Wat we niet begrijpen

Er is een ongeremd geloof in de potentie van wetenschap om de wereld begrijpelijk te maken. Maar wetenschap is juist verder gekomen door nieuwe mysteries op te werpen. Het is een illusie te denken dat wetenschap ons op alles een antwoord kan geven.

Je kon er op wachten. We hadden al boeren, moeders en miljonairs die als dating-ballotagecommissies optraden, nu bewegen we ons op vastere grond. Een TV-programma waarin twee volslagen onbekenden met elkaar gaan trouwen op basis van ‘wetenschap‘. 'Die wetenschappers zijn zo overtuigd, laat ze het maar opknappen voor mijn,’ zegt één van de kandidaten in de trailer, waarna twee wit gejasde bebrilde wetenschappers in beeld komen. Zijn verdomme zelfs de geheimen der menselijke aantrekkingskracht dan niet meer veilig voor de wetenschap!? Het is tekenend voor het optimisme van onze tijd. Het onbekende is misschien nu nog onbekend, maar de wetenschap zal op termijn toch alle Grote Vragen kunnen beantwoorden. God, of kies zelf je metafoor voor het ongrijpbare, wordt maar al te lief vervangen door de wetenschap.

Biljartballen, overal

Zulk optimisme miskent in hoeverre zelfs de hardste der wetenschappen – de natuurwetenschappen – hun ambities hebben teruggeschroefd om tot hun huidige inzichten te komen. We zijn nog altijd omringd door mysteries. De Grote Vragen moesten dikwijls in een stoffige ladenkast worden geschoven om vooruitgang te boeken. Waar Aristoteles en Galilei nog één gesloten systeem van verklaringen zochten, die uiteindelijk antwoord gaf op zulke enorme vragen als ‘waarom is de wereld in beweging?’, zo heeft de huidige wetenschap al lang niet meer die doelstelling. Het was Isaac Newton (1642-1727) die in zekere zin een eind maakte aan de illusie van algemeen begrip. De Schotse filosoof David Hume (1711-1776) merkte scherp op dat Newton -- ‘het grootste en meest zeldzame genie dat ons eiland heeft voorgebracht’ -- niet alleen ontdekte, maar ook bedekte. ‘Terwijl Newton de sluier van enkele mysteries der natuur optrok, toonde hij tegelijkertijd de imperfecties van de mechanische filosofie aan; en daarbij verwees hij de ultieme geheimen van de natuur naar die duisternis waar ze altijd waren en altijd zullen blijven,’ zo stelde Hume vast. Dat klinkt haast paradoxaal, maar dat is het niet.
"Newton verwees de ultieme geheimen van de natuur naar die duisternis waar ze altijd waren en altijd zullen blijven"
De zestiende eeuw bracht een wetenschappelijke revolutie voort, wat de Nederlandse wetenschapshistoricus Eduard Dijksterhuis, de ‘mechanisering van het wereldbeeld’ noemde. Galilei maakte een einde aan het magisch denken van weleer, waarin objecten bewogen omdat ze hun ‘natuurlijke plaats’ in het universum zochten. In de mechanische filosofie van Galilei en zijn opvolgers bestond de wereld uit een soort biljartballen. Alles hing aan elkaar van actie en reactie, oorzaak en gevolg. Objecten raakten elkaar en zo bewoog de wereld voort. Alle fenomenen uit de natuur vielen uit te leggen zoals de werking van werktuigen als katrollen, hefbomen en tandraderen viel uit te leggen.

Zelfstandig bewegende ballen

Newton verstoorde dit allomvattende wereldbeeld. Hij ontdekte, tot zijn eigen afgrijzen, dat er zoiets eigenaardigs bestond als zwaartekracht. Objecten die niet met elkaar in contact stonden trokken elkaar aan. Voor de grote wetenschappers van weleer was dit een geweldige schok. Biljartballen die spontaan bewegen, zonder dat er sprake is van contact? Absurd, als niet occult! De zwaartekrachttheorie werd door menig prominent wetenschapper van Huygens tot Leibniz dan ook gezien als ‘een soort verraad aan de goede zaak der natuurwetenschap’ aldus Dijksterhuis. Newton zag zich gedwongen hierop te reageren. Hij verweerde zich tegen het bezwaar dat hij opnieuw ‘occulte kwaliteiten’ in de wetenschap aan het introduceren was. ‘Ik beschouw [de principes van aantrekkingskracht] niet als occulte kwaliteiten,’ schreef hij in zijn Queries. ‘Dit zijn manifeste kwaliteiten, alleen hun oorzaken zijn occult.’ Een cruciaal onderscheid. Er was misschien geen verklaring voor de zwaartekracht, maar de zwaartekracht verklaarde wel. Newton zelf hoopte tot aan zijn dood een ‘mechanische verklaring’ – een verklaring in termen van biljartballen – te vinden voor het bestaan van de aantrekkingskracht. Gezien het gebrek aan bewijs zag hij zich echter gedwongen de vraag open te laten. Hypotheses non fingo ik verzin geen hypothesen) was zijn beroemde repliek. Hij zag het misschien zelf nog als een gebrek, maar het was juist, zoals Hume later opmerkte, zijn grote verdienste dat hij de vraag open liet. Niet langer hoefden de natuurwetenschappen een gesloten systeem te hebben – een sluitende keten van oorzaak-gevolg. De wetenschap kon simpelweg principes postuleren die door de waarneming waren ingegeven, zonder dat er een oorzaak van deze wetten was aan te geven. De Grote Vraag – waar komt beweging vandaan? –werd zo echter niet opgelost, maar bleef in diepe nevelen gehuld. De les hier is dat Newton, om de wereld verder te duiden, nieuwe mysteries in het leven moest roepen. En met de vooruitgang van de natuurwetenschappen zijn er alleen maar grotere onverklaarbare mysteries in het leven geroepen. Dat we voor elke stap in de reeks van oorzaken en gevolgen een verklaring hebben, zoals Galilei en de zijnen hoopten te kunnen geven, is een illusie die de natuurwetenschapper heeft opgegeven.

Over mysteries en problemen

We hebben als mens de arrogantie om te denken dat alles in principe begrijpbaar is. Maar we zijn net als elk organisme onderdeel van de biologische wereld. Organismen met bepaalde cognitieve mogelijkheden en daarmee ook cognitieve beperkingen. Er is alle reden om aan te nemen dat er vragen zijn die we met onze capaciteiten nooit kunnen beantwoordden. Vragen waar we constant tegen een muur op zullen rennen. Een rat kan doolhoven begrijpen met simpele regels: ga naar rechts bij elke tweede bocht. Een rat kan echter nooit, hoe hard hij ook probeert, een doolhof begrijpen met regels als ‘ga naar links bij elke bocht die gelijk is aan een priemgetal’. Voor een rat zal een priemgetaldoolhof altijd een mysterie blijven. Op eenzelfde manier zullen er misschien marsmannetjes zijn die simpelweg geen probleem zien bij vragen als ‘bestaat er een vrije wil?’ of ‘hoe kunnen we ervaren wat we ervaren?’. Voor ons zijn dit echter vragen waar we geen steek verder komen. Het lijken mysteries (fundamenteel onoplosbare vragen), niet problemen (in principe oplosbare vragen). Waar de grens tussen die twee ligt valt alleen proefondervindelijk vast te stellen. Het is echter een hopeloze illusie te denken dat wetenschap ons op alles een antwoord kan geven. We zijn mensen, geen engelen.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jesse Frederik

In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...