Wat Het Financieele Dagblad kan leren van 'onheilsprofeten' Luyendijk en Engelen

    De kapitaaleisen voor banken zijn 'toereikend', schrijft Het Financieele Dagblad. Wie waarschuwt voor de grote kwetsbaarheid van het systeem, wordt weggezet als 'onheilsprofeet', wiens paniek afleidt van de 'echte risico's'. Is dat terecht?

    Met een tevreden glimlach konden bankiers en hun lobbyisten hun favoriete roze krant open slaan. 'Het is een feit', schreef Het Financieele Dagblad (FD) laatst, 'dat de nieuwe kapitaaleisen toereikend zijn om extreem zware stormen het hoofd te bieden'. Van de lobby tegen maatregelen die banken veiliger moeten maken, is volgens de krant 'bijzonder weinig' terecht gekomen. Aanleiding voor deze stellingname zijn publicisten als Ewald Engelen en Joris Luyendijk die iets geheel anders beweren, namelijk dat banken ondanks de maatregelen nog altijd grote risico's nemen op kosten van de rest van de samenleving. Met deze boodschap reist journalist Luyendijk – auteur van Dit kan niet waar zijn (2015) – door het land als een 'onheilsprofeet', die bezig is om zijn zakken te vullen en zich daarnaast schuldig maakt aan 'populisme'. Dat leidt volgens het FD af van de 'risico's die groter zijn', zoals schulden in China. Met andere woorden: gaat u maar rustig slapen, met die banken komt het wel goed. Ook de hoofdredacteur van de zakenkrant, Jan Bonjer, noemde Luyendijk in een tweet een 'onheilsprofeet' met wie zijn redacteur 'afrekent'. Welke rekening hier vereffend wordt, is niet duidelijk, maar kennelijk is alle aandacht voor Luyendijk de hoofdredacteur een doorn in het oog. https://twitter.com/JanBonjer/status/605061624970522627   Of dit nu jalousie de métier is of niet, belangrijker is de vraag of de afrekening op zijn plaats is. Er is, zoals het FD terecht stelt, allerlei beleid ontwikkeld om banken veiliger te maken. Denk aan de verhoging van de kapitaalbuffers en wetten om bonussen te maximeren. Maar dan nog is het de vraag of het probleem dat Engelen, Luyendijk en vele anderen schetsen ook is opgelost. Waarom? Heel simpel: omdat er in Europa een twintigtal banken is, waaronder ING, die too big to fail en too interconnected to fail zijn. Als één van die banken in de problemen komt, dreigt een systeemcrisis waartegen de hogere kapitaalbuffers niet zijn opgewassen. Overheden zullen moeten ingrijpen met belastinggeld om opnieuw een complete melt down van de financiële sector en meer te voorkomen.

    'Europese banken zijn veel te groot'

    Dat hoort u niet van een rondreizende onheilsprofeet, maar van een grote bank zelf. Royal Bank of Scotland (RBS) kwam vorig jaar met een studie met als voornaamste conclusie: Europese banken zijn veel te groot. Ze moeten hun bezittingen (assets) met nog eens 1,8 biljoen euro terugbrengen en 58 miljard extra kapitaal ophalen om aan de eisen van het zelfregulerende Basel III te voldoen. Maar zelfs als banken volledig aan Basel III voldoen – pas in 2019 volledig ingevoerd – dan nog zijn de financiële instellingen volgens RBS too big to fail. De rekensom is niet ingewikkeld: de Europese banken hebben 3,2 keer de omvang van de Europese economie. Als je het kapitaal dat verliezen kan absorberen optelt met de beoogde 55 miljard van Europese noodfonds (SRM), is dat ruim onvoldoende om de belastingbetaler te ontzien bij een serieuze crisis. Daar komt nog eens bij dat RBS de kapitaaleisen van Basel III als veel te manipuleerbaar beoordeelt. Banken mogen immers met eigen risicomodellen bepalen in welke mate een lening (of andere asset) meeweegt in de bufferberekening. Voorbeeld: bij een lening op de balans van 100 euro kan de bank die maar voor 20 procent meetellen. Tegenover die 100 euro lening staat bij een kapitaaleis van tien procent dan geen tien euro, maar slechts twee euro aan eigen vermogen. 'Veel te weinig', stelt RBS. 'Vooral voor systeembanken.'

    'Stelsel is buitengewoon fragiel'

    Vandaar dat RBS meent dat het eigen vermogen van banken zonder risicoweging (de ongewogen kapitaalratio) – dus zonder gegoochel met modellen – moet verdubbelen om een volgende crisis te voorkomen en de belastingbetaler buiten schot te houden. Dat betekent dat banken om werkelijk veiliger te worden een additionele 492 miljard euro moeten ophalen bij beleggers. De Amerikaanse en Zwitserse toezichthouders zitten ook op deze koers. Ook volgens Harald Benink, hoogleraar Banking and Finance (Tilburg) en autoriteit op gebied van bankveiligheid, is het Europese stelsel 'buitengewoon fragiel'. Benink: 'Er zijn verbeteringen, maar het is hoogstwaarschijnlijk niet genoeg. Een kapitaalratio van vier procent (zoals in Nederland gaat gelden, JHS) is volstrekt niet overtuigend'. Daarom heeft het Sustainable Finance Lab waarvan Benink onderdeel uitmaakt, vorige maand aan DNB geadviseerd om de kapitaalratio verder te verhogen.
    'Unilever is veel veiliger dan een systeembank. Dat zou lagere buffer rechtvaardigen, maar solvabiliteit is veel beter dan van een bank.'
    'Historisch gezien kun je best een bank runnen met hogere buffers', zegt de hoogleraar. Bovendien is er een groot verschil met 'gewone' ondernemingen, waarvan hij zich afvraagt of het wel terecht is. 'Unilever is veel veiliger dan een systeembank. Dat zou een lagere buffer rechtvaardigen, maar de solvabiliteit is veel beter dan van een bank.' Voorts heeft de hoogleraar grote twijfels over de effectiviteit van de voorgestelde bail-in wetgeving. Die maakt het op termijn mogelijk om naast de aandeelhouders van een bank ook de obligatiehouders mee te laten betalen bij een bankroet. Maar de regels staan vol met uitzonderingen, stelt Benink. 'Het instrument is onvoldoende geloofwaardig. Er is een grote kans dat met een echte crisis geen bail-in maar weer een bail-out plaatsvindt. De focus moet daarom terug op meer eigen vermogen.' Tot dezelfde conclusie komen twee recente rapporten (deze en deze) van Finance Watch (FW), een door het Europees Parlement ingesteld instituut dat is opgericht om tegenwicht te bieden aan de krachtige bankenlobby. Dit instituut stelt dat de grootste twintig Europese banken oververtegenwoordigd zijn in financiële markten en voornamelijk onderling handelen, met als gevolg dat die banken te groot en te verweven zijn om failliet te gaan. Bovendien zijn die banken zo complex dat ze niet te ontmantelen zijn bij een faillissement. Kleine verliezen kunnen al leiden tot 'verwoestende schade' voor de economie.
    'Kleine verliezen kunnen al leiden tot verwoestende schade voor de economie'
    Bail-in helpt in deze situatie niet, stelt Finance Watch, omdat autoriteiten bij een crisis bang zullen zijn voor besmettingsgevaar. Nu crediteuren van systeembanken vaak bestaan uit andere systeembanken, is het immers gevaarlijk om die te laten bloeden. De onzekerheid zou zich snel verder kunnen verspreiden, zoals de vorige financiële crisis heeft geleerd. Zorgwekkend is dat deze megabanken sinds de crisis relatief groter zijn geworden. Voor dit fenomeen waarschuwt ook De Nederlandsche Bank (DNB), die in haar laatste jaarverslag pleit voor een bovengrens aan de omvang van banken. Opmerkelijk genoeg brengt juist de invoering van beleid ter voorkoming van een nieuwe financiële crisis, het risico met zich mee op een nieuwe consolidatiegolf, schrijft de toezichthouder. In weerwil van wat het FD beweert, is het systeemrisico dus niet afgenomen maar toegenomen.

    Bankensector vier keer de maat van economie

    Hoewel in Nederland alleen ING behoort tot categorie internationale systeembanken, is de sector een van de meest geconcentreerde van de EU en de grootste in verhouding tot de economie. Waar drie keer de maat van de economie gemiddeld is, is de Nederlandse bankensector zelfs vier keer zo groot. Niet voor niets erkent ook een bestuurder van DNB in een interview met - nota bene - het FD dat het too big to fail-probleem nog niet is opgelost, nu de drie grootbanken te complex zijn om te ontmantelen bij een faillissement.
    'ZO VERLIEZEN WE HET ZICHT OM WAAR HET OM GAAT: BANKEN VEILIGER MAKEN'
    Kortom, de genomen maatregelen staan grotendeels nog in de steigers en worden door zowel experts als toezichthouders als onvoldoende betiteld. Als er morgen weer een zware storm opsteekt, dan is de kans groot dat de financiële dijken opnieuw breken – net als in 2008. Toen zijn we net niet in de afgrond gestort, maar rakelings erlangs was genoeg voor grote ontwrichting. Ondanks de gerede kans op herhaling – of erger – gaat het debat mede door de felle toon nu ook over de manier hoe het bankendebat gevoerd moet worden. 'Dat is jammer', vindt hoogleraar Benink, 'want zo verliezen we het zicht om waar het om gaat: banken veiliger maken.' Jan-Hein Strop is bereikbaar via Twitter: @janheinstrop
    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid