Nederlandse spreekwoorden. Olieverf op eikenhout, 1559
© Public commons / Pieter Bruegel de oudere

Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening, en wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

144 Artikelen

Kunnen we leren van de Q-koorts?

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

Pakt de overheid het coronavirus net zo knullig aan als de uitbraak van Q-koorts? Dat heb ik me de afgelopen weken tijdens mijn onderzoek naar de Q-koortsepidemie voor Pitch Brabant regelmatig afgevraagd.

De overeenkomsten zijn opvallend. Terwijl het aantal besmettingen elke dag toeneemt aarzelde onze overheid – net als 12 jaar geleden – met doortastende maatregelen: eerst mochten we nog naar Italië; carnaval was geen probleem; en we moesten vooral paniek voorkomen. Toen kwam het dringende advies om elkaar niet meer op de wang te zoenen of handen te schudden, en moest een deel van Noord-Brabant – opnieuw de brandhaard – een weekje thuis blijven tot het virus zou zijn uitgewoed. Sinds donderdag gelden beperkende maatregelen voor heel Nederland. Maar de cafés bleven open en met de eerste voorjaarszon puilden in enkele steden de terrassen uit. 

In alle gesprekken voor mijn Q-koortsonderzoek komt het coronavirus ter sprake. Een typisch wicked problem. Zo noemen bestuurskundigen een ingewikkeld vraagstuk waarvan elke oplossing leidt tot weer nieuwe narigheid.

  • Laten we burgers gewoon reizen zolang niet bewezen is dat ze zijn besmet? Dat beperkt de economische schade, maar is voor het virus dé kans om zich verder te verspreiden.

  • Moet iedereen thuis blijven? Hoe moet dat dan met ziekenhuizen, de politie en de brandweer? Dan komen pretparken en scholen stil te liggen, maar ook winkels, transport en allerlei diensten. Als er schakels uit de supply chain worden gehaald, brengt dat mogelijk essentiële diensten zoals de stroom- voedsel en watervoorziening in gevaar. En: de meeste mensen kunnen niet thuis werken.

  • Moet iedereen met koorts en longklachten getest worden? Goed idee, maar daar hebben we de laboratoriumcapaciteit niet voor. Bovendien zou het ten koste gaan van de medisch meest urgente gevallen. De corona-epidemie stopt andere ziekten niet.

  • Sluiten we de grenzen? Dan blokkeren we ook de im- en export van groente, fruit, zuivel en vlees, plus de doorvoer naar de rest van Europa vanuit de Rotterdamse haven. 

En dan weten we nog steeds niet of we de piek van besmettingen hebben bereikt. Of dat het ergste nog moet komen. 

Onzekerheid over de juiste maatregelen is een parallel met de aanpak van de Q-koorts in 2007. Toen duurde de aarzelende aanpak bijna drie jaar, vooral omdat de ministeries van Volksgezondheid en van Landbouw niet op een lijn zaten, en de belangen van de veehouderij het zwaarst lieten wegen. Daar kwam in polderend Nederland uitstel van, met duizenden onnodige besmettingen als gevolg. 

De burger kon bij Q-koorts bovendien moeilijk zelf handelend optreden: de overheid gaf bijzonder weinig informatie aan het grote publiek over de risico’s en preventie. Dat is nu anders. Hoe ontoereikend het op dit moment ook moge klinken: de autoriteiten informeren dagelijks over het coronavirus, en ook over methoden waarmee we onszelf en anderen – hopelijk – kunnen beschermen en verdere verspreiding tegen kunnen gaan. 

Bij Q-koorts deden zorgverleners hun uiterste best, maar de Nederlandse staat liet het er lang bij zitten. Wie besmet was had pech. Zelfs nog in 2009, toen allang duidelijk was dat de bacterie afkomstig was van geitenboerderijen. Nog altijd loopt er een schadeclaim van getroffenen die genoegdoening eisen voor het verloren levensgeluk en teruggelopen inkomsten.

De positie van de patiënt komt aan bod in het komende deel van mijn serie over Q-koorts, volgende week op FTM. Intussen ga ik door met mijn onderzoek. Op zoek naar het antwoord op de vraag: hebben we eigenlijk wat van die epidemie geleerd? En hebben we daar nu wat aan? Volg mij en ik houd je op de hoogte. 

 

Deze column is vrijdag als nieuwsbrief gestuurd naar de volgers van Miro Lucassen en Pitch Brabant