Watersnood is westerse nood

Columnist Jacob Gelt Dekker ziet positieve punten in de watersnoodramp in Pakistan. De westerse 'medelijdenindustrie' daarentegen verkeert in grote morele nood.

 

 
Honderden kilometers  uitgestrekte vlaktes, verdeeld in grote en kleine percelen door ingenieuze netwerken van dammen, dijken en terpdorpen op de uiterwaarden van de machtige Indus rivier, vormen al duizenden jaren de rijke voedselbron voor indrukwekkende beschavingen.  Zoals de Nijl in Egypte, de Eufraat en Tigris in Mesopotamië, zo vormde de Indus steden als Mohenjodaro en Taxila, in de Harapa en Gandara culturen, de basis van de Boeddhistische beschaving.
 
Jaarlijks overdekte wassend rivierwater, als de voedende moeder van alle leven, de productiegronden met een laag vruchtbare slip en waste bovendien met iedere vloed oprukkende verzilting weg. Alleen wanneer de vloed uitbleef, zoals nu al bijna twintig jaarlang, volgden magere jaren, jaren van bittere armoede en hongersnood. Keuterboertjes vluchtten  van hun akkertjes  om in  de troosteloze   krottenwijken van de grote steden nog wat voedsel voor hun gezinnen bij elkaar te scharrelen.
 
Troosteloze kampen
Dit jaar is het eindelijk zover.  Al maanden doen voorspellingen de ronde dat de rivier met een grote vloed de achterstand van tientallen jaren zal inhalen. De verpauperde stadsbevolkingen  toogden met hun laatste muntjes naar offerplaatsen in tempels en moskeen om goden te bezweren toch maar niet van gedachten te veranderen. Langzaam maar zeker kwam er ook een stoet op gang vanuit de steden en de troosteloze kampen, terug naar de uitgedroogde akkertjes. Eerst waren het er honderden, toen duizenden en uiteindelijk miljoenen. Niemand weet precies hoeveel er zijn aangekomen; de ene autoriteit schat dat het er zeker tien miljoen zijn terwijl de andere twintig geteld zou hebben. In lemen hutten en op rieten vlotten wachten ze bij elkaar hurkend in kluitjes op dammen en terpen op het zegenende wassende water.
 
Alle smeekgebeden van de paupers zijn verhoord, het water is gekomen en meer dan men ooit had in zijn stoutste verwachtingen had kunnen dromen. De uitgestrekte uiterwaarden staan onder water zover het oog strekt.  Wel wat verschrikt staren de stedelijke zwervers naar het kolkende water, maar niets en niemand zal hen nog verjagen van hun nieuwe vruchtbare gronden. Het zal wel even duren voor het water weer gezakt is, maar spoedig zullen de opbrengsten alle verwachtingen overtreffen. Er zal voedsel en welvaart zijn in overvloed, voor een ieder. 
 
Rampenindustrie
Wanneer er soldaten en vreemdelingen komen in snelle lawaaiige  boten en in gierende helikopters bekogelen de boeren de zelfingenomen hulpverleners met stenen en verjagen ze. Niemand laat zich ooit meer verdrijven van zijn land. Met het grootst mogelijke weerzin drinken de wachtenden uiteindelijk toch het flessenwater en voedsel dat de boten achterlaten. 
 
De rampenindustrie van het Westen dat zo begaan lijkt te zijn met het lot van duizenden begrijpt er niets van. Goeddoeners die verdreven worden, hoe is dat mogelijk? Geoefende mediamensen proberen ondanks alles het schokeffect op westerse bevolkingen met hun bloedende harten vol medelijden nog wat op te voeren door voortdurend te spreken over duizenden, zo niet miljoenen slachtoffers in Pakistan. Het zieligheidgehalte van slachtoffers ligt nu eenmaal veel hoger dan dat van drenkelingen. Met veel fanfare wordt er zelfs aan herinnerd dat Pakistan in 1953 aan de watersnood van Zeeland wel enkele duizenden kilos thee heeft geschonken.
 
Op de uiterwaarden van de Indus bestaat geen bevolkingsregistratie en niemand weet hoeveel mensen er wonen, geboren worden of sterven; de rampspoedverkondigers kunnen hun fantasie de vrije loop laten, maar een kind kan uitrekenen dat ieder voorgesteld getal berust op niets dan sensationele speculaties.
 
Collectebussen gaan al weer rond, artiesten verdringen zich voor de camera’s en een heel leger van hulpverleners bereid zich voor op een nieuwe reis inclusief hulpverleningsuitdaging, alsof het een werk vakantie betrof. Na de tsunami in Atjeh en Sri Lanka en de aardbeving op Haïti was het toch wat stil geworden. Miljarden aan bijeengebrachte fondsen voor Haïti konden ook al hun bestemming niet vinden en recente aardbevingen in Chili, die veel zwaarder waren dan op Haïti, konden de harten van het Westen niet bewegen.
 
De Indusvloed is een overvloed van het leven schenkende water voor vruchtbare akkers, helaas zo ineens wel iets te veel van het goede. Voor  het Westen is het vooral een watersnood vol dood en verderf, met een hoog zielighheidsgehalte; de moraal van de Westerse medelijdenindustrie lijkt daarbij meer in nood dan de Pakistaanse slachtoffers.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jacob Gelt Dekker

Ondernemer, filantroop, schrijver Jacob Gelt Dekker is een onuitputtelijke bron van verhalen en anekdotes en beschikt over ee...