Foto door Mike Wilson (via Unsplash)
© CC0 (Publiek domein)

Waarom we in het Westen steeds individualistischer worden

    Op het neoliberalisme in zijn huidige vorm kun je al het een en ander aanmerken. Maar als we deze lijn aanhouden, wordt het nog veel erger, aldus Maarten van der Kloot Meijburg. In het tweede deel van zijn serie over mens en technologie schetst hij een beeld van wat ons mogelijk te wachten staat.

    Zoals besproken in het eerste deel van deze serie, zijn politieke mythes verhalen over de wereld die we als waarheid aannemen door ons gedeelde geloof. Een voorbeeld: geld heeft waarde omdat we geloven dat dat zo is.

    Zulke mythes staan aan de basis van menselijke culturen en de daaruit voortvloeiende religies en maatschappelijke en economische systemen. Ze hebben niet alleen invloed op hoe we de wereld interpreteren en de manier waarop we met elkaar samenwerken; ze beïnvloeden ook ons denken en handelen.

    Nu is het de vraag: welke invloed heeft de meest recente vooruitgangsmythe, die van het neoliberalisme? Daarvoor moeten we eerst even terug in de tijd.

    Economische vrijheid

    Het neoliberale gedachtengoed is terug te leiden naar Friedrich Hayek (1899-1992), wiens ideeën zo’n dertig jaar geleden gemeengoed werden. De invloedrijke econoom Milton Friedman, ideologisch erfgenaam van Hayek, speelde daarbij een belangrijke rol. 

    Met zijn boek Capitalism and Freedom legde Friedman het fundament onder een nieuwe vrijemarktideologie. De basisgedachte is dat economische vrijheid een noodzakelijke voorwaarde is voor politieke vrijheid. Friedman betoogt daarom het volgende: ‘Het soort economische organisatie dat op directe wijze economische vrijheid genereert, namelijk competitief kapitalisme, garandeert tegelijkertijd ook politieke vrijheid, omdat het economische van politieke macht scheidt en op die manier wederzijdse versterking mogelijk maakt.’

    "Neoliberalen vatten de complexiteit van maatschappelijke processen in de schijnbaar objectieve werkelijkheid van cijfers"

    Het idee is dat door de toepassing van waardevrije economie en technologische ontwikkeling een technologische heilstaat zal ontstaan, op basis van universele marktprincipes. Deze ideeën vormden de basis voor een nieuwe politieke religie: het neoliberalisme. Het geloof in de technologische vooruitgang, waarin de wetenschap de mensheid de middelen heeft gegeven om de wereld te herscheppen, leeft in deze nieuwe ideologie voort.

    Moraal van orde en nut

    Het neoliberalisme is een symbiose tussen socialistische ideeën over maakbaarheid enerzijds en liberaal marktdenken anderzijds. Neoliberalen vatten de complexiteit van maatschappelijke processen in de schijnbaar objectieve werkelijkheid van cijfers. Het zijn alleen niet mensen die de cijfers interpreteren, maar computeralgoritmen; die geven op basis van een constante stroom van data waardevrije duiding aan de menselijke interactie.

    Mede door het gedachtegoed van Wiener Kreis, dat stelt dat er geen waarheidsgehalte aan waardeoordelen kan worden toegeschreven, is in het neoliberalisme de christelijke moraal vervangen door een rationele moraal van orde en nut. De neoliberale samenleving is gebaseerd op de rationele toepassing van universeel veronderstelde economische wetten. Individuele nutoptimalisatie, gestuurd door marktprikkels, is daarbij het centrale uitgangspunt.

    ‘Het neoliberalisme heeft de christelijke moraal vervangen door een moraal van orde en nut’

    Uiteindelijk zouden we dan tot de universele waarheid komen: een allesomvattende wetenschappelijke theorie. Die theorie vertelt ons aan de hand van wiskundige vergelijkingen de precieze en waardevrije reikwijdte van al onze observaties en ervaringen. Het verhaal — hetgeen waarmee onze rechterhersenhelft al die observaties en ervaringen tot een coherent geheel smeedt — wordt dan overbodig.

    En zo is de digitale datacultuur ontstaan. Die cultuur wordt namelijk gedreven door rationaliteit en geordend op basis van rendementsnormen. In deze maatschappij leven we als individuen samen op basis van ogenschijnlijk objectieve afspraken. Daarbij geldt: ‘Wat telt — in de zin van wat gewaardeerd wordt — is dat wat geteld wordt.’

    Contact met de buitenwereld

    We houden ons aan afspraken die in toenemende mate op naleving worden gecheckt op basis van data uit digitale systemen. Dat checken wordt steeds makkelijker, omdat digitalisering en connectiviteit ons vastsnoeren in virtuele netwerken die data genereren over onze levens.

    Peter Diamandis, ceo van de Singularity University (deels universiteit, deels denktank en deels business-incubator uit Silicon Valley), denkt dan ook dat we straks allemaal zijn verbonden via een netwerk. Daardoor wordt iedereen een potentiële klant, vriend, consument of aanbrenger van ideeën. In de gedigitaliseerde samenleving is de tablet of de smartphone de essentiële schakel in het contact met de buitenwereld.

    ‘Anders zijn wordt belangrijker dan mét de ander zijn’

    Fysieke sociale interactie — interactie waarbij mensen elkaar kunnen zien, ruiken en voelen — is steeds minder noodzakelijk. Sociale interactie is beschikbaar via sociale media en apps. De meeste communicatie vindt plaats met gedigitaliseerde boodschappen aan je vrienden in de cloud of in de groepsapp. Die communicatie lijkt op marketing: als je aandacht van je vrienden in de cloud wilt krijgen, moeten je boodschappen speciaal zijn. Je profiel en posts op de digitale media worden zo belangrijker dan de persoon die je eigenlijk bent.

    In die digitale datacultuur gedijen individualisme en zelfverheffing het best. Anders zijn wordt belangrijker dan mét de ander zijn. Het lijkt alsof Jean-Paul Sartre’s jaren zestig-filosofie massaal wordt toegepast. Hij riep de mensen op om in afwezigheid van een transcendente God, en binnen hun absurde en zinloze bestaan, hun vrijheid te gebruiken om los van de groep een eigen persoonlijkheid op te bouwen en hun bestaan op die wijze zin te geven.

    Maar in de neoliberale samenleving is ‘zin’ vervangen door ‘nut’. Om het bestaan nut te geven, zijn mensen hun genot gaan maximaliseren en proberen zij hun pijn te minimaliseren. Spullen worden belangrijker dan mensen; bezit belangrijker dan leven. In die samenleving is vooral plaats voor talentvolle individuen die hongeren naar van alles, behalve moraal.

    Schrijver Marcel Rözer geeft er een mooie beschrijving van in een van zijn columns: ‘De laatste jaren is er een collectieve talentenjacht ontstaan. Een ratrace met hysterische ouders, kinderen die denken dat ze alleen nog maar gelukkig zijn als ze beroemd worden en 'De Media' die van dit alles een circus maken.’

    Competitiever en zelfzuchtiger

    De markt is altijd op zoek naar een efficiëntere benutting van de beschikbare middelen, en zal daarom innovaties blijven stimuleren. Die innovaties maken verdere digitalisering en connectiviteit mogelijk. Zo zal de markt ons verder vastsnoeren in virtuele netwerken, die data genereren waarmee kunstmatig intelligente algoritmen voor ons de keuzes maken.

    Het verbond tussen mens en technologie

    Er komt een moment waarop de technologie slimmer wordt dan de mens die haar denkt te controleren. De gevolgen daarvan zullen nauwelijks te overzien zijn.

    In drie essays beschrijft Maarten van der Kloot Meijburg hoe ons diepgewortelde geloof in de vooruitgang - het fundament van onze beschaving - ons blind heeft gemaakt voor gevaren in de nabije toekomst.

    Samenleven op basis van een gedeelde groepsmoraal maakt plaats voor samenleven op basis van rationele afspraken en economische wetten. De mens wordt dan gedwongen om competitiever en zelfzuchtiger te zijn. Individualistische mensen zullen in een dergelijke omgeving beter gedijen. Zij zullen succesvoller zijn en een betere toegang hebben tot toekomstige verbetertechnologie.

    Typisch menselijke eigenschappen als compassie en empathie hebben we bij dat contact steeds minder nodig. We zullen die eigenschappen verliezen zoals vissen die in het donker leven na verloop van tijd hun zicht kwijtraken.

    De hersendeskundige Susan Greenfield zegt dat dit effect nu al te constateren is. Zij meent dat door afnemende fysieke sociale interacties ons brein minder wordt gestimuleerd om verbindingen tussen hersencellen te ontwikkelen die deze eigenschappen mogelijk maken. Evolutionair antropologe Sarah Blaffer Hrdy voorziet in haar boek Mother and Others dat onze soort in de toekomst veel intelligenter zal zijn dan nu, en allerlei technologische innovatie zal voortbrengen waarvan we nu slechts kunnen dromen. Maar ze verwacht ook dat we even machiavellistisch zullen worden als chimpansees.

    Machiavellistisch individualisme

    Gaan we uiteindelijk dan toch lijken op de mensen zoals Hobbes die beschreef? ‘Wezens die slechts hun eigenbelang en macht najagen.’ En zijn het Berlusconisme en Trumpisme daarvan tekenen aan de wand? Zo ja, dan zal onderlinge solidariteit verdwijnen en het overheidsapparaat tot stilstand komen. In de VS en Italië dreigt dit al gedeeltelijk te gebeuren: in die landen worden de democratie en rechtsstaat gebruikt om het belang van een kleine hebzuchtige elite te dienen, hetgeen de werking van deze instituties ondermijnt.

    "Om mee te komen in de neoliberale ratrace zullen we ons constant moeten verbeteren"

    Als het sociale individualisme plaatsmaakt voor machiavellistisch individualisme, verdampt de onderlinge solidariteit die nodig is voor het vertrouwen in de instituties. We geloven de mythe in dat geval niet langer. Het trage en vaak inefficiënte proces van democratie en rechtsstaat kan in zo’n geval missichien maar beter worden vervangen door een algoritme dat, op basis van objectieve real time-informatie, meritocratisch het beleid bepaald.

    Niet langer zal een overheid aan de hand van een gedeelde mythe het algemeen belang dienen. Algoritmes nemen die taak over, door computers gestuurd, en aan de hand van rationele, op toegevoegde waarde en efficiëntie gebaseerde afwegingen. Om mee te komen in de neoliberale ratrace zullen we ons constant moeten verbeteren. Zo niet, dan vallen we af.

    Mensen die het zich kunnen permitteren, zullen een beroep doen op technologische verbeterinterventies. Met deze technologie kunnen we onze fysieke en mentale beperkingen overstijgen en een competitief voordeel creëren. Zo gebruiken militairen en topsporters nu al neurodoping om hun prestaties te verbeteren.

    Cyborgs

    In de toekomst zijn we waarschijnlijk in staat om met genetische modificatie, kunstmatige intelligentie en nanotechnologie de fysieke menselijke conditie nog verder te ‘verbeteren’. Zo zal er software beschikbaar komen om ons geheugen te upgraden en genmodificatie-technieken die ouderdomsprocessen vertragen of stopzetten. Hoe verhouden gewone stervelingen zich straks tot deze geperfectioneerde cyborgs?

    Onze samenleving, op het humanisme gebaseerd, gaat uit van één menselijke natuur. Daaruit volgt dat mensen in principe dezelfde vermogens hebben en daarom gelijkwaardig zijn. Hierop is ons idee van mensenrechten gebaseerd. Volgens die mensenrechten hebben we de plicht de waardigheid van de mens in elk mens te erkennen en het recht deze erkenning van iedereen te eisen. Het vormt de basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM).

    ‘Hoe moeten we mensenrechten toepassen als er straks cyborgs zijn?’

    Maar hoe moeten we die mensenrechten toepassen als er straks gewone stervelingen en door technologie verbeterde cyborgs zijn, die niet langer één en dezelfde menselijke natuur hebben? Gelden die rechten dan alleen voor cyborgs en wacht gewone stervelingen eenzelfde lot als onze verwante diersoort, de apen, die wij in onze testlaboratoria gebruiken?

    Wat de toekomst precies voor ons in petto heeft, is moeilijk te voorspellen. Maar het is zeker dat wat ons nu menswaardig maakt, zowel in ons mens-zijn (essentie) als in ons bestaan (existentie), door de neoliberale ratrace en technologische ontwikkelingen zal veranderen.

    Kunnen we zonder fysieke sociale interactie nog wel een geweten — en van daaruit een moraal — ontwikkelen? Hebben we straks nog de keuze om te zijn wie we willen zijn, of gaan economisch rendement en technologie voor ons bepalen welke eigenschappen we moeten ontwikkelen?

    Wat blijft er van de mens over als de ander uit zijn verhaal verdwijnt, en als menselijke verbeelding wordt vervangen door de digitale verbeelding van een algoritme? Betekent dat het einde van de mens, of staan we aan de vooravond van een nieuw tijdperk en leven we voort in genen die niet van koolstof maar van silicium, de grondstof voor computerchips, zijn gemaakt?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Maarten van der Kloot Meijburg

    Maarten van der Kloot Meijburg (1960) is directeur van adviesbedrijf MKM Consultancy, en partner vanĀ  energie-consultants Eem...

    Volg Maarten van der Kloot Meijburg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren