© Marloes Wardenier - 2016

  • Een typisch verschijnsel: een exponent van een rotte cultuur afdoen als een eenling
  • Oeps

Bij het Rotterdamse handelshuis Nidera bleek vorig jaar een rogue trader op de handelsvloer rond te lopen die zijn boekje ver te buiten ging. Het verlies: tientallen zo niet honderden miljoenen euro’s. Een uniek geval? Nee, ontdekte Follow the Money na onderzoek, dit is zeker geen incident. Over de frauduleuze praktijken van handelaren in biodiesel, een risk-manager die in zijn vrije tijd 'wingsuitflyer' is en een topman die zijn bonus op een Zwitserse nummerrekening over liet maken.

De nieuwe handelsvloer op de vijfde verdieping van het prestigieuze Rem Koolhaas-kantoorgebouw De Rotterdam is begin 2015 nauwelijks uitgehard of de rot komt al uit het beton. Senior biodieselhandelaar Tim Remie van het Rotterdamse handelshuis Nidera blijkt met termijncontracten zijn (handels)boek ver te buiten te zijn gegaan. Het resultaat: tientallen, mogelijk zelfs honderden miljoenen dollars verlies. Hij zou — buiten Nidera om — ook voor 1,2 miljoen in privé hebben opgestreken.

Het is hard slikken voor Nidera. Ze waren het jaar nog wel zo mooi begonnen met de ondertekening van het huurcontract voor het nieuwe onderkomen aan de voet van de Erasmusbrug. Een jaar daarvoor was het Rotterdamse handelshuis bovendien onderwerp van een geslaagde overname door graangigant COFCO. Dit Chinese staatsbedrijf had een jaar eerder voor 1,3 miljard dollar 51 procent van de aandelen overgenomen van de oorspronkelijke aandeelhouders. Het relatief onbekende Nidera schrijft daarmee geschiedenis: het is op dat moment de grootste overname ooit van een Nederlands bedrijf door een Chinese partij. Het is echter ook een overname die een stuk minder media-aandacht krijgt dan die van verzekeringsmaatschappij Reaal door de Chinese verzekeraar Anbang, twaalf maanden later.

Promotie, degradatie

Het agribedrijf Nidera telt op het moment van overname circa 3.500 medewerkers in 20 landen. Het produceert en verhandelt jaarlijks voor zo’n 18 miljard dollar aan bulkgoederen als granen, oliehoudende zaden en biobrandstoffen. Nidera-ceo Ton van der Laan verwacht dat het bedrijf onder de nieuwe eigenaren kan doorgroeien naar dezelfde omvang als een van de 'ABCD-bedrijven': Archer Daniels Midland (ADM), Bunge, Cargill en Dreyfus. ‘Nidera speelt bovenin de eerste divisie. Maar door de kapitaalinjectie kunnen we promoveren naar de eredivisie. Ik denk dat we in omvang kunnen verdubbelen,’ zei Van der Laan destijds hoopvol in De Volkskrant.

Het optreden van Tim Remie is eerder een symptoom van het handelshuis dan een incident

Een gezamenlijke beursgang in Hong Kong ligt ook in het verschiet en de optiepakketten liggen klaar voor de bestuurders. Dat geldt echter niet voor handelaar Tim Remie. Zijn optiepakket wordt vervangen door een aangifte bij de politie. Het Openbaar Ministerie verdenkt Remie sinds 23 juni van ‘niet-ambtelijke corruptie’ en ‘valsheid in geschrifte’. Tussen 2013 en mei 2015 zou Remie klanten hebben bevoordeeld; in ruil daarvoor zou hij 1,2 miljoen euro hebben ontvangen. Justitie heeft inmiddels voor 1 miljoen beslag gelegd op onroerend goed, bankrekeningen, een aandelenportefeuille en een auto. Dat is niet het enige gevolg: de volledige overname door COFCO komt op losse schroeven te staan en het Nidera-bestuur wordt bijna geheel vervangen.

Nidera doet de zaak af als een incident, maar uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat de rogue trader allesbehalve een lone wolf is. Het optreden van Remie is eerder een symptoom van een handelshuis waar handelaren jarenlang de grenzen opzochten én ver overschreden, en waar het risk management, compliance en ICT aan alle kanten rammelde. Het is geen toeval dat Nidera juist op de handelsafdeling van de biobrandstoffen te maken kreeg met een rogue trader. De handel in biobrandstoffen bij dit bedrijf stonk al jaren en werd geplaagd door handelaren die hun boek te buiten gingen.

Familiebusiness

De kernactiviteit van het Rotterdamse handelshuis, opgericht in 1920, ligt op het gebied van de productie en verhandeling van agrarische producten zoals granen, oliezaden en soja. De regie is in handen van de drie Joodse families Drake, Salzer Levi en Mayer-Wolf, die voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog zijn uitgewaaierd over heel de wereld. Zo belandt de familie Mayer-Wolf in Argentinië, waar ze Nidera laten uitgroeien tot een van de grootste producenten van granen en oliehoudende planten in het land.

De familieaandeelhouders houden niet alleen de aandelen maar ook de touwtjes strak in handen: opvallend veel familienamen en aangetrouwde familie krijgen door de jaren heen een plek in het concern. Het varieert van bestuursfuncties, zoals Miguel Mayer-Wolf (chief commercial officer) en Alejandro Mayer-Wolf (country manager Spanje), tot Gregory Drake die de Rotterdamse bedrijfskantine runt, tot aangetrouwde familie zoals Henk Ensing, en zoon Dennis Ensing die het tot junior biodieselhandelaar weet te schoppen. De Argentijn Martin Mayer-Wolf en de Belg Jean Salzer Levi houden vanuit de Raad van Commissarissen toezicht op hoe er met het familiekapitaal wordt omgesprongen. De in Wassenaar wonende Nidera-aandeelhouder Robert Drake is weer op een andere manier verbonden aan het Nidera-hoofdkantoor. Zo houdt hij zich bezig met losse handeltjes met West-Afrikaanse landen en de verspreiding van zijn product Bob's Mayonnaise.

Terwijl de agri-tak in Buenos Aires zich heeft gespecialiseerd in het verbouwen, oogsten en verwerken van granen en oliehoudende planten, houden de 300 medewerkers van Nidera’s tak in Rotterdam zich bezig met de handel in soja, granen, mais, rijst en andere bulkgoederen waarin ze op enig moment een kans zien om winst te maken.

"Volle kracht vooruit, opportunities pakken en de administratie komt later wel. Dat is typisch Nidera"

Ruime handelsgeest

Dat gaat gepaard met het nodige opportunisme. ‘Nidera is een handelsbedrijf, dus alles draait om geld verdienen. Als er ergens een opportunity is dan springen ze er altijd met twee benen tegelijk in,’ zegt een voormalig medewerker die jarenlang de Rotterdamse handelsgeest meemaakte. ‘Volle kracht vooruit, opportunities pakken en de administratie ervan komt later wel. Dat is typisch Nidera.’

Naar lucratieve handel wordt in alle uithoeken van de wereld gezocht. Zo valt er bijvoorbeeld veel geld te verdienen in Iran, een land dat door Amerika en Brussel vanaf 2006 steeds zwaardere sancties opgelegd krijgt vanwege zijn nucleaire beleid. De handel in voedsel is uitgezonderd. Het blijkt een interessante afzetmarkt te zijn waar andere grote handelshuizen hun vingers niet aan durven te branden. Nidera springt wel in het gat. ‘Die Iraanse mensen wilden gewoon kip eten, maar dan moeten die kippen ook op de een of andere manier gevoerd worden. Daardoor ging er veel maismeel, soja en restproducten zoals de sojaschilletjes als kippenvoer naar Iran,’ zegt de voormalige Nidera-medewerker.

Het is een winstgevende, maar ook linke business. ‘Het leverde grote premies op, maar je kon ook enorme tikken krijgen als een klant niet wilde afnemen. In Iran heb je geen mogelijkheid om een vonnis bij de rechter te halen om te zorgen dat iemand zich aan zijn contract houdt.’ Deze onmogelijkheid deed zich voor in 2011, toen het door Nidera gehuurde Italiaanse schip Rosalia D’Amato, met soja onderweg naar Iran, werd gekaapt door Somalische piraten. Na ruim zeven maanden en 600.000 dollar losgeld mocht het schip weer vertrekken. ‘De Iraanse afnemer wilde toen niet meer afnemen. Dat heeft ons miljoenen gekost.’

Zo begon alle ellende

In het jaar 2006 worden nieuwe opportunities gevonden op het gebied van duurzame energieproducten. Deze zouden uiteindelijk Nidera’s grootste hoofdpijndossier gaan vormen, maar in 2006 zijn ze nog nog goed voor een grote speedtrip. Zowel de Verenigde Staten als steeds meer EU-landen (waaronder Nederland) verstrekken allerlei subsidies om het gebruik van duurzame brandstoffen te stimuleren. Nidera wil zijn deel opeisen in deze nieuwe miljardenbusiness en start een nieuwe handelsafdeling voor verschillende soorten biodiesel, ethanol, biomassa, elektriciteit, gas en CO2-tickets.

De initiator is de man die steevast met bretels op kantoor verschijnt: Nidera-topman Ito van Lanschot. Lid van de bekende bankiersfamilie en voormalig directeur van de Europese afdeling van het Amerikaanse energieconcern Reliant. ‘De afdeling was Van Lanschots geesteskindje en hij voorzag een grote toekomst voor biobrandstoffen. Het was booming business en overheden gaven gigantische subsidies voor duurzame energie waardoor overal werd geïnvesteerd in biomassacentrales en ethanol- en biodieselfabrieken,’ zegt Jan Wegman, die in januari 2007 door Van Lanschot wordt aangetrokken om de handel in elektriciteit op poten te zetten. ‘Hij wilde de hele keten neerzetten: vanaf de velden in Argentinië tot biodiesel, elektriciteit, gas en olie.’

Van Lanschot heeft grootse plannen met energie en biobrandstoffen. Die plannen sluiten weer mooi aan bij bijvoorbeeld de dominante positie in Argentinië op het gebied van soja — van de sojabonen kan ten slotte weer biodiesel gemaakt worden. Hij krijgt bovendien financiële steun voor zijn geesteskind. ‘Banken gaven een extra krediet van een half miljard om business uit te breiden. Van Lanschot gaf in een presentatie zelfs aan om in Nederland een 1000 Megawatt kolencentrale neer te zetten om daarin biomassa bij te stoken,’ zegt Wegman, die Van Lanschot omschrijft als een ‘charmante en enthousiaste man die mensen voor hem door het vuur kan laten gaan'. Zijn keerzijde: ‘De bomen konden niet hoog genoeg groeien, waardoor we hem weleens megalomaan noemden.’

De centrale komt er niet, maar binnen een half jaar heeft Van Lanschot 25 nieuwe mensen voor de energiepoot aangetrokken, onder wie biodiesel-handelaren, een ethanol-handelaar, elektriciteitshandelaren en ondersteunend personeel op het gebied van vrachtafhandeling en risk management.

De vriendjes van Van Lanschot

Het rekruteren van nieuwe mensen is wel aan Van Lanschot besteed. In zijn periode als Nidera-ceo haalt hij talloze bestuurders uit zijn netwerk binnenboord: van zijn voormalige collega bij Reliant Guido Schlosser (chief operating officer) tot Martin Dru (chief risk officer). In de wandelgangen worden zij 'de vriendjes van Van Lanschot' genoemd.

Hij zoekt ook extra versterking voor het nieuwe handelsproduct biodiesel en komt uit bij de Duitser Uwe Schröder, iemand die een zeer ruime ervaring in de internationale oliehandel heeft en in onder andere Londen en Moskou gestationeerd is geweest. Zijn eerste serieuze werkgever, Glencore, is een van ‘s werelds grootste grondstoffen-handelshuizen. De oprichter en eigenaar van dat bedrijf is de in Antwerpen geboren Marc Rich, een controversiële grondstoffenhandelaar die de most wanted list van de FBI haalde wegens overtreding van internationale sancties, omkoping en belastingontwijking. Rich moet in 1983 de Verenigde Staten ontvluchten, maar krijgt in het jaar 2000 een omstreden presidentieel pardon van Bill Clinton. In de tussentijd stapt Rich uit Glencore; in 1996 richt hij een nieuw commodity-handelbedrijf op, genaamd Marc Rich Investments. Schröder verhuist met hem mee, maar verlaat het bedrijf in 2002. Rich spant vervolgens een rechtszaak tegen Schröder aan en eist 400.000 pond van hem. De exacte beschuldigingen zijn niet openbaar.

Gouden tijden

De vibe bij Nidera is voor de handelaar Schröder een stuk beter. Hij staat bij collega’s te boek als ‘een opvallend beschaafde man’ en wordt geassocieerd met Duitse pünktlichkeit. Hij is bovendien beland in een bedrijf met uitpuilende handelsboeken en een enorme winst. Zo maakt Nidera in 2008 een recordwinst (zie jaarverslag, blz. 12) van 270 miljoen dollar, mede geholpen door commodity-prijzen die maar blíjven stijgen. ‘Alles wat je op het gebied van energie aanraakte, was binnen vijf minuten al 10 procent meer waard,’ typeert Wegman deze gouden commodity-tijd. Ook Schröders afdeling Biobrandstoffen loopt meer dan goed; het draagt volgens een voormalig handelaar jaarlijks 12 miljoen euro bij aan de winst. Meer dan een vijfde van Nidera’s totale winst in 2009.

Een van de mannen die een bijdrage levert aan de winst is de Tilburger Tim Remie, die op 23-jarige leeftijd in de wondere wereld van handelaren belandt. Voortaan betekent zijn handtekening onder een termijncontract dat er bulkschepen uitvaren met 10 miljoen liter biodiesel aan boord, waarde 7 à 8 miljoen euro, om een paar continenten verder de lading te lossen. Remie belandt bovendien in een salariswereld boven de Balkenende-norm waar ook nog eens tonnen of — als een handelaar het heel goed doet — miljoenen aan bonussen kunnen worden opgehaald. Een bonus van 6 à 8 procent over de winst in het eigen handelsboek is niet ongebruikelijk. Het resultaat: handelaren zijn heel eager om zoveel mogelijk handel binnen te slepen. Een blik in Nidera’s parkeergarage geeft Remie zicht op een populaire bonusbestemming; Porsches en Maserati’s. En als Remie op een Zwitserse nummerrekening van zijn baas Van Lanschot zou kunnen kijken, dan zou hij daar diens bonusbestemming vinden.

‘Het is de wereld van Peter Stuyvesant. Ze gaan de wereld over en verdienen bakken geld voor een dikke auto en een mooi wijf'

Een voormalig Nidera-medewerker weet de handelscultuur treffend te omschrijven. ‘Het is de wereld van Peter Stuyvesant. Ze doen op jonge leeftijd al grote deals, gaan de wereld over en verdienen bakken geld voor een dikke auto en een mooi wijf. En als ze ergens uitgetrapt worden, kunnen ze nog altijd het vliegtuig pakken en ergens in het Midden-Oosten weer aan de slag gaan.’

De horecazaken rondom het oude Nidera-kantoor aan het Willemsplein profiteren mee van het succes van hun buren: Grand café Loos en bar-restaurant Prachtig zijn vaste stekken voor de Nidera-handelaren. Geld speelt nauwelijks een rol van betekenis. ‘Je kon tot 1.000 euro declareren als je klanten meenam. Met een paar goede flessen wijn kwam je daar al snel aan,’ vertelt een voormalig biobrandstoffenhandelaar.

De lifestyle van de Nidera-handelaren.

Splash & dash

De nieuwe bio-handelaren worden bewierookt door Nidera's topman Van Lanschot. ‘We waren de "genieën" tijdens maandelijkse round-up sessies, maar hij wist niet precies hoe er zoveel geld werd verdiend,’ aldus een Nidera-handelaar van de biobrandstof-afdeling. ‘Dat maakte ook niet uit, zolang we de kassa maar lieten rinkelen.’

Het succes van de biobrandstof-afdeling onder leiding van Schröder drijft grotendeels op de handel in gesubsidieerde Amerikaanse biodiesel. Een regel in de Amerikaanse energiewet, de Energy Bill, maakt dat Amerikaanse bedrijven meer dan een kwartje subsidie kunnen claimen op de productie en import van biodiesel. De opstellers van de wet zijn alleen vergeten te vermelden dat die biodiesel dan ook echt in Amerika moet worden geconsumeerd. Deze maas in de wet leidt tot een truc genaamd ‘splash & dash’, de praktijk om biodiesel te importeren om er vervolgens 1 procent normale Amerikaanse diesel bij te mengen en zo maximaal te kunnen profiteren van de regeling. Het eindproduct, zogeheten B99, komt in aanmerking voor een subsidie van 26 dollarcent per liter. De biodiesel belandt echter niet bij de Amerikaanse pomp, maar wordt door Amerikaanse partijen met hoge korting — circa 100 tot 150 euro per ton onder de marktprijs — verkocht aan Europese handelaren. Deze handelaren verkopen het vervolgens weer tegen marktconforme prijzen aan Europese bedrijven die verplicht biodiesel moeten bijmengen.

Nidera-handelaren slaan hun slag. Ze laten vanuit Argentinië scheepsladingen vol biodiesel, gemaakt van soja, naar de Verenigde Staten verschepen. ‘De biodiesel bleef natuurlijk niet in de Verenigde Staten, maar ging met korting weer terug naar Europa. Nidera verdiende miljoenen aan die flow,’ aldus een voormalig biobrandstofhandelaar van het bedrijf.

"De biodiesel bleef natuurlijk niet in de Verenigde Staten, maar ging met korting weer terug naar Europa. Nidera verdiende miljoenen aan die flow"

Handelshuizen overspoelen met splash & dash-praktijken de Europese biodieselmarkt. In The Guardian kwam destijds een schatting naar boven dat 10 procent van alle Amerikaanse biodiesel die richting Europa ging – grofweg 1 miljard liter – onderdeel was van deze truc. Het European Biodiesel Board (EBB), de in Brussel gevestigde branchevereniging, trekt aan de bel: Europese biodieselfabrieken worden kapot geconcurreerd. Na hun klacht komen er in 2009 anti-dumpingmaatregelen, waardoor Amerikaanse biodiesel te maken krijgt met hoge importheffingen zodra het de EU-grenzen binnenkomt.

Canadese omweg

De maatregel is goed nieuws voor de Europese biodieselindustrie, maar slecht nieuws voor Nidera, dat de winstgevende handelsroute geblokkeerd ziet worden. Het splash & dash-spel is daarmee nog niet uitgespeeld. Waar Nidera in eerste instantie nog een maas in de Amerikaanse Energiewet exploiteert, gaan Nidera-handelaren na de Europese maatregelen een stap verder via hun Canadese handelsvestiging. Een voormalig biobrandstofhandelaar doet tegen Follow the Money uit de doeken welke listige sluiproute Nidera precies ontdekt.

Zo doet Nidera veel zaken met hun handelspartner Tuscan Petroleum, een in Houston gevestigd blender-bedrijf in handen van de omstreden oliehandelaar Clyde Meltzer. Deze handelaar, inmiddels voor vijf jaar veroordeeld voor een andere miljoenenfraude, meldt de aangekochte biodiesel aan bij de Amerikaanse autoriteiten en incasseert de subsidie. ‘De bedoeling was dan dat de biodiesel in Amerika blijft, anders moet de subsidie teruggestort worden. De biodiesel werd echter met een hoge korting verkocht aan Nidera Canada, waar het in gehuurde opslagtanks in Montreal gemengd werd met een beetje Canadese biodiesel.' De crux: het zogeheten ‘certificaat van oorsprong’ vermeldt niet meer als afkomst ‘Verenigde Staten’ maar ‘Canada’, waardoor de lading gevrijwaard blijft van de hoge antidumpingheffing. ‘Zo kon er gewoon weer geld verdiend worden,’ aldus de handelaar, die schat dat er in 2009 zo’n 100.000 ton — ongeveer 100 miljoen liter biodiesel — via de Canada-route Europa binnenkwam.

OLAF’s fraudeonderzoek

De treinen en schepen van Nidera Canada komen op de radar van de Europese fraude-opsporingsdienst OLAF. Dit na een tip in februari 2010 van de European Biodiesel Board, die na de antidumpingmaatregelen opeens scheepsladingen Canadese biodiesel de Europese havens binnen ziet varen. Het vermoeden: Nidera zou biodiesel met als oorsprong ‘Verenigde Staten’ valselijk aangeven als biodiesel met oorsprong ‘Canada’ om de Europese antidumpingheffing te omzeilen. Amerikaanse biodiesel wordt immers extra belast, maar zodra het Canadese biodiesel betreft niet. De opsporingsdienst OLAF start een onderzoek naar Nidera, zo blijkt uit een geanonimiseerde uitspraak uit 2014. De Europese fraudeonderzoekers concluderen dat Nidera een partij Amerikaanse biodiesel heeft omgekat tot Canadese biodiesel:

 'Ze hebben het intern altijd verkocht als een “fiscaal dispuut”, maar het was gewoon meewerken aan belastingfraude'

Based on the information and documentation supplied by the Canadian authorities, it was established that the majority of the biodiesel in question, exported tot the EU (namely the Netherlands), had initially been imported from the US and declared for free circulation in Canada. [passage uit het OLAF-rapport van 15 oktober 2012, red.]

De uitkomsten van het OLAF-fraudeonderzoek zouden uiteindelijk worden overgedragen aan de Nederlandse douane, die Nidera een forse naheffing oplegt van maar liefst 25 miljoen euro. Het OLAF-onderzoek en de boete hebben Nidera onder de radar van de financiële pers weten te houden. Intern was het een ander verhaal. ‘Ze hebben het intern altijd verkocht als een “fiscaal dispuut”, maar het was gewoon meewerken aan belastingfraude,’ zegt een ex-biobrandstofhandelaar.

Reactie OLAF

* OLAF-woordvoerder Silvana Enculescu laat aan Follow the Money weten dat het bureau vier onderzoeken heeft uitgevoerd met betrekking tot Amerikaanse biodiesel die vanuit Canada werd geïmporteerd. ‘Drie van de onderzoeken zijn gesloten en één onderzoek loopt nog.’ Welk onderzoek er nog loopt, wil de woordvoerder niet aangeven. ‘Zodra het onderzoek gereed is, wordt het eindrapport gestuurd naar de lokale autoriteiten voor een eventuele follow up.’

Lees verder Inklappen

Canadese dollars

De boete zal niet de enige deuk zijn die Nidera oploopt met haar Canada-afdeling. Deze afdeling is in 2008 opgericht door de Canadezen Robert McNaughton en Chad Rathwell. De twee lijken een carte blanche te krijgen: ‘Het was daar in Canada eigenlijk totale wetteloosheid,’ aldus een voormalig handelaar uit Rotterdam. ‘Daar in Canada zaten drie jongens die in één jaar tijd 300 tot 400 miljoen hadden omgezet. Mensen van Risk zijn er een keer naartoe gegaan, zijn mee uit eten genomen en kwamen terug: “Het is geweldig daar.” Maar niemand wist precies hoe en wat ze deden.’

'Het was daar in Canada eigenlijk totale wetteloosheid'

Loyaal is het duo ook niet bepaald. Na een jaar incasseren ze hun bonus, laten hun Blackberry werktelefoon achter op kantoor en keren nooit meer terug. De boekhouding blijkt in 2010 aan alle kanten te rammelen en de marktwaarden van lopende contracten zijn opgepompt. Een voormalig medewerker laat vanuit Canada weten weinig verbaasd te zijn. ‘Nidera liep met alles 10 jaar achter: zowel het handelssysteem, het risk management, accounting en de due diligence. En dat bij een bedrijf dat draaide op handel met omstreden handelspartijen en met landen zoals Iran, die niemand anders aanraakt. Er was daar een cultuur die het prima vond om munt te slaan uit internationale en politieke risico's.’

Vrijhaven

Niet alleen in Canada is het een soort vrijhaven voor handelaren; in Rotterdam werkt het niet heel anders. ‘Het leek regelmatig alsof ik in een Wild West-film was beland,’ zegt een voormalig medewerker van de treasury-afdeling. ‘Handelaren gedroegen zich als cowboys en hadden een ongelofelijk grote muil. Ze kregen ook carte blanche van het management, kwamen met Maserati’s en Porsches naar hun werk en zaten om de hoek te lunchen met een fles witte wijn.’

Handelaren zochten volgens hem op alle terreinen naar winstmarges. ‘Dan had zo’n handelaar graan besteld in Hongarije en dan is het de bedoeling dat hij treasury laat weten dat hij over twee weken een paar honderdduizend Hongaarse forinten nodig heeft zodat die valutapositie alvast afgedekt kan worden. Maar ze dachten dan dat over twee weken de koers van de forint lager was, waardoor ze een grotere marge zouden maken. Maar die handelaren moeten een visie hebben op graanprijzen, níet op wisselkoersen. Ze vonden dat treasury-gelul en gingen bijdehand doen met: “Opzouten: ik ben hier de handelaar.” Zo werden mensen van treasury afgepoeierd.’

Risico’s indammen

Treasury is niet de enige afdeling die moet opboksen tegen de handelaren. De afdeling Risk management moet als een soort schoolmeester dagelijks controleren of handelaren niet teveel risico’s nemen bij termijncontracten en dat ze realistische marktprijzen hanteren [dit is namelijk bepalend voor de ongerealiseerde winsten, zie kader]. Ze worden in de wandelgangen gekscherend de ‘riskhonden’ genoemd. Enige vorm van controle is essentieel, zo blijkt uit een verhaal van een voormalig handelaar, destijds actief op de Nidera-handelsvloer. Hij geeft een inkijkje in de psyche van een handelaar. ‘Als een deal fout gaat dan is de vraag of je dat direct aan je manager meldt of dat je het probleem even in de la legt. Als Risk even niet zo alert is, zit het in de aard van een handelaar om het met de volgende trade goed te maken.’

Medewerkers van de afdeling Risk managment worden in de wandelgangen gekscherend de ‘riskhonden’ genoemd

En als deals écht niet meer gerepareerd konden worden dan was er nog een uitweg, namelijk de zogeheten Brazilian hedge. Oftewel, het vliegtuig pakken naar een zonnig oord en alle ellende achterlaten. ‘Als een handelaar verkeerde deals had gesloten, en dat niet meer wist te repareren, dan waren ze opeens helemaal niet meer bereikbaar. Dat heb ik in mijn jaren bij Nidera meerdere keren meegemaakt,’ zegt een voormalig risk medewerker, die aangeeft dat er bij Nidera vaak sprake was van een ongelijke strijd tussen risk en de handelaren. ‘De riskafdeling kende een hoog verloop, vooral van jonge medewerkers die een risk-functie zagen als een opstartfunctie naar handelaar. Je gaat dan krijgen dat degenen die het als opstartfunctie zagen, minder kritisch zijn om maar geen ruzie te krijgen met handelaren. Traders konden altijd wel met een mooie uitleg komen om iets weg te moffelen.’

Uitleg: De waarderingen bij termijncontracten

De winstbepaling bij een handelshuis als Nidera is geen sinecure. Dit komt voornamelijk door de handel via termijncontracten. Zo koopt een handelaar van Nidera bijvoorbeeld op een dag 10 duizend ton biodiesel tegen een afgesproken prijs van 800 euro per ton, met een levertijd binnen 3 maanden, in een haven in de ARA-regio: Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen (ARA). De marktwaarde van het contract fluctueert echter in de tussentijd, want als de prijs van biodiesel na een maand is gestegen naar bijvoorbeeld 850 euro per ton dan is de marktwaarde van het contract grofweg 10.000 x 50 euro. Oftewel, een papieren winst van een half miljoen euro. Als de week erna de prijs van biodiesel instort naar 750 euro per ton dan ontstaat er, op dat moment, een verlies van een half miljoen euro.

Deze flucturerende winsten/verliezen zijn dan nog niet gerealiseerd, dat gebeurt pas op de dag dat de termijnafspraken in het contract moeten worden nageleefd. Oftewel, de lading is aangekomen en en het geld is overgemaakt. Tot die tijd is er sprake van ongerealiseerde winsten die dus gebaseerd zijn op de marktwaarde (fair values). Het vaststellen daarvan is lastig: ‘De markt voor biobrandstoffen kent niet zoiets als een goudstandaard of iets dergelijks. De fair value is nattevingerwerk op basis van een gepubliceerde prijs in het Platts-tijdschrift of een vergelijkbare deal van iemand anders een week geleden,’ zegt een Riskmedewerker die continu de winst/verliesposities van Nidera-handelaren in de gaten moest houden.

Hoe gaat dat in de praktijk? ‘Als ik een termijndeal doe voor mei 2017, dan gaat Risk tussendoor bellen,' vertelt een biobrandstofhandelaar: '"Hoe staat het ervoor met de marktprijs?" En: "Wie is deze klant en kan hij over een jaar nog wel betalen?" En aan eind van het jaar willen ze dat helemaal weten voor de ongerealiseerde winsten: "leg mij eens uit, hoe gaan we die 20 miljoen die nog open staat realiseren?"’

'Leg mij eens uit, hoe gaan we die 20 miljoen die nog open staat realiseren?'

De waarderingen zijn fraudegevoelig, want het is voor handelaren lucratief om de marktwaarde hoger voor te stellen dan realistisch is. Het leidt immers tot (ongerealiseerde) winsten; de bonus is, ook bij Nidera, weer afhankelijk van de winst zoals die in het handelsboek van de handelaar staat. Bij een overname biedt het ook mogelijkheden: het opkrikken van de fair values leidt tot (ongerealiseerde) winst, hetgeen de verkoopprijs stuwt.

In het geval van rogue trader Remie wordt er in het jaarverslag gesproken over afwaarderingen op contracten en ‘counterparty losses’. Dit houdt in dat een tegenpartij in een termijncontract met Nidera heeft afgesproken om over een jaar tegen een vastgestelde prijs een schip biodiesel te leveren. Als de prijs een jaar later hoger is dan vooraf afgesproken, dan maakt de leverancier verlies en de koper winst (hij koopt het dan relatief goedkoop in, en kan het tegen de hoge marktprijs weer verkopen). Het probleem: de verliezer kan afhaken en, zoals dat heet, ‘het contract niet laden’. Oftewel, hij levert de partij uiteindelijk niet tegen de lage prijs.

Lees verder Inklappen

Lijk uit de lade

Het risicobeleid bij Nidera faalt opzichtig. Zo blijkt ethanol-handelaar Tom Hills in 2010 verscheidene ethanol-deals een tijdje 'in de la te hebben gelegd'. Die uitdrukking hoorden we in verschillende interviews terugkomen. Het houdt in dat een handelaar een termijncontract niet direct invoert in het handelssysteem, maar het even apart legt in de hoop op betere marktprijzen. Wegman: ‘Als je een product rechtstreeks bij een fabriek koopt tegen een bepaalde prijs, met een future-levering een jaar vooruit, dan moet je dat direct in handelssysteem zetten en waarderen tegen marktprijs. Maar in 2010 was er een tijd dat de marktprijzen nogal omlaag gingen en dan maak je verlies op een deal. Het is alleen nog niet in levering gegaan. Dus dan werd de deal letterlijk in de la gelegd. En dan maar hopen dat de marktprijs weer omhoog gaat bij levering. Want dan ben je weer de gevierde handelaar die goede deals laat zien.’

Wegman, evenals een andere oud-medewerker, vertelt hoe zijn ethanol-collega plotseling vertrok. ‘Op een gegeven moment kwam hij niet meer naar kantoor, hij nam ontslag en binnen een week kwam er een stapel deals uit zijn la waar Nidera tientallen miljoenen verlies op moest nemen.' Hills, inmiddels Franse wijnboer, laat per mail alleen weten dat de voorstelling van zaken ‘wildly incorrect’ is, maar wil inhoudelijk niet ingaan op wat er misging.

Overschot aan scheepsruimte

Ethanol bleek niet de enige grote tegenvaller; er was nog een andere handel helemaal verkeerd gegaan. In de gouden commodity-tijden is Nidera met twee benen in de handel in – steeds kostbaar wordende – scheepsruimte gestapt; de zogeheten time charters. Onder leiding van het in 2009 aangetrokken hoofd van de Vrachtafdeling, de Deen Alex Christiansen, legde Nidera voor lange tijd bulkschepen vast. Niet alleen ten dienste van de eigen handel, maar ook met het oog op 'onderverhuur' aan andere bedrijven die scheepsruimte nodig hadden. ‘Binnen de kortste keren hadden we 110 schepen — bulkschepen zoals Panamax en Supramax — die we voor 1 of 2 jaar hadden vastgelegd om vervolgens uit te charteren, en sommige schepen waren nog in bestelling om gebouwd te worden,’ zegt een voormalig medewerker. Maar na jarenlang het ene prijsrecord na het andere te hebben zien breken, stortte in 2009 de commoditymarkt in. Hierdoor klapte ook de vraag naar – en daarmee de prijs van – scheepsruimte in: ‘In de hoogtijdagen kostte een groot schip 80 duizend dollar per dag, maar toen de markt instortte ben ik een prijs van 6000 dollar voor hetzelfde schip tegengekomen.’ Het resultaat wordt in 2010 zichtbaar voor de kust, waar Nidera’s schepen maandenlang net buiten de 12 mijls-zone ronddobberen om zoveel mogelijk kosten te besparen.

Maandenlang dobberen Nidera's schepen buiten de 12 mijls-zone om zoveel mogelijk kosten te besparen

Ondertussen zitten ze nog maanden vast aan een duur contract. ‘Als je dan 40 duizend dollar per dag hebt afgesproken, waar je nog een jaar aan vastzit, dan gaat het pijn doen. Nidera heeft daar gigantisch op verloren.’ Het verhaal wordt bevestigd door een voormalig riskmedewerker. ‘Het bleek commercieel helemaal niet haalbaar te zijn en daar werden tientallen miljoenen op verloren.’ Christiansen zelf wil desgevraagd niet reageren.

Financieel slagveld

De megaverliezen op de ethanol- en vrachtafdeling leiden tot bloedrode cijfers in het jaarverslag 2010. De bruto winstmarge op de totale handel van Nidera daalt maar liefst met 150 miljoen dollar. Het gevolg: een megaverlies van 88 miljoen dollar, terwijl in 2009 er nog een nettowinst werd gemaakt van 50 miljoen dollar.

Door de enorme verliezen en de uitblijvende cashflows schiet Nidera door haar bankconvenanten heen. Dit zorgt er weer voor dat de miljardenkredietlijn, de levensader van ieder handelshuis, dichtslibt. De kredietverstrekkers, een consortium van banken – waaronder Rabobank en ABN Amro – met een kredietlijn van 1,1 miljard dollar, grijpen in. Nidera belandt bij de afdeling Bijzonder beheer en er moet een onafhankelijke partij ingehuurd worden om het lek boven water te krijgen. PricewaterhouseCoopers (PwC) zal uiteindelijk het interne onderzoek leiden.

De landing van de wingsuit-flyer

De kredietlijn wordt uiteindelijk gedotterd, maar niet zonder bijwerkingen op de handelsvloer. Zo wordt de handel in ethanol, biomassa en elektriciteit gestaakt waardoor alleen de afdeling biodieselhandel resteert. Er vindt ook een ingreep plaats op bestuurniveau: ceo Ito van Lanschot en chief risk officer Martin Dru moeten vertrekken. Het duo zal daarna het bedrijf Commodity Services & Solutions oprichten, dat een riskmanagement-annex-handelssysteem ontwikkelt voor commodityhandelaren. Het bedrijf zal uitgroeien tot een populair toevluchtsoord voor oud-Nidera medewerkers.

Het vertrek van Van Lanschot wordt opgevangen door Ricardo López Mayorga, Nidera’s topman van de agri-tak in Argentinië. De opvolging van Dru is opmerkelijker. De nieuwe chief risk officer wordt Tony Walker. Deze Engelsman is na zijn studie wis- en natuurkunde onmiddellijk als grondstoffenhandelaar aan de slag was gegaan en later actief geworden als energiehandelaar. Op zijn cv prijkt de naam van een overbekende werkgever: het Amerikaanse energieconcern Enron.

Net als duizenden collega's kwam Walker op straat te staan toen Enron verwikkeld raakte in één van de grootste boekhoudschandalen uit de geschiedenis

Net als duizenden collega's kwam Walker op straat te staan toen Enron verwikkeld raakte in één van de grootste boekhoudschandalen uit de geschiedenis. De oud-Enron handelaar, die in zijn vrije tijd graag bergen beklimt en wel eens met een vleugelvormige overall uit een vliegtuig springt, blijkt binnen Nidera vooral de opwaartse krachten te zoeken én te vinden. In 2010 wordt hij uitgenodigd om in de raad van bestuur plaats te nemen als chief risk officer. Daarmee wordt hij eindverantwoordelijk voor het inperken van handelsrisico’s en het in toom houden van oud-collegahandelaren. Een van hen vond dat niet meer dan logisch: ‘Ze zeggen wel eens: “Dieven vang je met dieven.” Hij was de ideale risk manager, want hij heeft op hoog niveau aan trading gedaan en kan drie stappen vooruitdenken op de gasten die hij in de gaten moet houden.’

Falend handelssysteem

Een van Walkers nieuwe taken is om – onder druk van de uitkomsten van het PwC-onderzoek  – het riskmanagement strakker te organiseren en het gedateerde handelssysteem Intras te vervangen voor een modernere variant. Het is geen overbodige luxe: de handelaren die Follow the Money heeft gesproken benadrukken zonder uitzondering de manco’s van dit verouderde systeem – een soort veredelde Excel-variant in MS DOS-stijl, met groene letters. ‘Het was een bijzonder ontransparant systeem waar ellenlange handleidingen voor waren en waar handelaren makkelijk slechte deals konden wegmoffelen,’ zegt een voormalig Riskmedewerker die toezicht moest houden op de risico-posities van handelaren.

Het riskmanagement is echter allesbehalve waterdicht gemaakt. In 2011 blijkt biodieselhandelaar Remie een derivaten-deal met een Poolse tegenpartij Petrodom in de la te hebben gelegd, zo tekent The Wall Street Journal in november 2015 op. Het verlies: 1 miljoen dollar. Desondanks mag Remie blijven.

Het aanblijven van een handelaar die over de schreef is gegaan, vormt ook al geen verrassing. ‘Als blijkt dat een handelaar zijn handtekening onder een contract heeft gezet, maar die niet in het systeem heeft gezet, dan is dat een doodzonde. Dan is het zo’n vent eruit trappen, maar als je ook veel binnenbrengt dan kan het bij alleen een waarschuwing blijven,’ aldus een voormalig medewerker die net onder directieniveau opereerde. ‘En als de deal wel goed uitpakte, dan is het: “Pik, dat heb je goed gedaan, maar je hebt wel een limiet doorbroken. Niet meer doen, maar hier heb je je bonus".’

Promotie voor Remie

Remie, die graag in het buitenland golfpartijen speelt, kan zijn hobby dus blijven bekostigen. Zijn baas Schröder heeft een jaar later minder krediet. Volgens bronnen van The Wall Street Journal moet hij in 2012 opstappen vanwege het níet melden van verliezen aan de directie en om ‘andere redenen’. Dit wordt bevestigd door een voormalig medewerker, die aangeeft dat Schröder een ‘Brazilian hedge’ heeft toegepast waardoor hij drie weken niet bereikbaar was voor zijn leidinggevende, de commercieel directeur Marc Kwakkelstein. De opvolger van Schröder wordt zijn protegé Remie, intussen gepromoveerd tot hoofdhandelaar van de biodiesel-desk. Hij mag gaan rapporteren aan Kwakkelstein, de commercieel directeur die aan het hoofd staat van alle handelsactiviteiten van Nidera. Kwakkelstein voldoet aan het clichébeeld van een handelaar, die de parkeergarage nu eens komt inrijden met een Audi R8 en dan weer in een Porsche of Range Rover.

"Ondertussen blijven Nidera-handelaren de grenzen opzoeken én overschrijden."

De Polen-route

De enorme verliezen en onderzoeken weet Nidera buiten de publiciteit te houden, maar begin 2011 komt het handelshuis toch volop in het nieuws. Het bedrijf wordt in Argentinië verdacht van moderne slavernij: medewerkers moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken op de maïsvelden. Nidera heeft bovendien een conflict met de Argentijnse Belastingdienst over 49 miljoen euro. Het loopt uiteindelijk af met een sisser en een complianceprogramma op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Ondertussen blijven Nidera-handelaren de grenzen opzoeken én overschrijden. Ze vinden in 2012 een hiaat in de Poolse wetgeving waardoor Poolse biodiesel met een hoge korting gekocht kan worden. De reden voor de korting is wederom falende wetgeving. Poolse bedrijven registreren aangekochte biodiesel, van bijvoorbeeld de Poolse biodieselfabriek Bioagra, keurig bij de Poolse autoriteiten. Zodoende voldoen ze aan hun duurzame brandstof-mandaat.

De aanschaf van biodiesel is voor deze bedrijven dus een onvermijdelijke kostenpost. Maar in plaats van de dure biodiesel ook daadwerkelijk bij te mengen met gewone diesel (en te laten verkopen aan Poolse automobilisten), verkopen ze de Poolse biodiesel (B100) via de achterdeur aan koopjesjagende biodieselhandelaren die deze biodiesel vervolgens met een stevige winst door kunnen verkopen aan Nederlandse afnemers zoals Shell en BP. Vanwege hun eigen mandaat melden deze bedrijven de diesel vervolgens weer aan bij de Nederlandse Emissie autoriteit (NEa).

De grote verliezer is het milieu, want in Polen rijden auto’s alleen op papier op biodiesel

Kortom, op papier wordt dezelfde partij Poolse biodiesel twee keer — zowel in Polen als bijvoorbeeld in Nederland —  gebruikt om te voldoen aan het mandaat. Het voordeel: iedereen profiteert, want de Polen kunnen een deel van de onvermijdelijke kosten terugverdienen en handelsbedrijven kunnen hoge marges halen op Poolse biodiesel. De grote verliezer is het milieu, want in Polen rijden de auto’s alleen op papier op biodiesel. Het is een praktijk waar de European Biodiesel Board in maart de noodklok over luidde en OLAF weer om een onderzoek vroeg. OLAF laat desgevraagd weten dat het dossier is opgepakt door het directoraat-generaal Energie.

"De handelaren van Nidera staan bij de Poolse zwendel vooraan in de rij bij de biodiesel gemaakt van raapzaad"

De Poolse carrousel

De handelaren van Nidera staan bij de Poolse zwendel vooraan in de rij bij de biodiesel gemaakt van raapzaad, zogeheten rapeseed methyl ester (rme). ‘Doordat bedrijven in Polen de biodiesel niet hoefden te blenden, konden ze het product voor kostprijs, of lager, verkopen. Vanwege deze structuur kon Nidera producten structureel onder de markt kopen,’ zegt een voormalig biobrandstofhandelaar van Nidera, die aangeeft dat Nidera Poolse biodiesel daardoor 30 procent ónder de marktprijs kon kopen.

Een deel van de dieselstroom verloopt via Poolse tussenhandelaren met namen als Inter Draco en Tesla die niet voor eigen rekening handelen. ‘Dan kocht je 20 duizend ton biodiesel 30 procent onder de marktprijs, voor levering over half jaar. Daardoor pak je op je winst/verliesrekening gelijk 800 duizend euro winst, maar dat moet nog wel gerealiseerd worden [over een half jaar daadwerkelijk afgeleverd worden, red]. Het risico bij zulke kleine partijen is groot, maar we verdienden wel per jaar 3 miljoen aan die Poolse rme-business. Het spul dat met de trein binnenkwam werd vaak dezelfde dag nog voor een 20 procent hogere prijs doorverkocht aan een eindgebruiker als Shell of BP.’

'Het spul dat met de trein binnenkwam werd vaak dezelfde dag nog voor een 20 procent hogere prijs doorverkocht aan eindgebruikers als Shell of BP'

Het hoger management, Marc Kwakkelstein en Tony Walker, blijken in ieder geval op de hoogte te zijn van de zeer lage prijzen, zo blijkt uit een email die Follow the Money heeft ingezien. Zo wordt in een email uit 2014 geschreven dat Poolse biodiesel ‘at favourable conditions’ ingekocht kan worden en dat het zelfs opweegt tegen een groot risico dat de tegenpartij omvalt (waardoor de ongerealiseerde winst niet behaald kan worden). Letterlijk: ‘It makes the risk reward look good even with a high probability of a default’. Nidera verhandelt volgens de handelaar vanaf 2012 tot en met 2015 naar schatting zo’n 6 duizend ton Poolse biodiesel per maand (6 miljoen liter, handelswaarde circa 6 miljoen euro).

De commerciële jongens

Nidera’s handel in dubieuze Poolse biodiesel staat haaks op alle zalvende woorden in Nideras Standards for Business Partners. Daar valt te lezen dat Nidera streeft naar een ‘global value chain [that] conducts business with a high degree of integrity and in a socially and environmentally responsible manner.'

Deze ethische regels zijn opgesteld door Ton van der Laan. Deze oud-Unilever man, die de Argentijn López Mayorga opvolgt vanwege diens pensionering, gaat in juli 2013 aan de slag en tuigt een complianceprogramma op. Ook hij moet opboksen tegen alle handelende cowboys. ‘Van der Laan was geen handelaar, waardoor de commerciële mensen nog steeds de dienst uitmaakten,’ aldus een oud-medewerker.  

Een daarvan is Miguel Mayer-Wolf, telg uit de aandeelhoudersfamilie en chief commercial officer die maandelijks vanuit Argentinië het hoofdkantoor in Rotterdam bezoekt. In 2012 en 2013 wordt het behalen van zo veel mogelijk winst nóg belangrijker: de familie-aandeelhouders willen nieuw kapitaal aantrekken en zetten een minderheidsbelang (49 procent) in de etalage. Kopers staan echter niet in de rij voor het handelshuis, totdat China’s grootste graanhandelaar, COFCO corporation, zich aandient. Het wil de controle over Nidera vanwege de graanproductie en -veredeling in Argentinië, Brazilië en Roemenië. De achterliggende gedachte is dat COFCO wil voorsorteren op het veranderende eetpatroon van Chinezen: er komt steeds meer vraag naar vlees en melk, waardoor agriproducten zoals graan en soja hard nodig zijn.

Voor het overnameproces schakelt COFCO financieel adviseurs van HSBC in en partners van advocatenkantoor Clifford Chance. Nidera neemt plaats aan de onderhandelingstafel met zakenbankiers van ABN Amro en partners van advocatenkantoor NautaDutilh.

Wie zijn die Chinezen die Nidera voor 100 procent hebben overgenomen?

Het Chinese concern COFCO staat op de 121e plaats in de Fortune 500-lijst van ‘s werelds grootste bedrijven. Dit agri-concern met een omzet van 30 miljard euro heeft in 2014 een meerderheidsbelang in Nidera genomen van 51 procent. Dit gebeurde met steun van het Chinese private equitybedrijf Hopu Investment, de International Finance Corp  – de commerciële tak van de Wereldbank –, Temasek en private equity-tak Standard Chartered. De Joodse eigenaarsfamilies van Nidera zijn daar rijkelijk voor beloond, al moeten ze dit jaar nog 14,5 procent afstaan aan COFCO vanwege een zogeheten earn-out regeling. 

In maart bevestigde COFCO-directeur Patrick Yu deze optie in een interview met persbureau Reuters. In de onderhandelingen is afgesproken dat 14,5 procent van de aandelen overgedragen kunnen worden ‘at nil consideration’ (zonder betaling), afhankelijk van Nidera’s resultaten over de jaren 2013 tot en met 2016.

Aangezien de prestaties van Nidera nogal tegenvielen in 2014, en mogelijk de verliezen op de biobrandstofafdeling onder leiding van Remie doorwerkten in 2015, krijgen de aandeelhouders niet betaald voor deze 14,5 procent van de aandelen. ‘Nee, daar staat geen betaling tegenover, het is onderdeel van een herwaardering. Bij de overname zijn er prestatie-afspraken gemaakt,’ aldus Nidera-woordvoerder Bert Ooms.

Eind augustus maakte COFCO bekend dat het de resterende aandelen overneemt van de families, waardoor de Chinezen 100 procent van de aandelen in handen krijgen. Het overnamebedrag voor de resterende aandelen is niet bekendgemaakt.

 

Lees verder Inklappen

Overname Chinese graangigant

De overname lijkt soepel te verlopen. ‘Misschien wel het meest aangename aspect van de deal was de geest van partnerschap die zich snel ontwikkelde tussen het Nidera-team en COFCO en hun wens om samen te werken teneinde een echt mondiale agribusiness-speler te worden,’ aldus Clifford Chance-partner David Griston op advocatie.nl. ‘De families wilden in eerste instantie alleen een minderheidsbelang verkopen, maar COFCO wilde minimaal 51 procent kopen en waren bereid om daar heel veel geld voor neer te leggen,’ zegt een oud Nidera-bestuurder. COFCO betaalt uiteindelijk 10 keer Nidera’s jaarwinst: 1,3 miljard dollar voor 51 procent van de Nidera-aandelen.

Het boeken-onderzoek, in eerste instantie onder de codenaam Project Swan, is echter niet goed verlopen. Want Nidera’s cijfers zijn vóór overname weliswaar schitterend: in het laatste jaarverslag 2014, eindigend op 30 september 2014, wordt een nettowinst gemeld van 119 miljoen dollar. Maar na de overname blijkt Nidera een enorme bleeder. COFCO noteert in in een bijzin op pagina 54 van haar jaarverslag 2014 dat de Rotterdammers opeens bijna 54 miljoen dollar nettoverlies leden op een omzetbijdrage van 4 miljard dollar. Kortom, de 119 miljoen winst is in slechts één kwartaal na de overname omgeslagen in een verlies van 54 miljoen dollar.

Na de overname blijkt Nidera een enorme bleeder

De reden voor dit verlies komt al eind 2014 aan het licht. Er worden onregelmatigheden in de boekhouding gevonden. Dit leidt tot een intern onderzoek, gevolgd door een forensisch accounting onderzoek door PwC. Handelaren en leidinggevenden worden ondervraagd. In april 2015 is het onderzoek afgerond; Remie wordt ontslagen. Hij zou zich niet aan handelslimieten hebben gehouden en de waarderingen van Remie’s contracten zijn veel te hoog. Dit alles gebeurt vlak ná de definitieve overname.

De ontdekking van de rogue trader zou pas eind september 2015 de publiciteit halen, dankzij een artikel in de Wall Street Journal. Het handelshuis, dat jarenlang in de luwte van de financiële pers wist te opereren, belandt in vele financiële kranten. Franse krant Les Echos typeert Remie bijvoorbeeld als 'Le petit Kerviel hollandais', een verwijzing naar de Franse beurshandelaar Jérôme Kerviel. Deze zadelde zijn werkgever Société Générale in 2008 op met een miljardenverlies nadat hij stiekem voor 50 miljard aan handelsposities ingenomen had. 

COFCO.

Kat in de zak

In de Nederlandse variant blijkt vooral COFCO voor gek te staan. Ondanks het due diligence onderzoek kocht het concern voor 1,3 miljard een kat in de zak die na aankoop flink ging bloeden. 'Het zou me niet verbazen als door die verborgen gebreken, en de fraude van een paar honderd miljoen, dat de Chinezen wat centjes terugwillen,' oppert een voormalig medewerker die een paar jaar geleden net onder directieniveau opereerde. 'Als je een kat in de zak koopt dan ga je toch ook terug naar de winkel.’ Zowel COFCO als hun advocaat bij Clifford Chance willen geen reactie geven.

De verliezen zijn in ieder geval significant. Bij de rogue trader Remie is in de Wall Street Journal een schadebedrag genoemd van 200 miljoen dollar, maar Nidera wil desgevraagd het precieze verlies niet aangeven. In het jaarverslag van COFCO staat alleen dat Nidera zwaar moet afboeken op de waardering van lopende termijncontracten (‘fair value-verliezen’) en moet afwaarderen op biodieselafnemers die uiteindelijk niet betalen (‘counterparty losses’).

Het zwarte gat

'Je hebt nog vier contracten openstaan, gozer — de tegenpartij moet nu eerst gaan betalen'

Het precieze verlies zal lastig te bepalen zijn, want de biodiesel-desk blijkt een grote blinde vlek te zijn voor zowel de aandeelhouder als voor commercieel directeur Miguel Mayer-Wolf, lid van het zogeheten 'executive risk team'. Zelfs ruim na de overname, in april 2015, blijkt hij nog geen flauw idee te hebben hoe de vlag er precies bijhangt op de biodieselafdeling. Zoveel valt ten minste op te maken uit een email in bezit van Follow the Money, waarin Mayer-Wolf aan de bel trekt bij Kwakkelstein en Walker (zie onder). Hij vraagt zich af of het handelssysteem Intras wel een realistische weergave geeft van de handelsrisico’s, en waarschuwt dat de exposure op klanten ‘enorm is toegenomen’.

Het verbaast een voormalig handelaar niet; Nidera nam vaak teveel risico. ‘Als een handelaar door zijn limiet ging dan moest Risk flaggen. "Je hebt nog vier contracten openstaan, gozer — de tegenpartij moet nu eerst gaan betalen." Kijk, als je handelt met een partij als Shell, BP of Mitsubishi Corporation, dan weet je dat ze hun contract wel nakomen, maar wij handelden met iedereen – ook onbekende partijen in India en Polen. De credit ratings van die partijen werden door Nidera bijgehouden, maar we konden gewoon handelen met bedrijven in de categorie ‘G’, de laagste klasse. En als de partij dan niet ging laden, en wekenlang de telefoon ook niet meer opnam, dan moest er eigenlijk afgewaardeerd worden, maar dat gebeurde niet. De contracten werden gewoon doorgerold zodat de winst op de contracten maar overeind bleef.’

Puinruimen

Het zwarte gat op de handelsvloer bij de biodieselafdeling heeft grote gevolgen, want de geplande volledige integratie en voorgenomen beursgang dreigt niet door te gaan. Zo verklaarde ceo Van der Laan eind vorig jaar dat Nidera ‘voor de nabije toekomst’ als zelfstandige entiteit blijft opereren onder COFCO. Dit terwijl het agri-handelshuis Noble Agri uit Singapore, dat bijna parallel met Nidera ook voor 51 procent is overgenomen, al snel is opgenomen in de Chinese familie. Deze volledige integratie heeft zelfs geleid tot een naamsverandering naar COFCO Agri.

Bij Nidera is het echter puinruimen geblazen op het splinternieuwe hoofdkantoor. Het schandaal op Wall Street aan de Maas zorgt ervoor dat de ooit zo gevierde handelsafdeling Biobrandstoffen is opgedoekt. Na de ontmaskering van Remie is er een forensisch accounting-onderzoek gestart. En weer krijgt Nidera een tik op de vingers: ze moeten nu eerst schoon schip maken.

Op het Rotterdamse hoofdkantoor vindt een exodus plaats: er is geen toekomst meer voor ceo Ton van der Laan, cfo Martin Inhargue en hoofd trading Marc Kwakkelstein. Opmerkelijk genoeg mag de wingsuit flyer annex chief risk officer Tony Walker aanblijven. Nog opmerkelijker: Ito van Lanschot, de geestelijk vader van al deze ellende, kreeg dit jaar juni via de rechter alsnog een bonus toegewezen over de jaren 2009 en 2010. Nidera bleek de bonussen niet te hebben uitgekeerd vanwege ‘het door [eiser] gevoerde beleid en de daaruit voortvloeiende desastreuze resultaten.’

Het schandaal op 'Wall Street aan de Maas' zorgt ervoor dat de ooit zo gevierde handelsafdeling Biobrandstoffen is opgedoekt

Ondanks dat de bonussen in de jaren 2007 en 2008 wél zijn uitgekeerd, geeft Nidera aan dat de bonussen niet in zijn arbeidscontract zijn opgenomen. De reden daarvoor, zo valt te lezen in het vonnis, is volgens Van Lanschot ‘omdat deze werd uitbetaald op een wijze die mogelijk niet te verenigen valt met (internationale) belastingregels (op een Zwitserse nummerrekening).’ Van Lanschot, tegenwoordig vice-president bij het Duitse agrohandelsbedrijf BayWa, kan bijna 2 miljoen dollar, plus wettelijke rente vanaf 2010, tegemoet zien op zijn Zwitserse nummerrekening.

"Het adagium ‘volle kracht vooruit, opportunities pakken en de administratie komt later wel’ heeft zich gewroken"

Aftellen

Het schimmige bonusuitbetalingsbeleid van Nidera is typerend voor de wolvenmentaliteit van de handelaren, bestuurders en aandeelhouders die vertegenwoordigd zijn in alle lagen van het handelshuis, dat niet onderdoet voor een Amerikaanse zakenbank. Het is veelzeggend dat de verdachte biodieselhandelaar Remie jarenlang onder de radar kon opereren terwijl hij handelslimieten overtrad, en mogeljik ook side-deals met tegenpartijen maakte om zijn eigen bankrekening te spekken. Nidera's riskmanagement faalde de afgelopen jaren herhaaldelijk; het was bijna wachten op de volgende wolf die kon toeslaan. Het adagium ‘Volle kracht vooruit, opportunities pakken en de administratie komt later wel' heeft zich gewroken.

 

Zowel Ito van Lanschot als Uwe Schröder wilden niet reageren. Robbert Jan Boswijk, de advocaat van Tim Remie, geeft aan dat hij nog geen reactie kan geven.

Reactie Nidera-woordvoerder Bert Ooms

‘Er heeft begin 2015 een forensisch accounting onderzoek plaatsgevonden en op basis daarvan kunnen we concluderen dat het puur een eenmansactie betrof op de biofuel desk. Ik kan niet veel zeggen over de hoogte van de schade, want we hebben aangifte gedaan en dat ligt nu bij Openbaar Ministerie. Het is natuurlijk een vervelende timing, want het is geen goed nieuws wat je aan een nieuwe eigenaar moet vertellen. We merken wel dat COFCO heel supportive is, de relatie is nog goed. In overleg met banken en aandeelhouders hebben we een risicoanalyse gedaan en op basis daarvan zijn we een verbetertraject ingegaan om te voorkomen dat zoiets nog een keer kan gebeuren. We verbeteren ook gelijk ons riskmanagement op alle kantoren wereldwijd. Op basis van de risicoanalyse zijn we een verbetertraject gestart waarin we iedere maand rapporteren aan de banken over onze vorderingen.'

Het vertrek van Van der Laan, die wordt opgevolgd door Dierk Overheu, past volgens woordvoerder Ooms in de bestuurlijke reorganisatie waar Tim Lodge de nieuwe chief financial officer is. De functie 'hoofd trading', voorheen Marc Kwakkelstein, komt nu in handen van een voormalig cacoa-handelaar bij Cargill, Philippe Huet. En er is een nieuwe bestuursfunctie chief information officer waar Rogier Jacobs op is gezet. ‘Het is een nieuwe functie en hij krijgt als belangrijkste taak om te waken over alle IT en systeemmatige verbeteringen. Er komt bijvoorbeeld een SAP-systeem waarmee we slimmer omgaan met data.’

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Dennis Mijnheer

Gevolgd door 955 leden

Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

Volg Dennis Mijnheer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Internationale grondstoffenhandel

Gevolgd door 333 leden

De internationale grondstoffenhandel is een miljardenbusiness. Grote spelers als handelsmaatschappijen, oliebedrijven, banken...

Volg dossier