© Flickr / Waldopics

Nederlanders zijn voor EU, maar weten eigenlijk niet waarom

    Onderzoek naar de meningen van burgers over de EU laat zien dat burgers vooral gevoelens over Brussel hebben, maar weinig kennis. Een verklaring voor die gevoelens ontbreekt. Toch zijn deze nog maar nauwelijks te negeren.

    Onlangs liet de Brusselse GroenLinks-fractie publieksonderzoek doen naar de meningen van Nederlanders over de EU. Kantar Public — voorheen TNS NIPO — deed onderzoek onder ruim 600 Nederlanders om beter te begrijpen wat burgers van de EU vinden. Deze stap is op zichzelf al opmerkelijk: GroenLinks heeft een pro-Europese achterban en heeft dus geen publieksonderzoek nodig om haar EU-standpunten te legitimeren. Dit onderzoek laat dan ook zien hoe belangrijk de ideeën van burgers over de EU zijn geworden: ze spelen inmiddels de hoofdrol.

    Het GroenLinksonderzoek laat ook zien wat al heel lang uit de halfjaarlijkse opinieonderzoeken van de Europese Commissie blijkt: ondanks alle rumoer over het Oekraïne-referendum, CETA, de euro en vluchtelingen, steunt een ruime meerderheid het Nederlandse EU-lidmaatschap. Volgens het GroenLinks-onderzoek is dat tweederde van de bevolking en zijn hoger opgeleiden vaker voor het lidmaatschap dan lager opgeleiden.

    Wat zijn deze oordelen waard?

    Wat dit soort oordelen precies waard zijn, is niet duidelijk. Waarom is de burger precies voor de EU? Het GroenLinksonderzoek levert (zeer algemene) aanwijzingen op. Voorstanders van de EU zijn voor vanwege de globalisering: zij denken dat landen op het wereldtoneel samen sterker staan, dat de EU goed is voor de economie en dat de EU een rol kan spelen bij schonere energie en een oplossing voor het klimaatprobleem.

    Er zijn zo veel tegenargumenten dat de vraag is waarom de EU toch nog gesteund wordt

    De puzzel ontstaat pas wanneer er ook heel veel negatieve punten blijken te zijn: de Unie staat ver van de burger af, is te bureaucratisch, legt te veel regels op, kost te veel, is ondemocratisch, zorgt ervoor dat het Nederlanderschap verloren gaat en is er vooral voor het bedrijfsleven. Er zijn zodanig veel tegenargumenten dat de vraag opkomt waarom de EU in het algemeen toch nog gesteund wordt.

    Onduidelijk wie verantwoordelijk is

    De reactie van de EU op recente terreuraanslagen kan nog op enige waardering van burgers rekenen, maar er is ontevredenheid over vrijwel alle andere thema’s: de vluchtelingencrisis, de Griekse schuldencrisis, de coup in Turkije, TTIP, Dieselgate en Brexit. Dan volgt in het rapport een intrigerende toevoeging van de onderzoekers: volgens hen weten burgers te weinig van de EU om te kunnen bepalen welke specifieke instelling schuldig is aan deze incompetentie.

    Burgers zeggen zelf slecht op de hoogte te zijn en kennen de meeste EU-instellingen niet of nauwelijks. Slechts 16 procent zegt het Europees Parlement tamelijk goed of zeer goed te kennen, 12 procent zegt dat over de Europese Commissie en 8 procent over de Europese Raad. De rest van de respondenten kent deze instellingen tamelijk slecht of zeer slecht. Dit is vooral bij de Europese Raad — de vergadering van lidstaten — pregnant: de machtigste instelling voor de koers van de EU is bij vrijwel iedereen onbekend.

    "De machtigste instelling voor de koers van de EU is bij vrijwel iedereen onbekend"

    Wie weet wat Juncker doet?

    Frans Timmermans blijkt massaal bekend met een hoge score van 72 procent. 47 procent kent de naam van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, 45 procent van liberale fractievoorzitter Guy Verhofstadt, 27 procent van de vaste voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk en 19 procent Europarlementsvoorzitter Martin Schulz. Dan komen de onderzoekers weer met een intrigerende opmerking: burgers weten niet bij welke instelling deze politici werken. Zij herkennen dus alleen namen. Misschien nog wel opmerkelijker is dat GroenLinks de bekendheid van Nederlandse Europarlementariërs niet liet meten.

    Zo wordt duidelijk dat er allerlei impressies van de EU bestaan, maar dat burgers ze niet consistent kunnen onderbouwen om de eenvoudige reden dat ze de meest basale kennis over de EU ontberen. Zij geven allerlei ideeën, aannames, emoties, ingevingen, indrukken en gevoelens weer, maar geen onderbouwde meningen. Die gaan allerlei kanten op.

    Contextloze vraag

    Een voorbeeld illustreert dat. In dit onderzoek mogen burgers vertellen welke bevoegdheden de EU moet hebben en welke bevoegdheden bij de lidstaten horen. Burgers zeggen dat terreurbestrijding, klimaatbescherming, veiligheid, mensenrechten, vluchtelingen en luchtkwaliteit bij de EU horen. Maar dit is een contextloze vraag die negeert welke beleidsopties er op elk van deze terreinen bestaan en wat een eventuele overheveling van dit beleid naar de EU exact inhoudt. Of men dit wil overhevelen hangt ook af van hun oordeel wat het EU-beleid in dit geval zou worden. Burgers geven een globaal idee, maar ze zouden bij te restrictief (of te verwelkomend) vluchtelingenbeleid ook tegen kunnen zijn. Wat zouden ze vorig jaar gezegd hebben over 'samenwerken met Oekraïne'?

    Wat zou de burger vorig jaar gezegd hebben over samenwerking met Oekraïne?

    Zondagavond 13 november. GroenLinks discussieert naar aanleiding van dit onderzoek in De Balie. Waar een kwart van de bevolking 'sterk voor' EU-lidmaatschap is, is dat in deze zaal driekwart. In Nederland is 1 procent van de bevolking naar eigen zeggen zeer goed op de hoogte van de EU, in de zaal is dat 14 procent. In de discussie komt het probleem direct naar boven: het is niet duidelijk wat al die meningen van burgers precies betekenen: waarom vinden ze dit? Burgers zeggen in het onderzoek dat belastingontduiking een nationale aangelegenheid is. Niemand in de zaal kan dat verklaren.

    Waar komt de emotie vandaan?

    Al snel verzucht GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout dat de EU tegen gevoelens strijdt. Er komen meer eurosceptische partijen en klassieke partijen worden EU-kritischer. In een panel meldt onder andere Elsevier-columnist Arend Jan Boekestijn dat het met veel verkiezingen komend jaar 'fout kan gaan', zoals in Italië, Frankrijk en Nederland. Het is een hele lijst. Waar komt die emotie toch vandaan en waarom is die zo heftig, vraagt Eickhout zich hardop af.

    Het beste antwoord komt aan het einde van de avond, als buitenlands beleid aan bod komt. Poetin heeft voor verdeeldheid binnen de EU gezorgd, Trump vindt dat de EU zijn eigen defensie moet betalen, artikel 5 van de NAVO is eigenlijk achterhaald en de EU-lidstaten liggen onderling overhoop. Eigenlijk moet er EU-defensie komen, is hier de voorzichtige conclusie. De Europese regeringen denken dat een dag later in Brussel ook. Maar hoe die er ooit moet komen zolang de burger dat om onduidelijke redenen bij nationale verkiezingen afstraft, blijft in nevelen gehuld.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid