WfZ ziet grote bedreigingen voor zorgsector

Directeur Herman Bellers van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ) maakt zich zorgen. Niet over het garantiefonds zelf, maar over de toestand van de leden. Het kabinetsbeleid verhoogt de financiële risico's voor zorginstellingen de komende jaren aanzienlijk.

Herman Bellers is geen onheilsprofeet. Meteen moord en brand schreeuwen als de politiek een nieuwe koers uitzet vindt hij weinig zinvol. Maar de risico's die zich nu af beginnen te tekenen in de zorgsector, baren hem wel degelijk zorgen: 'De zorg maakt op het moment een fundamentele verschuiving door. We zien echt bedreigende ontwikkelingen. Zorginstellingen anticiperen daar ook op. Maar we zien de kans op calamiteiten wel groter worden. En daarmee ook het risico dat er vaker een beroep gedaan wordt op het WfZ garantiefonds.'  

Met stip op 1: beleidswijzigingen

De bedreigende ontwikkelingen waar Bellers op doelt zijn voornamelijk beleidswijzigingen die Den Haag aan de sector oplegt. 'Die vormen het grootste risico voor de zorgsector, zonder twijfel. Waar normaal gesproken in een markt het met de een goed gaat en misschien met de ander iets minder, zorgt een beleidswijziging in de zorg ervoor dat meteen alle spelers in het veld het eventuele nadeel daarvan voelen.' 'Neem bijvoorbeeld de wijzigingen in Wonen met Zorg, die zorgt voor een vraaguitval van 50 tot 60 procent. Terwijl instellingen wel met gebouwen blijven zitten die bij leegstand dalen in waarde. Dat kan in korte tijd tot grote problemen leiden, vooral omdat de tijd die er is om zo'n tegenvaller op te vangen slechts enkele jaren bestrijkt.'
Beleidswijzigingen vormen met afstand het grootste risico voor de zorgsector
  Om andere voorbeelden van door beleid beschadigde verdienmodellen te vinden hoef je niet ver te zoeken. Ziekenhuizen signaleren al een forse daling in bezoeken dit jaar die op zijn minst voor een deel toe te schrijven is aan de verhoogde eigen bijdrage. De bezuinigingen op de thuishulp en andere delen van de thuiszorg - die opmerkelijk genoeg samenvallen met de bezuinigingen op verpleeghuizen - en het verminderen van het aantal mensen dat recht heeft op die zorg, hebben een flinke vraaguitval tot gevolg. Ook zullen gemeenten in aanleg meer kosten maken voor de uitvoering van nieuwe taken, waardoor minder budget overblijft voor de feitelijk te leveren Een recent rapport van Price Waterhouse Coopers (PWC) onder instellingen die langdurige zorg leveren laat zien dat 85 procent van de instellingen door deze maatregelen verwacht met een omzetdalingen te maken te krijgen, variërend van licht (tot 10 procent) tot zeer zwaar (meer dan 20 procent). Gemiddeld verwachten de instellingen 11 procent omzet ingeleverd te hebben per 2018, maar er zitten uitschieters bij van bijvoorbeeld een verlies van 70 procent in de lichtere verpleeghuiszorg. De genoemde oorzaak: de door Rutte II aangekondigde bezuinigingen. Bovendien laat het rapport zien dat instellingen een omzetverlies over het algemeen niet aankunnen. Het eigen vermogen, de laatste tien jaar zo fanatiek opgebouwd, zal volgens PWC naar verwachting verdampen. Gemeten in budgetratio van boven de 24 procent dit jaar tot 12 procent in 2018. Dat heeft zijn weerslag op het vermogen om financiering aan te trekken. Maar de grootste bedreiging ziet PWC in de beschikbare liquide middelen bij instellingen. Als ondergrens wordt een current ratio van 0,6 aangehouden, daaronder wordt het moeilijk voor instellingen om aan hun dagelijkse betalingsverplichtingen te voldoen. Als de verwachtingen van instellingen over hun eigen omzet uitkomen, zal de gemiddelde organisatie daar in 2018 onder duiken. Maar meer voor de hand liggend is dat voor die tijd een deel failliet gaat. Een op de drie organisaties zou dat risico lopen, aldus PWC. En dat is waar het WfZ weer ten tonele verschijnt.  

Triple A

Gelukkig zit het met de positie van het WfZ nog goed: afgelopen zomer werd het fonds door kredietbeoordelaar Standard&Poor's als Triple A beoordeeld, de best mogelijke status, zij het met een negatief vooruitzicht. Het fonds heeft voldoende reserves, belegt risicomijdend, genereert voldoende inkomsten en is uiteindelijk ook nog eens gedekt door het Rijk - mocht het erop aan komen. Ook het feit dat er van de zomer een beroep op het fonds gedaan werd door het gefailleerde Ruwaard van Putten ziekenhuis uit Spijkenisse baarde S&P geen zorgen. Het was de eerste keer in de veertienjarige bestaansgeschiedenis van het WfZ dat er daadwerkelijk een lening overgenomen moest worden. Het fonds moet een voorziening van ruim 35 miljoen euro treffen om die lening plus rente de komende jaren terug te betalen aan de financier. Tot zover niets aan de hand, dit is uiteindelijk ook waar het WfZ voor bedoeld is. Maar met een beschikbare reserve van ongeveer 250 miljoen euro op 9 miljard aan geborgde leningen, zijn er maar zeven of acht faillissementen met vergelijkbare claims nodig voor er aanvullende fondsen bij de 328 deelnemers geïnd moeten worden. Bellers: 'Mochten we dan alsnog niet voldoende geld in kas hebben, dan springt uiteindelijk het Rijk weer bij.' Dat deelnemers in zo'n scenario niet allemaal in staat zullen zijn om af te tikken bij het WfZ valt te voorzien; immers kampt de hele sector in mindere of meerdere mate met dezelfde problemen. En dan kan een garantiefonds nog zo solide zijn, dan is de bodem snel in zicht - triple A of niet.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eelke van Ark

Gevolgd door 2115 leden

Eelke vond vanuit de Achterhoek de weg naar Follow the Money. Ze heeft zich vastgebeten in het Nederlandse zorgstelsel.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren