‘Wantrouwen is een heel gezonde instelling voor burgers’ [interview]

Politici in heel Europa en Amerika zoeken wanhopig naar een antwoord op de boze burger. Beter luisteren is het veelgenoemde devies. Projecten voor burgerparticipatie schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. Tot nu toe spinnen alleen populisten er garen bij. In zijn nieuwe boek kijkt filosoof Huub Dijstelbloem in een heel andere richting om de democratie te versterken. De burger moet niet vaker meedoen, maar meer controleren.

De actiegroep Code Oranje presenteerde twee weken geleden een alarmerend rapport. De groep bestaande uit 20 burgemeesters en wethouders waarschuwde voor de staat van de democratie in Nederland. ‘Niet alleen het lokale bestuur, maar het hele democratisch bestel bevindt zich in zwaar weer,’ liet waarnemend burgemeester van Vlaardingen Bert Blase weten. De oplossing volgens de lokale bestuurders: inwoners meer invloed geven. ‘Buig de onvrede van de inwoners om naar een perspectief van samenwerking.’

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken wil net als de actiegroep het democratisch bestel versterken door burgers meer inspraak te geven bij besluitvorming. ‘Ik wil meer democratie,’ zo liet hij weten aan BNR Nieuwsradio. Het rapport stelt allerlei experimenten voor om burgers meer te betrekken bij de politiek. Of dat echt verandering teweeg brengt valt zeer te betwijfelen. Initiatieven als de G1000 hebben het vertrouwen in de politiek niet doen toenemen. De afkeer van politici is alleen maar groter geworden en gevestigde partijen hebben voor veel mensen afgedaan, niet alleen in Nederland, maar in heel Europa en Amerika.

Het idee dat politici niet naar de burger luisteren, vindt steeds bredere aanhang

Het idee dat politici niet naar de burger luisteren, vindt steeds bredere aanhang. Nieuwe partijen haken erop in. ‘Pak je stem terug op 15 maart,’ spoort Thierry Baudet kiezers aan in een promofilmpje van zijn politieke partij. Volgens het Forum voor Democratie koken de gevestigde partijen alles voor in een partijkartel. In de video dansen de politici in het huis van de democratie, terwijl de gewone man buiten tevergeefs op de deur klopt. En dan regent het ook nog eens.

Vertegenwoordigende democratie  

Wie Het huis van Argus van Huub Dijstelbloem leest, merkt dat politici als Plasterk en Baudet helemaal niet zo verschillen in hun opvattingen over democratie. De filosofiehoogleraar (wetenschap en politiek) aan de Universiteit van Amsterdam en tevens onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid presenteerde zijn boek een dag na het rapport van de alarmerende burgemeesters en wethouders. In het boek bepleit Dijstelbloem een heel andere weg voor het versterken van de democratie: niet nog meer inspraak, maar betere controle. De burger vervult zijn democratische rol vooral als detective met een gezonde dosis wantrouwen.

Dijstelbloem meent dat democratie tegenwoordig te eenzijdig wordt opgevat

Dijstelbloem maakt de lezer duidelijk dat democratie tegenwoordig te eenzijdig wordt opgevat. Plasterk en Baudet beschouwen net als vele anderen democratie als een systeem waarin het volk via collectieve wilsvorming haar eigen wetten maakt. De stem van burgers neemt daarin een centrale plek in. Die moet immers doorklinken in de politieke besluitvorming. Volgens Dijstelbloem is dit ideaal overal terug te zien. Mensen manifesteren zich namelijk pas in een democratisch proces door te stemmen, of via inspraakprocedures en medezeggenschap. Als kiezer bepalen we samen het belangrijkste democratische instituut: het parlement, afgeleid van het Franse ‘parler’. Daarin zitten volksvertegenwoordigers, die vooral de opvattingen van hun kiezers dienen te vertolken.


Huub Dijstelbloem

"De burger vervult zijn democratische rol vooral als detective met een gezonde dosis wantrouwen"

In zo’n vocale democratie is het niet gek dat kiezers steeds harder gaan roepen en politici in koor meedoen om niet voor het electoraat onder te doen. Tegelijkertijd worden veel mensen erdoor afgestompt. Dijstelbloem biedt een interessant alternatief om de democratie te versterken. Hij pleit voor een ‘oculaire democratie’. De burger moet niet harder schreeuwen, maar een scherper oog ontwikkelen. 

FTM sprak met Dijstelbloem over zijn boek en de ideeën die hij daarin bepleit.

Waardoor keren steeds meer mensen zich af van de vertegenwoordigende democratie?

‘De marges voor burgers om te participeren zijn smaller geworden. Decennialang neoliberaal beleid van verzelfstandiging, privatisering en marktwerking in de maatschappelijke ordening hebben van de staat een duizendkoppig monster gemaakt. De staat is overal en nog steeds machtig, maar vaak onzichtbaar doordat taken zijn overgedragen of geprivatiseerd en doordat de staat steeds meer gebruikmaakt van technologische middelen die niet eenvoudig te doorgronden zijn.

'Ook het Nederlandse beleid in internationaal verband mag bevraagd worden'

‘Een ander knelpunt is dat de vertegenwoordigende democratie zich met name richt op de nationale staat. Maar een paar van de problemen die ik in het boek aanhaal zijn juist geopolitieke vraagstukken. Denk aan de vluchtelingencrisis en militaire missies waar Nederland direct of indirect bij betrokken is. Ik kan me van alles voorstellen bij burgerparticipatie als het gaat om gezamenlijk zonnepanelen aankopen in de straat. Zoiets is prachtig, maar in onze democratie mag ook het Nederlandse beleid in internationaal verband bevraagd worden. Ik vind de rol van controle daarvoor veel belangrijker dan participeren.’

De overheid als duizendkoppig monster. Dat staat nogal ver af van de gedachte van een overheid voor en door burgers. Moeten we het klassieke ideaal van een participerende democratie loslaten?

‘Wanneer het over democratie gaat, hebben we het vaak over het “feest van de zelfwetgeving”. Het collectieve moment waarop burgers het heft in handen nemen. Veel commentaren beschreven het Oekraïne-referendum als een feest van de democratie. Het moment waarop je je stem uitbrengt heeft ook iets betoverends. Tegelijkertijd moeten we het ook niet overschatten en doen alsof alleen de stem het nobele streven van de democratie is. Actief participeren is niet voor iedereen weggelegd. Je moet er de tijd en de wil voor hebben, en een schizofrene liefdesrelatie met lange procedures om zoiets vol te houden. Participeren is maar voor een select deel van de bevolking weggelegd.

‘Wat mij juist aanspreekt in de klassieke scheppingsverhalen van de democratie, zoals de Franse Revolutie, is dat we het controleren van de staat niet zomaar aan de staat kunnen overlaten. Het controlen van de macht is juist een van de uitgangspunten van democratie en is dat al heel lang zo.’

Controleren in plaats van participeren, dat klinkt nogal negatief en passief. In uw boek legt u uit dat dit juist niet het geval is.

‘Wantrouwen wordt vaak als iets negatiefs gezien, maar ik denk dat enig wantrouwen goed is voor het zelfbeeld van burgers. Ze hoeven zich niet te schamen voor hun wantrouwende rol. Het is een belangrijke attitude, dat je niet denkt: “Ik vertrouw het de hele tijd eigenlijk niet. Ben ik nou zo’n rancuneuze, paranoïde figuur geworden?” Als beginpunt lijkt wantrouwen mij een heel gezonde instelling en het staat andere vormen van participatie ook niet in de weg.

‘Voor mij is de controlerende burger als een detective. Het vereist creativiteit, verbeelding en manoeuvreerkunst om onderzoek te doen naar de gaten van de macht. Om bloot te leggen waar georganiseerde of ongeorganiseerde onverantwoordelijkheid ontstaat.

‘Ik denk dat enig wantrouwen goed is voor het zelfbeeld van burgers’

‘De burger als detective is ook geen eenzame puzzelaar als Sherlock Holmes die even een zaakje oplost en overgaat tot de orde van de dag. Ik haal inspiratie uit de literaire vormen van de detectiveroman. Daarin is de detective al meer onderdeel van de omgeving, iemand die weet dat hij zijn blik niet altijd kan vertrouwen. Het is zeker niet zo dat de controlerende burger volledig objectief en geïnformeerd is. De televisieserie The Wire is hiervan een goede illustratie. Een team bouwt daarin langdurig en met technologische middelen een zaak op, maar grijpt zelf ook in de werkelijkheid in.’

Hoe ziet de burger als detective er concreet uit?

‘Het nieuwe project rondom oorlogsmisdaden in Darfur van Amnesty International vind ik heel interessant. Het roept de aanhang letterlijk op detective te worden. Het project gebruikt informatie van het Satellite Sentinel Project, waarmee al meer dan tien jaar satellietbeelden zijn gemaakt van Zuid-Soedan. Het is onmogelijk om zoveel data alleen of in een kleine groep te analyseren en bewijs te zoeken voor oorlogsmisdaden in het gebied. Door Amnesty kunnen gewone mensen aan het onderzoek meewerken.

‘Het is een mooi voorbeeld van hoe nieuwe technologie burgers in staat stelt om hun controlerende rol te vervullen en om betrokkenheid te organiseren. Daarvoor is ook een spannend verhaal nodig, het idee dat je samen echt iets aan het detecteren bent en werkt aan een soort tegenbeeld. Het feit dat George Clooney de satelliet betaalde toont wel aan dat zulke onderzoeken flinke investeringen vereisen.’


Huub Dijstelbloem

"De politiek voelt zich veel te snel aangevallen wanneer tegenspel wordt geboden"

U schrijft dat controle met recht vervelend is, het is uitdrukkelijk bedoeld als irritatie van het gezag. Moet de overheid haar eigen irritatie opwekken ten behoeve van de democratie?

‘Daarin zit inderdaad een spanningsveld. Een overheid zal zich nooit zomaar gewonnen geven en dat is ook wel begrijpelijk. Waar we het woord privacy gebruiken om de integriteit van onze persoonlijke leefomgeving aan te geven, zo is voor de overheid discretie soms nodig. Daar moet je dus voortdurend doorheen zien te breken.

‘Een overheid zal zich nooit zomaar gewonnen geven en dat is ook wel begrijpelijk’

‘Tegelijkertijd is Nederland met zijn vertegenwoordigende bestuur slecht berekend op controle van buiten. De toeren die nu worden uitgehaald om niet eens een bindend, maar een adviserend referendum in goede banen te leiden geven aan dat het bestuur niet goed is ingericht op een tegenstem die een andere koers eist. De politiek voelt zich veel te snel aangevallen wanneer tegenspel wordt geboden. Zelfs als dat van controlerende instanties als de Nationale Ombudsman komt.’

Moeten we dan niet de controlerende taak van het parlement gewoon versterken? Hoeveel gedaantes de overheid ook kent, de regering blijft het aanspreekpunt als het mis gaat.

‘Dat zou mooi zijn. Het voordeel is dat je dan een eenduidig moment van verantwoording hebt. In het politieke debat wordt dat alleen al snel een afrekenmoment. Voor het verschijnen van het rapport zijn bewindspersonen vaak al afgetreden. Men ziet de bui al hangen en stapt dus meteen maar op.

‘Eenzelfde probleem komt bij parlementaire onderzoeken om de hoek kijken. Uit het onderzoek naar onderwijshervormingen is een soort dogma gekomen van "nooit meer stelselwijzigingen". Afrekenen met alles wat is misgegaan is mooi, maar het gevolg is dat er gestopt wordt met creatief nadenken over de toekomst. Vaak is de conclusie: zo nooit meer. Maar vervolgens wordt er heel weinig perspectief op de toekomst geboden. Terwijl juist die politiek van reconstructie die ik in het boek voorstel, beseft dat er veel continuïteit bestaat. Het is niet ineens anders, nu besloten is dat het zo nooit meer mag.’

Als de overheid te weinig ontvankelijk is voor controle van buiten, is het referendum dan ook voor de controlerende burger een belangrijk middel om zich te doen gelden?

‘Het positieve aan referenda is dat het een irritatie van de macht is. Daar lijkt me veel voor te zeggen. Formeel is het de grootst mogelijke onzin dat referenda niet in ons staatsbestel zouden passen. Het bestel is vaak ook een serie historische toevalligheden. Daarin zit een systeem, maar soms is het systeem niet meer dan een langdurige gewenning aan wat er is.

'Men denkt: "nu worden wij direct vertegenwoordigd, dit zijn wij." Dat vind ik gevaarlijk'

‘Wat me terughoudender maakt is de emotionele dynamiek van een referendum. De macht komt al snel te dicht bij ons te staan, waardoor er een vereenzelviging met de macht kan optreden. Populisme wordt voor een deel gedreven door vereenzelviging tussen een leider en de aanhang. Men denkt: “nu worden wij direct vertegenwoordigd, dit zijn wij.” Dat vind ik gevaarlijk. Je ziet zo’n dynamiek optreden in landen als Rusland, Turkije, Polen en Hongarije met de opkomst van illiberal democracies. Eenmaal democratisch aan de macht gekomen worden grondrechten met voeten getreden. Een treffend voorbeeld van die vereenzelviging is Erdogan wanneer hij zijn tegenstanders bij een partijcongres aanspreekt en zegt: “Kijk, dit zijn wij, het volk. En wie zijn jullie?”

‘Juist in een democratie waar de burger als detective opereert, blijft er een zekere afstand bestaan tussen ons en de macht. De controlerende burger vereist het zelfbesef dat we ons niet rijk moeten rekenen met de mooie participerende rol in de democratie en het vereist niet vergeten dat we met een spel van de macht te maken hebben. Het gedeelde idee van onze democratie waarop ik hoop, is het cruciale inzicht dat wij als burgers de enige zijn die de macht kunnen controleren. Als we de verbeelding en de controle verliezen, dan is het over met de democratie.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Pieter van der Lugt

Gevolgd door 246 leden

Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...