Wanneer gaat de 'handel in invloed' over in corruptie?

    Lobbyen bij politieke beslissers door belangengroepen en bedrijfsleven is zo oud als de weg naar Rome. Maar waar eindigt opkomen voor belangen en begint ongewenste belangenverstrengeling? Onze Senaat blijkt vol te zitten met lobbyisten. Intussen weigerde Nederland een verdrag te ratificeren tegen deze 'lobbycratie'.

    Opkomen voor je eigen belangen, wie doet en wil dat nu niet? Daar is natuurlijk niets mis mee. Sinds mensenheugenis proberen individuen, groepen en bedrijven hun belangen veilig te stellen door politieke invloed te verwerven. Hoe krachtiger de lobby, hoe meer invloed. De voorbeelden uit Brussel, wie kent ze niet? De machtige bankenlobby, energielobby en de tabaksindustrie - het zijn slechts de bekendste daarvan.

    Haags lobbycircuit

    Maar ook dichter bij huis - in Den Haag om precies te zijn - vinden lobbyisten hun weg naar regering en parlement, onze wetgevende macht. In een artikel in Elsevier gaf columnist Syp Wynia eerder dit jaar al een fraai inkijkje in het Haagse lobbycircuit. Hij vroeg zich daarbij af hoe het kan dat met name de Eerste Kamer vol zit met lobbyisten zónder dat daar moord en brand over wordt geschreeuwd. Want als vrijwel alle fractievoorzitters van de grotere partijen in de senaat - met uitzondering van de SP en PVV - óók bepaalde (bedrijfs-)belangen vertegenwoordigen, hoe zit het dan met hun onafhankelijkheid, die nodig is om wetgeving te toetsen op consistentie en uitvoerbaarheid?
    Hoe zit het met de onafhankelijkheid, die nodig is om wetgeving te toetsen op consistentie en uitvoerbaarheid?
    Vooral de zorgsector, met negentig miljard euro de grootste collectieve uitgavenpost op de nationale begroting, is berucht vanwege lobbyactiviteiten. Wynia schreef in genoemd Elsevier-artikel: 'Van de 60 miljard euro die de collectieve zorg toen nog kostte, werd dus 1 miljard besteed aan lobbyen. Er waren permanent zesduizend mannen en vrouwen op pad om hun deel uit de zorgpotten op peil te houden. Geen wonder, zou je zeggen, dat de omzet van de zorgindustrie sinds de eeuwwisseling verdubbelde'. En dat het in de zorglobby-sector niet om de minsten gaat, bewijzen de feiten. Voormalig vicepremier Wouter Bos (PvdA) was eerst zorgconsultant van KPMG en werd vervolgens directievoorzitter van het VUMC, toenmalig minister van Volksgezondheid Ab Klink (CDA) werd eerst zorgconsultant en vervolgens bestuurder van een ziektekostenverzekeraar, en gewezen vicepremier André Rouvoet (ChristenUnie) werd voorzitter van de Zorgverzekeraars Nederland.

    Niet alleen de zorgsector

    Maar niet alleen de zorgsector wordt overspoeld met ex-politici die hun kennis en contacten aanwenden ten faveure van de belangen die zij na hun politieke carrière behartigen. Zo werd voormalig premier Balkenende (CDA) namens een bekende consultancyfirma lobbyist voor diverse multinationals, variërend van olieboer Shell tot biermaker Heineken. Maar ook VVD'ers kunnen er wat van. Niet alleen ex-politici als oud-fractievoorzitter Wiegel (lobby ziektekostenverzekeraars) of ex-minister Nijpels (windmolenparken) grossieren in lobbywerk en bijbanen, erger wordt het als ook zittende politici, zoals VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Loek Hermans, zich actief in het lobbycircuit begeven.
    De Goede Doelen-industrie maakt goede sier op de tv met publiek geld
    En ook de Goede Doelen-industrie mag zich verheugen in heftig lobbywerk voor haar belangen. De Tweede Kamer wil dat er een einde komt aan de vrijwel monopoliepositie van Novamedia op dat gebied, die met belastinggeld schier onbeperkt reclame mag maken op de publieke zender. Maar de lobby om de privileges van deze club te conserveren is krachtig. Mensen als Rinnooy Kan (D66), de door PvdA-minister Plasterk benoemde Rijksmuseum directeur Wim Pijbes, ex-minister Ivo Opstelten (VVD) en voormalig Kamervoorzitster Gerdi Verbeet (PvdA), zijn allen verbonden met Novamedia.

    Corruptie?

    De gehele gevestigde politiek - PvdA, CDA, VVD, D66 en zelfs GroenLinks en sinds recent de ChristenUnie - blijkt tot over haar oren in het lobby-circuit te zitten.  Daarmee hebben deze partijen de facto invloed op hoe de miljardensubsidies die de overheid verstrekt, verdeeld worden over de verschillende posten.  De eerder aangehaalde Wynia noemde het actieve lobbywerk tijdens een interview met ondernemer Eric de Vlieger treffend 'handel in invloed'. Zie video hieronder.   [embed]https://www.youtube.com/watch?v=YVNdYPgRwrU[/embed] De hamvraag bij al dat lobbywerk is natuurlijk: wanneer wordt lobbyen corruptie? Natuurlijk is er sprake van een grijs gebied, maar als belangenverstrengeling zó groot wordt dat het niet langer uitgesloten kan worden dat niet het algemene belang gediend wordt, maar een zeer specifiek belang, dan is er volgens de internationale definitie sprake van corruptie c.q. ontoelaatbare belangenvermenging, aldus Wynia. En dat is strijdig met de democratie en dus de rechtsstaat, en bovendien kost corruptie de samenleving in het algemeen geld, zo zegt hij erbij.

    Draaideurpoliticus

    In bovenstaand interview beschrijft Wynia wat hij noemt 'de draaideurpoliticus'. Hij noemt met name ex-politici als Ben Bot (CDA), Jack de Vries (ook CDA) en Frans Timmermans (PvdA), die 'A' zeggen tijdens hun actieve politieke loopbaan, maar 'B' doen erna. Het JSF-dossier is hiervan een goed voorbeeld: Timmermans was in 2000-2002 tegen, maar verdedigde de investering in het vliegtuig acht jaar later. En wat te denken van Jack de Vries? Als staatssecretaris van Defensie had hij dit dossier onder zijn hoede. Na zijn politieke carrière werd hij lobbyist voor de Amerikanen. Het kan allemaal in Nederland en Wynia vindt Nederland dan ook behoorlijk hypocriet, aangezien ons land vaak met het beschuldigende vingertje wijst naar andere landen, maar zelf net zo on-transparant en corrupt is als die landen die op de korrel worden genomen.

    Een-op-een in Brussel

    Wie denkt dat het (Nederlandse) lobbywerk beperkt blijft tot Den Haag komt bedrogen uit. Juist ook in Brussel neemt de invloed van lobbyisten sterk toe. In een journalistiek artikel van politicologe Melissa Dammelens blijkt, dat het aantal lobbyisten in het Brusselse de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen. Waren er in in 1985 nog 'slechts' 654 lobbyisten aan het werk in Brussel,  anno 2015 is dat aantal gegroeid tot een veelvoud daarvan. Volgens ALTER-EU-medewerker, Koen Roovers kent Brussel voor elke Europarlementariër minstens twintig lobbyisten. Andere schattingen gaan uit van het dubbele, en stellen dat voor elke EU-ambtenaar minstens ook één lobbyist actief is.
    groot deel van de relevante wetgeving komt tegenwoordig uit Brussel
    Verwonderen doet dat niet, omdat steeds meer wetgeving niet door de nationale parlementen van de lidstaten wordt bepaald, maar door de Europese Commissie (en in mindere mate het Europees Parlement).  Zo komt een aanzienlijk deel van de milieuwetgeving inmiddels uit Brussel. Zoals hierboven al gememoreerd, zijn de Brusselse lobbyisten vooral actief in de bankensector. Pregnant voorbeeld was de hele discussie rondom het aan banden leggen van de bonuscultuur in de financiële sector. Na lang touwtrekken van de bankenlobby bestond het waterige compromis eruit dat maximaal twee jaarsalarissen als bonus toegekend mochten worden, tenzij de aandeelhouders anders beslissen. Met andere woorden: alsnog een open einde aan het bonusplafond. Ook in de energiesector wordt driftig gelobbied in het Brusselse. Niet alleen in de zonnepanelen- en windmolen industrie, maar ook in de schaliegas exploitatie, vooral onder druk van Amerikaanse bedrijven. Een insider meldde aan de Britse krant The Guardian: 'Energiebedrijven argumenteren dat we hier te fel focussen op hernieuwbare energie en klimaatverandering en dat we ons meer moeten openstellen, zoals de VS'. En ook van de tabaksindustrie is bekend, dat zij een bijzonder krachtige lobby voert om voorgenomen maatregelen tegen de sector af te zwakken of zelfs te schrappen. Bedrijven als Philip Morris International, British American Tobacco en Japan Tobacco  spenderen enorme bedragen om die strengere tabaksrichtlijnen af te zwakken. Naast deze industriële en bedrijvenlobby is er in Brussel ook nog sprake van een uitgebreide zogeheten  'diplomatenlobby'.  Deze lobby dient vooral de belangen van de individuele lidstaten om hen te vrijwaren van mogelijk ongewenste EU-wetgeving. Alle ambassades proberen in constante verbinding te staan met de belangrijkste nationale fracties in het europarlement, waarbij met name de opkomst van euro-kritische partijen de gevestigde partijen grote zorgen baart.
    belangenverstrengeling beperkt zich niet tot politieke fracties van het Europarlement
    De belangenverstrengeling beperkt zich overigens niet tot politieke fracties van het Europarlement, ook individuele europarlementariërs kunnen er wat van, met de Belg Guy Verhofstadt als bekendste voorbeeld. Deze voorzitter van de liberale ALDE-fractie verricht voor € 230.000 per jaar werkzaamheden bij een keur aan bedrijven. Dennis de Jong - europarlementariër voor de SP - noemt Brusselse politici 'marionetten van het grote bedrijfsleven'. Diegenen die het hardst schreeuwen tegen bijvoorbeeld de Griekse premier Tsipras en zijn regering, blijken stevige banden te hebben met de grote bedrijven, schrijft De Jong. Bijvoorbeeld bij de privatisering van diverse Griekse staatsbedrijven, die zij door de gedwongen verkoop relatief goedkoop kunnen bemachtigen.

    EU Integrity Watch

    Het is daarom bepaald geen overbodige luxe dat Transparency International een nieuw instrument heeft ontwikkeld, de ‘EU Integrity Watch’. Iedereen kan deze databank vrij raadplegen. Een interactieve versie van deze databank is opgezet door de journalisten van politico.eu. Uit deze databank blijkt onder meer dat van de vijf grootste belangenorganisaties er maar liefst vier juist de grote bedrijven vertegenwoordigen: Business Europe (waar VNO-NCW bij is aangesloten), Google, General Electric Company en de European Chemical Industry Council. Alleen het Wereld Natuurfonds weet verder in de top vijf door te dringen.
    De zakenlobby heeft zo min mogelijk transparantie als strategie
    Dit transparantieregister is weliswaar een stap in de goede richting, de waarde ervan moet ook weer niet overdreven worden, zegt de eerder genoemde Roovers.  Hij stelt dat met name de zakenlobby een strategie voert van zo min mogelijk transparantie bieden: 'Voor die groep is de opbrengst van hun werk een veranderde wettekst in het voordeel van de klant of het bedrijf. Hun lobbywerk situeert zich vooral in achterkamers of door feestjes en evenementen te organiseren. Op die manier willen ze beleidsmakers beïnvloeden. Anderzijds heb je de non-profitsector die zijn winst haalt uit zijn zichtbaarheid, de aandacht die hij krijgt van mensen en de politieke druk die zo ontstaat. Zij voeren vooral publieke campagnes'. In een EU waar transparantie en financiële en democratische controle steeds verder onder druk komen te staan, is het niet verwonderlijk dat steeds meer EU-burgers zich gedesillusioneerd afkeren van deze bureaucratische en anti-democratische moloch.
    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 116 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid