Wat voetbal kan leren van football

1 Connectie

Relaties

Sport
10 Bijdragen

Het contrast tussen de Amerikaanse teamsporten en het Europese voetbal is groot. Waar in het Europees voetbal de financiële spelregels de meest succesvolle teams bevoordelen, heeft men in de Verenigde Staten juist regels die de balans binnen de liga als geheel moet bevorderen.

De National Football League (NFL) is met een omzet van meer dan 8 miljard euro de meest profijtelijke sportcompetitie ter wereld. Dat was niet altijd het geval. Tot de jaren ’60 had de liga flinke concurrentie te duchten van een concurrerende competitie: de American Football League. De NFL won de concurrentieslag. De doorslaggevende factor, zo geloven sporthistorici, was Bert Bell, de visionaire voorzitter van de NFL, die zijn liga zo aantrekkelijk mogelijk maakte voor het publiek door een aantal regels in te voeren die voor een gelijk speelveld zorgden. ‘On any given Sunday,’ zo beweerde Bell. ‘Any team in the NFL can beat any other team.’ Het contrast met het Europese voetbal is groot. Al decennia klagen commentatoren over een steeds voorspelbaardere competitie, waarin een aantal grote teams domineren. Eén van de redenen is het grote verschil in hoe de spelers- en sportmarkt in Amerikaanse teamsporten en Europees voetbal is georganiseerd.

De Spelersmarkt

De introductie van nieuw talent in de hoogste regionen van de sport vindt in de Amerikaanse teamsporten op een geheel andere wijze plaats dan in het Europees voetbal. Elk jaar krijgen teams de kans om het beste talent die in de hoger onderwijscompetitie speelt te contracteren, de zogenaamde ‘draft’. De regels van de draft schrijven voor dat het team dat in het voorgaande jaar het slechtst heeft gepresteerd als eerste een speler mag kiezen, daarna de één na slechtst presterende, enzovoorts. Niet de dollars, maar de mate van wanprestatie, bepaalt waar de grootste talenten gaan spelen. Hierdoor blijft er balans in de competitie. In het verleden behaalde resultaten bieden minder garantie voor de toekomst. Het draft systeem zorgt er ook voor dat de spelerssalarissen binnen de perken blijven. De gemiddelde carrière van een NFL speler duurt 3,8 jaar, volgens sporteconoom John Voorman. Het standaardcontract dat hij bij zijn draft selectie krijgt loopt echter voor een periode van vier jaar. Pas na de afloop van dit contract kan hij heronderhandelen over zijn salaris of eventueel –niet heel gebruikelijk- een overstap maken naar een ander team. In het voetbal zijn jeugdopleidingen en scouting de voornaamste mechanismen om nieuw talent te werven. De grootste clubs – de Barcelona’s van deze wereld – hebben hier door financieel overwicht en reputatie de mogelijkheid het grootste talent naar zich toe te trekken. Ouders van talenten krijgen riante vertrekken aangeboden, jonge spelers een potentieel glansrijke carrière.  Kleinere clubs hebben niet zulke  faciliteiten ter beschikking.

Het IJzeren plafond

Een tweede uniek aspect aan de Amerikaanse spelersmarkt is dat er salarisplafonds (of varianten daarop) worden afgesproken. In de NFL heeft de liga een salarisplafond afgesproken dat is vastgesteld op ongeveer 50 procent van de omzet. Amerikaanse sporters verdienen erg ruim, laat daar geen misverstand over bestaan, maar in verhouding tot de omzet is het aanzienlijk minder dan in Europees voetbal. In het seizoen 2011/2012 bedroegen de salarissen bij Premier League clubs bijvoorbeeld gemiddeld zo’n 70 procent van de omzet. In de Serie A was dat zelfs 75 procent.
‘We are a bunch of fat cat Republicans who vote socialist on football.’
De spelerssalarissen zijn met name sinds 1995 grondig uit de klauwen gelopen in het Europees voetbal. In 1990 wilde de Belgische speler Jean-Marc Bosman na het aflopen van zijn spelerscontract verhuizen van Club Luik naar USL Dunkerque. Club Luik blokkeerde de overstap echter, omdat Dunkerque niet bereid was de hoge transfersom te betalen. Onrechtmatig zo oordeelde het Europese Hof van Justitie in 1995 in het geruchtmakende Bosman-arrest. Spelers hadden na afloop van hun contract het recht bij welke club ook te gaan spelen. De uitspraak had grote gevolgen voor de spelersmarkt. Voetballers verworven een sterkere machtspositie tegenover hun clubs. Sinds het Bosman arrest zijn de lonen in de vijf grootste Europese voetballiga’s met 19,1 procent per jaar gestegen (de omzet steeg met 16,2 procent per jaar).  De beste spelers zijn zich sindsdien steeds meer bij de best betalende clubs gaan concentereren. Young Hoon Lee en Rodney Fort deden onderzoek naar de competitieve balans in de Engelse Premier League en constateerden dat sinds 1995 de topteams –meer dan al gebruikelijk- de competitie domineren. VoetbalPoen Aan de inkomstenkant zijn er ook geheel andere spelregels. De verdeling van de 19,6 miljard euro aan Europese voetbalinkomsten tussen clubs is erg ongelijk. De top vijf clubs in de Engelse Premier League, de Duitse Bundesliga en de Franse Ligue 1 behalen ongeveer de helft van de totale liga-omzet, aldus sporteconoom John Vrooman. In de Italiaanse Serie A en de Spaanse La Liga was dat zelfs tweederde. In Spanje is de situatie nog erger, aangezien Barcelona en Real Madrid het recht hebben zelfstandig te onderhandelen over hun uitzendrechten. Gevolg is dat beide clubs ieder seizoen ongeveer 150 miljoen euro aan Spaanse TV-gelden krijgen. Drie keer zoveel als de nummer drie Atletico Madrid. Hiermee heeft het clubduo eigenlijk een permanent dominante positie in de competitie verworven. (Inmiddels is in het Spaanse parlement een wet in voorbereiding die een maximum stelt aan de ratio tussen de TV-inkomsten voor de grootste en de kleinste clubs.) In de Amerikaanse sporten zijn er regelingen binnen de liga die de inkomsten verdelen. In de NFL moeten clubs 40 procent van hun ticketomzet delen met het bezoekende team en alle uitzendrechten en merchandise inkomsten worden gelijk verdeeld over de 32 teams. Dit soort maatregelen zijn er om een gelijk speelveld te garanderen, waarin teams niet dominant kunnen worden door financieel overwicht.

To big too fail

Dat de Europese financiële spelregels niet ideaal zijn, blijkt wel uit het feit dat clubs uit de drie van de vijf grootste voetbalcompetities bij elkaar al vijf jaar op rij verlieslatend zijn. Alleen de Bundesliga (+ 190 mln) en de Premier League (+ 121 mln) hadden een positief operationeel resultaat. Met enige regelmaat komen voetbalclubs dan ook in de financiële problemen. In de praktijk blijken voetbalclubs, zeker de aller-allergrootsten, vaak too big to fail. Als puntje bij paaltje komt, accepteert de lokale gemeenschap zelden de ondergang van een club. Uit een onderzoek van de Groene Amsterdammer in 2012 bleek dat er in de voorgaande vijftien jaar meer dan een miljard euro aan gemeenschapsgeld naar voetbalclubs was gevloeid. Elke club in Nederland had in die periode wel geld ontvangen van de overheid. In de NFL zijn clubs, door alle maatregelen die de kosten drukken en inkomsten verdelen, echter structureel winstgevend.

Conclusie

Er is – logisch ook – in het voetbal een sterke correlatie tussen de totale salarissen en de clubresultaten. Omdat de Amerikaanse sportliga’s een bewust nivelleringsbeleid nastreven om de competitie te waarborgen, is er hier veel minder vaak sprake van sportdynastieën, zo constateerden sporteconomen Buzzachi, Szymanski en Valletti in een onderzoek. De uitzonderingen – in het honkbal zijn de New York Yankees bijvoorbeeld dominant – worden regelmatig ter discussie gesteld. Ondenkbaar in het Europees voetbal. Het is misschien cultureel ietwat bevreemdend dat in de oerkapitalistische Verenigde Staten sportcompetitie is georganiseerd op egalitaire gronden. Terwijl in sociaal-democratisch Europa het winner-takes-all element juist sterk is ingebed in de voetbalcompetitie. Zoals Art Modell, de voormalig eigenaar van het American football team de Cleveland Browns, eens met een fijn gevoel voor ironie opmerkte over zichzelf en zijn collegae clubeigenaren: ‘We are a bunch of fat cat Republicans who vote socialist on football.’