf zagen dat heel anders. Zij protesteren tegen de monopolies van de GM fabrikanten (die ongeveer 40% van alle patenten in handen hebben en goed zijn voor ongeveer 70% van de verkoop van GM mais, katoen en soja). In een officiële verklaring wordt gezegd: 'Wij maken ten zeerste bezwaar er tegen dat het beeld van de armen en hongerigen uit onze landen wordt gebruikt door reusachtige multinationals voor een technologie die noch veilig is, noch milieuvriendelijk.'  Ten slotte: genetische modificatie kan niet zonder sociaalwetenschappelijke expertise Mijns inziens heeft Monsanto terecht een zwart imago. Een goede journalist had deze informatie en overwegingen moeten geven. De stukken van Van Hoogstraten en Jelle Brandt Corstius zijn niets anders dan pure propaganda, journalisten onwaardig. Maar daarmee is biotechnologie en genetische modificatie niet afgeserveerd. De bezwaren die ik hierboven heb genoemd, zijn voor een groot gedeeltelijk overkomelijk, zeker wanneer er wordt samengewerkt tussen wetenschappers, producenten en gebruikers op een integere en open manier. Denigrerende opmerkingen dat burgers dom zijn of dat wetenschappers de feiten weten en burgers emotioneel zijn, helpen niet. Zowel boeren als consumenten kunnen profiteren van GM gewassen, maar dan wel wanneer rekening wordt gehouden met hun wensen. Tot nu toe heeft ook de consument geen voordeel gehad van Gm gewassen. Prijsverlagingen in de winkel hebben niet of nauwelijks plaats gevonden. Ook de kwaliteit is niet verbeterd, integendeel. In feite zijn vooral de ongezonde producten, die tot dooreten leiden en dus tot obesitas, voor de retail goedkoper geworden, zoals frisdranken en andere eetbare waar waarin mais suiker zit.
    Mijns inziens heeft Monsanto terecht een zwart imago
    Mijns inziens is het hard nodig dat de producenten en de wetenschappers in hun onderzoeksprojecten zowel sociale wetenschappers opnemen als vertegenwoordigers van boeren en consumenten. Wanneer ik naar de grote programma’s kijk gefinancierd door de Bill en Melinda Gates foundation, dan gebeurt dat niet. Ook in de grote programma’s van Wageningen (vaak werkend met traditionele veredeling, maar wel met grote inbreng van genetische technieken) zijn de sociale wetenschappers maar mondjesmaat vertegenwoordigd. Tijdens mijn carrière als hoogleraar aan de WUR heeft de leerstoelgroep Filosofie nooit kunnen participeren in een dergelijk consortium. De regelingen rond refuge en management vereisten rond GM gewassen, en de andere precieze eisen zijn alleen uitvoerbaar, wanneer ze overeenkomen met fundamentele belangen en zienswijzen van boeren. Hetzelfde geldt voor de consumenten: het offensief van een aantal moleculair biologen om ten koste van alles Gm door de strot van consumenten te duwen, en fundamentele rechten op informed food choice te veronachtzamen, helpt niet om een vertrouwenwekkende basis te creëren waar vanuit een vruchtbare inzet van GM bij voedselproductie mogelijk is. Een genetische lente is alleen mogelijk als het ook een sociaalwetenschappelijke en een burger lente betekent.   Prof. Dr. Michiel Korthals, auteur van het boek Voor het eten, Boom 2006

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 289 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren