© CC0 (Publiek domein)

    Kan een mensaap burgerrechten hebben? En een robot, kan die iets bezitten? In deze aflevering van zijn boekproject gaat Niko Roorda in op deze en andere vragen. Want kwesties als rechten en eigendom mogen dan vanzelfsprekend lijken, in de praktijk zijn ze dat lang niet altijd.

    Prachtig! De tekst van opperhoofd Si'ahl, waaruit ik in de vorige aflevering citeerde. In deze nieuwe aflevering bied ik je een andere inspirerende tekst aan: het Earth Charter. Voordat ik daaraan toe ben, moet ik eerst een paar juridische kwesties uitzoeken. Hoe zit dat eigenlijk, waarom zijn mensen – volgens de officiële rechtsregels – andere wezens dan gorilla’s of ganzen? Ik heb het uitgezocht en laat het je weten. Als je belangrijke aanvullingen hebt, ben ik vanzelfsprekend geïnteresseerd.

    Daarna ga ik een eerste symptoom beschrijven van de ziekte waaraan wij allen samen lijden: pervertitis economica. (Dat is niet ons ieders individuele ziekte, maar een ziekte van het economisch systeem. Wij lijden er echter wel aan. Eronder, eigenlijk. Dus ik behoor te zeggen: de ziekte waaronder wij allen lijden.)

    3.2.1.3. Rechtspersoonlijkheid

    Kleine stukken grond kunnen eigendom zijn van particulieren. Grotere stukken, soms duizenden kilometers lang, zijn eigendom van natiestaten; in zekere zin definiëren ze die staten, zoals landkaarten ons laten zien, want volken zonder eigen grond worden niet erkend als natie. Wat kun je eigenlijk nog meer in eigendom hebben? Je lichaam. De kleren aan je lijf. Je huis. De inboedel daarvan, je fiets, je auto. De vruchten van je arbeid, zoals Locke opmerkte. Dat geldt ook voor de vruchten van geestelijke arbeid: boeken en gedichten; muziek, schilderijen en foto’s; brieven, emails en websites; ideeën en uitvindingen. Om dat intellectueel eigendom juridisch vast te leggen worden copyrights, octrooien en patenten gebruikt. Dat leidt soms tot merkwaardige toestanden, zoals die van case 3.1 over het patent op restasis.

    Tegenwoordig is iedereen wettelijk gerechtigd om zulke zaken in eigendom te hebben. Dat wil zeggen: iedereen die een mens is.

    Dat roept de vraag op: wat is, juridisch gezien, een mens eigenlijk? Het wettige antwoord is: een natuurlijk persoon. Uitsluitend mensen (homo sapiens) hebben zo’n natuurlijke persoonlijkheid; geen enkel ander dier wordt als persoon erkend. Waarom? Omdat mensen vonden dat ze dat zo mochten beslissen.

    In het huidige internationale recht zijn er precies twee soorten rechtssubjecten: natuurlijke personen en rechtspersonen. Beiden bezitten rechtspersoonlijkheid. Rechtspersonen zijn door mensen gevormde constructies zoals bedrijven, stichtingen, verenigingen en natiestaten.

    De twee soorten rechtssubjecten hebben deels dezelfde rechten. Daartoe behoren onder meer het recht op eigendom, op het sluiten van contracten en op het optreden als eiser in een rechtszaak. Er zijn ook rechten waarover alleen natuurlijke personen beschikken, zoals het recht op leven, stemrecht, vrijheid van meningsuiting en vrijwaring van marteling en wrede behandeling.

    De opvattingen over rechtssubjecten zijn gebaseerd op een bepaald mensbeeld, volgens welk alle mensen, ongeacht afkomst, etniciteit, geslacht, geloof of geaardheid dezelfde rechten hebben. Maar die opvattingen hebben in de loop van de voorbije eeuwen heel wat ontwikkelingen doorgemaakt, zoals figuur 3.4 laat zien. 

    Volgens het Romeinse recht waren slaven geen rechtssubjecten maar rechtsobjecten: geen personen maar zaken dus, ‘dingen’. In de Middeleeuwen gold hetzelfde, terwijl horigen halfvrije personen waren met beperkte rechten. De positie van de toenmalige slaven lijkt op die van huisdieren en vee nu.

    Ideeën over rechtssubjecten en over rechten van mensen en van anderen zijn dus niet in beton gegoten, ze verschuiven in de loop van de tijd. Let op de tijdsafstanden tussen de jaartallen in figuur 3.4: ze halveren bij elke stap en illustreren daarmee dat de ontwikkelingen steeds sneller gaan. (Neem de jaartallen niet te letterlijk, ze zijn min of meer symbolisch.)

    Het is niet ondenkbaar dat er zich tussen nu en het jaar 2050 verschillende nieuwe kandidaten melden om, op de positie van het bovenste vraagteken in figuur 3.4, samen met ons als volwaardige rechtssubjecten erkend te worden:

    1. Als in het jaar 2029 de eerste werkelijk intelligente en liefhebbende robots erkenning als rechtssubject vragen, krijgen ze die dan? Zo ja, krijgen ze dan ook stemrecht en recht op eigendom?
    2. Als in het jaar 2039 goede contacten gelegd zijn met buitenaards intelligent leven, en de eerste aliens zich vestigen in enkele grote steden op Aarde, zijn ze dan rechtssubjecten?
    3. Als het dankzij een genetisch onderzoeksprogramma met behulp van aan fossielen ontleend DNA in 2049 lukt om weer neanderthalers tot leven te wekken, wat zijn zij dan?
    4. Als een nationaal of internationaal tribunaal in een geding, aangespannen door mensen die zichzelf opwerpen als vertegenwoordigers van mensapen, de eis toewijst dat onze naaste nog levende verwanten, de chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans rechtssubjecten zijn, zou je dat dan terecht vinden?
    5. Bedrijven en landen zijn rechtssubjecten. Zou de natuur als geheel misschien als een rechtssubject gezien kunnen worden? Wat zouden daarvan de consequenties zijn?

    De kans dat een van deze vijf kandidaten het gaat redden varieert. De kans op de ontwikkeling van intelligente en liefhebbende robots (althans: computerprogramma’s) binnen enkele decennia lijkt aanzienlijk, dus het zou heel verstandig kunnen zijn als je maar vast aan die gedachte begint te wennen. 

    De kans op bezoekende aliens is, net als de kans op een revival van de neanderthalmensen, moeilijk in te schatten; maar als gedachtenexperiment zijn ze beide uitstekend inzetbaar, teneinde de grenzen te verkennen van onze huidige opvattingen over rechtssubjecten en het eigenaarschap van onze planeet.

    Het ligt anders met de toekenning van rechten aan mensapen. Al in 1993 is door een groep vooraanstaande primatologen, antropologen en ethici een internationale organisatie opgericht genaamd The Great Ape Project (GAP). Hun streven is de totstandkoming van een Declaratie van de Rechten van de Grote Mensapen, onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. Vanzelfsprekend zal stemrecht niet behoren tot die rechten; maar wel andere rechten die tot nu toe alleen aan mensen zijn toegekend, waaronder het recht op leven, individuele vrijheid en vrijwaring van marteling en wrede behandeling.

    Anderen gaan nog enkele stappen verder. Richard David Precht geeft in 2016 in overweging om het doden van dieren uit te bannen. En Eva Meijer pleit in 2017 zelfs voor de toekenning van politieke rechten aan dieren, hoewel zij in haar boek niet geheel duidelijk maakt hoe dat zou moeten.

    Tenslotte: de natuur als rechtssubject. In de jaren 1960 stelde James Lovelock voor om de natuur van de gehele planeet te beschouwen als een complex, zelfregulerend systeem, dat tot op zekere hoogte opgevat kan worden als een persoon. Lovelock gaf deze persoon de naam ‘Gaia’, afkomstig van de Griekse oergodin die Moeder Aarde representeert. Lovelock’s ideeën zijn stevig bekritiseerd vanwege een gemis aan wetenschappelijke of empirische bewijzen, maar ze hebben desondanks invloed gehad op het denken over milieu en natuur en over onze relatie daarmee; zie bijvoorbeeld Latour

    Of de natuur als geheel wetenschappelijk of juridisch nu wel of niet als een persoon gezien kan worden, het zal interessant zijn om te onderzoeken wat de consequenties zouden zijn van het toekennen van de status van rechtssubject, en dus van bepaalde rechten. Misschien: het recht op leven, of zelfs op vrijwaring van marteling en wrede behandeling? Zo ja, waarop is dat recht dan van toepassing: de oerwouden in Brazilië en op Sumatra? De Noordzee? Proefdieren, huisdieren, vee? Dieren in het wild, ganzen bijvoorbeeld?

    Twee cases

    Case 3.5a. Schade door ganzen loopt gierend uit de hand

    Bronnen: www.boerderij.nl, RTV Drenthe, www.animalrights.nl, 2017-2018

    Nederlandse provinciebesturen geven ontheffingen aan jagers om vele tienduizenden beschermde ganzen af te schieten of te vergassen. De grauwe gans, de kolgans, de brandgans, de rietgans en de Canadese gans veroorzaken schade aan landbouwgrond, want gras dat bestemd is voor de koeien wordt opgegeten door ganzen. 

    Ganzen eten het jonge gras van de melkveehouders, ze bevuilen het en vernielen zo de grasmat. De schade door de ganzen is tien keer zo groot als een paar decennia terug.

    Vaak piepjonge ganzen worden opgejaagd en met duizenden tegelijk vergast of verdronken. Honderdduizenden andere ganzen worden met hagel beschoten. Veel daarvan worden aangeschoten maar overleven, waarna ze de rest van hun leven met hagel in het lijf doorbrengen. Uit studies in Denemarken bleek dat 36% van alle levende volwassen kleine rietganzen hagelkorrels in hun lichaam hadden.

    Case 3.5b. Schade door boeren loopt gierend uit de vleugel

    Bron: www.eerlijkgrazen.gans

    Lees verder Inklappen

    ‘Het jonge gras van de melkveehouders’, meldden de media. Hoezo ‘van melkveehouders’ en niet ‘van ganzen’, die hier vast al rondvlogen en graasden toen het land nog nooit mensen gezien had? Omdat ganzen geen rechtssubjecten zijn. Als gevolg daarvan zijn ze – ondanks hun beschermde status – uitgesloten van het recht op leven en het recht op eigendom van grasland. Zelfs zijn ze, hoewel ze net als mensen pijn kunnen ervaren, niet gevrijwaard van wrede behandeling.

    Als ‘Gaia’, dat wil zeggen de natuur als geheel, wellicht wel de status van rechtssubject zou verkrijgen, kan ze vanzelfsprekend niet persoonlijk in rechtszaken optreden. Maar dat geldt ook voor de mensapen van GAP, en zelfs voor bepaalde mensen, zoals kleine kinderen, geestelijk gehandicapten en comapatiënten. In plaats daarvan kunnen internationaal erkende organisaties voor natuur en milieu de belangen van de natuur of van de mensapen vertegenwoordigen.

    Je zou kunnen zeggen dat de natuur wel degelijk al bepaalde rechten heeft toegewezen gekregen. Diverse wetten en verdragen beschermen de natuur tot op zekere (maar nog onvoldoende) hoogte. Bepaalde natuurgebieden zijn erkend als ‘werelderfgoed’. In 2018 zijn er 241 van zulke beschermde natuurgebieden. Nederland heeft er één: de Waddenzee. Honderd procent bescherming biedt zo’n status helaas niet, want winning van aardgas vanuit de bodem van de Waddenzee wordt in 2018 nog altijd niet uitgesloten, hoewel het volstrekt duidelijk is dat, in verband met klimaatverandering, de toepassing van alle fossiele energiesoorten zo snel mogelijk moet worden uitgebannen. De winning kan niet alleen leiden tot verontreiniging maar ook tot bodemdaling, waardoor de unieke status van ‘kraamkamer van Europa’ die de Waddenzee heeft voor tal van vogelsoorten vernietigd zou kunnen worden.

    3.2.1.4. Avaritia: hebzucht

    De moderne westerse mens is vervreemd van de natuur. We beschouwen de gehele wereld als ons eigendom, waarvan we naar willekeur gebruik kunnen maken. Alles wat we willen hebben, pakken we naar believen. Dat is een weeffout: niet alleen in de manier waarop we de wereld hebben gepakt en ingericht, maar ook, en allereerst, in de manier waarop we daarover denken. Verderop in dit hoofdstuk zullen meer weeffouten opdoemen; maar misschien is onze visie op eigendomsrecht en op de relatie tussen mens en wereld wel de meest fundamentele van alle.

    In de christelijke traditie kent men de ‘zeven hoofdzonden’. Een daarvan is een rake beschrijving van deze weeffout. Deze zonde wordt doorgaans aangeduid met haar Latijnse naam avaritia, wat staat voor: hebzucht. Die hebzucht komt niet alleen tot uitdrukking in ons zelfgecreëerd eigendomsrecht maar ook in het ongeremde graaigedrag en het verzamelen van onmetelijke rijkdom, die de absurde ongelijkheid tot gevolg heeft die in het vorige hoofdstuk beschreven werd. Intussen is de relatie met onze planeet, met de natuur en met afzonderlijke dieren door onze avaritia lelijk verstoord. Het gevolg daarvan is een lange reeks van ecologische en menselijke rampen, die verderop in dit hoofdstuk de revue zullen passeren.

    In de conclusie van het vorige hoofdstuk werd getoond hoe het internationale economische systeem ziek is: het lijdt aan pervertitis economica. Avaritia is een van de symptomen van deze ziekte. In de komende gedeelten van het huidige hoofdstuk zullen meer symptomen geconstateerd worden. Samen zullen die symptomen gaandeweg een groeiende tabel gaan vullen, die uiteindelijk gehanteerd kan worden als een diagnostisch instrument. De eerste, nog zeer onvolledige versie van dat instrument staat hieronder in tabel 3.4.

    Tabel 3.4. Symptomen van Pervertitis Economica (1)

    Symptoom

    Meetbare kenmerken

    1. Avaritia: Hebzucht 

    Vervreemding van de natuur.

    Verwrongen visie op eigendom.

    Graaigedrag; onmetelijke rijkdom van sommigen; extreme ongelijkheid.

    De Sustainable Development Goals bieden weinig kans op genezing van deze ziekte. De SDG’s bestaan uit een lange lijst van concrete doelen, maar die gaan nauwelijks over een fundamentele verandering van zienswijzen betreffende de relatie tussen mens en natuur. Het dichtste bij de manier waarop de mens zijn grondgebieden beheert komt SDG 15, over het leven op land. SDG 15 luidt: 

    Beschermen, herstellen en bevorderen van het duurzame gebruik van ecosystemen, duurzaam beheren van bossen, tegengaan van woestijnvorming, tegengaan en terugdraaien van landdegradatie, en het verlies aan biodiversiteit een halt toeroepen.’

    Dat zijn prima doelen, maar ze zeggen niets over achterliggende filosofieën of wereldbeelden. Dat geldt ook voor de concreet te bereiken targets, waarvan target 15.9 nog het meest in de buurt komt van een mentaliteitsverandering:

    In 2020 zijn de waarden van ecosystemen en biodiversiteit geïntegreerd in nationale en lokale planning, ontwikkelingsprocessen, armoedebestrijdingsstrategieën en -rekeningen.’

    Dit target spreekt van ‘waarden’. De bijbehorende meetbare indicator (nummer 15.9.1) verwijst naar het Strategisch Plan voor Biodiversiteit 2011-2020, waarin deze waarden nader worden beschreven. In dat plan wordt niet expliciet vermeld of het gaat om waarden die in geld uitgedrukt kunnen worden of niet; maar de beschrijving dringt in ieder geval aan op een herwaardering van natuur en biodiversiteit.

    De tamelijk ‘zakelijke’ benadering die de SDG’s bieden, zal niet voldoende zijn om de relatie tussen mens en wereld structureel duurzaam te maken. Veel van de weeffouten in de menselijke samenleving komen voort uit onze ongenuanceerde opvattingen over het eigendom van onze planeet. Die opvattingen zijn op hun beurt weer gebaseerd op de huidige interpretatie van het begrip ‘eigendom’ in het algemeen. 

    Die huidige interpretatie vormt een van de fundamenten van ons macro-economische systeem. Wanneer we het concept ‘eigendom’ willen herzien, zal dat noodzakelijkerwijs flinke gevolgen hebben voor andere economische basisbegrippen, zoals: koop en verkoop; handel en markt; productie en consumptie; lenen, huren en pachten; erfrecht,kapitaal en geld. Een herziening van het eigendomsprincipe betekent automatisch een fundamentele herziening van het economisch systeem.

    Nu is dit boek niet een voorstel om alle eigendommen af te schaffen. Een streven naar een ‘eigendomvrij’ economisch systeem – of naar een systeem waarin alles eigendom is van de ‘staat’ of desgewenst van zoiets als een wereldregering – zou rechtstreeks indruisen tegen de natuur van de mensen, en het is nu juist een van de taken van een nieuwe economische wetenschap om een economisch systeem te ontwikkelen dat gebaseerd is op echte mensen en niet een fictief, geïdealiseerd soort mens.

    Het nieuw te ontwerpen economisch systeem dient dus aan te sluiten bij het menselijk karakter, en tegelijkertijd te garanderen dat er op een natuurlijke wijze een duurzame relatie wordt opgebouwd met onze leefwereld. Pas als we erin geslaagd zijn om ‘eigendom’ op een daarvoor geschikte manier te definiëren, kan op basis daarvan een solide, intrinsiek duurzame economie gevestigd worden. 

    In navolging van opperhoofd Seattle kan een begin gemaakt worden met het herzien van het eigendomsbeginsel, door ‘eigendom’ in relatie tot levende wezens of ecosystemen niet langer te zien als een éénzijdige relatie van eigenaar naar eigendom. Een voorbeeld daarvan is om de éénrichtingszin ‘Ik heb een paard’ te interpreteren op vergelijkbare wijze als ‘Ik heb een vrouw en twee kinderen’, dus als een relatie in twee richtingen. Of, bijna gelijk aan het (niet helemaal historische) citaat van de Indiaanse leider zelf: ‘De Aarde is niet het eigendom van de mens. De mens maakt deel uit van de Aarde.’ Zou het mogelijk zijn om dat juridisch vorm te geven? 

    Een andere mooie uitdaging voor juristen is, te kijken of het mogelijk is om een juridische vertaling te maken van de beroemde stelling: ‘We hebben de wereld niet van onze voorouders geërfd, we hebben hem geleend van onze kinderen.’ Maak daar maar eens wetgeving voor in termen van eigendom.

    Een inspirerend voorbeeld van die geesteshouding is het Earth Charter (2000), dat in het Nederlands heet: Manifest van de Aarde. Deze verklaring kwam in het jaar 2000 tot stand met steun van UNESCO en de Nederlandse regering en koningin en werd ondertekend in het Vredespaleis in Den Haag. Het Earth Charter is min of meer complementair aan de SDG’s en vormt samen daarmee een prachtige, behoorlijk complete richtlijn voor duurzame ontwikkeling.

    Case 3.5. Het Manifest van de Aarde

    Bron: Earth Charter, 2010.

    ‘Wij bevinden ons op een kritiek moment in de geschiedenis van de Aarde, een tijd waarin de mensheid haar toekomst moet kiezen. Nu de wereld steeds meer verweven, onderling afhankelijk en kwetsbaar wordt, houdt de toekomst zowel grote gevaren als grote beloftes in. Om vooruit te gaan, dienen wij te erkennen dat wij te midden van een schitterende verscheidenheid aan culturen en levensvormen één menselijke familie vormen en één Aardse gemeenschap met een gemeenschappelijke bestemming.’ (…)

    ‘De mensheid is onderdeel van een enorm, zich ontwikkelend universum. De Aarde, ons thuis, leeft en omvat een unieke levensgemeenschap. De natuurkrachten maken het bestaan tot een veeleisend en onzeker avontuur, maar de Aarde heeft de omstandigheden geboden die essentieel zijn voor de evolutie van het leven. De veerkracht van de levensgemeenschap en het welzijn van de mensheid zijn afhankelijk van het instandhouden van een gezonde biosfeer met al haar ecologische systemen, een rijke verscheidenheid aan planten en dieren, vruchtbare grond, onvervuild water en schone lucht. Het mondiale milieu met zijn eindige hulpbronnen is een gemeenschappelijke zorg van alle volkeren. De bescherming van de levenskracht, verscheidenheid en schoonheid van de Aarde is een heilige plicht.’ (…)

    ‘Wij hebben dringend behoefte aan een gedeelde visie van essentiële waarden die een ethische basis leggen voor de opkomende wereldgemeenschap. Verbonden in hoop, bekrachtigen wij daarom de volgende van elkaar afhankelijke principes voor een duurzame levenswijze als een gemeenschappelijke norm, om aan de hand daarvan het gedrag van alle individuen, organisaties, bedrijven, regeringen en internationale instituten te begeleiden en beoordelen.’ (…)

    1. Respecteer de Aarde en het leven in al zijn verscheidenheid.

    a. Erken dat alle wezens van elkaar afhankelijk zijn en dat iedere levensvorm waarde heeft, ongeacht diens waarde voor de mens.

    b. Bekrachtig uw vertrouwen in de intrinsieke waardigheid van alle mensen en in het intellectuele, artistieke, ethische en spirituele potentieel van de mensheid.

    2. Draag zorg voor alle levensvormen, met begrip, compassie en liefde.

    a. Accepteer dat mét het recht natuurlijke hulpbronnen te bezitten, te beheren en te gebruiken ook de plicht komt schade aan het milieu te voorkomen en de rechten van mensen te beschermen.

    b. Bekrachtig dat mét verdergaande vrijheid, kennis en macht ook verdergaande verantwoordelijkheid komt om het gemeenschappelijk goed te bevorderen.’

    (Etc.)

    Lees verder Inklappen

    Tenslotte

    Het sterke van de tekst van het Earth Charter vind ik, dat hij inspireert op een bijna poëtische manier, maar tegelijk niet zweverig of een beetje ‘eng’ is, als je begrijpt wat ik bedoel. Dat is natuurlijk een persoonlijke ervaring van mij, het kan zijn dat je het anders ervaart. Ik had er graag meer van geciteerd, maar ik kan het stuk in mijn hoofdstuk niet te lang laten worden, dan wordt de omvang buiten proporties. Ik nodig je uit om de rest van het Earth Charter te lezen en je te laven aan de mooie en zinvolle woorden: volg de link

    Ik ben erg benieuwd naar jullie ideeën over de mogelijke status van liefhebbende robots, aliens en neanderthalers als rechtssubject. En nog meer als het gaat om chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans, want die zijn geen sciencefiction maar bestaan gewoon nu (en al heel lang). Hoe kijken jullie daar tegenaan? Ik zou graag willen dat je daar wat over schrijft. 

    O, en weet je nog andere kandidaten voor het rechtssubjectschap? Of misschien verrassende ideeën over wat er op de twee vraagtekens van figuur 3.4 zou kunnen staan?

    En de natuur als geheel? Het is vrij duidelijk dat die lang niet voldoende wordt beschermd. Ik ga daar in de komende afleveringen diep op in. Dat is zeer belangrijk, want veel van de natuuraantasting (inclusief de klimaatverandering en de golf van uitstervende soorten, de ‘zesde extinctie’) hebben hun wortels stevig in het huidige wereldeconomische systeem, zoals ik zal aantonen.

    Met deze aflevering heb ik het eerste blokje voltooid van de negen blokjes, gevormd door de Triple P (planet, people, profit) te combineren met de Triade (pakken, spelen, breken). Dit blokje ging over planet gecombineerd met pakken, en het thema was Verovering, met als voornaamste economische onderwerp: eigendom.

    In de volgende aflevering maak ik een begin met het bespreken van het tweede blokje, de combinatie van planet met spelen. Het thema is Vervuiling, en het voornaamste economische onderwerp: waarde. In de komende afleveringen mag je onderwerpen verwachten zoals: afwenteling, externaliteiten, de ‘echte kosten’ (‘true price’) van onder meer kernenergie, vlees en vliegen, afval, circulaire economie, productivisme en achteloosheid. Je ziet, er ligt een uitgebreid programma klaar.

    Als het thema Vervuiling aldus in een aantal afleveringen voltooid is, volgt het laatste planet-blokje, getiteld Vernietiging, waarna ik aan people begin. Het totale overzicht van de negen blokjes kun je terugvinden in aflevering 18 van 22 juni.

    Tot slot weer even de vaste opmerking: je kunt de wederom aangevulde literatuurlijst en inhoudsopgave, evenals hoofdstuk 1 in het Engels, downloaden via de link https://niko.roorda.nu/books/fundamenteel-nieuw-economisch

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 396 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 602 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier