Waarom multinationals ongestraft misdaden kunnen plegen

    Multinationale ondernemingen kunnen zich feitelijk de ergste misdaden permitteren, ze worden toch niet vervolgd. Annemarie van de Weert zet drie hoofdredenen op een rij

    'Bedrijven zijn de maatschappij wettelijk gezien helemaal niets verschuldigd als het gaat om mensenrechten. 'So why bother?' Het staat met grote rode letters op de muur van de collegezaal gebeamed. Voor de studenten staat Alexandra Popova. Een pittige tante met een grote bos zwarte krullen. De Australische is gespecialiseerd in de verschillende vormen van aansprakelijkheid voor internationaal opererende bedrijven. Met een verfrissende nuchterheid vertelt ze dat multinationals die het over de grens niet zo nauw nemen met de maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering, eigenlijk overal mee weg kunnen komen.

    Onschendbare multinationals

    In mijn vorige column schreef ik dat er tot op heden nog nooit een onderneming strafrechtelijk veroordeeld is voor het rechtstreeks of via de productieketens veroorzaken van menselijk leed. De schokkende conclusie van Popova luidt: 'Er bestaat helemaal geen wettelijk kader om bedrijven strafrechtelijk aansprakelijk te stellen. Multinationals kunnen over de grens doen en laten wat ze willen. Ze hoeven schendingen van mensenrechten niet te voorkomen, noch te laten.' Daar zijn kortweg drie redenen voor. Ten eerste: er is geen internationale jurisdictie voor internationale misdrijven gepleegd door bedrijven. Landen moeten zelf initiatief nemen om het strafrecht zo aan te passen dat ook rechtspersonen aansprakelijk gesteld kunnen worden voor crimineel gedrag. Nederland is sinds 2002 de vestigingsplaats van het Internationaal Strafhof en paste logischerwijs als één van de eerste ter wereld haar wetgeving aan. Sinds 2003 kunnen in ons land niet alleen individuen, maar ook rechtspersonen terechtstaan voor de betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en schendingen van mensenrechten. Heel mooi, maar de stap van Nederland kreeg in de rest van de Westerse wereld slechts mondjesmaat navolging.
    'Een groot aantal gespecialiseerde criminologen concluderen dat ‘corporate crime’ veelal in samenwerking met regeringen wordt gepleegd'
    De tweede reden voor de kennelijke onschendbaarheid van bedrijven heeft politiek-economische achtergronden. Een groot aantal gespecialiseerde criminologen concluderen (in navolging van Edwin Sutherland die de termWhite Collar Crime’ introduceerde), dat ‘corporate crime’ veelal in samenwerking met regeringen wordt gepleegd. Veel landen, ook Nederland, zullen daarom eerst een uitvoerige kosten-baten analyse maken voordat zij overgaan tot een rechtszaak omdat ze een politiek én economisch belang hebben bij een welvarend bedrijfsleven. Dat opportunisme is overigens onlangs nog geïllustreerd door FTM-journalisten Jesse Fredrik en Anne de Blok in hun artikel over de fiscale hulp aan oligarchen waarbij de Nederlandse Ambassade een rol speelt. Ook de handelsmissie die minister Kamp naar Rusland organiseert, spreekt boekdelen over de politiek-economische verstrengelingen. Multinationals leveren immers een aanzienlijke bijdrage, aan de economie van een land en een overheid zal wel gek zijn om zand in de eigen financiële motor te gooien. Wat daarbij meespeelt is dat veel ‘opkomende markten’ (over het algemeen derde wereld landen) die er alles aan doen om te voorkomen dat multinationals voor de rechter moeten verschijnen. Zij zijn afhankelijk van internationale bedrijven om hun olie, mineralen en fruit te delven, af te nemen en te transporteren. Soms is dit geregeld in ontzettend soepele contracten zoals dat de gang van zaken is voor de bedrijfsvoering van oliemaatschappijen in Zuid-Soedan, Syrië, Angola en Birma. U kunt zelf wel bedenken welke ‘toonaangevende’ multinationale ondernemingen een dergelijk gunstig investeringsverdrag hebben met hun gastheer, maar voor het gemak verwijs ik naar de zogeheten Failed State Index, een lijst met landen waar vrijwel geen overheidsinstanties bestaan die borg staan voor de bescherming van de burgerpopulatie en er niet of nauwelijks democratisch toezicht is op regeringshandelen. Dit maakt niet alleen de weg vrij voor corruptie, maar ook voor eenzijdige handelsovereenkomsten die louter de regeringsleiders ten goede komen. Hierop staan, naast bovengenoemde Staten o.a. Columbia waar Chiquita heer en meester is, Ivoorkust wat het domein is van Nestle en niet te vergeten Nigeria, waar Shell huishoud. Ter illustratie, voormalig Elf topman Le Floch-Prigent omschreef het samenwerkingsverband dat het oliebedrijf had met Afrikaanse landen Kameroen, Gabon, Congo en Angola als volgt: 'So the money went to the names that the heads of these countries designated. If it sometimes ended up in an orphanage then I am very happy. But let's say it didn't always end up in an orphanage.' De zeer ingewikkelde organisatorische structuren met contractpartners en dochterondernemingen waardoor het wangedrag afgeschoven kan worden, vormen de derde reden waarom sommige multinationals met wandaden kunnen wegkomen.

    Soft law

    So what? De dertig-jarige Popova projecteert haar bevindingen een beetje cynisch door op het scherm en verzucht: 'Wanneer we spreken over wangedrag van bedrijven over de grens zoals landroof, dwangarbeid en uitbuiting, hebben bedrijven enkel te maken met zogeheten 'soft law’. Dit zijn quasi-juridische instrumenten om aan te geven hoe je ‘netjes’ zaken moet doen. De belangrijkste zijn de richtlijnen voor het ‘Bedrijfsleven en Mensenrechten’ van de Verenigde Naties en de richtlijnen voor ‘Multinationale Ondernemingen’ van de OECD (in Europa OESO, Economische Samenwerking en Ontwikkeling). En dan is er nog de verklaring van de internationale vakbondorganisatie (ILO) over de ‘fundamentele beginselen en rechten op het werk’. Maar ze betekenen inhoudelijk eigenlijk helemaal niets want ze zijn niet bindend. Kortom de internationale gemeenschap is er tot nu toe alleen in geslaagd om een handvol verdragen, statuten en verantwoordingsmechanismen op te stellen, die geen juridische gevolgen hebben.'
    'De internationale gemeenschap is er tot nu toe alleen in geslaagd om een handvol verdragen, en statuten op te stellen, die geen juridische gevolgen hebben'
    Ik vrees dat dit betekent dat ook het alom geprezen beleidskader van Harvard professor John Ruggie, welke sinds 2008 de basis vormen van de bovengenoemde VN-richtlijnen voor ‘Bedrijfsleven en Mensenrechten’, totaal geen hout snijdt. Multinationals zijn zo krachtig dat ze zelfstandig in het buitenland kunnen handelen, zich vrij tussen lidstaten kunnen bewegen en zich niets aan hoeven te trekken van zijn opgestelde ‘Protect, Respect and Remedy’ normen.

    'Hypocritical window-dressing'

    Promovendus Alexandra voegt er nog aan toe dat de momenteel veelbesproken United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights, die aangeven “hoe het hoort”, eigenlijk niets nieuws zijn. 'Het komt er nog altijd op neer dat de verplichting om mensenrechten te voorkomen bij de overheid ligt en niet bij bedrijven. Regeringen moeten het beleidskader implementeren, maar het bedrijfsleven hoeft zich er niet aan te houden. Dit geeft aan dat er up-to-date gewoon geen effectief rechtsmiddel bestaat.' Het voorstel voor de uitwerking van Ruggies verantwoordingsmechanisme in een Nationaal Actieplan Mensenrechten, dat sinds december 2013 bij de Tweede Kamer ligt, zal in de grensoverschrijdende praktijken weinig uit gaan maken. Dé protagonist van de vrije-markt-werking Milton Friedman, noemde maatschappelijk verantwoorde programma’s in 1970 in een artikel dat hij schreef voor The New York Times Magazine 'hypocritical window-dressing'. Hij stelde vast dat het aan de ene kant bijdragen aan goede doelen en duurzaamheid teneinde het eigen imago te versterken terwijl met de praktische bedrijfsvoering wel degelijk de maatschappij aangetast wordt, simpelweg ‘fraude’ was. Zolang bedrijven zich kunnen bezighouden met grimmige bedrijfsvoering in corrupte landen met autoritaire regimes zonder dat het vaderland in grijpt, ben ik dan ook geneigd te denken dat de goedbedoelde richtlijnen een façade zijn.
    Over de auteur

    Annemarie van de Weert

    Na tien jaar vast dienstverband als verslaggever bij dagblad De Telegraaf, was Van de Weert het zat. Teveel 'geneuzel in...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid