Wellink de achteraf-held!

    Precies vijf jaar geleden, op 9 september 2008, viel het aandeel van Lehman Brothers met meer dan 40 procent en begon de ondergang van de Amerikaanse bank. Ewald Engelen blikt met zijn column terug op de probleem ontkenning van bestuurders als Nout Wellink voorafgaand aan de kredietcrisis.

    Geen aangrijpendere lectuur dan de brief uit het hiernamaals. Geen veelzeggender tijdstip dan het moment voor de inslag, wanneer je de controle over het stuur bent kwijtgeraakt maar de boom nog niet hebt geraakt, wanneer de tijd stilstaat en je je leven als een film aan je voorbij ziet trekken. Geluidloos glij je door tijd en ruimte tot het zachte knetteren van verbrijzelend autoglas begint. Zo ook bestaan er geen prangendere documenten dan de toespraken van bestuurders die de crisis misten. Colijn is er de verzinnebeelding van: Nederland kon rustig gaan slapen, want hij waakte over ons. Terwijl 50 maanden later Duitse paratroopers de Hollandse waterlinie doodleuk tot zwerfvuil van de geschiedenis degradeerden. Elke crisis met een beetje pretentie kent wel zo’n hoogwaardigheidsbekleder die zich onsterfelijk belachelijk maakt door aan de vooravond van de ramp het eigen heil te prediken. De financiële crisis van 2007 grossierde er in; de achterafhelden die turend in de muil van de vulkaan volhielden dat alles goed was. Chuck Prince, bestuursvoorzitter van Citigroup, is er berucht door geworden: zolang de muziek klinkt moet je dansen, aldus Prince in een interview met de Financial Times, eraan toevoegend: we dansen nog. De waanzin zit hem in het tijdstip, niet in de tekst: 6 juli 2007, drie weken voor de Amerikaanse zakenbank Bear Stearns twee hedge fondsen moet sluiten en de muziek definitief zwijgt. En luttele maanden voor Citigroup naast het stoeltje greep en voor miljarden bij de Amerikaanse overheid moest aankloppen. Geen stoelendans dus, maar een danse macabre.  

    Geen reden tot zorg

    Ook Bernanke, de professorale voorzitter met baard van de Amerikaanse centrale bank, kon er wat van. ‘In het licht van de enorme economische baten die een gezonde en innovatieve financiële sector genereert’, oreert hij op 15 mei 2007, zes weken voor het uitbreken van de crisis, ‘moeten we uitkijken met verscherpte regulering. De grotere liquiditeit van onze financiële markten heeft geleid tot een betere allocatie van kapitaal. En de betere spreiding van risico over wie het dragen wil, heeft, tot nog toe, bijgedragen aan een robuuster financieel stelsel en daarmee een robuustere Amerikaanse economie.’ Geniaal is het ‘tot nog toe’. Je ziet hem in het vliegtuig zitten, op weg naar Jackson Hole in Wyoming, gebogen over een eerste versie van de speech die zijn tekstschrijvers voor hem hebben geschreven, denkend: niet te arrogant nou, niet te zeker van jezelf. En in de marge kalkt hij met zekere hand: ‘tot nog toe’. Terwijl de bewijzen zich optassen dat ongebreidelde financiële innovatie op het punt staat het Amerikaanse financiële stelsel naar de rand van de afgrond te brengen, volstaat Bernanke met een zuinigjes ‘tot nog toe’: slaap zacht, er is geen reden tot zorg.
    ‘Een marktgeoriënteerde en liberale financiële sector leidt tot een efficiënte allocatie van schaarse hulpbronnen en produceert daarmee economische voorspoed.'
    De speeches van Wellink zijn zo’n kritische deconstructie bespaard gebleven. Zij verdienen beter. Nederland kent in Wellink namelijk zijn eigen achteraf-held. In een toespraak voor de buitenlandse bankiersvereniging van 15 mei 2007, dus op exact dezelfde dag dat Bernanke zijn ‘tot nog toe’ opschrijft, zegt Wellink: ‘Omdat DNB streeft naar een robuust en efficiënt financieel stelsel plaatst het snel veranderende financiële landschap ons voor zowel kansen als uitdagingen en onzekerheden. Deze op een marktvriendelijke wijze adresseren is een cruciale, zij het niet altijd makkelijke taak. Gelukkig staan wij daar – toezichthouder en marktpartij – samen voor.’ En even verderop heet het: ‘een marktgeoriënteerde en liberale financiële sector leidt tot een efficiënte allocatie van schaarse hulpbronnen en produceert daarmee economische voorspoed. Bovendien heeft de financiële sector snelle technologische veranderingen ondergaan, resulterend in een tomeloze groei aan nieuwe financiële producten en diensten, en een steeds geavanceerder risicomanagement.’ Zes weken later wisten we wat deze beloftes waard waren, terwijl Wellinks uitdagingen niet de uitdagingen bleken waaraan het financiële systeem uiteindelijk aan ten gronde is gegaan. Geen efficiënte allocatie, maar massale waarde vernietiging. Geen geavanceerd risicomanagement, maar juist grote geconcentreerde onzekerheden. Geen economische voorspoed, maar een diepe recessie. En niet de hedgefondsen bleken de boosdoeners, zoals Wellink drie maanden nadat ABN Amro een brief van zo’n fonds op de deurmat vond nog dacht, maar juist de marktpartijen waarmee DNB zo’n innige relatie had. En als lezer denk je dan: hoe heb je het kunnen missen? Hoe blind ben je geweest? Hoe groot moet intellectuele luiheid zijn om in het licht van zo veel bewijzen van het tegendeel niet van je geloof in efficiënte markten te vallen? Achteraf hebben we natuurlijk allemaal gelijk, maar het zou DNB sieren wat geprononceerder spijt te betuigen voor intellectuele gemakzucht in plaats van licht verongelijkt het eigen gelijk te etaleren, zoals nu op de website gebeurt. Deze column van Ewald Engelen stamt uit 2010 en werd nog niet eerder gepubliceerd.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 1939 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren