Beeld door Army & Air Force Exchange Service PAO (via Flickr)
© CC BY-NC 2.0

    Volgens voedingswetenschappers is een gezonde schoollunch hét medicijn tegen de obesitas-epidemie. Ook zou het de schoolprestaties bevorderen. Ondernemingen kijken ondertussen verlekkerd naar een potentiële nieuwe markt. Maar ouders, onderwijzers en politici voelen er weinig voor. Wiens belangen dient de schoollunch eigenlijk?

    ‘Uitgesloten!’

    Annemieke Kooper van de Primair Onderwijsraad (PO-Raad) laat er geen misverstand over bestaan: het landelijk verplicht opleggen van schoollunches is volstrekt onbespreekbaar.

    De PO-Raad staat daarin niet alleen: ook bij ouders en politici van uiteenlopende kleur bestaat er weerzin tegen het idee van een verplichte schoollunch. Hoewel vrijwel iedereen het belangrijk vindt dat kinderen tussen de middag op school een gezonde lunch kunnen nuttigen – iets dat nu te vaak niet het geval is – ziet men het niet zitten dat de rijksoverheid dit gaat verplichten. In België, Frankrijk, Scandinavië en enkele Duitse deelstaten mag de schoollunch al even vertrouwd zijn als de schoolbel; in Nederland stuit het onderwerp op diep wantrouwen.

    En toch wordt er hard voor gelobbyd. In mijn vorige twee artikelen schetste ik hoe Nederland door een verbond van wetenschappers, lobbyisten en politici wordt ‘klaargestoomd’ voor het invoeren van een, al dan niet verplichte, lunch voor kinderen in het basisonderwijs. Belangrijke propagandisten hiervoor zijn onder meer voedingswetenschapper Jaap Seidell en D66-senator Alexander Rinnooy Kan.

    ‘Waarom zou de verplichte schoollunch hier niet kunnen worden ingevoerd?’, vraagt die laatste zich af. Volgens Rinnooy Kan is het nog slechts een kwestie van tijd voordat het aloude broodtrommeltje in de prullenbak verdwijnt en plaatsmaakt voor ‘één van de varianten op het lunchen op school’. De senator pleit er niet alleen voor; achter de schermen werkt Rinnooy Kan er hard aan om de schoollunch in het regeerakkoord op te laten nemen.

    Waar komt die weerstand tegen schoollunches vandaan? En welke belangen zijn ermee gemoeid? In dit slotartikel uit de serie gaan we in op die vragen.

    Over deze serie

    Ruim tien procent van de kinderen in de basisschoolleeftijd heeft last van overgewicht. Nog eens 3,5 procent heeft ernstig overgewicht. Een ongezonde leefstijl, zoals weinig bewegen en ongezond eten, zijn de belangrijkste oorzaken. De rijksoverheid wil dit terugdringen, maar wil daarbij niet ingrijpen in het ouderlijk gezag.

    Scholen willen ook best wat doen aan de obesitasepidemie, maar hebben onvoldoende middelen en mankracht om het ongezonde gedrag dat thuis wordt aangeleerd bij te sturen. Daarnaast zijn er genoeg scholen die dat vooral de verantwoordelijkheid van ouders vinden. Scholen kampen sowieso al met vele andere problemen: een tekort aan leerkrachten, hoge werkdruk, relatief veel uitval door ziekte. Om nog maar te zwijgen van de ontevredenheid van docenten over hun salarissen.

    Een hecht en mediageniek groepje hoogleraren is ervan overtuigd dat gezonde lunches op basisscholen een effectief preventiemiddel zijn. De wetenschap werkt hierin samen met het bedrijfsleven. Hoe zuiver is dat?

    Als onderwijzend personeel het er niet bij kan hebben, en het scholen structureel aan budget ontbreekt, wie gaat het lunchen op school dan betalen? Kun je ouders dwingen tot een ‘vrijwillige’, al dan niet inkomensafhankelijke bijdrage? En wie durft er aan de keuzevrijheid van ouders te komen?

    Er zijn veel verschillende belangen. Doordat het basisonderwijs een nieuwe markt lijkt te worden, staan private partijen zoals cateraars en supermarkten ondertussen vooraan om het plan door te drukken. Wat is er van die goede bedoelingen nog over? In een reeks artikelen legt FTM de achterliggende belangen bloot.

    Lees meer

    Lees verder Inklappen

    Verplicht of niet?

    Afgezien van het gezondheidsaspect — een zakje chips weggespoeld met een Red Bull mag dan populair zijn, gezond is het niet — zijn er genoeg andere redenen te bedenken waarom het invoeren van een verplichte lunch op de basisschool een goed idee is. Het overblijven levert op veel scholen nu vaak organisatorische problemen op: een gebrek aan vrijwillige overblijfouders bijvoorbeeld, of betaalde overblijfkrachten die op het onderwijsbudget drukken.

    Veel ouders ervaren het toezicht op de lunch daarnaast als matig: niet zelden treffen ze ‘s avonds onaangeroerde boterhammen in de broodtrommels aan. Joost mag weten wat ze wél naar binnen hebben gewerkt. Een verplichte, door professionals georganiseerde en deels door de rijksoverheid gefinancierde lunch zou die problemen kunnen oplossen. De gezonde lunch zou zelfs kunnen worden ingebed in het kader van voedselonderwijs, een idee waarover iedereen enthousiast is.

    Vaak wordt daarbij gewezen naar de praktijk op Franse scholen, waar kinderen zonder mokken kennis maken met allerlei smaken, waar ze gezond eten en tegelijkertijd ook nog eens veel leren over voeding. Het achterliggende idee is dat wanneer de kinderen volwassen worden, de investering zich dubbel en dwars uitbetaalt omdat ze dan beter en gezonder eten.

    Maar hoe zit het met de argumenten tégen schoollunches? Ontegenzeggelijk zit er iets tegenstrijdigs in de roep om een gezonde schoollunch enerzijds en de weerzin tegen een sturende overheid anderzijds. Na jaren van discussies, Kamerdebatten en goedbedoelde adviezen over het lunchpakket, is één ding wel duidelijk geworden: die gezonde lunch voor alle schoolkinderen komt er niet vanzelf. Nu de verwezenlijking van het idee dichtbij komt, zijn de rapen gaar.


    Woordvoerder van het CDA

    "De lobby hiervoor is al een jaar bezig, maar wij zijn ook al een jaar aan het uitleggen dat we dit niet willen"

    Zo laat GroenLinks-kamerlid Lisa Westerveld weten dat haar partij tegen verplichte schoollunches is: ‘Iedereen vindt dat er een gezond aanbod op scholen moet zijn, maar in de praktijk is dit niet iets wat we vanuit de overheid kunnen verplichten. We vinden dat daarbij ook te weinig rekening gehouden wordt met de diversiteit van schoolgaande kinderen. Sommigen kinderen eten veganistisch of vegetarisch; daar lijkt amper weinig ruimte voor te zijn.’ Met andere woorden: de ouders moeten het zelf maar regelen.

    Ook de VVD is tegen een verplichtstelling, zij het om andere redenen: ‘Basisscholen hebben al teveel op hun bord liggen, zoals de werkdruk voor leraren en het passend onderwijs.’ En het CDA meldt dat het verzorgen van schoollunches niet als taak van het onderwijs ziet: ‘Het is primair de taak van opvoeders. Daarnaast is het niet gegarandeerd dat lunches op school gezonder zijn dan thuis. De lobby hiervoor is al een jaar bezig, maar wij zijn ook al een jaar aan het uitleggen dat we dit niet willen. En in zijn algemeenheid lijkt het niet wenselijk dat het bedrijfsleven meer invloed krijgt op het onderwijs.’ In de politiek lijkt er dus weinig steun te zijn voor de wens van Rinnooy Kan en de zijnen.

    Ouders zijn al evenmin unaniem enthousiast. En het gaat niet alleen om bezorgdheid over wat er mogelijk geserveerd gaat worden (wel of niet veganistisch, halal, glutenvrij, etcetera); ook de kosten waarmee ouders mogelijk worden opgezadeld vormen een discussiepunt.

    Wie kan er iets tegen zo’n experiment hebben? Niemand, zou je zeggen

    Peter Hulsen is directeur van de (door het ministerie van OCW gefinancierde) Stichting Ouders en Onderwijs, een overlegorgaan voor schoolzaken. Hij vindt dat scholen kinderen niet kunnen verplichten tot een schoollunch. ‘De kosten voor een verplichte schoollunch kunnen niet dwingend bij de ouders neergelegd worden, want een ouderbijdrage is altijd vrijwillig,’ zo legt hij uit.  ‘Wel zou je in samenspraak met de medezeggenschapsraad kunnen afspreken dat je de schoollunch voor nieuwe leerlingen verplicht stelt. Dan is dat vooraf duidelijk voor ouders bij het maken van de keuze voor de betreffende school.’

    ‘Gezonde basisschool’

    De kosten, het menu, keuzevrijheid van ouders: voor wie louter oog heeft voor de gezondheidswinst die er met een gezonde schoollunch te behalen valt, is het allemaal geneuzel in de marge. Maar ook de niet betwiste voordelen — kinderen die zich beter voelen, gezonder zijn en mogelijk zelfs beter presteren op school — laten zich moeilijk kwantificeren. Het zal nog jaren duren voordat deze effecten zicht- en meetbaar worden.

    In tegenstelling tot andere landen heeft Nederland weinig ervaring met schoollunches — laat staan gezonde. In Zuid-Limburg loopt sinds 2015 een proef met de ‘Gezonde Basisschool van de Toekomst’ (GBT): dit wetenschappelijke experiment richt zich op ‘het bevorderen van gezondheidswinst bij kinderen en een verbetering van schoolresultaten en welbevinden.’ Een van de aanleidingen voor dit experiment was de gezondheidsscore van kinderen in zuidelijk Limburg: die behoort tot de slechtste van Nederland. Er lijkt een verband te bestaan met de schoolprestaties, die eveneens slechter zijn dan het landelijk gemiddelde.

    Wie kan er iets tegen zo’n experiment hebben? Niemand, zou je zeggen. Toch hebben enkele betrokken ouders juist door die proef twijfels hebben gekregen bij de invoering van schoollunches op basisscholen. Een van hen, die anoniem wil blijven ‘omdat Zuid-Limburg erg klein is’, vertelt waarom: ‘Vroeger vond ik de “Gezonde Basisschool van de Toekomst” een mooi idee. Maar de uitvoering bleek niet goed, want het eten op school was van een slechte kwaliteit.’

    ‘Het experiment moest hoe dan ook een succes gaan worden’

    De ouder vertelt hoe diens zoon thuis biologisch brood en groente eet, maar hij op school ‘fabrieksbrood’ en voorverpakte kaas en ham kreeg: ‘Ik vind het vreselijk dat ik niet zelf kan bepalen wat mijn zoon op school eet. Ik heb hem daarom van school gehaald.’ Wel denkt deze ouder dat sommige kinderen op een GBT-school beter af zijn dan met wat ze van thuis meekrijgen, ‘maar daar mogen mijn kinderen en andere ouders niet de dupe van worden.’

    De vraag over wat ‘gezond’ nu precies is, varieert in Nederland enorm — in Zuid-Limburg, maar nog veel meer in de grote, etnisch en cultureel gevarieerdere steden. Dat maakt het invoeren van een schoollunch die door iedereen als gezond zal worden ervaren tot een lastige, zo niet onmogelijke opgave. Zelfs met de relatief homogene bevolkingssamenstelling van Zuid-Limburg was dit al aan probleem.

    Na het experiment werden er op de scholen in Limburg inspraakmomenten gehouden. Sommige ouders geven echter aan dat deze voelden ‘als een wassen neus’: ook al ging ‘uiteindelijk een ruime meerderheid van de ouders akkoord met het experiment, voor afwijkende standpunten was geen ruimte,’ zo meldt een van de bezorgde ouders. ‘Hierdoor bekroop mij steeds vaker het gevoel dat er bij de Gezonde Basisschool van de Toekomst grotere belangen meespelen — belangen die ik niet op mijn netvlies heb staan, en waar ik alleen naar kan gissen. Wel weet ik dat vooraf al vaststond dat het experiment hoe dan ook een succes moest gaan worden.’

    Afspraken

    De catering op de GBT-scholen in het zuiden van ons land werd verzorgd door de Franse multinational Sodexo. Directeur Gert-Jan van Druten zegt van weerstand bij ouders weinig te hebben gemerkt: ‘Als ik terugkijk op de afgelopen vier jaar, dan hebben we eigenlijk niet zo heel veel tegenwerking gehad bij de GBT. Dat komt vooral omdat we vooraf goed en gedegen het project in kaart hebben gebracht. Eventuele barrières hebben we vooraf onderkend en opgelost.’

    "Ik kon maar twee dingen doen: ‘ja’ zeggen tegen het experiment, of mijn kind van school halen"

    Maar wanneer we die uitspraak aan één van de ouders voorleggen, klinkt schamper gelach: ‘Als ouder kon ik maar twee dingen doen: “ja” zeggen tegen het experiment, of mijn kind van school halen.’

    Ook lobbyist Alexander Rinnooy Kan reageert verbaasd bij het horen van de twijfels en weerstand onder ouders ten aanzien van schoollunches: ‘Hoezo weerstand? Ik ben ervan overtuigd dat juist ouders heel blij zijn als hun kinderen zo goed verzorgd worden. Kijk, kinderen eten thuis ook niet gratis. Er zijn heel veel ouders die het geweldig vinden, die dolblij zijn als hun kinderen die ene gezonde maaltijd per dag veilig gesteld krijgen.’

    De politicus herkent de principiële bezwaren wél, maar hij vindt dat ‘ouders daarover geen zorgen hoeven te hebben’: ‘We kunnen natuurlijk gewoon van tevoren afspreken dat schoollunches nooit verplicht worden. Niemand wil toch aan de eindverantwoordelijkheid van de ouders komen?’

    Uiteindelijk moet een systeem voor schoollunches volgens Rinnooy Kan altijd uitzonderingen mogelijk maken. Toch blijft hij erbij dat ‘heel veel ouders dit geweldig vinden en er zonder enige aarzeling aan mee willen werken.’ Wel vreest hij de eventuele weerstand onder schoolbesturen en dat ‘ze de PO-Raad ineens in een soort collectieve verdedigingsstand trekken.’

    ‘Wat ik zie gebeuren als de uitkomsten positief zijn, [is] dat we dan gaan doorpakken’

    Maar de vrees van Rinnooy Kan is intussen al werkelijkheid: de PO-Raad heeft de hakken in het zand gezet. Woordvoerder Kooper: ‘Het organiseren van schoollunches is een sympathiek idee, maar het stuit op veel praktische en financiële bezwaren. Scholen zonder keuken moeten er misschien een laten bouwen en er is personeel nodig om het te organiseren. Zo bleek uit een pilot in Amsterdam dat de kosten hiervoor uitkomen op een ton per school per jaar.’

    De raad vindt sowieso dat ‘de (gehele, red.) bekostiging van het onderwijs ernstig tekort schiet, waardoor goed onderwijs onder druk komt te staan’. Daarom moeten eerst de andere problemen — zoals een groeiend lerarentekort, de lage betaling en de hoge werkdruk — worden opgelost. ‘Schoollunches hebben in dat licht minder prioriteit,’ aldus Kooper. 

    Potentiële markt

    Maar er is meer dat de scepsis onder ouders en onderwijzend personeel voedt. Voor het oplossen van maatschappelijke problemen wordt in Nederland vaak een beroep gedaan op publiek-private samenwerking; het idee daarachter is dat de markt het veelal goedkoper kan dan de overheid. Ook voor het organiseren en verstrekken van schoollunches kan het niet anders dan dat er private partijen worden ingeschakeld.

    Zo ook bij de Gezonde Basisschool van de Toekomst in Zuid-Limburg: in dat experiment is een hoofdrol weggelegd voor Sodexo, de multinationale cateraar die als marktleider ook wel bekend staat als grootste krokettenbakker van Nederland. Sodexo levert de lunches aan de deelnemende scholen — zo’n 110.000 stuks per jaar.

    WAT KOSTEN DIE SCHOOLLUNCHES EIGENLIJK?

    Een gemiddelde warme schoollunch kost volgens Alexander Rinnooy Kan tussen de 3 en 4 euro per kind per dag. Volgens de laatste meting van DUO (1 oktober 2016) zijn er in Nederland 1.570.000 basisschoolleerlingen; dat betekent dat een verplichte, nationaal ingevoerde schoollunch een dagelijkse lunchomzet van ruim 5,3 miljoen euro oplevert. Met zo’n 200 schooldagen per jaar levert dat een markt op ter waarde van ruim een miljard euro. Volgens het Nibud geven ouders daarentegen gemiddeld tussen de 1 en 1,50 euro uit aan de tweede broodmaaltijd. Daarmee zijn de boterhammen van thuis een stuk goedkoper. 

    Welke vorm de schoollunch ook krijgt, het staat vast dat deze niet zonder subsidiëring door de overheid kan. Rinnooy Kan pleit daarom voor ‘een regeling die verstandig subsidieert’: ‘Dat betekent dat het geld moet belanden bij ouders die het echt nodig hebben, bij kinderen die het echt nodig hebben. In achterstandswijken bijvoorbeeld, dáár moet je inzetten op schoollunches.’

    Lees verder Inklappen

    Sodexo-directeur Van Druten noemt de GBT ‘een onwijs mooi project’. Hij kan zijn enthousiasme over de samenwerking maar moeilijk onderdrukken: ‘Wat ik zie gebeuren als de uitkomsten positief zijn, [is] dat we dan gaan doorpakken.’

    Hiermee doelt Van Druten op een eventuele landelijke uitrol van schoollunches binnen het Nederlandse basisonderwijs. Maar: ‘Dan gaan we wel concurrentie krijgen.’ Hij relativeert ook: ‘Het is geen enorme winstpakker, waarmee je binnen de kortste keren je zakken vult, maar als je ondernemer bent neem je risico’s.’ Ook volgens Alexander Rinnooy Kan is er aan belangstelling van cateraars vooralsnog geen gebrek: ‘Zolang er maar betaald kan worden.’

    Met andere woorden: in de scholen ligt een enorme potentiële markt braak, wachtend om te worden ontgonnen door de private sector. Een markt van ruim één miljard euro, die ook nog eens door de gemeenschap zal worden gesubsidieerd: een buitengewoon aantrekkelijke zakelijke propositie. Binnen het kader van de publiek-private samenwerking die Nederlandse beleidsmakers koesteren is dat niet meer dan logisch, maar dat denken in marktkansen staat ver af van de oorspronkelijke doelstelling: het verstrekken de gezonde lunch voor schoolgaande kinderen.

    Proeftuin

    Het GBT-project is om meerdere redenen een interessante proeftuin: gezondheidswetenschappers kunnen er hun hypotheses testen, lokale bestuurders kunnen er het imago van Zuid-Limburg mee verbeteren en de ministeries van Volksgezondheid en Onderwijs zien kansen om door deze vorm van preventieve gezondheidszorg in de toekomst geld te kunnen besparen. En voor Sodexo is het interessant, omdat het bedrijf zodoende als eerste cateraar in ons land een voet tussen de deur krijgt bij een veelbelovende nieuwe groeimarkt in Nederland.

    De Nederlandse tak van de multinational heeft aan zijn betrokkenheid bij GBT een voorsprong op eventuele concurrenten te danken. De 600.000 euro (in natura) waarmee de multinational zich inkocht in het project is peanuts als je het vergelijkt met het vooruitzicht van een eventuele ontsluiting van die nieuwe markt. De deelname aan de Gezonde basisschool van de Toekomst versterkt bovendien het imago en de geloofwaardigheid van Sodexo als leverancier van gezonde lunches: het GBT-project is een visitekaartje voor de cateraar, één dat in de toekomst mogelijk deuren kan openen. 

    ‘Als je naar de eetcultuur op onze scholen kijkt, dan is Nederland echt een buitenbeentje’

    ‘Natuurlijk wil Sodexo zich graag profileren met een beweging in gezondheid,’ zegt client relations manager Peter van Bloemendaal, ‘maar wij hebben ook een andere ambitie. Als je naar de eetcultuur op onze scholen kijkt, dan is Nederland echt een buitenbeentje.’ 

    Volgens de woordvoerder ‘eten we onze meegebrachte boterhammetjes van thuis, terwijl ze in de ons omringende landen warme lunches van scholen eten. Dat is natuurlijk wel iets wat je moet doorbreken. We gaan proberen om de markt in beweging te krijgen, want we zijn ervan overtuigd dat het project echt effect heeft. Wij geloven erin dat gezonde voeding een positieve impact heeft op de prestaties van leerlingen en ziekteverzuim op de lange termijn.’

    Voorlopig kijken andere (Nederlandse) cateraars vanaf de zijlijn naar het Limburgse experiment. Martijn Pater, operationeel directeur van Markies Catering, denkt het met die voorsprong van Sodexo wel meevalt: ‘We houden het project in het zuiden in de gaten, maar voorlopig wachten we nog even af wat de uitkomst van de onderzoeksresultaten is.’ 

    Of dat cateraar Sodexo straks tot koning éénoog in het land der blinden maakt, valt nog te bezien; het hangt er onder meer van af of Rinnooy Kan en consorten er in zullen slagen om de schoollunch in het regeerakkoord te krijgen. Mocht dat gebeuren, dan heeft Sodexo dankzij de ervaring in Limburg een sterke positie om de nieuwe markt te bewerken. Als ‘hofleverancier’ van (warme) schoollunches in het buitenland, heeft de multinational daarnaast toch ook al een flinke kennisvoorsprong op Nederlandse concurrenten.

    ‘We hopen met het fundament van de GBT op een landelijke en misschien wel Europese uitrol,’ aldus Van Bloemendaal. ‘Wij gaan dus zeker niet stoppen — en wel om twee redenen: we willen meerwaarde leveren aan de klant, en, heel simpel, omdat we een bedrijf zijn en hier markt in zien.’

    Al met al is het goed om te beseffen dat het bij de schoollunches niet alleen draait om de gezondheid van onze kinderen of de keuzevrijheid van ouders: het draait ook om geld. Veel geld. Wie betaalt het? Wie verdient eraan? En wie hebben er het meest belang bij? Zijn het de voedings- en gezondheidwetenschappers, die ongetwijfeld hun op preventie gerichte onderzoeken in het onderwijs gemakkelijker gefinancierd zullen krijgen? Of toch de cateraars, die een nieuwe markt in Nederland kunnen aanboren? En bepalen multinationals straks wat onze kinderen tussen de middag eten?

    Dat er veel belangen op het spel staan is duidelijk. Maar het is lang niet altijd duidelijk welke hiervan ook daadwerkelijk de ouders en kinderen dienen.

    Vrijdag publiceert politicoloog Herman Lelieveldt een opinie-artikel over de vraag wat we kunnen leren van de ervaringen in het buitenland met schoollunches.

    Over de auteur

    Floor Verkerke

    Floor Verkerke schrijft over macht, belangen en invloed van multinationals op ons voedsel.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    De commercialisering van onze scholen

    Steeds vaker zien binnen- én buitenlandse bedrijven onze scholen als een interessante markt. Het is mooi dat ondernemingen zo...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid