https://pixabay.com/nl/photos/toevoegingen-berekeningen-resultaat-2278416/
© jackmac34 @ Pixabay

Weersta het nuttigheidsdenken

1 Connectie

Onderwerpen

coronacrisis
57 Bijdragen

Van een mislukking leer je soms meer dan van een succes, zij het vaak iets anders dan waarop je hoopte. Hans Schnitzler pleit voor minder doelmatigheidsdenken – minder utilisme. Van hem mogen de nuttigheidsdenkers, die de werkelijkheid reduceren tot een simpele rekensom, een toontje lager zingen.

Kan iets wat op een mislukking uitdraait toch een succes zijn? Ja, dat kan. Neem de veelbesproken #appathon. Doel van die exercitie was ‘om de werking van nieuwe corona-apps te kunnen testen en verbeteren,’ aldus het ministerie van VWS. Na een voorselectie mochten zeven teams hun applicatie presenteren, hun pitches werden gelivestreamd via YouTube en in realtime van Twitter-commentaar voorzien door onder andere tech-journalist Daniël Verlaan. Zelfs digibeten konden zich hierdoor, in weerwil van termen als ‘toestemmingsinfrastructuren’ en ‘DP3T-protocollen’, een beeld vormen van alle mitsen en maren die onlosmakelijk verbonden zijn aan digitale oplossingen voor analoge problemen.

Na een weekendje prijsschieten door geëngageerde nerds, epidemiologen, tech-journalisten en privacy-waakhonden bleek geen van de apps aan de kwaliteits- en privacy-waarborgen te voldoen. Opgejaagd door de gemene gluiperd Covid-19 had de overheid zich ernstig vergaloppeerd aan deze openbare marktconsultatie en stond ze aan het einde van de rit met lege handen. ‘Ministerie kleunt mis met appathon’, kopte NRC Handelsblad.

De technisch-ethische dilemma’s kwamen op tafel te liggen, en er ontstond een levendig debat over technologie

Wanneer je de uitkomst beziet in termen van doelen en middelen, zou je inderdaad van een echec kunnen spreken. Het middel kraakte in al zijn rommelige voegen en het doel – een werkbare, slimme toepassing ter bestrijding van het coronavirus vinden – bleef ruimschoots buiten bereik. Omdat het doel de middelen heiligt, en omdat ‘uithuilen en opnieuw beginnen’ buiten de doelstelling viel, kon de appathon niet anders dan als een flop worden beschouwd.

Wie evenwel afstand neemt van het doel-middel-denken, ziet iets anders. Een overheid die de deuren wagenwijd open gooit tijdens een precaire beslissingsprocedure en de samenleving uitnodigt om mee te denken en mee te praten: veel democratischer wordt het niet. Door een kijkje in de keuken te geven, kwamen de technisch-ethische dilemma’s op tafel en ontstond een levendig publiek debat over de inzet van technologie. Ik had het een paar jaar geleden niet durven dromen, en wat mij betreft smaakt dit naar meer.

Toch vrees ik dat onze beleidsmakers zullen denken: ‘dat was eens maar nooit weer’. Internetpionier Marleen Stikker waarschuwde al voor de reflex om na alle kritiek een terugtrekkende beweging te maken en het proces alsnog in de achterkamertjes van het ministerie te laten plaatsvinden. Tijdens de hoorzitting van de Tweede Kamer over corona-apps, dat na het appathon-debacle plaatsvond, riep zij de politiek op om de discussie zo breed en transparant mogelijk te houden. ‘Zet de samenleving mee aan tafel,’ spoorde ze de Kamerleden aan. Met de aankondiging van minister Hugo de Jonge dat het ministerie nu zelf een app laat bouwen, heeft het er alle schijn van dat de samenleving van tafel is gestuurd.

Hoe jammer ook, deze reactie beantwoordt aan een ethisch beginsel dat in onze contreien bijzonder populair is, dat nauw samenhangt met het doel-middel-denken en dat in het coronadebat voortdurend de kop opsteekt. Dit beginsel stelt dat je elke handeling moet beoordelen naar de uitkomsten die het genereert en luistert naar de naam gevolgenethiek, in filosofische kringen ook wel bekend als teleologische ethiek (afgeleid van het woord telos, dat ‘doel’ betekent.) Vanuit dit perspectief bezien is er maar een maatstaf om te beoordelen of een handeling juist of onjuist is, namelijk: hoe wenselijk of onwenselijk zijn de consequenties ervan.

"De zinsnede ‘het middel mag niet erger zijn dan de kwaal’ wijst meestal op een utilistische denktrant"

Nu zult u zich misschien afvragen: hoe bepaal je nu of een consequentie wenselijk of onwenselijk is? Gelukkig is er een slag filosofische rekenmeesters – de zogeheten utilisten, die met name in neoliberale kring veel aanhang hebben – die daar een vernuftige oplossing voor hebben bedacht. Alles wat onder de streep leidt tot een toename van nut mag als een geslaagde onderneming worden beschouwd, waarbij nut wordt begrepen in termen van geluk. Kortom, nuttig zijn al die handelingen die de hoogste mate van geluk opleveren voor het grootste aantal mensen.

De zinsnede ‘het middel mag niet erger zijn dan de kwaal’ wijst meestal op een utilistische denktrant. Bekende vertegenwoordigers van deze filosofische gelukscalculus zijn opiniemaker Jort Kelder (‘Hoeveel economische schade is het redden van obese 80-plussers ons waard’), stemmingmaker Marianne ‘dor hout’ Zwagerman en vastgoedondernemer Klaas Hummel, die op een bierviltje wist uit te rekenen dat het effect van de lockdownvele malen erger is dan het aantal te verwachten coronadoden en die derhalve de thuisblijvende bevolking opriep in opstand te komen.

Is geluk wel een nastrevenswaardig ideaal, en hoe je krijg je zo’n fluïde gemoedstoestand in een spreadsheet?

Een nuttigheidsbenadering kan best behulpzaam zijn bij het doordenken van een moreel dilemma. Tegelijkertijd zitten er nogal wat haken en ogen aan, zeker wanneer men zich blindstaart op een dergelijke verlies- en winstredenering. Zo menen utilisten, impliciet dan wel expliciet, dat zij alle gevolgen van een handeling kunnen overzien. Helaas blijkt de praktijk een stuk weerbarstiger; middelen kunnen effecten genereren die hun doel ver voorbij schieten, in positieve of negatieve zin. Dan is er nog het bezwaar dat het principe van ‘hoogste geluk (of nut) voor het grootste aantal’ kan leiden tot allerlei vormen van uitbuiting en onrecht. Vanuit deze opvatting zou je namelijk tot de conclusie kunnen komen dat het de samenleving als geheel ten goede komt wanneer we alle 80-plussers met het coronavirus zouden injecteren. Voorts is er nog de meer filosofische vraag of geluk wel een nastrevenswaardig ideaal is en hoe je zo’n fluïde gemoedstoestand in een spreadsheet krijgt, oftewel: objectief meetbaar maakt.

Nu de exit-strategieën in zicht komen, komen de morele dilemma’s op scherp te staan. Wat dit aangaat wordt deze fase waarschijnlijk de spannendste en interessantste van de coronacrisis, vooral in politiek opzicht. Wanneer, voor wie en op basis van welke criteria is een versoepeling van de lockdown te rechtvaardigen? Tot hoever mogen de gezondheidsgrafiekjes weer verslechteren ter beperking van de sociaal-economische schade? Ook met betrekking tot de vraag wat deze crisis betekent voor de inrichting van de post-coronasamenleving dient zich een fundamentele waardenstrijd aan. Gaan we door op het pad van oneindige economisch groei of ontstaat er ruimte voor een alternatief welzijnsbegrip? Komt het primaat wederom bij de markt te liggen of trekt de staat het initiatief naar zich toe? Bij dit alles zouden de nuttigheidsdenkers, die de werkelijkheid reduceren tot een simpele rekensom, wat mij betreft een toontje lager mogen zingen. Want het is precies hun spreadsheet-terreur die de afgelopen decennia heeft geleid tot een verschraling van de zorg, het onderwijs en andere ‘vitale’ publieke diensten, waarvan de BV Nederland meende dat zij onder de streep meer kosten dan ze opleverden.

Of deze crisis een historisch scharnierpunt zal zijn, een bezinning waarbij we rekenschap afleggen voor de miskleunen uit het verleden en besluiten tot systemische hervormingen, valt te bezien. Alles valt of staat bij de vraag of we andere ethische denkwijzen een plek gunnen in het debat over de inrichting van de toekomstige samenleving. Het is verleidelijk om houvast te zoeken bij de eenvoud van het utilisme, zeker na de traumatische ervaring van een pandemie. Maar zouden we de deugdenethiek van Aristoteles niet eens grondig moeten afstoffen (een goede handelingen wordt bepaald door de intenties of het karakter van de handelende persoon) of de plichtethiek van Kant (behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden)? En wat de denken van de zorgethiek, waarbij de verantwoordelijkheid voor anderen centraal staat?

De opdracht waarmee we geconfronteerd worden is niets minder dan een herwaardering van waarden. Dat is nogal wat. Als ik het verloop van de appathon bezie, het geroeptoeter aanhoor dat ‘het middel erger is dan de kwaal’ en vervolgens besef hoe diep het nuttigheidsdenken in ons dna verankerd zit, ben ik niet al te optimistisch.

Hans Schnitzler
Hans Schnitzler
Filosoof, publicist, auteur van ‘Het digitale proletariaat’ (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.
Gevolgd door 757 leden