Wie is schuldig?

2 Connecties

Onderwerpen

Kredietcrisis

Personen

Ewald Engelen

In een collegereeks zoeken FTM columnist Ewald Engelen en collega Tijo Salverda naar schuldigen van de crisis.

Met een foto van Bernanke op de achtergrond vraagt Engelen aan de zaal: ‘Waarom is deze man geen bankier?’ Het is even stil, tot iemand vragend roept: ‘de baard?’ ‘Exact!’ zegt Engelen enthousiast. ‘De baard.’ Bovendien zo analyseert Engelen heeft Bernanke roos op zijn schouder en inktvlekken bij het borstzakje van zijn maatpak. ‘Een echte academicus heeft altijd een pen in zijn borstzak,’ legt Engelen uit. Nadat hij heeft geconstateerd dat Bernanke geen bankier is begint Engelen aan een verhandeling over de taxonomie van bankiers. ‘De bankier is immer gladgeschoren en draagt een maatpak van duizenden euro’s met manchetknopen met een sieraad dat al even duur is als zijn maatpak.’ Het wapen van de bankier is de powerpoint presentatie, waarmee hij cliënten poogt te verleiden te investeren in financiële must-haves als collateralized debt obligations of zo’n piekgave interest rate swap. De bankier, zo concludeert Engelen zijn betoog, straalt aan alle kanten professionaliteit en degelijkheid uit. 
 
De antropologische beschrijving van de klasse der bankiers is karakteristiek voor het interdisciplinaire karakter van de colleges. Engelen is zelf financieel geograaf en zijn collega Salverda een antropoloog. Beide zijn geen fan van de formalistische benadering van de meeste economen. Engelen plaatst zichzelf in het eerste college dan ook in het kamp van economen dat gelooft dat de economie teveel op de natuurkunde probeert te lijken.  
 
Het falen van de economische professie is een bron van eindeloze ergernis voor Engelen, iets wat hem niet geliefd maakt bij zijn collegae. Sweder van Wijnbergen zei, doelend op Engelen, dat sociale geografen zich maar beter niet kunnen bemoeien met zijn wetenschap. Deze zelfde Wijnbergen riep in 2007, toen de dominostenen al aan het vallen waren, dat de economische problemen beperkt waren en de aandelenbeurzen ‘hysterisch’ waren geworden. ‘Het is een mooie tijd om goedkoop aandelen te kopen, dat zou ik nu doen,’ zei economisch expert Wijnbergen tegen het AD. De academici hebben gefaald vindt Engelen, door hun wetenschappelijke blinde vlekken of soms zelfs door academische corruptie. Ben Bernanke, Mervyn King, het IMF, de OESO allemaal krijgen ze er van Engelen van langs.
 
Engelen en Salverda gebruiken een benadering die doet denken aan het werk van John Kenneth Galbraith. Galbraith schreef het definitieve werk over de crash van 1929. In Galbraith’s boek wordt geen gestileerd model gemaakt van de crisis, maar wordt een verhaal geconstrueerd. De belangrijkste personages, de instituties, de sociologie van deze instituties en de historische achtergronden worden beschreven. Engelen gaat op een zelfde manier te werk wanneer hij beschrijft hoe de Amerikaanse hypotheekmarkt werkt, hoe zij veranderde door de S&L crisis, hoe Fannie en Freddie concurrentie kregen van de Amerikaanse zakenbanken en hoe de securitisatiemarkt evolueerde. Bonus is dat Engelen zich al haast even eloquent weet uit te drukken als Galbraith, beide zijn aantrekkelijke sprekers en schrijvers. 
 
In het eerste college gaf Engelen al aan dat er vele antwoorden zijn op de in de in het college gestelde vraag. Wie is schuldig aan deze crisis? De meningen lopen ver uit een: te veel staat; te veel markt; te weinig rationaliteit; te veel hebzucht; te veel kapitaal dat geïnvesteerd moet worden en te ingewikkelde markten. Engelen legt al deze standpunten uit en beschrijft hoe voor elk van deze iets te zeggen is. 
 
Engelen zelf plaatst zich in het kamp dat zegt dat de financiële markten en instellingen te ingewikkeld zijn geworden. Niet alleen toezichthouders weten niet meer wat er gaande is, maar ook de CEO van een bank kan onmogelijk overzien wat er allemaal gebeurt in zijn eigen bank. Banken zijn zwakke organisaties. Het personeel is hoogst liquide. Het kan op elk moment ontslagen worden en kan elk moment opstappen als ze elders meer kunnen verdienen. Het personeel werkt daarom vooral voor zichzelf en niet zozeer voor de organisatie. “I don’t have any particular allegiance to Deutsche Bank,” zei Gregg Lippmann in Michael Lewis’ boek The Big Short. “I just work there.” Lippman verdiende vele miljoenen voor Deutsche Bank tijdens de crisis door short te gaan op de Amerikaanse woningmarkt. In juni vorig jaar vertrok Lippman naar het hedge fund Libre Max. Lippman is illustratief voor het personeel van zakenbanken dat maar weinig trouw is aan de organisatie zelf. De diffuse verdeling van de macht zorgt ervoor dat er sprake is van een weinig coördinatie en een hoge mate van complexiteit. Lippmann ging bijvoorbeeld short op CDO's die door een ander deel van Deutsche Bank nog werden aangekocht. Zakenbankiers trekken alle trucs uit de doos om de (boek)winsten te verhogen om hun eigen bonus en prestige te verhogen.  Dat deze zwakke organisaties zo’n prominente rol spelen in de financiële markten leidt vanzelfsprekend tot een fragiel financieel systeem dat vol is van risico’s.
 
De zakenbankiers krijgen door Engelen dan ook een groot deel van de schuld in de schoenen geschoven. ‘Terwijl wij maar praten over hoofddoekjes en vrouwenbesnijdenissen missen we het echte probleem,’ verzucht Engelen. ‘De Boele Staal’s van deze wereld!’ Het is tijd voor een ‘bezetting van de Zuidas’ vindt Engelen.
 
*****
Engelen en Salverda geven elke donderdagavond van 19:00-21:00 college in het UvA gebouw aan de Plantage Muidergracht 12.