AmCham

AmCham
© Katja Fred

Amerikaanse lobbykoning goochelt met ‘keiharde’ banen

Nederlandse gemeenten zien het netwerk van de American Chamber of Commerce als een handig vehikel om zichzelf bij Amerikaanse multinationals in de kijker te spelen. Op haar beurt pronkt AmCham voortdurend met de banen die haar achterban creëert. Tegelijkertijd waarschuwt de lobbyclub net zo makkelijk voor het verlies van die banen als zij haar zin niet krijgt. ‘Chantage’, zeggen critici. Hoe realistisch zijn de werkgelegenheidscijfers van AmCham?

Dit stuk in 1 minuut
  • Verschillende gemeenten en een provincie zijn lid van de American Chamber of Commerce. Voor gemeenteraadsleden verspreid over het land was dit vorig jaar aanleiding om dit in een raadsvergadering aan de kaak te stellen. Overheden die lid zijn van een partij die lobbyt bij de overheid, hoe kan dat?  

  • De reden van het lidmaatschap is in alle gevallen de door AmCham geboden mogelijkheid om te netwerken. Onenigheid bestaat over de vraag of de lokale overheden de lobby van AmCham hiermee al dan niet legitimeren.  

  • Ook onderdelen van het Invest in Holland Network, dat buitenlandse multinationals naar Nederland probeert te halen, zijn bij AmCham aangesloten. 

  • Een hoge ambtenaar bij het Netherlands Foreign Investment Agency (de belangrijkste organisatie binnen het Invest in Holland Network) is al bijna tien jaar toehoorder bij het Tax Committee van AmCham, een gegeven waar enkele Tweede Kamerleden deze zomer over struikelden. 

  • Het creëren van zoveel mogelijk banen is het voornaamste doel van regionale overheden en het Invest in Holland Network. Onbedoeld kunnen hun inspanningen ook een negatieve weerslag hebben op de leefbaarheid in steden.   

  • AmCham waarschuwt voortdurend voor het verlies van ‘Amerikaanse banen’ in Nederland als de regering niet spoedig haar aanbevelingen ter harte neemt. Critici spreken over chantage.

Lees verder

Het is oktober 2018 als in de gemeenteraden van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Tilburg en Utrecht door verschillende linkse partijen vragen worden gesteld over de American Chamber of Commerce (AmCham). Kort daarvoor was het raadsleden uit een artikeltje in Trouw duidelijk geworden dat hun gemeenten lid zijn van deze lobby- c.q. netwerkclub. Daar hadden ze tot dan toe geen benul van. 

Sinds wanneer zijn ‘wij’ lid, en waarom eigenlijk? Is de gemeenteraad daarvan op de hoogte? Hoe wenselijk is dat lidmaatschap en druist het niet in tegen het behartigen van het publieke belang, zo vroegen de raadsleden zich af. 

Bestuursorganen die lid zijn van een partij die lobbyt bij de overheid – hoe zit dat? In iedere stad en in iedere gemeenteraadsvergadering leggen min of meer dezelfde argumenten een terugkerend dilemma bloot: zetten we als gemeente alleen in op een groeiende economie met meer bedrijvigheid en banen, of zijn we daarnaast ook bereid de morele aspecten en de keerzijde van een dergelijk lidmaatschap onder ogen te zien?

De reden om lid te worden van AmCham is overal dezelfde: het uitgebreide netwerk van de lobbyclub. Via borrels en bijeenkomsten komen de gemeenten in contact met Amerikaanse multinationals, om zo zichzelf internationaal op de kaart te zetten. 

Lobby legitimeren

De voorstanders – vooral te vinden in de hoek van de VVD, het CDA en D66 – wijzen op het verwaarloosbare bedrag dat een gemeente moet betalen om lid te worden van AmCham. Bovenal zijn ze blij met de grote Amerikaanse bedrijven, die naar Nederland komen en zorgen voor werkgelegenheid. Verschillende lokale politici zien AmCham als een banenmotor. We zijn wel gek als we daar zomaar uitstappen, redeneren zij. Daarnaast vinden zij het onjuist dat AmCham wordt weggezet als een schimmige club. 

De tegenstanders – die met name in de fracties zitten van GroenLinks, de PvdA, de SP, Partij voor de Dieren en kleine, lokale partijen – is het niet te doen om het inschrijfgeld. Hen gaat het om het principe: sluit je je als gemeente aan bij AmCham, dan laat je die club óók namens jou spreken en legitimeer je haar lobby, ook al bemoei je je daar verder niet mee en ben je het daar zelfs helemaal niet mee eens. 

Het zit de sceptici dwars dat AmCham pleit voor belastingverlaging en tegen maatregelen om belastingontwijking aan te pakken. Zij vinden dat dat niet valt te rijmen met de behoeften van de middenstand en de stadsbewoners. Ja, natuurlijk zijn bedrijven welkom en we gaan graag het gesprek met ze aan, maar daarvoor hoeven we nog geen lid te zijn van hun lobbyclubs, is de heersende gedachte.   

Wil een gemeente meepraten over het vestigingsklimaat, dan moet je erbij (willen) horen, brengen de voorstanders daartegen in. Bovendien is het onbegonnen werk om het lidmaatschap op te zeggen van iedere partij waar de gemeente het niet volledig mee eens is. 

Uiteindelijk blijven de vergaderingen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Tilburg zonder gevolgen, het lidmaatschap wordt in die gemeenten gewoon voortgezet. In Utrecht loopt het anders af, daar is via een stemming in de gemeenteraad besloten om wel afscheid van AmCham te nemen, zoals Venlo in een eerder stadium ook al had gedaan (overigens zonder dat daar een discussie tussen de fracties aan vooraf ging).  

Zo landt AmCham in de gemeenten

Amsterdam: ‘Als je mee wilt praten, moet je er ook bij willen horen’

Tijdens de discussie in de Amsterdamse gemeenteraad spreekt Femke Roosma van GroenLinks haar verbazing uit over het AmCham-lidmaatschap. Daar wist ze namelijk niks van af, ook al loopt het ‘abonnement’ al sinds 1981. Ze noemt AmChams History of Advocacy en haar rechtse, neoliberale doelstellingen, die op veel terreinen ingaan tegen wat Amsterdam wil. ‘We gaan uiteraard het gesprek aan met het Amerikaanse bedrijfsleven, maar daarom hoeven we nog geen lid te zijn van hun organisatie. Wat straal je uit als gemeente en waar sta je voor als je lid bent van een club die niet alleen netwerkt, maar ook lobbyt?,’ vraagt Roosma. Wat haar ‘het meeste steekt’ is dat AmCham ageert tegen maatregelen uit Europa om belastingontwijking tegen te gaan. 

Hendrik Jan Biemond van de PvdA beaamt dat en zegt dat Nederland daar zelf ook een grote rol in speelt. Hij spreekt met grote woorden over ‘the wrong side of history. Daar moeten we niet bij willen horen.’ Ook Tiers Bakker van de SP laat zich kritisch uit: ‘Net zoals wij in de afgelopen periode veel kritiek hebben gehad op het feit dat amsterdam inbusiness actief advies geeft aan buitenlandse bedrijven over bepaalde belastingconstructies, hebben wij grote bezwaren tegen het lidmaatschap van AmCham.’ 

Diederik Boomsma van het CDA zegt dat hij het ‘niet moreel verwerpelijk vindt als mensen of bedrijven pleiten voor lagere belastingen. Moeten ze vooral doen, daar hoeven we geen barrières voor op te werpen.’ Op zijn beurt vindt Rik Torn het onterecht dat AmCham wordt neergezet als ‘een vreselijke club’, want dat is volgens de VVD’er helemaal niet het geval.

De inmiddels opgestapte wethouder van Economie Udo Kock (D66) geeft een minder zwart-witte voorstelling van zaken. ‘Het is belangrijk dat dit soort organisaties er zijn en het is belangrijk om mee te doen. Maar niet op voorwaarde dat we het op alle punten volledig met elkaar eens zijn. Welk signaal zou je afgeven als je na 38 jaar zegt, ‘er zitten dingen in jullie lobby waar we het niet helemaal mee eens zijn, wij stoppen ermee.’ De VS zijn de grootste investeerder in de regio, met ruim 1100 bedrijven die goed zijn voor tienduizenden banen.’ 

Volgens Kock is lidmaatschap een manier om invloed uit te oefenen. ‘Of je het nou met ze eens bent of niet, je kunt als gemeente je eigen geluid laten horen. Dat doen we ook en dat kan prima. Als je mee wilt praten, moet je er ook bij willen horen. Wij gaan het gesprek aan met AmCham om onze kijk op het vestigingsklimaat over het voetlicht te brengen.’

In de gemeenteraad wordt besloten dat Kock langsgaat bij AmCham om de in de vergadering geagendeerde punten te bespreken. Zijn bezoek resulteert in januari 2019 in een brief waarin hij de raad informeert over wat AmCham doet en wil. Daarin staat niet veel meer dan op de website van AmCham.   

Den Haag: ‘Dit college danst er de horlepiep bij’

In Den Haag is de discussie kort maar krachtig. De stellingname en stelligheid van de (inmiddels in opspraak geraakte en tijdelijk teruggetreden) wethouder van Economie Richard de Mos (Hart voor Den Haag / Groep de Mos) wekt enige verbazing. Of De Mos weet daadwerkelijk niet met wat voor organisatie hij van doen heeft, of hij laat de waarheid welbewust links liggen wanneer hij tot vijf maal toe met klem herhaalt dat AmCham ‘helemaal geen lobbyclub is’. Hij verklaart dat het college erg blij is met het lidmaatschap van AmCham en dit ‘met vreugde’ zal worden voortgezet. ‘Het is gewoon een netwerkorganisatie waar we banen kunnen realiseren. Meer banen is altijd goed. Er wordt genetwerkt en het netwerk is uitstekend; het levert veertig bedrijven op.’ Het gaat om ‘keiharde banen, brood op de Haagse plank. U bent het er niet mee eens,’ zegt De Mos tegen vragensteller Martijn Bolster van de PvdA, ‘maar dit college danst er de horlepiep bij.’ 

De door verschillende partijen ingediende motie om uit AmCham te stappen, wordt met 32 tegen 11 stemmen verworpen. 

Rotterdam: ‘Feestjes op het stadhuis zijn voor de gewone winkelier niet weggelegd’

Het eerste waar Vincent Karremans over begint in het debat over AmCham, is dat het lidmaatschap de gemeente Rotterdam slechts 720 euro kost. Vanwaar de heisa als de voordelen zo evident zijn, vraagt de fractievoorzitter van de plaatselijke VVD zich af. ‘Het contact met het bedrijfsleven is cruciaal; onze welvaart is erop gebouwd, onze banen zijn ervan afhankelijk. Het enige principe dat ik heb, is meer welvaart en banen naar Rotterdam,’ verklaart hij. ‘Baat het niet dan schaadt het niet,’ is het uitgangspunt van Karremans, die erop wijst dat er nettoresultaat is voor het inschrijfgeld. Chantal Zeegers van D66 is eveneens ‘groot voorstander van lidmaatschap’ en valt Karremans bij: ‘Rotterdam is ook gelieerd aan VNO-NCW en andere bedrijfsinitiatieven, daar is allemaal niks mis mee.’

Debataanvrager Lies Roest denkt daar heel anders over. Ja, ook haar partij GroenLinks vindt het belangrijk dat bedrijven naar Rotterdam komen om te investeren, maar er zijn andere middelen om dat te bereiken dan lid te zijn van AmCham. Volgens haar zijn de belangen van deze club tegengesteld aan die van de inwoners van de stad. Hoewel het haar in het debat helemaal niet te doen is om het contributiegeld, wijst ze er toch nog even op dat de gemeente er meer in steekt dan die 720 euro. ‘Er zijn feestjes van AmCham op het stadhuis, voor de gewone winkelier is dat niet weggelegd.’  

Roest krijgt bijval van Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren. ‘[AmCham] staat erom bekend jarenlang te hebben gelobbyd tegen landelijke maatregelen die belastingontwijking aanpakken,’ stelt hij. ‘De gemeenteraadsfractie van de PvdD vindt dat belastingen er zijn met een reden, namelijk dat er collectieve voorzieningen mee kunnen worden betaald. Belastingontwijking is om die reden iets om je voor te schamen.’ Van der Velden vraagt zich af of lidmaatschap wel moreel verantwoord is. ‘Lid zijn van een belangenclub die belastingontwijking propageert, trekt de rol van de gemeente als hoeder van het algemeen belang in twijfel.’

Wethouder van Economie Barbara Kathmann van de PvdA legt tegenover de raadsleden uit dat Rotterdam niet zozeer lid is van een lobbyclub, als wel van een netwerkorganisatie. Naast AmCham is Rotterdam ook lid van de Duitse Kamer van Koophandel (à 500 euro per jaar) en de Rotterdam-Japan club (à 300 euro). Ze spreekt over gedeelde idealen: ‘Zoveel mogelijk bedrijven naar Rotterdam halen en zo veel mogelijk Rotterdammers aan het werk krijgen.’ Ook Kathmanns partijgenoot Dennis Tak springt op de bres voor AmCham: ‘Er worden allerlei scenario’s geschetst over schimmige lobbyactiviteiten, maar het lijkt me goed als we in commissieverband eens nader kennismaken met deze vereniging, zodat alle partijen hier in de raad doorhebben dat dit gewoon een hele keurige organisatie is.’

Tilburg: ‘AmCham vervult een belangrijke schakelfunctie’

Naar aanleiding van vragen van GroenLinks, legt de Tilburgse wethouder van Economie Berend de Vries van D66 kort uit dat de gemeente sinds 2013 lid is van AmCham, een club die hij foutief typeert als ‘het Amerikaanse equivalent van de Kamer van Koophandel’. De Vries vertelt dat besloten is om deel te nemen vanwege de economische belangen van de regio, onder meer met het oog op vestigingen van grote Amerikaanse bedrijven zoals Tesla, Coca-Cola, ExxonMobil en Flavors & Fragrances aldaar. ‘We nemen deel aan handelsmissies naar de VS waar AmCham een belangrijke schakelfunctie vervult bij het tot stand brengen van verbindingen tussen Amerikaanse en Nederlandse bedrijven.’ Wat betreft het thema belastingontwijking, daarover neemt het college in Tilburg geen standpunt in, zegt De Vries.

Utrecht, de enige gemeente die tegen lidmaatschap stemt

Net als alle hierboven genoemde gemeenten wil Utrecht zich internationaal op de kaart zetten en buitenlandse ondernemingen naar zich toetrekken. Wethouder van Economie Klaas Verschuure van D66 zegt dat er binnen de Utrechtse gemeentegrenzen op dit moment zo'n honderd Amerikaanse bedrijven actief zijn, en die werk bieden aan bijna 45.000 mensen. ‘Me dunkt, best een hoop.’

‘Het netwerk van AmCham heeft voor ons een toegevoegde waarde. Het is niet zo dat ik daar de deur plat loop, want dat soort contacten vindt met name op ambtelijk niveau plaats,’ legt Verschuure aan de gemeenteraad uit. ‘Tijdens zo'n bijeenkomst ontmoeten deze ambtenaren heel veel CEO's van allerlei bedrijven die in Nederland, dan wel internationaal, actief zijn. Dit netwerk organiseert dat.’ Is er dan geen andere mogelijkheid om die bedrijven te spreken? ‘Zeker wel, alleen niet op zo'n makkelijk georganiseerde manier. Wij vinden het daarom onhandig om er niet aan mee te doen. Dit soort netwerken helpen over het algemeen wel.’

Rick van der Zweth van de PvdA betreurt het dat de wethouder niks zegt over het morele bezwaar dat de gemeente Utrecht hiermee onderdeel wordt van de lobby van AmCham. ‘Ons lidmaatschap legitimeert [haar] doelen, terwijl ons Utrecht juist staat voor andere en eerlijkere belastingen. Onder de doelen waar AmCham voor staat, staat de naam van onze stad.’

Net als collega-wethouder Udo Kock in Amsterdam, stelt Verschuure als reactie hierop dat lidmaatschap van AmCham niet gelijkstaat aan het onderschrijven van haar doelstellingen. ‘Dat is niet de intentie. Daarom zijn we niet lid. We kunnen beter met AmCham in gesprek gaan, ook tijdens [netwerk]bijeenkomsten.’

‘Alle leuke argumenten ten spijt,’ zegt Ruud Wiegant van de SP, ‘het komt er wat ons betreft uiteindelijk op neer dat wij als stad geld geven – dat is niet veel, maar daar gaat het ons niet om – aan een organisatie die onethische zaken propageert.’ Voor Sander van Waveren van het CDA is er geen probleem: ’We gaan ons op een hellend vlak begeven, zodra we het lidmaatschap opzeggen van elke organisatie waarmee we het niet eens zijn.’

En toch is Utrecht, van alle gemeenten waar over dit onderwerp is vergaderd, als enige uit AmCham gestapt. Dat is gebeurd op basis van een bij handopsteken aangenomen motie en met de krapst mogelijke uitslag van één stem verschil. Volgens een woordvoerder van Utrecht City in Business, het agentschap dat de stad Utrecht bij (internationale) bedrijven promoot, was ‘Amcham vooral erg praktisch voor het netwerk en de contacten, meer eigenlijk niet. We maken gebruik van vele netwerken en bronnen. Nu hebben we er een minder maar dat is geen ramp, alle relevante bedrijven en management weten we ook zelf te vinden.’ 

De gemeente Utrecht mag zich dan hebben teruggetrokken, indirect wordt zij nog altijd vertegenwoordigd door een ander lid van AmCham, te weten de provincie Utrecht. Navraag leert dat AmCham zich er zelf niet druk om maakt: soms komt er een lid bij, soms gaat er een lid weg. Uiteindelijk is het ieders eigen keuze om ergens wel of niet bij te zitten. Wat betreft de kritiek op AmCham door verschillende gemeenteraadsfracties in het land; dat viel te verwachten, hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. 

Andere gemeenten

In de gemeenteraden van Almere, Amstelveen en Wassenaar – die eveneens op de AmCham-ledenlijst staan – zijn geen vragen gesteld over de lobbyclub. Eerder al had Venlo besloten zijn lidmaatschap op te zeggen omdat het zichzelf volgens Trouw ‘inmiddels op eigen kracht bekend weet te maken bij het bedrijfsleven wereldwijd.’ 

Lees verder Inklappen

Invest in Holland Network rolt oranje loper uit

Naast gemeenten en een provincie zijn ook agentschappen van het zogeheten Invest in Holland Network bij AmCham aangesloten; die zijn erop gericht buitenlandse bedrijven te verleiden zich in Nederland te vestigen of hier te laten uitbreiden. Deze agentschappen zijn onderdeel van de overheid, want de financiering is afkomstig van gemeenten, provincies of het Rijk. In een aantal gevallen is de organisatie privaatrechtelijk georganiseerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Zuid-Holland, en voor de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), wier structuur is opgebouwd uit tal van verschillende bv’s. Daarom kun je hier ook spreken over publiek-private partnerschappen. 

De voornaamste exponent van het Invest in Holland Network is het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA). Slogan: Rolling Out the Orange Carpet since 1978. Het NFIA is verantwoordelijk voor de internationale promotie van Nederland als ondernemingsland en geeft informatie aan buitenlandse bedrijven over onder andere belastingen, wettelijke regels en bedrijfslocaties. Het agentschap is onderdeel van Economische Zaken, maar met 27 kantoren wereldwijd op Nederlandse ambassades en consulaten, draagt ook Buitenlandse Zaken enige verantwoordelijkheid. 

Om uit eerste hand te vernemen hoe er wordt aangekeken tegen het Nederlandse vestigingsklimaat vertolkt het NFIA een ‘signaalfunctie’ en onderhoudt het contacten met verschillende zakelijke netwerken en ‘Chambers of Commerce’, waaronder AmCham. Het NFIA staat net als andere onderdelen van het Invest in Holland Network bij AmCham op de ledenlijst, maar is volgens een woordvoerder niet als dusdanig lid. Het zou er alleen om te doen zijn nieuwsbrieven, e-mails, aankondigingen, uitnodigingen en dergelijke van AmCham te kunnen ontvangen. Maar het NFIA laat zijn mailbox niet nodeloos volstromen; mensen van het agentschap zijn ook daadwerkelijk op AmCham-bijeenkomsten afgekomen – iets dat in principe alleen is weggelegd voor betalende leden.  

AmCham en het NFIA zijn sowieso geen onbekenden van elkaar. De tweede vicepresident van AmCham, Jochum Haakma, was in 2006 een jaar lang managing director van het NFIA. Actueler is het gegeven dat Ronald Gertsen, bij het NFIA senior coordinator financial sector, sinds 2010 toehoorder is van AmChams Tax Committee. Dat houdt waarschijnlijk in dat hij de driemaandelijkse vergaderingen van dit comité bijwoont. In een Tweede Kamerdebat over de belastingplicht van multinationals afgelopen juni bracht Steven van Weyenberg van D66 dit onder de aandacht. 

‘Wat schetst mijn verbazing?,’ zei Van Weyenberg, verwijzend naar het belastingcomité, ‘dat ik in de lange openbare ledenlijst niet alleen allerlei mensen van bedrijven – prima, iedereen mag lobbyen – tegenkom, maar ook iemand namens de Nederlandse overheid, namens het NFIA. Is de staatssecretaris het met D66 eens dat je de rollen moet scheiden en dat er geen ambtenaren in belastingcomités van lobbyclubs moeten zitten?’ Renske Leijten van de SP viel Van Weyenberg bij door te zeggen dat ‘er rolzuiverheid moet zijn, dat je als ambtenaar geen lid van een lobbyorganisatie moet zijn, zeker niet als ambtenaar in die functie.’ 

Jasper van Teeffelen, onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen

"Het is al raar dat gemeenten en steden lid zijn, maar dat een ambtenaar meepraat met deze bedrijven, dat zou je toch echt gescheiden willen zien"

Een ingewijde van AmCham verklaart dat de aanwezigheid van de toehoorder niet direct relevant zou zijn en Gertsen bovendien niet eens zou fungeren als het aanspreekpunt van AmCham bij het NFIA. De belangstelling van het NFIA wordt gewaardeerd, maar mocht die organisatie geen gebruik maken van de gelegenheid die AmCham biedt om langs te komen, dan is dat ook prima. Fiscaal beleid ligt volgens AmCham ver van het NFIA, namelijk bij de staatssecretaris van Financiën. 

Dat is niet helemaal waar; net als het Tax Committee van AmCham houdt het NFIA zich immers intensief bezig met het vestigingsklimaat in Nederland en dat heeft bij uitstek ook betrekking op fiscale zaken. Door de jaren heen heeft het NFIA herhaaldelijk meebetaald aan de ‘belastingstudies’ voor multinationals die hebben overwogen zich in Nederland te vestigen en beschikt het ten opzichte van soortgelijke organisaties in andere landen over een zeldzame troefkaart: de rulings die Nederland afgeeft en waarvoor het buitenlandse ondernemingen graag doorverwijst naar de Belastingdienst.

‘Bij de bidbooks van het NFIA wordt ook altijd het belastingklimaat genoemd,’ zegt Jasper van Teeffelen, onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en coördinator bij de Nederlandse organisatie Lobbywatch. Hij is kritisch over de gang van zaken: ‘Het is al raar dat gemeenten en steden lid zijn, maar dat een ambtenaar meepraat met deze bedrijven, dat zou je toch echt gescheiden willen zien. Als je [als ambtenaar] bij AmCham aanschuift en hoort wat al die bedrijven allemaal willen, word je toch een beetje geïndoctrineerd.’ Hij pleit voor meer afstand tussen lobbyisten en het openbare bestuur, ‘anders wordt belangenverstrengeling onvermijdelijk, ga je elkaar persoonlijk iets gunnen en gaat het niet meer om wat goed of slecht beleid is.’

Overigens is Gertsen niet de enige ambtenaar die betrokken is (geweest) bij een comité van AmCham. Jane van Kampen Zoutendijk, die tot twee jaar geleden bij amsterdam inbusiness werkzaam was als senior manager foreign investments voor onder meer de Verenigde Staten, zat van januari 2014 tot en met januari 2017 in AmChams Diversity & Inclusion Committee. Ron Boyle, die binnen datzelfde amsterdam inbusiness senior manager is voor de Verenigde Staten, nam sinds 2012 jarenlang zitting in AmChams Marketing & Membership Committee.

Gespecialiseerde vestigingsplaatsen 

De regionale, zelfstandige onderdelen van het Invest in Holland Network zijn gratis lid van AmCham en treden in een aantal gevallen namens gemeenten op – dat geldt bijvoorbeeld voor amsterdam inbusiness, Rotterdam Partners en gold tot januari dit jaar voor Utrecht City in Business. Aangezien AmCham voortdurend hamert op een goed vestigingsklimaat, moet er logischerwijs ook sprake zijn van vestigingsplaatsen. In hoeverre concurreren steden om de komst van Amerikaanse, of meer in algemene zin, buitenlandse ondernemingen? Een rondvraag bij zeven regio-organisaties levert veel vergelijkbare antwoorden op. 

‘We hebben een gezamenlijke strategie. Het gaat niet om concurrentie maar om wat een stad, gemeente of regio te bieden heeft aan een internationaal bedrijf en waar zo’n bedrijf naar op zoek is,’ verklaart Vera Al, woordvoerder van voormalig Amsterdams wethouder Udo Kock die in dit geval ook namens het agentschap amsterdam inbusiness spreekt. ‘Heeft een bedrijf eenmaal gekozen voor Nederland, dan krijgen de bij Invest in Holland aangesloten regio-organisaties de kans om te laten zien op welke punten het bedrijf goed bij de betreffende regio’s past. Bijvoorbeeld wat betreft soortgelijke bedrijven, geschikte bedrijfsruimte of personeel en infrastructuur,’ vult Catherine Peters Sengers van Invest Utrecht aan. Volgens Utrecht City in Business (UCiB) – dat AmCham inmiddels dus heeft verlaten – is er niet zozeer sprake van concurrentie, maar van specialisatie en diversificatie en bezit iedere stad in de Randstad unieke kwaliteiten. 

Wij nemen ongeveer een à twee keer per jaar deel aan een netwerkevenement, maar spreken daarbij doorgaans niet met AmCham zelf

De frequentie waarmee de organisaties van Invest in Holland AmCham gebruiken om te netwerken verschilt. ‘In de afgelopen jaren bestond het lidmaatschap uit deelname aan diverse AmCham-evenementen gedurende het jaar,’ zegt Judith Boer, persvoorlichter bij Rotterdam Partners. In vergelijking is bijvoorbeeld Invest Utrecht een stuk minder actief: ‘Wij nemen ongeveer een à twee keer per jaar deel aan een door AmCham georganiseerd netwerkevenement [maar] spreken [daarbij] doorgaans niet met AmCham zelf,’ aldus woordvoerder Peters Sengers. 

The Hague Business Agency (THBA) ziet het op zijn beurt ook als zijn taak om nieuw gevestigde Amerikaanse bedrijven binnen het netwerk van AmCham te introduceren. ‘Om een nieuw gevestigd buitenlands bedrijf duurzaam te laten groeien om langdurig een bijdrage aan de Nederlandse economie te kunnen leveren, helpen introducties bij (lokale) netwerkorganisaties zoals brancheverenigingen, werkgeversorganisaties, (MKB-)koepels, belangenverenigingen voor bedrijventerreinen en bijvoorbeeld bilaterale kamers van koophandel,’ legt Laurens Kok van THBA uit. ‘Het is na introductie uiteraard aan het bedrijf zelf waar het zich eventueel bij wil aansluiten.’

Het bevorderen van bilaterale handelsrelaties, het aanzwengelen van de economie en het creëren van zoveel mogelijk banen zijn de hoofddoelen van Invest in Holland. Op de vraag hoe de fiscale aspiraties van AmCham zich verhouden tot algemeen gemeentelijk beleid in Nederlandse steden (denk aan het bekostigen van publieke voorzieningen) en tot de behoeften van de stadsbewoners, houden de woordvoerders zich op de vlakte, verwijzen ze naar landelijk beleid of verklaren ze dat hun werkgevers zich verre houden van de lobby van AmCham en zich daar ook niet achter scharen. 

Feit is in ieder geval dat gemeenten in Nederland structureel geld tekort komen en moeten bezuinigen en daarom potentieel gebaat zijn bij hogere belastingafdracht van het bedrijfsleven aan het Rijk. Met mogelijk nadelige gevolgen van het op grote schaal aantrekken van bedrijven naar een stad of regio en het paaien van expats houden de regio-partners van het Invest in Holland Network zich niet bezig. Silicon Valley en San Francisco vormen een extreem voorbeeld van hoe het kan lopen, maar ook in Europa is het leven in verschillende steden – waaronder Dublin (Nederland strijdt met onder meer Ierland om de komst van regionale hoofdkantoren van Amerikaanse multinationals) – mede door de toestroom van grote ondernemingen dusdanig duur geworden, dat zowel huizenprijzen als het aantal daklozen naar recordhoogten zijn gestegen. 

30 procentregeling

Een regeling in Nederland die velen als oneerlijk beschouwen en die zorgt voor verdringing op een oververhitte woningmarkt, is de 30 procentregeling voor expats: een in 2001 ingevoerde maatregel die het vestigingsklimaat moest verbeteren. Werkgevers van buitenlandse werknemers mogen 30 procent van jaarlonen boven de 37.000 euro onbelast uitkeren. In 2015 maakten hier 56.000 kenniswerkers gebruik van, wat de overheid toen 800 miljoen euro kostte. Uit onderzoek van onderzoeksbureau Dialogic blijkt dat de hoogste (expat-)inkomens het meest van de regeling profiteren. In een brief uit 2017 aan de Tweede Kamer geeft de Rekenkamer te kennen dat onvoldoende is gebleken dat deze kenniswerkersregeling doelmatig en doeltreffend is

‘Ik zie zeker het probleem op de woningmarkt, maar de situatie daar is in het algemeen dramatisch en moet radicaal worden aangepakt,’ stelt Ton Wilthagen. De hoogleraar arbeidsmarkt aan de Tilburg University laat zich wel positief uit over de 30 procentregeling. ‘Die zou ik niet makkelijk intrekken. Veel Nederlandse bedrijven hebben daar veel baat bij – denk aan de Brainportbedrijven – en 37.000 euro is geen hoge loongrens.’

Toen Rutte III tijdens de kabinetsformatie besloot om de kenniswerkersregeling weliswaar te behouden, maar de looptijd vanaf 2019 terug te schroeven van acht naar vijf jaar zonder transitieregeling voor bestaande gevallen, kwamen verschillende grote spelers uit binnen- en buitenland, waaronder AmCham, in actie. AmCham was er veel aan gelegen van zich te laten horen omdat er bij Amerikaanse multinationals duizenden expats werken die aanspraak maken op deze belastingsubsidie. Haar inspanningen zijn beloond, want op de valreep is de gewenste transitieregeling er eind vorig jaar alsnog gekomen. 

In meer of mindere mate zullen hoogopgeleide werknemers uit het buitenland er altijd zijn, maar voor sommige critici heeft het iets tegenstrijdigs dat de banen die de overheid probeert te creëren door multinationals hier naartoe te lokken op basis van allerlei vergaande belastingvoordelen, niet alleen worden ingevuld door Nederlanders, maar ook door (tien)duizenden expats. Expats die op hun beurt dus ook nog eens worden gesubsidieerd met de 30 procentregeling. 

Volgens Wilthagen ligt het eigenlijke probleem elders; er is hier onvoldoende personeel met de juiste achtergrond. ‘Nederland moet en probeert nu serieus een slag te maken met het opleiden van meer technologisch-gekwalificeerde mensen. Iets dat we al eerder hadden moeten doen,’ zegt hij, daarmee verwijzend naar een tekortkoming die ook AmCham in haar Priority Points van dit jaar benadrukt. ‘Maar we kunnen deze mensen [sowieso] niet alleen uit de Nederlandse onderwijs- en arbeidsmarkt halen.’

Lees verder Inklappen

Vrijbrief voor eisen belastingvoordelen

AmCham refereert zo vaak aan banen en werkgelegenheid, dat veel mensen (waaronder politici) geloven dat AmCham hier is neergestreken om Nederlanders aan het werk te krijgen. Niets is minder waar; zij is er om ervoor te zorgen dat haar leden (fiscaal) zo gunstig mogelijk af zijn. Dat er door (de komst van nieuwe) Amerikaanse bedrijven inderdaad veel hoogwaardige en bovengemiddeld goedbetaalde banen worden gecreëerd, beschouwt AmCham duidelijk als een welgevallig neveneffect van haar lobby.

AmCham vat dat op als een soort vrijbrief om telkens opnieuw belastingvoordelen te eisen en Nederland aan te sporen op koers te blijven in de fiscale race naar de bodem, waarin het is verwikkeld met een handjevol andere Europese landen. Dat is althans de indruk waaraan je je moeilijk kan onttrekken als je een grote hoeveelheid documenten van AmCham systematisch doorneemt. Geef je ons niet wat we willen, dan vertrekt onze achterban en gaan jullie banen verloren – zo expliciet zal je het niet tegenkomen, maar je leest het tussen de regels door. 

‘Het verlies-van-banen-verhaal is bangmakerij en niet feitelijk. Echt een chantagemiddel,’ zegt onder meer Jasper van Teeffelen van SOMO. ‘VNO-NCW dreigt er ook voortdurend mee, terwijl er in werkelijkheid maar weinig bedrijven daadwerkelijk zijn vertrokken. Die bedrijven zitten er ook zelf niet op te wachten om weg te gaan.’ 

‘Ik vind het faciliteren van mensen in het kader van de kenniseconomie minder problematisch dan het amechtig fiscaal faciliteren van buitenlandse bedrijven onder de dreiging van weggaan of niet willen komen,’ zegt Ton Wilthagen, die wijst op het belang van een goede infrastructuur, een goed opgeleide bevolking en een hoge arbeidsproductiviteit, allemaal voorwaarden waar Nederland aan voldoet. ‘Nederland zou zich niet zo onder druk moeten laten zetten. We krijgen intussen ook een slechte reputatie op dit [fiscale] gebied, bij de vele landen die niet in die mate op dit spoor zitten.’

450.000 ‘Amerikaanse banen’ in Nederland?

Ten aanzien van het aantal ‘Amerikaanse banen’ in Nederland geeft AmCham al jaren een wat al te mooie voorstelling van zaken. Neem bijvoorbeeld deze brief aan (toen nog) staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes uit augustus 2017, waarin staat dat ‘Amerikaanse multinationals direct werk bieden aan 228.000 Nederlanders’, met verwijzing naar de Internationaliseringsmonitor over het derde kwartaal van 2015 met cijfers over 2013, een studie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als je deze CBS-studie erbij pakt, zie je echter dat het gaat om ‘Noord-Amerikaanse’ banen, en AmCham de duizenden banen bij Canadese en Mexicaanse bedrijven in Nederland gemakshalve tot die van haar eigen achterban rekent. 

Overigens zorgen de gegevens van het CBS zelf voor enige verwarring; volgens StatLine, de databank van het CBS, gaat het afgerond in 2013 namelijk om 205.000 Amerikaanse, 11.000 Canadese en duizend Mexicaanse banen, gezamenlijk 217.000 Noord-Amerikaanse banen – niet de 228.000 waarover het CBS in de bovengenoemde studie spreekt. Dat heeft ermee te maken dat het CBS in zijn onderzoeken verschillende meetmethoden toepast (zie kader ‘Reactie CBS’).

Hoe het ook zij, ‘afgerond’ spreekt AmCham onder meer op haar website over 225.000 directe banen, terwijl cijfers op StatLine laten zien dat het er op enig punt (2015) hooguit 216.000 waren. Het jaar erop zijn dat er opvallend genoeg 15.000 minder, wat volgens een woordvoerder van het CBS vermoedelijk te wijten valt aan ‘een of twee hele grote overnames.’ Een exodus van Amerikaanse bedrijven lag er in ieder geval niet aan ten grondslag, integendeel, hun aantal is tussen 2010 en 2017 alleen maar omhooggeschoten, van 1555 naar 2875 (een toename van 184 procent).   

Dit aantal Amerikaanse banen in Nederland is ‘niet echt gefundeerd, maar een soort propaganda’ 

Ook de manier van rekenen die AmCham hanteert met het oog op indirecte werkgelegenheid – namelijk dat iedere directe baan een indirecte baan oplevert – strookt niet met de werkelijkheid, verklaart arbeidsmarktexpert Wilthagen. ‘Nieuwe technische banen kunnen 1,2 tot 1,4 additionele banen opleveren. Hoogwaardige technische banen, zeg maar ingenieursbanen, zelfs vier of meer, maar voor alle andere banen is dat geen wetmatigheid. Het hangt er dus van af hoeveel van de Amerikaanse banen in Nederland als technologisch-hoogwaardig te kwalificeren zijn.’ Als de ledenlijst van AmCham een goede afspiegeling is van alle Amerikaanse bedrijven in Nederland, is er zeker sprake van ingenieursbanen, maar gaat het toch vooral om kantoorbanen in de dienstverlening. 

‘Gewone’ banen hebben dat zogeheten spill-over-effect niet in die mate, zeker niet in de dienstverlening. De banen in de dienstensector zijn vaak juist de spill-over van die andere banen, bijvoorbeeld advocaten die de patenten van NXP of ASML moeten beschermen,’ legt Wilthagen uit. Hoeveel effect er aan ‘gewone’ banen uit verschillende niet-technische sectoren kan worden toegeschreven, kan Wilthagen niet zo snel zeggen, ‘1+, dat wel, maar die plus kan ook redelijk beperkt zijn.’ Het totale aantal van meer dan 450.000 (directe en indirecte) Amerikaanse banen in Nederland waar AmCham gewag van maakt, noemt Wilthagen in ieder geval ‘niet echt gefundeerd, maar een soort propaganda.’ 

Rammelend ‘worst case scenario’  

Het getal 77.600 duikt ook regelmatig op in documenten van AmCham. Het ministerie van Financiën koppelt dat getal aan het aantal banen in 2015 bij Amerikaanse bedrijven in Nederland, die destijds de CV/BV-structuur gebruikten. Minder dan de helft van die banen (34.400) wordt in een interne analyse van het ministerie bestempeld als mobiel, en gaat waarschijnlijk verloren op het moment dat de CV/BV-structuur verdwijnt. Dat laatste staat op 1 januari 2020 te gebeuren. Tegenover de politiek gebruikt AmCham tevergeefs het voorspelde verlies van banen als argument om de CV/BV-structuur vooral niet in de ban te doen. Hoewel in de analyse staat dat ‘de werkloosheid op de lange termijn weer zal teruglopen doordat de arbeidsmarkt zich aanpast’, blijft AmCham zich bezorgd tonen.  

In plaats van te blijven speculeren op basis van deze analyse uit februari 2016, is het zinvoller om te kijken naar de realiteit. Dat CV/BV-structuren in de EU gaan verdwijnen, is al jaren bekend. Op deze omstandigheid hebben veel Amerikaanse multinationals dan ook al geanticipeerd. Berichten over een uittocht van Amerikaanse ondernemingen met bijbehorend verlies van tienduizenden banen zijn tot dusver uitgebleven. Als het hier inderdaad op zou uitdraaien, was het waarschijnlijk allang gebeurd. Wellicht gebeurt het alsnog, zoals AmCham zegt te vrezen, maar als de multinationals erin slagen om bijvoorbeeld over te stappen op een andere aantrekkelijke belastingstructuur (zoals bijvoorbeeld Uber) en zij op basis daarvan besluiten hun economische activiteit in Nederland te houden (een reële mogelijkheid waar het ministerie, naast de mogelijkheid tot vertrek uit Nederland, in de analyse ook op wijst), kan het verlies van banen toch alleszins binnen de perken blijven.  

In een brief uit augustus 2019 aan leden van de Tweede Kamer gaat AmCham uit van een wat rammelend worst case scenario. ‘Indien ook rekening wordt gehouden met indirecte werkgelegenheidseffecten, aldus de analyse van het ministerie, zetten de aangekondigde maatregelen niet minder dan 50.000 tot 100.000 (in)directe banen op de tocht,’ klinkt het met verwijzing naar de analyse van het ministerie. 

Maar de getallen 50.000 tot 100.000 komen in de analyse helemaal niet voor. Ten aanzien van indirecte werkgelegenheid verwijst het ministerie zowaar naar de hierboven besproken vuistregel van AmCham en naar drie buitenlandse, economische studies, waarin de zogeheten employment multiplier factors nog hoger liggen; tussen de drie en de vijf. Het is echter de vraag in hoeverre de genoemde studies (waarvan er nota bene een is uitgevoerd in opdracht van AmCham Zwitserland) en de multipliers die daarin voorkomen, op Nederland van toepassing zijn. Het ministerie schrijft immers zelf dat ‘schattingen van de grootte van deze multipliers erg uiteenlopen en afhankelijk zijn van sector, land en de combinatie van deze twee factoren.’ Volgens de opstellers van de analyse zal er ‘zeker’ sprake zijn van ‘indirecte werkgelegenheidseffecten’, maar in tegenstelling tot AmCham noemen zij in hun conclusie geen aantallen indirecte banen die in het geding kunnen komen. 

Al met al valt er het nodige aan te merken op de cijfers en beweringen van AmCham. Critici vinden dat politici op zowel landelijk als lokaal niveau er goed aan doen in eerste instantie te kijken naar de achterliggende belangen van AmCham, om te voorkomen dat de overheid zich laat ‘gijzelen’ door de retoriek van een partij die zich in werkelijkheid veel meer bekommert om haar eigen leden dan om de werkgelegenheid in Nederland.

Wederhoor: reactie CBS

‘Enquêtes kunnen verschillende doeleinden, frequentie, moment van meting, steekproefkaders of steekproefomvang hebben waardoor er soms verschillen in uitkomst zijn. De internationaliseringsmonitor van 2015 is tot stand gekomen op basis van microdata-onderzoek (registerdata) en had onder andere als doel het bepalen van de verdeling/verhouding van het aantal banen van werknemers van bedrijven met meerdere vestigingen. Voor het bepalen van het aantal banen bij Noord-Amerikaanse bedrijven per vestiging is gebruik gemaakt van de uitkomsten van een regionaal ingestoken enquête die onder bedrijven met tien werkzame personen of meer is uitgestuurd. Dit is een andere bron dan die voor de StatLine-tabel.’ 

‘In de internationaliseringsmonitor van 2016, over de VS specifiek, is de genoemde StatLine-tabel wel gebruikt als bron. De gegevens in de StatLine-tabel komen tot stand op basis van een landelijke enquête, namelijk die van de productiestatistiek, waarin naast omzet, toegevoegde waarde ook het aantal werkzame personen en werknemers bij bedrijven worden uitgevraagd. Het steekproefkader is hierbij anders: zo worden bedrijven met vijftig of meer werkzame personen allemaal geënquêteerd, bedrijven met tien tot vijftig  werkzame personen steekproefsgewijs benaderd en voor bedrijven met minder dan tien werkzame personen vaak fiscale registerdata ingezet. De gegevens die we hieruit ontvangen, worden vervolgens geïntegreerd en afgestemd met andere bronnen en statistieken. De broncijfers uit de regionale enquête niet. Ook is het onderzoek van de internationaliseringsmonitor op een ander moment tot stand gekomen (op basis van een voorlopige stand van 1 januari), terwijl de data in de StatLine-tabel betrekking hebben op een heel jaar. En zo zijn er meer verschillen tussen beide enquêtes. Ons advies zou zijn om de cijfers uit de StatLine-tabel te gebruiken om het aantal werkzame personen bij bedrijven onder buitenlandse zeggenschap te bepalen.’

Lees verder Inklappen

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Daniël de Jongh

Onderzoeksjournalist, duikt voor FTM in de lobby van Amerikaanse bedrijven in Nederland.

Volg Daniël de Jongh
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

De #Lobbycratie

Gevolgd door 1777 leden

Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

Volg dossier