© ANP/Robin van Lonkhuijsen

Wachten op de revolutie in bankenland

  • xyz

De zware kritiek die de financiële sector sinds het uitbreken van de kredietcrisis te verduren heeft gehad, heeft niet geleid tot veel zelfreflectie, zo constateert Michiel Werkman. Komt het nog goed? Of vergt dat een nieuwe generatie bankiers?

Ik volg de bankensector en de mensen die er werken met verhoogde belangstelling. Wat mij de laatste tijd steeds vaker opvalt is dat zij op sociale media berichten posten — en vooral onderling veelvuldig ‘liken’ — zoals deze: ‘Stay away from negative people, they have a problem for every solution.’ Ook posten zij regelmatig allerlei opvallend blije berichten over hoe goed hun bank bezig is.

Andere wereld

Dat dit sentiment zich niet beperkt tot de lagere echelons van de bank, blijkt uit een recente uitspraak van Rabobank-topman Wiebe Draijer: ‘Kritiek? Ik noem dat interpretaties van de buitenwereld.’ Het citaat is typerend, omdat Draijer ermee laat zien zichzelf als bankier buiten de maatschappij te plaatsen. Ondanks de vele verbaasde reacties heeft Draijer — voor zover mij bekend — deze woorden niet teruggenomen en zijn collega’s in de bankensector hebben hem er niet op aangesproken. Het toont eens temeer aan dat Draijer en zijn collega’s in een andere wereld leven. Fouten worden ontkend en misstanden worden met feelgoodreclames en newspeak gepareerd. 

"In plaats van zich in hun parallelle universum terug te trekken, moeten de topbankiers zich maatschappelijk verantwoordelijker opstellen"

Met deze attitude en dit slechte voorbeeldgedrag draagt de huidige top van de banken er de volle verantwoordelijkheid voor dat het broodnodige herstel van marktvertrouwen uitblijft. Binnen hun eigen sector creëren zij er een toenemend wij-zij-gevoel mee. Wij, de onbegrepen en veelgeplaagde bankiers die het allemaal toch zo goed bedoelen. Zij, de klanten en de media in de negatieve buitenwereld met hun respectloze, tendentieuze en ongefundeerde kritiek. Dat gedrag dit slechts maatschappelijke weerstand aanwakkert, lijkt achter de dikke bankmuren niet door te dringen.

Ik heb met enige regelmaat contact met oud-collega’s die (hoe lang nog?) binnen de bankensector actief zijn. Het beeld dat uit die gesprekken oprijst is vaak bedroevend. Veel van hen zeggen zich onbegrepen te voelen, en onterecht aangevallen te worden. Zelfs goedwillende bankmedewerkers met de beste intenties blijken door de houding van de top beïnvloed. Angstig en murw van wat zij als ‘vooroordelen’ en ‘bankbashing’ zijn gaan zien, is vrijwel niemand nog bereid om een inhoudelijke publieke dialoog aan te gaan. De volgende reactie spreekt boekdelen: ‘Als je bij een bank werkt dan ben je waarschijnlijk toch een boef. Dus dat [publiek reageren, red.] heeft weinig zin.’

Zelfs goedwillende bankmedewerkers met de beste intenties blijken door de houding van de top beïnvloed

In plaats van zich in hun parallelle universum terug te trekken, moeten de topbankiers zich maatschappelijk verantwoordelijker opstellen. Pas als bankiers kritiek accepteren, zelfs al is die soms onredelijk, onterecht of van ‘auw,’ valt er serieus winst te behalen. Alleen uit een publieke dialoog erover kan iets positiefs voortkomen. Met negeren en wegkijken, zoals in het voorbeeld van Wiebe Draijer, die bijvoorbeeld ook niet reageerde op deze open brief, is nog nooit iets opgelost. 

Er is geen ‘buitenwereld’. Bankiers vervullen een uiterst belangrijke rol midden in de maatschappij. Die moeten zij erkennen en kritiek serieus nemen. Het verlangt dat zij in actie komen want de tijd van holle frasen is voorbij. Het is tijd voor daden om het vertrouwen te herstellen. Zolang de huidige topmanagers die beweging niet inzetten is het wachten op een nieuwe generatie meer toegankelijke en inhoudelijk aanspreekbare bankiers. Zullen zij de kans krijgen om hun eigen maatschappelijke betrokkenheid en de maatschappelijke belangen effectief in klantcentraal beleid om te zetten? Ik ben bang dat dit waarschijnlijk eerst een revolutie in de ‘binnenwereld’ zal vergen.

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid