Wat kost zo’n stroomstoring nou eigenlijk?

    Gisterochtend zaten ongeveer 360.000 huishoudens rond Amsterdam zonder stroom. Supermarkten werden minder bevoorraad, treinen reden niet en het overige verkeer liep vast. Is dat erg? FTM zocht uit wat deze stroomstoring ongeveer heeft gekost.

    Dinsdag 17 januari, half zeven ’s ochtends. Een groep van zo’n 30 reizigers staat ongeduldig op het perron en de wachtruimte van station Ede-Wageningen. Nieuwe reizigers druppelen via de trap naar binnen. Een vergelijkbaar aantal wandelt via diezelfde trap weer weg: de trein blijkt niet te rijden. Een enkeling belt naar huis: ‘Kan ik met je meerijden?’

    Niet alleen de treinpassagiers in Ede-Wageningen hadden gisterochtend pech, iedereen die van of naar Amsterdam moest reizen kampte met problemen. De oorzaak: een grote stroomstoring bij de hoofdstad. Om 4:20 uur ging iets mis bij een hoogspanningsverdeelstation aan de Hemweg. Ruim 360.000 huishoudens kwamen zonder stroom te zitten. Rond 8:40 uur was de storing overal verholpen. De NS hield echter de rest van de dag problemen. Ook andere reizigers ondervonden hinder. Rijkswaterstaat berekende dat op de A7 en de A10 op het hoogtepunt achttien in plaats van drie kilometer file stond.

    Ruim 360.000 huishoudens kwamen zonder stroom te zitten

    Kapotte schakelaar

    Bij Albert Heijn zat de pijn vooral het distributiecentrum. ‘De winkels konden gewoon open, maar ons distributiecentrum in Zaandam lag wel een paar uur stil. Daarnaast is het op de weg veel drukker waardoor ongeveer 100 supermarkten later of minder geleverd krijgen,’ vertelde woordvoerder Anoesjka Aspeslagh. Om welke producten het ging, kon ze niet zeggen. ‘Het is van alles wat, zowel vers als houdbaar. Ons distributiecentrum kreeg namelijk wel gewoon geleverd, maar we konden er zelf niets meer mee.’ ING ontsprong de dans daarentegen. ‘Onze hoofdkantoren zitten in Zuidoost en daar was geen storing,’ vertelt woordvoerder Arjen Boukema. ‘Ja, een deel van onze medewerkers kon wat lastiger op het werk komen, maar dat was het.’

    Bij het Slotervaartziekenhuis waren ze minder gelukkig. Daar startte na de stroomstoring de aggregaat weliswaar netjes op, maar een schakelaar die ervoor moest zorgen dat het het ziekenhuis verder van stroom werd voorzien, functioneerde niet. ‘We hadden het systeem een maand geleden nog getest, toen werkte alles prima,’ aldus locatiedirecteur Mariska Tichem. Resultaat: de polikliniek ging dicht, alle operaties werden afgezegd en de spoedeisende hulp werd gesloten. ‘We willen immers geen risico nemen.’ Wat deze ingreep kost, weet Tichem niet. ‘Dat is ook niet onze grootste zorg. We vinden het veel belangrijker dat onze patiënten zo snel mogelijk zorg krijgen. Naar de financiële kant kijken we later wel.’

    Stroomstoringseconoom

    Wat stroomstoringen precies kosten, is lastig te schatten. Veel onderzoek wordt er ook niet naar gedaan. Waarschijnlijk werd in 2012 voor het laatst een studie verricht naar de maatschappelijke kosten van stroomstoringen in Nederland. Michiel de Nooij, economisch onderzoeker gespecialiseerd in energie, was betrokken bij verschillende van deze onderzoeken. Algemene antwoorden heeft hij zo paraat: per jaar zijn er zo’n 19.000 stroomstoringen. Gemiddeld zit een Nederlands huishouden nog geen half uur per jaar zonder stroom. ‘Meestal is het een kabel die bijvoorbeeld wordt geraakt bij graafwerkzaamheden. Dan zit een halve straat even zonder stroom. Van de echt grote storingen zoals deze zijn er maar een handvol per jaar.’ Van alle minuten zonder stroom wordt nog geen vijfde door het hoogspanningsnet veroorzaakt, zoals in dit geval wel gebeurde.

    De Nooij rekende, samen met toenmalige collega’s van SEO Economisch Onderzoek, uit wat stroomstoringen ongeveer kosten. De uitkomst: minder dan 100 miljoen euro per jaar. Maar wat deze storing dan precies kost? Even blijft het stil aan de andere kant van de lijn. ‘Tja, dat vind ik een hele spannende. Ik durf het niet precies te zeggen. Een stroomstoring kost in de regio “groot Amsterdam” overdag ongeveer 20 miljoen euro per uur, maar deze was grotendeels tijdens de nacht en besloeg niet de hele regio. Ik woon zelf in Amsterdam, maar het enige wat ik ervan kon merken was dat mijn zoontje even bang was toen het licht niet werkte. De grootste problemen zie je in transport en productie. Daar wordt vroeg begonnen. Ook het onderwijs zal wat gemerkt hebben, verder valt het waarschijnlijk allemaal wel mee. De kosten liggen ergens is in de orde van miljoenen. Ergens rond de 5 tot 10 miljoen.’

    ‘Het enige wat ik ervan kon merken was dat mijn zoontje even bang was toen het licht niet werkte’

    Met grote investeringen kan wat betreft De Nooij het aantal stroomstoringen verder worden teruggedrongen, maar dat heeft volgens hem weinig zin. ‘Natuurlijk, je kunt alles voor de zekerheid dubbel uitvoeren: dubbele kabels leggen zodat er altijd één kabel is die werkt. Maar één reservehoogspanningslijn kost al een paar honderd miljoen euro, en zeg dat het 15 miljoen aan besparing oplevert door minder storingen. Dan wegen de baten natuurlijk niet op tegen de kosten. Bovendien, ook een dubbele uitvoering geeft geen garantie dat er nooit meer iets misgaat, en er zijn in Nederland al heel weinig storingen in vergelijking met andere landen. Nee, zolang stroomstoringen zo zeldzaam zijn dat jij het de moeite waard vindt om er een stukje over te schrijven, vormen ze niet echt een probleem.’

    Ben je getroffen door de stroomstoring en wil je geld terugclaimen? Dan maak je weinig kans: netwerkbeheerder Liander keert pas uit als een stroomstoring lang duurt dan vier uur en dat was vrijwel nergens het geval. Getroffen reizigers kunnen wel aankloppen bij de NS via de regeling ‘geld terug bij vertraging’.

    Hoe onderzoek je de effecten van stroomstoringen?

    Om de maatschappelijke kosten van stroomstoringen te berekenen, gebruikt onderzoeker Michiel de Nooij productiviteitsberekeningen. ‘Dan wordt gekeken hoeveel iemand gemiddeld in een uur produceert, of wat de waarde van een uur vrije tijd is. De hoeveelheid misgelopen uren geeft aan wat een stroomstoring kost. Natuurlijk kun je daar vraagtekens bij zetten. Een andere manier is om mensen en bedrijven te vragen wat ze bereid zijn om te betalen om stroomstoringen te voorkomen, maar de antwoorden daarop zijn vaak niet correct. Mensen vinden dit een oneerlijke vraag en geven een protest-antwoord. Ze betalen immers al voor stroom, dus waarom zouden ze meer moeten betalen om het zonder storingen geleverd te krijgen?’

    Uit dit soort enquêtes lijkt dan te komen dat stroomstoringen überhaupt geen economische gevolgen hebben. Een trucje om deze protest-antwoorden te voorkomen is door verschillende vragen tegelijkertijd te stellen. De Nooij: ‘Dan wordt bijvoorbeeld de bereidheid om te betalen voor minder stroomstoringen naast verschillende vormen van duurzame energie gezet. Als je de uitkomsten van deze berekening, naast die van de productiviteitsberekening zet, kom je op bijna hetzelfde uit. Dat geeft mij extra vertrouwen dat de uitkomsten deugen.’

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Stijn van Gils

    Gevolgd door 110 leden

    Voedsel wordt verbouwd in een veranderende wereld vol belangen. Ik wil weten wat dit betekent voor ons eten van nu en straks.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid