De Tweede Maasvlakte, aangelegd in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam
© Corné Sparidaens

Nederland ritselt in Brussel vergroeningssubsidie voor Shell

Het kabinet-Rutte III heeft een doelgerichte strategie ingezet om het Europese klimaatbeleid naar zijn hand te zetten. De inzet: de belastingbetaler laten meebetalen aan de omstreden vergroeningsplannen van Shell en de zware industrieën in het Rotterdamse havengebied. Dit halfjaar moet Brussel kleur bekennen.

Dit stuk in 1 minuut
  • Follow the Money onderzocht de gelijkenissen tussen het vergroeningsscenario dat olie- en gasconcern Shell 4 jaar geleden lanceerde, en het klimaatbeleid van het huidige kabinet. 
  • Op basis van gesprekken met bronnen en opgevraagde documenten, kan nauwgezet worden gereconstrueerd hoe achter de huidige politieke plannen voor een waterstofstrategie, in feite een grootschalig, gesubsidieerd CO2-opslagbeleid schuilgaat, ingestoken door ’s werelds grootste vervuilers. 
  • De hoofdprijs voor deze lobby is toegang te verkrijgen tot de Europese subsidiepotten in het kader van de Green Deal. De Nederlandse overheid helpt daar enthousiast aan mee. Tegen de zomer zal duidelijk zijn hoe succesvol deze inzet is.
Lees verder

De kleuren vliegen de aanwezigen om de oren tijdens een discussie over energiebeleid, eind juni 2019 in het grauwe kantoor van nieuwsorganisatie Euractiv. Het Brusselse pand staat in de schaduw van het massieve Berlaymont, het hoofdkwartier van de Europese Commissie. Ursula von der Leyen, beoogd voorzitter van de EC, werkt daar aan haar plannen voor een baanbrekend Europees klimaatprogramma. Het moet een Green Deal worden, waarbij alle betrokken industrieën, landen en milieuorganisaties zich committeren aan plannen voor het radicaal terugdringen van de CO2-uitstoot. De transitie zal worden gefaciliteerd met honderden miljarden aan belastinggeld.

Maar zover is het nog niet. De nieuwe Europese Commissie zal pas maanden later worden geïnstalleerd, en van een Green Deal heeft haast niemand gehoord. Toch nemen op deze zomerse junidag twee EU-ambtenaren en diverse lobbyisten een voorschot op de onderliggende vraagstukken. Sponsor van het debat is olie- en gaskoepel IOGP, met leden als Shell, ExxonMobil en Total. Het onderwerp: een energievorm die nog weinig bekendheid geniet, maar volgens de meeste panelleden de sleutel vormt tot een afgewogen Europees klimaatbeleid – waterstof. 

Welke kleur, klinkt het geregeld: grijs, blauw, of groen? Daar gaat het nu even niet om, meent een van hen. Zijn naam: Noé van Hulst. Hij is als speciale ‘waterstofgezant’ bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aangesteld om internationale steun te vinden voor het Nederlandse klimaatbeleid. Feitelijk wordt daar dan nog over onderhandeld aan de ‘klimaattafels’, onder leiding van VVD-coryfee Ed Nijpels; en juist over de rol van waterstof bestaat veel onenigheid tussen de industrie en milieuorganisaties. Maar voor Van Hulst ligt de inzet al vast: ‘Wij stimuleren zowel groene als blauwe waterstof.’

‘Het gaat er gewoon om dat je de grijze waterstof gaat vergroenen’

Hij legt de aanwezigen uit wat hij bedoelt. Waterstof is een energiedrager, waarmee zowel fossiele energie als groene energie door pijpleidingen kan worden vervoerd. Met name de zware industrie – die goed vertegenwoordigd is in het Rotterdamse havengebied – maakt er gebruik van. Momenteel betreft het vooral de fossiele variant, gebaseerd op aardgas; dat heet dan grijze waterstof. Maar volgens Van Hulst zouden uiteindelijk ook wind- en zonne-energie op deze manier omgevormd kunnen worden: groene waterstof. Wind- en zonne-energie is er nu echter nog te weinig. en bovendien gaat er bij het omzettingsproces veel energie verloren. Een tussenoplossing zou daarom zijn om de CO2-uitstoot die met de grijze variant gepaard gaat, af te vangen en onder de grond op te slaan: dan heet het blauwe waterstof. Zoals Van Hulst stelt: ‘Het gaat er gewoon om dat je de grijze waterstof gaat vergroenen.’

Topoverleg

Dat idee komt niet uit de koker van Van Hulst, noch uit die van iemand anders op zijn departement. Uit documenten over de klimaatlobby die SOMO, de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, bij de Rijksoverheid heeft opgevraagd, blijkt dat de plannen het ministerie vanuit de fossiele industrie zijn aangereikt, twee jaar eerder.

Op 2 juni 2017 wordt op de afdeling ‘Energie en omgeving’ van EZK een memo opgesteld. Het stuk dient als voorbereiding op een verkennend gesprek op ambtelijk niveau dat enkele dagen later zal plaatsvinden, met onder andere het Havenbedrijf Rotterdam, de exploitant van het Rotterdamse haven- en industriegebied (waar voormalig Shell-man Allard Castelein aan het roer staat), en de Gasunie. Samen met andere multinationals hebben zij het plan opgevat voor een veelomvattend infrastructureel project, waarbij de hulp van de overheid onmisbaar is. Het nieuwe kabinet-Rutte III, dan nog in formatie, moet volgens hen bijdragen om het te doen slagen.

In de memo zet het ministerie de plannen van de lobby uiteen: die wil een volledige infrastructuur voor grootschalige afvang en opslag van CO2 aanleggen (CCS), ten behoeve van de zware industrieën bij de Rotterdamse haven. Het zou betekenen dat pijpleidingen worden doorgetrokken, CO2-opvangfaciliteiten worden bijgebouwd en lege aardgasvelden onder de Noordzee beschikbaar komen voor opslag. Volgens de initiatiefnemers zou dat ‘imagovoordeel’ opleveren, dankzij de CO2-reductie, maar vooral is het voorstel interessant als ‘vestigingsfactor’. Zoals in de memo staat: ‘Wanneer een groot aantal bedrijven dichtbij elkaar CO2 afvangen en transporteren richting opslag (CO2-hub of cluster), kan dit kostenvoordelen met zich meebrengen door schaalvergroting. Een hub in het Rotterdamse havengebied is ook bruikbaar voor CO2 uit België of Duitsland.’

De lobby vraagt de overheid borg te staan voor ‘significante risico’s als de langetermijn-verantwoordelijkheid van de opslag’

De plannen wekken de interesse van de top van het ministerie. Het klinkt immers als een win-win-scenario: én de CO2-uitstoot terugbrengen, én een nieuw en potentieel winstgevend industriebeleid aanboren. Later die zomer wordt er een ‘topoverleg’ gepland, waar naast vertegenwoordigers van het Havenbedrijf Rotterdam en de GasUnie ook andere initiatiefnemers aanwezig zijn, zoals Shell (dat al een waterstoffabriek bij Pernis heeft) en het Arabische energie-infrastructuurconcern Taqa (dat een leeg aardgasveld onder de Noordzee exploiteert).

Uit de opgevraagde documenten blijkt wat de industrie tijdens deze ontmoeting aan de Nederlandse regering vraagt. Behalve een hoop geld en een lobby bij de EU voor extra fondsen en gunstige regelgeving, verzoekt de industrie de overheid om de aansprakelijkheid op zich te nemen ‘ten aanzien van transport en opslag’ van de energie, en bij voorkeur borg te staan voor ‘significante risico’s als de lange termijnverantwoordelijkheid van de opslag’.

In een later overleg suggereren de ambtenaren zelfs dat de bedrijven zouden kunnen doen alsof ze vinden dat de CO2-opslagambities aan de hoge kant zijn, maar dat ze akkoord gaan omdat het hen duidelijk is dat het ‘noodzakelijk is om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen’. Het verhaal moet kennelijk een vast stramien hebben: de overheid verzint ingrijpende klimaatplannen, waar de industrie zich lijdzaam aan onderwerpt.

Waterstofcoalitie

De plannen van de lobby vinden ook hun weg naar het regeerakkoord dat de VVD, het CDA, D66 en de ChristenUnie in oktober van dat jaar sluiten, onder toeziend oog van VVD-informateur Gerrit Zalm (tevens commissaris bij Shell). Hoewel de coalitie de exacte invulling van het klimaatbeleid nog wil uitwerken, wordt in het regeerakkoord al vastgelegd dat de ‘afvang en opslag van koolstofdioxide’ daarin een prominente rol krijgt. Op de kortere termijn is dat voor Nederland ook bijna onontkoombaar, als we de Europese klimaatdoelstellingen van 2030 willen halen. 

Niettemin ligt CO2-opslag gevoelig. Zeven jaar eerder, in 2009 en 2010, hadden plannen om CO2 onder Barendrecht op te slaan, tot verhitte protesten geleid. De inwoners waren bang voor lekken en grondverschuivingen en wantrouwden de intenties van uitbater Shell. Van CO2-opslag onder de Noordzee, in plaats van onder een woonwijk, wil het olie- en gasbedrijf dan niet horen: te duur, te afhankelijk van andere partijen. Het project werd afgeblazen.

"In het regeerakkoord wordt de doelstelling voor het opvoeren van hernieuwbare energie losgelaten. De volledige focus ligt op CO2-reductie"

Maar in 2017 is Shell van gedachten veranderd. Desgevraagd zegt het bedrijf dat opslag onder zee nu wel een optie is, omdat er wordt samengewerkt ‘in een brede industriecoalitie’ en de verwachte stijging van CO2-prijzen deze aanpak rendabeler maakt. Den Haag is in elk geval blij met de draai. Het kabinet belooft in het regeerakkoord in overleg te gaan ‘met het Havenbedrijf Rotterdam en de in het havengebied actieve bedrijven’ over het benutten van ‘het grote potentieel’ in die regio. Tegelijkertijd wordt de doelstelling voor het opvoeren van hernieuwbare energie (zoals wind of zon) losgelaten. De volledige focus ligt op CO2-reductie. Wat de nieuwe coalitie betreft, hoeven olie- en aardgas dus niet per sé door zon en wind vervangen te worden, zolang de vervuilers hun uitstoot maar wegwerken of compenseren.

Over waterstof heeft in Den Haag dan nog niemand het, laat staan dat er wordt nagedacht hoe de productie daarvan op termijn zonder aardgas kan, maar uitsluitend door zonne- of windenergie aan te wenden. Dat is ook niet de insteek van de industrie. Die wil gewoon overleven.

Uitweg voor de industrie

Nadat eind 2015 de internationale klimaatafspraken in Parijs zijn ondertekend, zitten de fossiele bedrijven immers met een groot probleem. Naast een concrete doelstelling om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan, is afgesproken dat de besteding van overheidsmiddelen voortaan de groene energietransitie moet ondersteunen. Dat zou betekenen dat er een eind komt aan de decennialange steun van overheden aan de fossiele industrie, waardoor olie- en gasbedrijven altijd konden rekenen op gulle subsidies, fiscale voordeeltjes en warme politieke banden.

Tijdens het World Economic Forum in Davos in 2017 verenigen dertien ceo’s van multinationals zich in de ‘Hydrogen Council’

De sector zint daarom op een ontsnappingsroute, die begin 2017 wordt afgetikt tijdens het World Economic Forum in het Zwitserse Davos. Dertien ceo’s van machtige multinationals, onder wie de Nederlandse Shell-topman Ben van Beurden, verenigen zich in de ‘Hydrogen Council’, het Waterstofberaad. Hun pleidooi: de wereld moet waterstof omarmen als onmisbare bouwsteen voor de overgang naar duurzame energie, om de klimaatdoelen van Parijs te kunnen halen. Ook de overheden moeten daarin een belangrijke rol gaan spelen, als facilitators van deze transitie.

De aankondiging levert weinig publiciteit op. Het fenomeen is te onbekend, de consequenties zijn onduidelijk. De verwijzingen naar CO2-opslag in het bij het persbericht geleverde rapport worden überhaupt niet opgepikt. De industrie kan daardoor in alle rust haar plannen verder uittekenen. In maart 2018 lanceert bijvoorbeeld Shell officieel zijn ‘Sky scenario’, waarin stapsgewijs is uitgewerkt hoe de wereld de CO2-uitstoot tegen 2050 kan hebben gehalveerd. Opnieuw speelt daarin de afvang en opslag van CO2 een centrale rol. Zoals David Hone, Shells klimaatadviseur, het zegt: ‘In 2070 heeft “Sky” bereikt dat er netto geen uitstoot meer is in het energiesysteem. Maar het gebruik van fossiele brandstoffen is lang niet voorbij.’

Het nationaal klimaatakkoord

Nederland is een van de eerste landen waar de lobby van de Hydrogen Council voet aan de grond krijgt. Wanneer het tweede kabinet Rutte ten einde loopt, bungelt ons land in Europa onderaan in het verwezenlijken van de klimaatdoelstellingen. Het Rotterdamse voorstel om grootschalig CO2 op te vangen en op te slaan, valt daarom in goede aarde. Maar ondanks de steun van EZK en de plannen in het regeerakkoord, is het zaak de afspraken ook in het nationaal klimaatakkoord te krijgen. Concreet betekent dit dat milieuorganisaties ermee moeten instemmen.

Duidelijk is dat het heel moeilijk zal worden aan de industrie-klimaattafel de handen op elkaar te krijgen. Joris Wijnhoven, indertijd campagneleider bij Greenpeace, waarschuwt vlak voor aanvang van de gesprekken in december 2017 dat het kabinet ‘veel te veel’ inzet op het opvangen van CO2. Hij noemt dat tegenover NRC Handelsblad een ‘krankzinnige’ ambitie. De groene lobby wil best praten over CO2-opslag, maar slechts als tijdelijk middel, niet als doel. Fossiele brandstoffen moeten zo snel mogelijk volledig door groene energie worden vervangen. Wijnhoven dreigt: ‘Als de afspraken in het regeerakkoord in beton gegoten zijn, denk ik niet dat praten over een nieuw [klimaat]akkoord veel zin heeft.’

Tijdens de onderhandelingen aan de klimaattafels werkt EZK achter de schermen verder aan de CO2-opslagplannen

De waarschuwing is aan dovemansoren gericht. Uit de opgevraagde stukken blijkt dat EZK tijdens de onderhandelingen aan de klimaattafels achter de schermen verder werkt aan de CO2-opslagplannen met het Rotterdamse consortium. In april 2018 vraagt een ambtenaar zich nog even af of het wel correct is dat er ‘parallel aan de onderhandelingen van het klimaatakkoord’ hierover verder wordt gesproken, en of de industrietafel eigenlijk niet ‘de aangewezen plek’ is verder te praten. Het Havenbedrijf Rotterdam antwoordt dat het ‘wel degelijk de afspraak is geweest de topoverleggen voort te zetten’.

Anderhalf jaar praten later laat Greenpeace weten het nationaal klimaatakkoord niet te zullen tekenen. De activisten vinden dat er niet wezenlijk naar hen is geluisterd. Een van hun belangrijkste bezwaren: het halsstarrig inzetten op ruime subsidie-opties voor CO2-opslag, precies het punt waarbij de organisatie van meet af aan vraagtekens zette. Greenpeace vreest dat dit ten koste gaat van groenere alternatieven.

Minister Eric Wiebes (EZK) vindt het mooi geweest. Dan maar alleen met de industrie verder. Er is immers haast geboden: het is 2019 en de Europese verkiezingen staan voor de boeg, waarna een nieuwe Europese Commissie haar antwoord zal formuleren op het klimaatakkoord van Parijs. Om in Brussel fondsen los te peuteren, moet Nederland zorgen daar van meet af aan een stevige vinger in de pap te hebben. Niet voor niets heeft Wiebes al in oktober 2018, lang voordat het klimaatakkoord is afgerond, ‘waterstofgezant’ Van Hulst aangesteld om de geesten rijp te maken. Alleen met doortastend optreden kan de Nederlandse industrie profiteren van de verwachte Europese miljarden aan vergroeningsmaatregelen.

Op naar Brussel

Gelukkig vindt het kabinet bij zijn opmars naar Brussel een machtige bondgenoot: Duitsland. In 2019 loopt gezant Van Hulst namens minister Wiebes de deuren plat in de hoofdstad Berlijn en in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. In die deelstaat ligt het Ruhr-gebied, net als het havengebied Rotterdam een regio vol zware industrie. Wiebes zelf knoopt op de hoogste niveaus contacten aan met de Duitsers, die al gauw laaiend enthousiast zijn over de plannen. Zij zien er wel brood in als hun CO2-afval op relatief betaalbare wijze kan worden afgevoerd naar de Noordzee, via het bestaande Nederlandse aardgasnetwerk. Andersom kan dan – in theorie, en op termijn – de groene energie van de windmolens op zee aan de Duitse of Nederlandse kust worden opgeslagen in de vorm van waterstof, en wanneer nodig naar het Ruhrgebied worden vervoerd.

Wiebes laat weten ‘het sentiment’ te begrijpen, maar benadrukt dat groene subsidies nu eenmaal open staan voor alle bedrijven

Nederland hangt deze lobby-activiteiten niet aan de grote klok: officieel wordt er immers nog volop onderhandeld over het nationaal klimaatakkoord. Bovendien komt Shell weer eens onder vuur te liggen, nadat blijkt dat het amper belasting betaalt in Nederland, maar door de jaren heen wel volop heeft geprofiteerd van milieusubsidies, onder meer voor proefprojecten rond CO2-afvang- en opslag. In reactie op de commotie laat Wiebes weten ‘het sentiment’ te begrijpen, maar hij benadrukt dat groene subsidies nu eenmaal open staan voor alle bedrijven.

Dossier

De prijs van een groen Europa

Met de zogeheten ‘Green Deal’ wil de Europese Commissie de economie van de Europese Unie in een rap tempo vergroenen. Een van de doelstellingen: in 2050 moet de EU volledig CO2-neutraal zijn. In dit dossier analyseren we naar de belangen erachter, de strijd om het geld en wie er aan het langste eind trekken.

Volg dit dossier

Intussen werkt Wiebes gestaag verder aan nieuwe subsidieplannen voor de CO2-afvalverwerking van Shells aardgasproductie. Duitsland is aan boord en ook andere Europese landen tonen interesse: de weg naar Brussel ligt open voor de waterstoflobby. Met name 2020 kenmerkt zich door een massief offensief jegens de Europese Commissie, met de gasindustrie voorop, verenigd in verschillende koepelorganisaties. Maar in plaats van openlijk in te zetten op het promoten van CO2-opslag – een omstreden klimaatmaatregel, omdat die de fossiele industrie in stand houdt – verkopen de belangenbehartigers hun plannen eufemistisch als ‘de waterstofstrategie’.

Het verhaal is dat Europa uiteindelijk toe moet naar een ‘waterstofeconomie’, die volledig op groene energie steunt. Brussel moet zorgen dat de benodigde infrastructuur – zoals pijpleidingen en elektrolysers, die met behulp van stroom water omzetten in waterstof – zo snel mogelijk van de grond komt. Maar omdat er vooralsnog niet genoeg zonne- en windenergie is om aan de enorme vraag van de industrie te voldoen, moeten er in de tussentijd middelen worden vrijgespeeld om blauwe waterstof te stimuleren. Zoals de lobbyist van gaskoepel IOGP het verwoordt: 'Als het Europa ernst is met waterstof, moet het daarbij alle duurzame manieren betrekken om dat te produceren.'

EU-fondsen

Ook de Nederlandse overheid zet haar lobby begin 2020 in de volgende versnelling. Het jaar erna zal de Europese Commissie immers beslissen over de rol van waterstof in tal van reguleringen en fondsen. Daaronder vallen het honderden miljarden tellende coronaherstelfonds (Next Generation EU), de staatssteunregels voor het toelaten van nationale subsidies voor groene projecten, de energie-infrastructuurregelingen (TEN-E), de taxonomie van duurzame investeringen en de duurzaamheidsrichtlijn die bepaalt welke projecten als ‘groen’ worden aangemerkt (Renewable Energy Directive); allemaal gerelateerd aan de Green Deal.

Op 30 maart 2019 informeert minister Wiebes de Tweede Kamer netjes over de waterstofvisie van het kabinet, waarna het echte werk kan beginnen. In april verspreiden de Nederlandse ambtenaren in Brussel Wiebes’ ideeën over de besteding van het gigantische coronafonds. Nederland benadrukt daarin opnieuw dat Europese regelingen en fondsen op alle mogelijke manieren ondersteunend moeten zijn aan waterstof- en CO2-opslagprojecten. Met name projecten die al ‘in de pijplijn zitten’, zoals de plannen bij Rotterdam (inmiddels ‘Porthos’ gedoopt), moeten worden ‘versneld en geprioriteerd’.

Wel of geen kernenergie?

Saillant detail is het kabinet in Brussel – onder verwijzing naar een eerder door Europa opgestelde ‘ uitsluitingslijst ’– bepleit dat kernenergie niet van het coronaherstelfonds mag profiteren. In eigen land stelt regeringspartij VVD juist al jaren dat ook kernenergie overwogen moet worden in de zoektocht naar oplossingen voor het klimaatprobleem. Afgelopen september brak VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff daar opnieuw een lans voor, tijdens het debat over de Rijksbegroting. Op basis van een pijlsnel in elkaar gedraaid rapportje meldde partijgenoot Wiebes toen dat kernenergie inderdaad een serieus te overwegen optie is.

Desgevraagd benadrukt EZK nu dat de verwijzing naar de uitsluitingslijst destijds was bedoeld ‘als startpunt’, maar dat zo’n lijst voor het herstelprogramma nog inhoudelijke herziening zou vergen. ‘De Nederlandse positie ten aanzien van kernenergie is onveranderd gebleven,’ aldus de woordvoerder. ‘Dat wil zeggen: kernenergie als CO2-arme energiebron is niet uitgesloten in de Nederlandse energiemix.’ Daarmee stelt Nederland zich in feite achter het standpunt dat de Europese Commissie vooralsnog inneemt: officieel niet tegen kernenergie, maar het hoeft ook niet gestimuleerd te worden.

Lees verder Inklappen

Tegenwind

In eerste instantie werpt de Duits-Nederlandse waterstoflobby zijn vruchten af, dankzij de korte lijntjes met de top van de Europese Commissie. In juli 2020 lanceert de Nederlandse Eurocommissaris Frans Timmermans (PvdA) zijn vergroeningsplannen, als uitwerking van de Green Deal die de Duitse Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen het jaar ervoor had aangekondigd. ‘Waterstof is hot’, citeert De Telegraaf Timmermans. De nadrukt ligt volgens hem overigens op groene waterstof, vervaardigd met zonne- of windenergie. Niettemin houdt de Europese Commissie expliciet de deur open voor CO2-opslag als transitiemiddel. Zoals Timmermans het zelf verwoordt tegenover De Telegraaf: ‘Deze strategie past naadloos bij de ambities van het Nederlandse kabinet.’

Tegelijkertijd laait in dezelfde maanden voor het eerst echt discussie op over de Nederlandse klimaataanpak. Terwijl ook Groningen inmiddels met de GasUnie en Shell immense waterstofplannen opstelt, verschijnen in diverse media kritische artikelen. De berekeningen van het kabinet rammelen aan alle kanten, waarschuwen experts. De kans is groot dat er ook op de langere termijn te weinig wind- en zonne-energie beschikbaar is om de waterstofproductie geheel te vergroenen, mede omdat er bij het omzettingsproces veel energie verloren gaat. Door fors in te zetten op waterstof riskeert het kabinet dat er fossiele brandstoffen moeten worden gebruikt dat proces te faciliteren. Zo zullen de subsidies die EZK optuigt voor ‘vergroening’ van de industrie alsnog fossiele bedrijven als Shell ten goede komen. Erger: uit diverse studies blijkt dat er een reëel risico is dat de nieuwe installaties het komende decennium voor meer CO2-uitstoot zullen zorgen, niet minder.

Marcel Beukeboom is sinds 2016 de Klimaatgezant van de Rijksoverheid. Ook hij ziet een belangrijke rol weggelegd voor waterstof. Maar de ambtenaar, inmiddels aspirant-Kamerlid (D66), hamert erop dat er juist innovatie nodig is om de groene variant op termijn betaalbaar te maken. Wat hem betreft moet daar het geld naartoe, naast efficiencyverhoging en energiebesparing. ‘In de kabinetsplannen speelt CO2-opslag een zeer grote rol in het terugdringen van de uitstoot. Maar blauwe waterstof is geen innovatie, dat kunnen we al. Ik zou liever inzetten op hernieuwbare energievormen, zoals wind- en zonne-energie. Want hoe langer je daarmee treuzelt, hoe meer je die CO2-opslag nodig hebt om je reductiedoelen te halen.’

Eind 2018 wees de Europese Rekenkamer erop dat alle EU-initiatieven om CO2-opslag van de grond te krijgen, zijn gestrand

Ook elders in Europa worden kritische noten gekraakt over CO2-opslag. Al in het najaar van 2018 verscheen een rapport van de Europese Rekenkamer, die erop wijst dat alle EU-initiatieven om CO2-opslag van de grond te krijgen, zijn gestrand. Zo is afgelopen decennium in Nederland geprobeerd om nabij Rotterdam de infrastructuur daarvoor te ontwikkelen (het ROAD-project), niet op basis van gas maar met kolen, rijkelijk overgoten met nationale en Europese subsidies. Maar in 2017 werd de stekker uit het project getrokken, nog voor het goed en wel was gestart. Gebrek aan draagvlak, een rammelende organisatie en onzekere financiering werden als verklaring aangevoerd. De bijbehorende splinternieuwe kolencentrale werd wel op tijd voltooid.

Bovendien ontstond bij milieuorganisaties argwaan door de jubelstemming bij de fossiele industrie. Lobbywaakhond Corporate Europe Observatory publiceerde in november 2020 een uitgebreid rapport over de ‘ waterstofhype ’, waarin de onderzoekers blootleggen hoezeer met name de gasindustrie op alle niveaus haar eigen belangen in de Europese vergroeningsplannen weet te fietsen. Ook Europese lidstaten die juist fors hebben geïnvesteerd in bijvoorbeeld zonne-energie, worden wakker. Zij vrezen niet alleen dat de fossiele bedrijven straks een flinke hap uit de duurzaamheidsfondsen zullen nemen, maar ook dat hún schone energie daardoor minder rendabel zal zijn. Hun tegenstanders, Nederland en Duitsland voorop, en met een stille meerderheid van de lidstaten achter hen, volharden echter in hun strategie voor CO2-opslag. In hun ogen is dat de meest kostenefficiënte transitiemethode om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen.

De Commissie is aan zet

De komende maanden moet de Europese Commissie kleur bekennen in dit belangencircus. Mag alleen groene waterstof aanspraak maken op de Brusselse miljarden, of kan ook blauwe waterstof op steun rekenen? De signalen zijn wisselend. Dat de Commissie de Nederlandse insteek niet klakkeloos overneemt, blijkt uit haar afwijzing afgelopen september van Wiebes’ plannen om waterstofproductie te ondersteunen met subsidie. De Commissie schatte het risico te groot dat de voorstellen eerder tot meer dan tot minder CO2-uitstoot zouden leiden. Maar andere aspecten van de plannen van het Havenbedrijf Rotterdam en Shell boekten wel succes: wat Brussel betreft mag Nederland gebruik maken van een uitzondering op de staatssteunregels om CO2-opvang en -opslag te subsidiëren. De eerste Europese miljoenen zijn reeds beschikbaar gesteld voor de aanleg van de benodigde infrastructuur.

‘We managen dit op dezelfde manier als we alle transities managen,’ aldus Samsom, ‘stapsgewijs en zorgvuldig’

Mogelijk bieden de uitlatingen van voormalig PvdA-leider Diederik Samsom houvast. Hij is sinds 2019 kabinetschef van Timmermans en houdt zich bezig met de Green Deal. Tijdens een Euractiv-evenement afgelopen november, dit keer gesponsord door het Italiaanse elektriciteitsbedrijf Enel, legde Samsom uit dat groene waterstof weliswaar het doel is, maar dat aan een transitieperiode met CO2-opslag niet valt te ontkomen. ‘We moeten de vraag en aanlevering van waterstof versnellen en dat kan alleen [..] als we ook blauwe waterstof een rol geven,’ zei hij. Hij benadrukte dat naarmate de technologie vordert en er meer groene energie voorradig is, het zaak is de CO2-opslagsubsidies tijdig af te knijpen, zodat ze schonere alternatieven niet doorkruisen. ‘We managen dit op dezelfde manier als we alle transities managen,’ aldus Samsom, ‘door stapsgewijs en zorgvuldig die transitie te financieren en die financiën terug te trekken zodra dat nodig is.’

En Shell? Afgelopen donderdag presenteerde het olie- en gasconcern zijn nieuwste plannen . Hoewel de CO2-reductiedoelstellingen daarin verder zijn aangescherpt, ziet Shell geen noodzaak vol in te zetten op schonere energiebronnen. Verreweg het grootste deel van de jaarlijks 19 tot 22 miljard euro van het investeringsbudget, gaat nog altijd naar fossiele activiteiten.

Ter compensatie van die uitstoot presenteert Shell twee oplossingen: bomen planten en CO2-opslag. Of liever gezegd: heel veel bomen, en heel veel opslag. Volgens Shell zullen, dankzij dit verduurzamingsmodel, hun aandelen zelfs ieder jaar meer waard worden. Mede dankzij de gulle bijdrage van de belastingbetaler.