Weg met die Schmiss!

    De dappere, blonde Jacob Gelt Dekker wilde zijn gelaat laten reconstrueren, werd uit frustratie medisch toerist, boekte een vlucht naar Israël en werd Toeareg.

    Eric S., de bullebak die deze publicatie mede leidt, eist van ons, arme ondergewaardeerde schrijvers en columnisten, dat wij ons van tijd tot tijd in de vuurlinie begeven. Om van zijn gezeur af te zijn, heb ik mijn nek vorige week maar eens uitgestoken in de snelgroeiende markt voor medisch toerisme. Nu het vakantietoerisme door afbraakprijzen geheel onderuit is gehaald, het zakelijke toerisme de klap van 2008 nog niet te boven is en onderwijstoerisme wegens de verhuizing naar virtueel onderwijs ook zijn beste tijd heeft gehad, is medische toerisme misschien wel de laatste cash cow waar de kwakkelende reisindustrie zich aan kan laven.

    Schmiss
    Als hoogblonde, noordse man ben ik regelmatig slachtoffer van huidkankers, als basaal cel- en plaveiselcel carcinomen en melanomen. Het zijn geen zaken waar je mee kunt spotten en al te lang mee kunt rondlopen, omdat het zich zeer snel en agressief uitzaait en dodelijk is. Met grote regelmaat gaat bij mij dus het mes erin. Toen recentelijk weer, enkele van die zeer verdachte speldenprikken zich openbaarden rond mijn linker oor en op de rechter wang, wist ik dat het hoog tijd was om mijn gelaat in de strijd te werpen.

    Ondertussen is er al zo vaak ingegrepen dat ik als een stoere Mensuur met een schermlitteken - een Schmiss - rondliep. Nu zijn de tijden sinds Otto Von Bismarck wel wat veranderd en een anti-cosmetische gezichtsverminking is niet langer een teken van maatschappelijke dapperheid (het spijt me zeer meneer Eric S.). “Alles is ijdelheid,” sprak de Prediker, maar desondanks ging ik naarstig op zoek naar een cosmetisch, plastisch chirurg die grote ervaring had met oncologische reconstructies; je moet uiteindelijk toch iets doen tijdens de komkommertijd van de zomervakanties.

     

    Een 'stoere Mensuur' uit voorbije dagen


    In de vuurlinie
    Met zoiets hoef je in Holland niet aan te komen. Je komt in een dergelijk geval op één of andere lange wachtlijst en dankt god op je blote knieën als je oproep voor behandeling nog tijdens je leven afkomt. Bovendien ben je dan ook nog ondergeschikt aan de almachtige arrogantie van de Hollandse Heren Heelmeesters, die zichzelf nog steeds als een soort halfgoden beschouwen. Dus, Eric ‘s oproep indachtig, leek het me  een ideale bezigheid tijdens mijn verblijf in Florida.

    Middels het internet checkte ik alle artsen, die me door vrienden en kennissen waren aangeraden. Voor een paar tientjes krijg je alle veroordelingen, medische tuchtrechtzaken, parkeerbonnen, echtscheidingen en onderscheidingen van de dames en heren. Bevooroordeeld als ik ben, heb ik alle Cubaanse artsen direct gediscrimineerd; ik was nooit echt onder de indruk van Fidels cosmetische verschijning. Het gezeur met Hugo Chavez motiveerde me vervolgens om alle Venezolanen ook over te slaan en in Holland hebben we al een overmaat aan stijve stramme WASPS ( White Anglo-Saxon Protestant), dus mijn interesse piekte toen ik iets speciaals tegenkwam.

    Op weg naar de slachtpartij
    Een vloeiend Hebreeuws-Jiddisch Engels sprekende 60-jarige hooggeleerde uit Tel Aviv, neergestreken in de universiteitsstad van Gainesville, leek me wel wat. iPhone foto’s flitsten door cyberspace heen en weer en binnen twee dagen zat ik in een vliegtuig op weg naar de slachtpartij. De ontvangst was alleraardigst en hartelijk, uiteindelijk kenden we elkaar tegen die tijd al weer twee volle dagen, en deelden een lange historie. De Ben-Gourion-look alike professor wilde het graag doen. Het zou een klein ingreepje worden, een uurtje op z’n hoogst met  een plastiekje, wat opvulsel zodat ik niet met  een gat in m’n kop zou hoeven rondlopen voor de rest van mijn leven,  nieuwsgierigen zou moeten bedriegen met stoere verhalen over oorlogsverwondingen die ik te danken had aan FTM-hoofdredacteuren.   

    In de vroege ochtend, op de nuchtere maag in een veel te koude operatiekamer en onder een lokale verdoving begon een team van groene griebels, aan mijn kop te plukken en sleutelen. Na een klein uurtje werd het duidelijk dat het niet meezat. Of ik alsjeblieft nog wat papieren wilde tekenen zodat ze wat narcose konden toedienen. Acht, dacht ik, waarom niet, ik ben er nu toch en een slaapje komt toch goed uit.

    Ruim zeven uur later was de klus geklaard en werd ik wakker, ingepakt in een soort Toeareg tulband verband met drainage slangen die uit mij slapen en kin staken. Een verpleegster, die het volgende 48 uur geen seconde meer van mijn zijde week, stopte me in bed, bad en zorgde voor ijspakken, slokjes water, morfine en allerlei andere heerlijke pillen. Het was zo ongeveer een “English Patiënt” ervaring, maar aan het einde van de film hoefde ik niet dood te gaan.

    Ondertussen ben ik al weer onderweg, weliswaar met de opgeblazen kop van een Michelinmannetje, maar dat is slechts tijdelijk. Met één oog op de rekeningen kan ik, als ervaringsdeskundige, de reisindustrie verzekeren dat medisch toerisme een gouden markt is.

    Maar, het zal wel weer een poosje duren voor ik mijn nek weer uitsteek voor onze Eric.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jacob Gelt Dekker

    Ondernemer, filantroop, schrijver Jacob Gelt Dekker is een onuitputtelijke bron van verhalen en anekdotes en beschikt over ee...

    Volg Jacob Gelt Dekker
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren