Ondanks het grote aantal verhoren, blijven veel volgers van de Parlementaire Enquête Woningcorporaties het gevoel houden dat er een paar belangrijke mensen ontbraken. Wie hebben we gemist?

    De openbare verhoren van de Parlementaire Enquêtecommissie liggen achter ons. Nu komt de uitdaging om uit al die informatie een bevredigende weergave van de werkelijkheid te destilleren. Waarschijnlijk heeft de commissie genoeg informatie om een eindrapport samen te stellen. Maar zijn er niet toch nog mensen over het hoofd gezien? Achter gesloten deuren kan de commissie alsnog mensen verhoren. Daarom hier FTM’s lijstje van belangrijke mensen die tot nu toe onder de radar wisten te blijven.

    1. Jan Peter Balkenende

    We hebben hem al eerder genoemd op FTM: Jan Peter Balkenende. Dat hij niet is opgeroepen voelt als een omissie. Deze CDA-politicus was van 2002 tot 2010 premier van een hele reeks kabinetten. Juist in die jaren begonnen bepaalde bestuurders van woningcorporaties door te krijgen dat ze ongestraft ondernemertje konden spelen met maatschappelijk vermogen. Binnen een bedrijfsstructuur waarin de directeur/bestuurder nauwelijks tegenspel kreeg, het interne toezicht doorgaans zwak was en het externe toezicht bewust tandeloos werd gehouden, konden de beruchte affaires ontstaan. Balkenende heeft het allemaal zien gebeuren, maar bleef onverminderd volhouden dat zelfregulering voor maatschappelijke ondernemingen de juiste weg was. BNR Nieuwsradio had op 15 juni een vraaggesprek met Balkenende en het werd snel duidelijk dat hij nog steeds op de oude lijn zit. Balkenende: ‘Het is goed dat woningcorporaties de vrijheid krijgen, maar dan moeten ze ook zeer verantwoordelijk zijn. Als de zaken niet goed lopen, moet je dat ook constateren.’ Let wel Balkenende gebruikt het woord ‘constateren’ en dat is iets anders dan ingrijpen of hervormen.
    'Balkenende gaat er blijkbaar vanuit dat bestuurders in het middenveld ‘zeer verantwoordelijk’ zijn. Heel naïef.'
    De denkfout van Balkenende is dat hij er blijkbaar van uit gaat dat bestuurders in het middenveld ‘zeer verantwoordelijk’ zijn. Dat heeft iets naïefs. Als gereformeerde jongen weet hij dat mensen ‘ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’. Dat zinnetje is een hoeksteen van het Calvinisme en daarnaast een belangrijke reden waarom zelfregulering voor het middenveld niet zo’n verstandig idee is.

    2. Albert Kerssies en Heino van Essen

    Als directeur en voorzitter van de Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties (VTW) vertegenwoordigen Albert Kerssies en Heino van Essen de interne toezichthouders binnen de sector. Die groep is zwaar beschadigd uit de Enquête gekomen. Commissarissen bleken in veel gevallen te weinig kennis in huis hebben om het functioneren van de directeur/bestuurder goed te beoordelen. Minister Ivo Opstelten van Justitie stuurde op 12 november 2013 een brief aan de Tweede Kamer met een aantal ideeën over verbetering van het interne toezicht in semipublieke sectoren. Daarin stond onder meer: ‘Een reden voor inactiviteit van interne toezichthouders is dat men afgaat op de informatie die door het bestuur wordt verstrekt en men niet goed weet wat men allemaal zelf kan of moet doen. Interne toezichthouders hebben een eigen verantwoordelijkheid om zelf informatie in te winnen.’ De VTW ziet blijkbaar niet zoveel in Opsteltens aansporing. Een woordvoerder gaf desgevraagd te kennen, dat de VTW vertrouwt op de bestaande instrumenten: visitaties (eens per vier jaar) en zelfevaluatie. Om de kwaliteit van de commissarissen op te peppen geeft de VTW ook cursussen voor commissarissen. Het is echter niet realistisch om te verwachten dat je met een tweedaagse beginnerscursus een toezichthouder genoeg munitie geeft, om als een volwaardige partij een ervaren bestuurder zowel te kunnen controleren als adviseren. Een opiniestuk van Kerssies en Van Essen in het Financieele Dagblad van januari 2010, eindigde met de zin: ‘Corporaties zijn private instellingen en daarmee verantwoordelijk voor hun eigen functioneren.’ Zo’n slotzin wekt sterk de indruk dat de twee in het kamp der zelfreguleerders zitten en waarschijnlijk helemaal niet zitten te wachten op adviezen van de minister. Dat is op zich legitiem, maar het interne toezicht zit in de hoek waar de klappen vallen en daarom had de commissie de vertegenwoordigers van die groep best mogen uitnodigen en stevig ondervragen. Een gezellig duo-verhoor was op zijn plaats geweest.

    3. Adri Duivesteijn

    Geen moderne politicus heeft zijn hele carrière zo in het teken gesteld van de volkshuisvesting als Adri Duivesteijn. Hij was 9 jaar wethouder Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing in Den Haag. Daarna was hij 12 jaar Kamerlid en fractiewoordvoerder Wonen. Toen volgde een periode van 7 jaar als wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen in Almere. Sinds vorig jaar is hij lid van de Eerste Kamer. In die hoedanigheid joeg hij iedereen de stuipen op het lijf, door te dreigen het Kabinet te laten vallen over de verhuurderheffing.
     'Geen moderne politicus heeft zijn hele carrière zo in het teken gesteld van de volkshuisvesting als Adri Duivesteijn.'
    Het lijkt bijna een statement van de commissie om dit icoon niet te verhoren. Hij heeft na 34 jaar volkshuisvestelijke ervaring uitzonderlijk veel verstand van zaken. Hij had op zijn minst als getuige-deskundige moeten worden gehoord. Hij is overigens een beetje teleurgesteld over de verhoren. Naar zijn mening heeft de commissie zich te veel geconcentreerd op wat eigenlijk al bekend was en te weinig op affaires die nog niet goed zijn uitgezocht. Hij noemde in dat verband (op een terras in Den Haag) de gigantische overmaat aan grondposities.

    4. Walter V(ermeulen)

    De Laurentius-zaak bleek het enige grote schandaal dat door de commissie tijdens de openbare verhoren is genegeerd. Deze affaire lijkt veel crimineler dan de andere zes. Directeur/bestuurder Walter Vermeulen en zijn mededirecteur Joop Peijen werkten samen met projectontwikkelaars, met als belangrijkste doel er zelf beter van te worden. Ook de president-commissaris speelde naar verluidt mee in het opzetje. Dat is toch iets anders dan de megalomane fratsen van zonnekoningen. Dat groepje zondaars had eigenlijk altijd ook een goede volkshuisvestelijke staat van dienst. Misschien heeft de Officier van Justitie nadrukkelijk verzocht om Vermeulen niet op te roepen, om zo te voorkomen dat de Parlementaire Enquête het verloop van het strafproces negatief beïnvloedt. Dat neemt niet weg dat Vermeulen zeker thuishoort in het rijtje corporatieschurken en eigenlijk gehoord had moeten worden.

    5. Carel van Eykelenburg

    De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is verreweg de grootste verstrekker van corporatieleningen. De Nederlandse Waterschapbank (NWB) volgt op afstand. Deze banken zijn gespecialiseerd in leningen met overheidsgarantie. Carel van Eykelenburg is de grote baas van de BNG. Door het waarborgstelsel is zijn bank in feite gevrijwaard van risico’s. Maar hij zal zonder twijfel interessante ideeën hebben over het gebruik van derivaten door corporaties en over vreemde clausules in financiële contracten. Hij is tenslotte bankier. Verder is bekend dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uiteindelijk het veto heeft uitgesproken over het optuigen van een European Medium Term Note-programma, een beoogd schuldpapierprogramma van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Arnoud Boot, hoogleraar financiering aan de UvA, wekte tijdens zijn verhoor de indruk dat de BNG had gelobbyd bij VNG, om dit concurrerende initiatief toch vooral te torpederen. Van Eykelenburg had hierover opheldering kunnen geven. Als het verhaal waar is, dringt de vraag zich op of het aanvaardbaar is om zo actief te werken aan het in stand houden van je eigen dominante marktpositie. Mooie vraag voor de AFM.

    6. Henk Jagersma

    Henk Jagersma is voorzitter van De Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland, afgekort IVBN. Dat is op een vreemde manier een concurrent van de woningcorporaties. Dat zit zo, naast sociale woningen bouwen corporaties ook woningen met huren boven de 700 euro per maand: het zogeheten lagere middensegment. Dat gebeurde tot een jaar of vier geleden met WSW-borging. De IVBN vond dat een vorm van concurrentievervalsing en maakte deze zaak aanhangig in Brussel en werd in het gelijk gesteld. Het bouwen in dat lagere middensegment door corporaties is sindsdien flink teruggelopen. Voor de corporaties is de financiering te lastig geworden. Vreemd genoeg doen IVBN-leden ook nog steeds weinig in dit segment. Ze vinden, als het er op aan komt, de rendementen op dergelijke woningen gewoon niet aantrekkelijk genoeg. Gevolg: de gedemoniseerde scheefwoner heeft nog steeds geen zicht op een categorie huurwoningen om naar door te stromen. Over die patstelling had Jagersma ondervraagd moeten worden. Met wat goede wil kan de commissie er zo nog drie dagen aan vastknopen. Het zou weer spannende momenten opleveren, maar helaas, het is definitief voorbij.  

    Peter Hendriks is gastauteur van Follow the Money. Hij is als zelfstandig consultant gespecialiseerd in het doorlichten van woningcorporaties in opdracht van Raden van Toezicht. De komende maanden zal hij voor Follow the Money de parlementaire enquete naar de woningcorporaties volgen en van commentaar voorzien.

    Email: P.Hendriks.Senior@Gmail.com

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 1170 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 1359 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier